Maandag 30/03/2020

Interview

Hoe het winnen van ‘De Mol’ je leven overhoop haalt

‘Als winnaar kun je naar elk hip feestje en elke uitverkochte voetbalmatch. Mensen willen je zien, voelen, horen en ruiken.’Beeld Johan Jacobs

Er lijkt weinig veranderd sinds ze de mol verplichtten om uit zijn pijp te komen. Davey Van Rode (32) is nog steeds houtbewerker, Lloyd Vermeulen (23) studeert nog steeds geneeskunde, Axel Pailler (40) is nog steeds piloot. En toch: onder het oppervlak rimpelen de levenslessen die de recentste drie winnaars van De mol cadeau kregen in het land van wantrouwen, sabotage en hemels avontuur. ‘Het hele leven – alles wat je kunt voelen, alles wat je kunt beleven – zit samengebald in die drie weken. Dát is de schoonheid van De mol.’

Op 8 maart begon het vijfde seizoen van De mol met Gilles De Coster als presentator – het achtste in totaal. En dus zullen de drie gewezen winnaars – Cathy van der Ha, de winnares van 2016, woont in Griekenland en kon er niet bij zijn – “een soort van liefdesverdriet” voelen.

Van Rode: “Zo heb ik het genoemd toen het seizoen na mijn winst begon – jouw jaar, Lloyd – en zo voelde het ook echt. Je ziet haar lopen op straat, je ex, en je weet: ik krijg haar nooit meer terug.”

Vermeulen: “En op mijn beurt had ik dat gevoel vorig jaar, toen het zevende seizoen begon. Het is heimwee, hè.”

Van Rode: “Ik hoorde de herkenningsmelodie, en metéén was ik weer op de luchthaven, waar ik dat muziekje voor het eerst hoorde. Maar dat was alleen in het jaar na mijn deelname: daarna was het voorbij.”

Pailler: “Sinds bekend is wanneer het nieuwe seizoen begint, ben ik er erg mee bezig. Het voelt aan als het doorgeven van een fakkel die ik heel graag gedragen heb: ik ben nieuwsgierig naar wie mijn opvolger wordt.”

Vermeulen: “Ik hoop dat het, na drie mannelijke winnaars op rij, weer eens een vrouw wordt.”

Zijn jullie op één of andere manier betrokken bij het nieuwe seizoen?

Vermeulen: “Ja, we worden nog geregeld geconsulteerd.”

Pailler: “De makers laten niets aan het toeval over, en dus worden alle proeven vooraf uitgebreid getest. Ex-kandidaten zijn daar de geknipte personen voor: we hebben de ervaring, en de makers kunnen er zeker van zijn dat we tegen niemand iets vertellen.”

Vermeulen: “Maar ook tegenover ons proberen ze om zoveel mogelijk mist te spuien.”

Pailler: “Ik heb nog nooit zulke paranoïde mensen ontmoet als de makers van De mol. Maar ze hebben gelijk: zonder discretie is er geen programma.”

Van Rode: “Iets meer vertrouwen zou soms wel mogen. Ik heb indertijd zes maanden lang kunnen verzwijgen dat ik meegedaan had aan De mol – meer zelfs: dat ik de boel gewonnen had. Dan zal het me nu ook wel lukken om een proef uit de nieuwe reeks geheim te houden, zeker?”

Vorig jaar werd de mol pas in de eerste aflevering aangeduid. Riskeren de makers met elke nieuwe reeks niet in een onhoudbare wedloop naar nóg origineler en nóg verrassender en nóg spannender te belanden?

Pailler: “In Nederland zitten ze aan seizoen 20: daar is Wie is de mol? een meubel zoals Blokken dat hier is. Bij ons is het concept nog behoorlijk fris, met dank aan die pauze van dertien jaar. De makers zullen ook altijd bij de basis blijven, denk ik: tien kandidaten, één mol.”

Van Rode: “Ik hoop wel dat ze zich nooit zullen laten verleiden tot een BV-editie, zoals in Nederland. Dat zou net iets te gemakkelijk zijn, vind ik.”

Pailler: “Het mysterie zal kleiner worden, ja. Anderzijds: de makers zijn zó gebeten. Ze houden elkaar scherp: ze willen dat elk nieuw seizoen de beste ideeën heeft, het spannendste verloop kent, de hoogste kijkcijfers scoort.”

Van Rode: “Maar er is ook het publiek. Ik hoor het gezeur al aanrollen: ‘O, het is máár Griekenland dit seizoen?’”

