Vrijdag 26/04/2019

Kunst

Hoe de popart naar België kwam

Tom Wesselmann, 'Smoker Banner', 1971. Beeld Vincent Everarts

Op de tentoonstelling Pop Art in Belgium val je van de ene verbazing in de andere. Belgische popart bestáát - zo blijkt. En is nog sterk ook. ING Art Center in Brussel brengt werk van Panamarenko, Marcel Broodthaers en Evelyne Axell samen met Warhol en Lichtenstein. 'Popart is een vergeten hoofdstuk in de Belgische kunst.'

Is Marcel Broodthaers een popartkunstenaar? En Panamarenko ook? "Nee nee", lacht curator Carl Jacobs, die twee jaar onderzoek heeft gedaan naar de invloed van de Amerikaanse en Britse popart op de Belgische kunst. "Ik zal nooit beweren dat zij popkunstenaars zijn. Wel hebben zij, op een bepaald moment, de invloed van de popart ondergaan. Was Panamarenko in 1966 pop? Zeker!"

"De Amerikaanse popart van Warhol en Lichtenstein was op zich een reactie tegen de abstract-expressionisten zoals Jackson Pollock. Warhol en Lichtenstein kozen voor een sterk figuratieve kunst: direct, fris, kleurrijk en vrolijk. Ze omarmden de alledaagse realiteit en maakten er opvallende, commerciële kunst mee. Denk aan de monumentale Campbell-soepblikken van Andy Warhol, de radicaal uitvergrote striptekeningen van Roy Lichtenstein en de gestandaardiseerde tankstations van Ed Ruscha. Het banale wordt kunst. Maar Warhol schuwde de provocatie niet. We tonen in ING ook de overweldigende serie met de elektrische stoel uit 1965. Uit een Belgische privécollectie."

Guy Degobert, 'Jeux de lampes', 1971. Beeld Daniel de Kievith

Blauwe gloeilamp

De stelling van Carl Jacobs is dat de popart met haar nieuw elan de ogen opende van de Belgische kunstenaars. "Door de popart is men hier opnieuw sterk figuratief gaan werken. De Belgische kunstenaars namen de nieuwe beeldtaal van de Amerikaanse en Britse popart niet klakkeloos over - zeker niet. Laten we zeggen dat de Vlaamse klei werd toegevoegd (lacht). Het eigen landschap bleef bewaard. Zo zie je dat Guy Degobert de soepblikken van Warhol overneemt, er Fort- en Buitoni-blikken van maakt, en er telkens een bizar element, een blauwe gloeilamp, aan toevoegt. Dat is de erfenis van het Belgische surrealisme."

Van alle Belgen leunt Evelyne Axell het meest aan bij de Amerikaanse popart met haar kleurrijke werk, vaak in plexiglas en vol seksuele toespelingen.

De Belgen kwamen met de popart in contact via Frankrijk, vertelt Carl Jacobs. "In 1963 opende de Amerikaanse Ileana Sonnabend haar galerie in Parijs. Eerst toonde ze Roy Lichtenstein, daarna George Segal. Van die laatste kunstenaar kocht de Belgische verzamelaar Hubert Peeters, een Brugse arts, meteen de gipsen figuren Lovers on a Bench. Ook de Antwerpse kunstcollectioneurs Betty Barman en Isi Fiszman trokken direct naar Parijs."

De gipsen figuren van Segal, die te zien zijn in ING, waren van cruciaal belang voor Marcel Broodthaers. "Broodthaers schrijft al in 1963 een artikel over Segal", vertelt Carl Jacobs. "Het is een scharniermoment in zijn ontwikkeling van dichter naar beeldend kunstenaar. Niet toevallig gebruikt Broodthaers in zijn eerste werken gips, net zoals Segal. In zijn Monument Public N°4 uit 1963, dat in de expo te zien is, gebruikt Broodthaers als sokkel een kartonnen doos van een 'US astronaut space helmet', een knipoog naar de popart."

Broodthaers gaat al snel mosselschelpen in zijn werken gebruiken. "Daar komt de taalkunstenaar weer naar boven", zegt Jacobs. "Het taalspel van moule - 'mossel' en ook 'mal', 'matrijs' - is belangrijk. De accumulatie in zijn vroegste werk, de opstapeling van objecten, heeft hij zeker gezien bij Arman, een van de Franse nouveaux réalistes, van wie we enkele werken tonen."

Ook bij Panamarenko, Jef Geys, Raoul De Keyser en Pol Mara is de popart een belangrijke schakel geweest in hun ontwikkeling. "Ook al willen nogal wat kunstenaars die erfenis minimaliseren, de popart heeft de figuratie in België nieuw leven ingeblazen."

Typisch voor de Belgische popart, zeker aan het eind van de jaren 60, is de kritische toon tegenover consumptie, Amerika en de Vietnam-oorlog, bijvoorbeeld bij Wout Vercammen en Balder - "ten onrechte weinig bekend of zelfs onbekend", zegt Jacobs. Er is ook veel erotisch en seksueel geladen werk, van Panamarenko en Hugo Heyrman, van Evelyne Axell en Jef Geys. We zitten dan ook in het tijdperk van de seksuele revolutie. Opvallend is ook een schokkende sculptuur van Paul Van Hoeydonck: 'Grand Prix' Accident uit 1967, een voorloper van de agressie van Paul McCarthy.

Kortstondig verhaal

De prima tentoonstelling eindigt in 1970. "Dan organiseert het Casino van Knokke een retrospectief over popart, nouveau réalisme en nieuwe figuratie. Het is het orgel- en eindpunt. De minimal art en conceptuele kunst winnen terrein, Wide White Space Gallery in Antwerpen haalt Joseph Beuys naar België, en er komt een nieuwe generatie kunstenaars en curatoren zoals Flor Bex in Antwerpen en Jan Hoet in Gent." Het kortstondige verhaal van de popart is ten einde.

Carl Jacobs heeft, samen met co-curator Patricia De Peuter, een vergeten deel van de kunstgeschiedenis aan het licht gebracht met een uitstekende selectie Belgische kunstenaars en Amerikaanse pop artists die in de periode 1963-'70 in Belgisch privébezit waren. Het resultaat is boeiend, verrassend en indrukwekkend.

'Pop Art in Belgium' tot 14 februari 2016 in ING Art Center, Koningsplein 6, Brussel. De catalogus is een uitgave van Mercatorfonds.

Allen Jones, 'Legs', 1967-68. Beeld Dirk Pauwels
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.