Dinsdag 31/03/2020

Analyse

Hoe het publiek steeds meer macht krijgt over de theaterscène

Ontroerend Goed-regisseur Alexander Devriendt: 'Er liggen een aantal scripts klaar. Daarbinnen is er marge voor het onverwachte, maar eigenlijk wordt er weinig geïmproviseerd. Wij houden de regie in handen.'Beeld Wouter Van Vooren

Zitten en zwijgen! De tijd dat een getergde leerkracht het zijn klas moest toebijten tijdens de verplichte theateruitstap is voorbij. Toeschouwers zijn de laatste decennia geëvolueerd van kijkers naar deelnemers, en zelfs naar cocreators. Een slimme verkooptruc, of schuilt er meer achter?

Gisteren ging £¥€$ (Lies) in première, de nieuwe van het Gentse theaterperformancecollectief Ontroerend Goed. Regisseur Alexander Devriendt legt de perverse mechanismen van het graaikapitalisme bloot, of eerder: zijn publiek doet dat. Zeven deelnemers schuiven aan per speeltafel-met-croupier. Ze worden ingeleid in de basisspelregels van het high-stakes capitalism. Er komt geld op tafel. Even later zit zelfs de meest linkse, weldenkende culturo genadeloos te loeren naar de financiële reserves van zijn buurman.

Devriendt glimlacht. Het spelformat zorgt voor de mindfuck waarop hij hoopte. “Een deel van de frustratie die momenteel leeft rond bankiers is verkapte onmacht. Ik heb dat zelf ook: ik zit van buitenaf te kijken naar zo’n money play en ik word er kwaad van, omdat ik de beweegredenen niet begrijp. Maar wat als ik zelf in de rol van bankier zou kruipen, om de zaak van binnenuit te ervaren?” 

Het is niet de eerste keer dat Ontroerend Goed zich bedient van een interactief format om zijn toeschouwers tot een perspectiefwissel te verleiden. In de ‘verkiezingsshow’ Fight Night (2013) kon het publiek de kandidaten op het podium wegstemmen. Devriendt lijkt daarmee alle macht bij de zaal te leggen, maar dat is een illusie. Devriendt: “Er liggen een aantal scripts klaar. Daarbinnen is er marge voor het onverwachte, maar eigenlijk wordt er weinig geïmproviseerd. Wij houden de regie in handen."

Het theater van de Lage Landen heeft een sterke traditie in het actief engageren van zijn toeschouwers. De meest minimale vorm is het eenvoudigweg erkennen dat er een publiek is dat kan worden aangesproken. Dit doorbreken van de ‘vierde wand’ prikkelt de toeschouwer mentaal – ja u, we hebben het tegen u – maar laat hem voor de rest met rust. 

De opmars van het ervarings- of belevingstheater, waarbij de kijker ook fysiek wordt ingezet, begint in de jaren 90. Denk: plaatsnemen in een rolstoel (The Smile Off Your Face, Ontroerend Goed), meelopen in een optocht (Wijland, Tuning People) of als een pion figureren op een groot spelbord (STRANGER en RULE, Emke Idema). Toch blijft de maker de touwtjes in handen hebben, omdat hij weet welke boodschap hij bij zijn publiek wil krijgen, zij het op een alternatieve manier. Devriendt: “Bij Intern (2007) was er te veel vrijheid, zodat het publiek naar huis ging zonder de reflectie waartoe ik wilde verleiden. Dan mist de voorstelling haar doel, want uiteindelijk heb ik wél een mededeling te doen.”

Een radicalere variant zijn voorstellingen waarbij die mededeling niet vooraf is bepaald – er is een methodiek, een proces, maar het resultaat hangt volledig af van de participanten. In Building Conversation (2013) brengt de Nederlandse theatermaker Lotte van den Berg kleine groepen deelnemers met elkaar aan het praten. Waarover er wordt gepraat of wat de uitkomst is van het gesprek, is afhankelijk van de groep. Van den Berg faciliteert, de deelnemers creëren: zonder hun inbreng is er simpelweg geen voorstelling. 

Nog zo’n cocreatie is Verein zur Aufhebung des Notwendigen (2015) van de Zwitserse theatermaker Christophe Meierhans, waaraan geen performer meer te pas komt. Wanneer de toeschouwers de theaterzaal binnenkomen, zien ze enkel een goed uitgeruste keuken. De maaltijd die vooraf werd beloofd blijken ze zelf te moeten bereiden, samen. Daarvoor is democratisch overleg nodig, en dat is de oefening waarop Meierhans mikt.

Als de controle uit handen wordt gegeven, kan het ook mis gaan. Sommige deelnemers aan Verein gingen met honger naar huis, omdat er ruzie ontstond op de speelvloer/in de keuken. Mensen zijn onvoorspelbaar: ook in £¥€$ zouden een paar slechte verliezers het spel en dus de voorstelling kunnen saboteren. Maakt dat het opzet niet kwetsbaar? Devriendt: “Zelfs op dat scenario zijn we voorzien. Die deelnemer zal een minder interessante ervaring hebben. Maar eerlijk gezegd gaat het zelden echt fout. Het blijft natuurlijk spannend, maar dat is een ‘klassieke’ zaalvoorstelling evengoed.”

Meerwaarde

Blijft de vraag of dat verwoede geparticipeer wel altijd een meerwaarde is. De laatste jaren mocht ik onder de noemer 'theater' over een veld rennen, aan een rad draaien, een enquête invullen, in het zand dansen, een appel schillen en meer van dat leuks – niet altijd leidde dat tot diepe inzichten. Een interactief format is maar zinvol als het de best mogelijke vorm is om je verhaal te vertellen, vindt ook Devriendt, en niet “om het theater bestaansrecht te geven tegenover een subsidiënt.” 

Of bestaansrecht tout court. Er schuilt iets wanhopigs in dat getrek aan het publiek, alsof een ‘gewone’ theatervoorstelling niet meer volstaat, alsof de afstand zo groot is geworden dat de theatermaker zijn toeschouwers al fysiek bij de kraag moet grijpen om ze voor zijn voorstelling te interesseren.

Of misschien valt deze emancipatie van de toeschouwer – historisch gezien netjes volgend op deze van de regisseur en acteur – evenzeer te interpreteren in het licht van de bredere gezagscrisis die zich de laatste twee decennia voordoet. Naast priesters, politici, onderwijzers en vaders zijn ook acteurs ‘autoritaire’ figuren: ze staan op een piëdestal. Zij spreken, terwijl de zaal moet zwijgen. 

Je zou de verovering van de scène zo kunnen zien: een mondig publiek, dat door de opkomst van sociale media denkt dat het altijd en overal mag spreken, weigert nog langer passief het ‘to be or not to be’ te ondergaan. De opmars van het interactieve theater is dan een verkapte voortzetting van een populistische afrekening met gezag.

Zeker, zo’n machtsherverdeling tussen maker en publiek kan interessante artistieke resultaten opleveren – op voorwaarde dat het gebeurt omwille van noodzaak, omdat de voorstelling erom vraagt. Al de rest is een gimmick. In dat geval zink ik nog liever passief weg in de ouderwetse illusie van een goed verhaal. Zitten en zwijgen kan ook gewoon heerlijk zijn. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234