Pailler: “Ergens begrijp ik dat wel. Zou jij meedoen als De mol zich gewoon in het Pajottenland zou afspelen?”

Van Rode: “Ik wel, ja!”

Vermeulen: “Voor mij gaat De mol expliciet over het land waar alles zich afspeelt. Dan is Griekenland toch net een uitstekende keuze? Een land dat zo mooi is, zo veelkantig, en zo’n rijke geschiedenis heeft: perfect voor De mol.”

Axel Pailler: 'Ik heb nog weleens naar de ontknoping van vorig jaar gekeken. Dat licht dat plots op mij valt... Tranen met tuiten!'

Hebben jullie je eigen seizoen ooit nog herbekeken?

Vermeulen: “Wij hebben een USB-stick gekregen met daarop alle afleveringen. Die hangt aan mijn sleutelbos, als een mooie herinnering. Maar ik heb hem nooit bekeken. Eigenlijk weet ik dus niet zeker of de reeks er écht op staat. Misschien heeft Gilles De Coster er wel zijn favoriete pornoclipjes opgezet. (lacht)

Van Rode: “In mijn jaar was het nog een dvd-box. Die is behoorlijk nutteloos geworden sinds je dvd-spelers alleen nog in antiquariaten vindt.”

Pailler: “Ik heb nog weleens naar de ontknoping van vorig jaar gekeken, naar de laatste minuten van de finale. Het moment waarop dat gigantische bad van licht plots op mij valt... Tranen met tuiten! Want dan zit ik daar weer, en voel ik het grootse van dat moment.”

Van Rode: “Ik heb dat met de liedjes die ik met De mol associeer. ‘The Innocents’ van Low, bijvoorbeeld, dat te horen was op het moment van de ontknoping. Dat is mijn prachtige teletijdmachine: het enige dat me weer kan doen voelen wat ik tóén voelde.”

Vermeulen: “Je hebt die drie weken in een soort van waas geleefd. Als dan dat licht aangaat, weet je dat het allemaal voorbij is, en – bám – schiet er een storm van sentiment door je lichaam.”

Pailler: “En dat je dan ook nog eens de winnaar bent, die ene uit de twaalfduizend inschrijvingen die het haalt: dat voelt bijzonder.”

Van Rode: “Ik had het moeilijk om die status van winnaar echt te omarmen.”

Pailler: “Je moet er uiteraard niet meer van maken dan het is. We hebben geen Nobelprijs gewonnen – al komt dat in het geval van Lloyd nog wel. (lacht) Maar dat je de winnaar bent van De mol, daar mag je toch minstens een béétje trots op zijn?”

Van Rode: “Zeker, maar het had bij mij vooral te maken met de nasleep van het programma. Ik was een twintiger die eindelijk wat richting in zijn leven gevonden had, in de veilige anonimiteit van Onze-Lieve-Vrouw-Waver, en plots werd ik... (aarzelt) Ja, wat eigenlijk? Een soort van publieke figuur. Iemand die een winnaar werd genoemd. Dat was ontzettend bevreemdend.

“Mijn volgersaantal op Instagram explodeerde, ik werd gevraagd om op de gekste plaatsen acte de présence te geven, bedrijven contacteerden me om hun uithangbord te worden... Het voelde alsof een reusachtige hand me had opgetild en me op een totaal andere plaats weer had neergezet.”

Pailler: “Als je er zelf geen rem op zet, sta je op elke pensenkermis en elke missverkiezing. Je kunt naar elk hip feestje en naar elke uitverkochte voetbalmatch. Mensen willen je zien, voelen, horen en ruiken.”

Vermeulen: “In de week voor de eerste aflevering van De mol zat ik in een café waar ik al jaren kom, rustig op mijn kruk. Een week later zat ik in datzelfde café op dezelfde kruk, en wilde iedereen met me op de foto. Ik begreep dat echt niet. Een week geleden zat ik ook naast jou, dacht ik dan, en toen hebben we zelfs niet gepraat. En nu wil je een handtekening en een foto, terwijl ik nog precies dezelfde jongen ben als vorige week. Het heeft bijna iets vernederends, vind ik: interessant bevonden worden omdat er een camera op je gericht was, in plaats van omdat je een boeiende mens bent. Je wordt gebombardeerd tot iets – maar je voelt je niet iets.”

Van Rode: “Daardoor schoot ik in een please-modus. Ik wilde al die mensen niet teleurstellen, maar zo dreef ik helemaal weg van mezelf.”

Vermeulen: “Op festivals heb ik optredens gemist die ik absoluut wilde zien, omdat er geen einde kwam aan de vragen om foto’s en handtekeningen, en ik niet de douchebag wilde zijn die botweg weigerde.”

Pailler: “Het is een paar keer gebeurd dat een vliegtuig te laat vertrok omdat te veel passagiers voor het opstijgen een selfie met me wilden. Daar heb ik toen snel komaf mee gemaakt – je moet een beetje professioneel blijven, hè.”

Van Rode: “Weet je waaróm we zo krampachtig wilden pleasen? Omdat we wisten dat we tíjdelijke BV’s waren, en dus maar één kans kregen om een goeie indruk te maken. Na een jaar zak je als winnaar van De mol weer weg in de anonimiteit – en gelukkig maar. Maar dan wil je in dat ene jaar natuurlijk niet bekendstaan als die pedante etter.”

De deelnemers uit de eerste drie seizoenen, rond de eeuwwisseling, werden ook plots uit de anonimiteit getild. Maar, en dat is allicht een cruciaal verschil: sociale media bestonden toen nog niet.

Van Rode: “Ik geloof dat mijn seizoen – dat van 2017 – het eerste was waarin sociale media zo dominant hun rol opeisten. Dat was meer dan een detail.”

Pailler: “Van de ene dag op de andere heb je een gigantische aanhang op Instagram – húp, 10.000 volgers erbij. Dat is toch een surrealistisch idee?”

Van Rode: “Tevoren keken alleen mijn vrienden mee, en postte ik al eens een bezopen foto van mezelf wanneer ik een overwinning van KV Mechelen aan het vieren was. En plots was er die druk: dat grote publiek zal vast wel beter van me verwachten dan een schrale foto. Ik had er op een bepaald moment helemaal mijn bekomst van, en heb toen mijn Instagram-account verwijderd. Nu heb ik een privéprofiel, alleen voor mijn vrienden.”

Vermeulen: “Ik heb mijn account nog, maar post haast niets meer.”

Pailler: “Ik hoop dat mensen nu niet aan De mol willen deelnemen net omdát ze beroemd willen worden.”

Van Rode: “Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar in jouw lichting zaten een paar kandidaten van wie ik de indruk had dat ze nog een tweede agenda hadden.”

Pailler: “Nu goed, ik ben er wel zeker van dat de makers daar dit seizoen heel alert voor zijn geweest. De selectie gebeurt zó minutieus.”

Lloyd Vermeulen: 'Als ex-winnaars worden we door de programmamakers geregeld geconsulteerd over de nieuwe proeven.' (Foto: met mol Pieter)

Wat draag je als gewezen winnaar mee van De mol?

Pailler: “Dit hier: dat wij nu met zijn drieën aan de wijn zitten. Dat er vriendschappen gesmeed worden, bedoel ik, dat je rijker wordt – en dan heb ik het niet over het prijzengeld.”

Die vriendschappen lopen dus kriskras door de verschillende jaargangen heen?

Pailler: “Absoluut. Met sommige mensen uit de vorige reeksen ben ik intussen beter bevriend dan met de kandidaten uit mijn eigen seizoen.”

Van Rode: “Lloyd en ik zijn daar goeie voorbeelden van.”

Vermeulen: “Er is ook een WhatsApp-groep waar de deelnemers van alle seizoenen aan toegevoegd worden.”

Het klinkt een beetje als een sympathieke sekte.

Pailler: “‘Je wordt opgenomen in een nieuwe familie’, zeggen ze je. Dat klinkt wel alsof je wordt gevraagd om tot de loge toe te treden, ja. (lacht) Maar ik wil het toch niet weglachen, want in het begin voelt het ook effectief zo. Je hebt iets heel erg intens meegemaakt, en dan kom je thuis en wil je dat uitleggen...”

Van Rode: “...maar je krijgt het niet in woorden.”

Pailler: “Terwijl al die andere deelnemers perfect doorvoelen wat jij hebt meegemaakt. Dat schept effectief een band. Het is het principe van het euforische scoutskamp, natuurlijk: in de luchtbel denk je dat dat gevoel voor altijd is. Maar thuis breekt het gewone leven weer in, en verpieteren de dingen. Zo gaat het ook met De mol. Je kunt geen vijftig beste vrienden hebben, hè. En die WhatsApp-groep wordt zo stilaan wel heel groot. Stel dat straks ook reeks negen en tien volgen, dan zitten we daar met honderd mensen door elkaar te kwetteren.”

Vermeulen: “Ik heb de meldingen van die groep gemutet, eerlijk gezegd. Er passeerden toch iets te veel vakantiefoto's van vijftigers. (lacht)

Dat er tijdens de reis zelf vriendschappen ontstaan, klinkt evidenter dan het is in een spel dat teert op wantrouwen en competitie.

Van Rode: “De meeste kandidaten passen bijvoorbeeld heel erg op met alcohol. Je zult met je beschonken kop maar iets prijsgeven, hè. Maar ik had daar geluk mee in mijn lichting. Eline en Annelies vonden namelijk net als ik dat je een goeie dag besluit met een wijntje – of twee, of drie. (lacht) Dat waren fijne avonden.”

Da’s opmerkelijk, want al in een vroeg stadium wist je dat Eline de mol was.

Van Rode: “Ja, maar ik denk dat we beiden vonden dat plezier maken even belangrijk was. Zonder dat we het uitspraken, wisten we het ook van elkaar – ik dat zij de mol was, zij dat ik dat wist. Telkens als er een kandidaat naar huis moest, was dat hard voor haar. Want zij was de schuldige, maar ondertussen was ze ook wel onderdeel van de groep geworden, en had ze evengoed vriendschappen gesloten. Op die momenten troostte ik haar, omdat ik aanvoelde hoe bitter dat was voor haar. In De mol ben je mens en speler – in die volgorde, wat mij betreft.”

Pailler: “Zo zou het moeten zijn. En dat is het enige dat ik betreur aan vorig jaar: dat we met zijn allen obsessief bezig waren met het spel, en te weinig genoten. We zijn dat wat vergeten.”

Van Rode: “Terwijl dat eigenlijk evident zou moeten zijn. Want wat een prinsenleven leid je daar toch! Je maakt een prachtige reis, alles wordt voor jou geregeld en op een paar regeltjes na hoef je je van niets iets aan te trekken. De mannen en vrouwen van de crew, díé moeten hard werken. Ik herinner me een proef waarbij we golf moesten spelen, en de cameramensen de héle tijd het balletje moesten volgen.”

Vermeulen: “Als je een berg moet beklimmen, ga je als deelnemer die helling één keer op. Maar de cameramensen hollen voortdurend met zo’n loodzwaar ding op hun schouder van de kop naar de staart van de groep, en weer terug – alles voor het perfecte shot.

“Het is je plicht om je te amuseren, vind ik. In mijn eerste dagen deed ik dat misschien zelfs met iets te veel overgave. Ik had het te druk met de tijd van mijn leven te hebben om me ook ernstig met het spel bezig te houden. Tot ik na een paar dagen doorhad dat iedereen verwoed dingen aan het noteren was. Toen ben ik me toch ook maar eens beginnen af te vragen wie de mol kon zijn. (lacht)

Davey Van Rode: ‘Mol Eline en ik vonden plezier maken even belangrijk als het spel. We besloten de dag graag met een glas wijn.’

Die jongensachtige nonchalance maakte je erg populair in De mol en in het Gentse uitgaansleven, maar vast iets minder bij je proffen geneeskunde.

Vermeulen: “Ik heb een poos geleefd in een even vrolijke als vicieuze cirkel, ja. Ik ging de hele nacht op café en sliep tot ik om twaalf uur ’s middags uit m'n bed werd gejaagd door een maat die zich afvroeg of ik toevallig geen zin had om uit te gaan – waarop alles zich weer herhaalde. Ze zeggen toch altijd dat het belangrijk is om structuur te hebben in je leven. (lacht) Ernstig: in de eerste jaren van mijn studie geneeskunde heb ik de boel fameus verkloot. Mijn ouders hebben er toen de stekker uitgetrokken: géén subsidieslurf meer. Als ik verder wilde met mijn studies, moest ik ze zelf betalen. En dus ben ik gaan werken – onder meer in een veganrestaurant.”

Wacht: de jongen naar wie in de nasleep van De mol een frituursnack – het ‘Lloydje’ – genoemd werd, ging vervolgens in een veganrestaurant werken?

Vermeulen: “Ik pleit schuldig, ja. Ik heb er eens een klant om zijn bestelling gevraagd terwijl ik nog aan het knabbelen was op een worstje dat ik van thuis meegenomen had. Daar kwam een hele scène van. (lacht)

“Enfin, ik doe nu wel heel luchtig over die periode, maar het was wel de eerste keer dat ik brutaal tegen de grond smakte. Ik pak het intussen allemaal wat ernstiger aan. Ik ben mijn derde jaar aan het afronden, en tegelijk begonnen aan mijn vierde. Zie je: er is enige vooruitgang. (lacht) Ik heb nog een jaar of drie te gaan, dus, en daarna nóg eens minstens drie jaar voor een specialisatie. Het is een gigantische berg die ik op moet, en natuurlijk heb ik overwogen om ermee te kappen. Economie, dat leek me ook wel wat. Of journalistiek.”

Maar je deed verder. Waarom?

Vermeulen: “Simpel: dokter zijn is het enige dat ik écht wil. Het zit zo in mijn hoofd, en ik krijg het er niet uit: dat zal mijn manier zijn om van betekenis te zijn voor anderen.”

Pailler: “Ik vind het mooi dat je dat zegt, en tegelijk ook confronterend. Want toen ik indertijd over mijn toekomst moest beslissen, waren er twee opties: dokter of piloot. Ik kom uit een familie van artsen, en dus was er wat druk om ook die kant uit te gaan. Waarop ik natuurlijk zei: ‘Kus allemaal feestelijk mijn ballen, ik word piloot.’ Ik heb die studies zelf betaald – overdag werkte ik, ’s avonds ging ik naar school – en ik ben trots op wat ik geworden ben. En ik vind het nog steeds heel plezierig, dat vliegen. Maar toch: kon ik het overdoen, ik werd dokter. Want als piloot heb ik soms het gevoel dat ik te weinig voor andere mensen beteken. Goed, ik breng ze van punt A naar punt B. Maar dat kun je hoogstens verdienstelijk noemen: ik maak er mensen niet fundamenteel béter mee. En een dokter doet dat wel.”

Die ambitie om iets te betekenen voor anderen vloekt prachtig met de tijdgeest, die zelfontplooiing voorschrijft.

Van Rode: “Ik ben ook heel gevoelig voor die vraag. Ik ben nu meubelmaker, ik heb mijn eigen bedrijfje, en ik geloof dat ik dat wel goed doe. Maar beteken ik daarmee genóég? Ik merk dat veel mensen het een romantisch beroep vinden, maar uiteindelijk is wat ik doe ook niet meer dan hout in een mooie vorm knippen. Is dat voldoende? Ik weet het niet.”

Pailler: “Tegelijk: wat is er mis met een beetje trots zijn op jezelf?”

Van Rode: “Dat bén ik ook. Ik ben trots op wie ik ben, en op wat ik beteken voor de mensen die van me houden. Maar trots zijn op wat ik dóé, dat vind ik veel moeilijker. (denkt na) Mijn ouders zijn vroeg gescheiden, en dat leverde mij een hoop vrijheid op. Dat klinkt misschien leuk, maar dat was het helemaal niet. Als tiener heb je vooral nood aan mensen die je vooruitblazen, aan strenge duwtjes in je rug. Maar ik had die stimulansen niet, en dus koos ik altijd voor de gemakkelijkste weg. Toen het me niet meer interesseerde op de middelbare school, bleef ik thuis en zat ik shit te roken. Het resultaat is dat ik laaggeschoold ben. Dat ik nu een heel grote bewijsdrang voel, heeft daar veel mee te maken.”

Vermeulen: “Mijn verhaal is eigenlijk het omgekeerde van dat van jou, Davey. Ik heb altijd heel veel bevestiging gekregen. Wie ik was, wat ik deed: het was nooit minder dan prima. Dat is fijn, maar... (aarzelt) Toen mijn ouders zeiden dat het echt wel genoeg was geweest en ik zelf maar mijn studies moest betalen, zat ik plots in het échte leven. Ik had mijn eerste studiejaren verknald, de droom van De mol was uitgewerkt, en ik wist niet meer wie ik was. Toen ben ik beginnen na te denken over mezelf, en dat heeft me goed gedaan. Tevoren was ik té tevreden met mezelf. Ik ben nog altijd dezelfde vrolijke, optimistische jongen die ik altijd geweest ben, maar ik zie nu in dat er nog geen enkele reden is om echt tróts op mezelf te zijn. En ook: dat dat niet erg is. Ik heb nog zoveel tijd om uit te zoeken wat de best mogelijke versie van mezelf is.”

Van Rode: “Voor het eerst sinds De mol weet ik weer heel duidelijk wie ik ben en waar ik naartoe wil. Mijn vriendin en ik hebben een huis gekocht, en dat ben ik helemaal aan het renoveren. We gaan trouwen en we willen graag kinderen. Als dát allemaal lukt, zal ik misschien rustig kunnen neerzitten en tevreden zijn.”

Davey Van Rode (midden): ‘Ik had het moeilijk om die status van winnaar echt te omarmen. Plots was ik een soort van publieke figuur, iemand die een winnaar werd genoemd. Dat was ontzettend bevreemdend.’Beeld Johan Jacobs

Het eerste wat opvalt aan jullie, is jullie speelsheid. Maar daaronder zit klaarblijkelijk ook veel twijfel?

Vermeulen: “Het heeft ook gewoon met mijn leeftijd te maken. Je ziet het schisma in mijn vriendenkring. De ene helft is bezig met huizen te kopen en kinderen te krijgen, de andere helft concentreert zich nog altijd op de Chiro en op strontzat zijn op zaterdagavond. Ik hang wat tussen die twee.”

Pailler: “Ik vind dat mensen tot hun 30ste niet te ernstig moeten zijn. Je studies, ja, die zijn belangrijk. Maar voor het overige moet je vooral spélen. Na je 30ste is er nog voldoende tijd voor de sérieux van het leven. (tot Lloyd) Heb jij een lief?”

Vermeulen: “Ja. We zijn al twee jaar samen.”

Pailler: “Te vroeg! Dat is te vroeg! Je moet een beetje léven nu. Anders heb je over twintig jaar een midlifecrisis, en neem je een maitresse.”

Vermeulen: “Maar ik ben content met mijn lief. Waarom zou ik dat dan in vraag stellen? En waarom zou een vaste relatie synoniem moeten zijn voor suf- en dufheid?”

Pailler: “Ik wil maar zeggen: als twintiger is je wereld nog zo klein. Je moet je vleugels nog uitslaan, nog zoveel proeven.”

Van Rode: “Daar zit iets in, maar ik volg Lloyd: je kunt toch niet neen zeggen tegen de liefde omdat ze toevallig niet in je plan past?

“Mijn eerste relatie had ik van mijn 16 tot mijn 18. Dat meisje heeft toen mijn hart gebroken, en daardoor ging ik heel anders naar de liefde kijken. In mijn volgende relaties was ik afweziger, een beetje ongrijpbaar. Ik wilde op mezelf staan, voor het geval dat ik weer in de steek gelaten zou worden. Margo, mijn vriendin, begrijpt dat zonder dat ik het moet uitleggen. En vooral: ze heeft geen moeite met mij en mijn rusteloosheid. Samen zijn met haar, dat is het mooiste compliment dat ik ooit gekregen heb.”

Tot slot, heren: heeft De mol jullie iets wezenlijks over jezelf geleerd?

Van Rode: “Dat ik tot veel meer in staat ben dan ik tevoren besefte. Dat ik een goed observatievermogen heb, bijvoorbeeld, en talent voor analytisch denken.”

Pailler: “Ik heb me na De mol voorgenomen om minder ‘Jean-Pierre Populaire’ te zijn, en dichter bij mezelf te leven, en bij mijn partner, mijn vrienden en mijn familie. Je kunt je leven volstouwen met glorie en succes, maar als het niet goed zit in je verhoudingen met andere mensen, zal je niet gelukkig worden. Ik probeer mijn vriendin ook te overtuigen om nu aan kinderen te beginnen. Ik ben al 40, en ik wil geen oude vader zijn.”

Vermeulen: “De mol heeft me dankbaarheid geleerd: wat een geluksvogel ben ik toch. (denkt na) Eigenlijk zou iedereen eens moeten meedoen. Het hele leven – alles wat je kunt voelen, alles waar je over kunt nadenken, alles wat je kunt beleven – zit samengebald in die drie weken. Dát is de schoonheid van De mol.”

Pailler: “Deelnemen geeft je een kans die je anders nooit krijgt: om even geen geschiedenis te hebben. Want voor de andere kandidaten ben je een onbeschreven blad. Even geen gewicht meedragen: dat vond ik een prachtig comfort.”

Van Rode: “Het klinkt misschien gek omdat het op zich zo’n hectisch spel is, maar tijdens De mol vond ik de ultieme rust.”

Pailler: “Verdorie, ja. Het zal toch even slikken worden als de kandidaten zondag voor het eerst Gilles De Coster zien – gekruiste armen, blitse zonnebril op...”

Vermeulen: “...terwijl de zon vast weer áchter hem staat. (hilariteit)

De mol, VIER, zondag om 19.55 uur

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234