Vrijdag 12/08/2022

AchtergrondThe Godfather

Hoe de opnames van ‘The Godfather’ bijna een nachtmerrie werden: ‘Ik word misselijk als ik eraan terugdenk’

Al Pacino als Michael Corleone in 'The Godfather.' Beeld rv
Al Pacino als Michael Corleone in 'The Godfather.'Beeld rv

Een halve eeuw nadat ‘The Godfather’ voor het eerst werd vertoond, geldt Francis Ford Coppola’s misdaaddrama nog steeds als een van de beste, zo niet de beste film aller tijden. Dat de film er kwam, is nochtans een klein wonder: de echte maffia en de studio werkte Coppola tegen in wat een Amerikaanse nachtmerrie dreigde te worden.

Ewoud Ceulemans

“Ik voel niet veel plezier bij eender wat met The Godfather heeft te maken”, vertelde Francis Ford Coppola vijfentwintig jaar geleden in The New Yorker. “Ik ben dol op de cast, en ik denk dat de film zeker iets heeft teweeggebracht, maar het was een vreselijke periode in mijn leven. Ik had twee kleine kinderen en een derde onderweg, ik woonde in het appartement van een kennis, en op een bepaald moment zei mijn monteur me dat niets op iets trok. Mijn zelfvertrouwen stortte volledig in; het was gewoonweg een verschrikkelijke ervaring. Ik word misselijk als ik eraan denk.”

Op 14 maart is het een halve eeuw geleden dat The Godfather, Coppola’s drama over een Italiaans-Amerikaanse misdaaddynastie, in première ging in het Loew’s Theatre in New York. Het was het begin van een succesverhaal: wereldwijd haalde de film 277 miljoen dollar op aan de kassa – een record in die tijd – en critici stoften hun superlatieven af. The New York Times had het over “een van de brutaalste en ontroerendste kronieken van het Amerikaanse leven ooit”, terwijl The Washington Post het had over “een juweeltje”. De invloedrijke criticus Roger Ebert noemde The Godfather “de beste film van het jaar” en elf maanden na de release won de film drie Oscars, waaronder die voor beste film.

Sindsdien heeft The Godfather niets van zijn pluimen verloren, integendeel. De titel staat steevast op de hoogste plaatsen in lijstjes met ‘de beste films aller tijden’ en volgens het American Film Institute is enkel Citizen Kane beter. En dat terwijl Coppola zelf vooral slechte herinneringen aan de film lijkt te hebben. Hij is niet alleen. Acteur Al Pacino, voor wie The Godfather zijn grote doorbraak was, herinnerde zich tijdens een nagesprek op het Tribeca Film Festival vijf jaar geleden dat hij na een opnamedag met zijn tegenspeelster Diane Keaton nog iets ging drinken. “We praatten over wat we na de film zouden doen: ‘Het is voorbij. Dit is de slechtste film ooit gemaakt.’”

Te Italiaans

Pacino noemde de opnames “surreëel”, en dat had er vast niet alleen mee te maken dat zijn tegenspelers Marlon Brando, Robert Duvall en James Caan zich amuseerden door zich zoveel mogelijk van hun beste kant te laten zien – en meenden dat die werd gevormd door hun blote billen. (Duvall herinnerde zich later in The Graham Norton Show dat Brando prijzen uitdeelde voor wie het best kon moonen.) Pacino, die vooral naam had als theateracteur, vreesde de hele shoot lang ontslagen te zullen worden, nadat Coppola er bij de studio voor had moeten vechten om hem te mogen casten: de jonge regisseur wilde immers zoveel mogelijk acteurs met Italiaanse roots casten voor zijn Italiaans-Amerikaanse protagonisten. “Ik denk dat ze besloten dat als ze mij niet gingen ontslaan, ze ten minste een paar van mijn voorstellen konden volgen”, aldus Coppola.

Want ook Coppola vreesde het einde van de opnames niet te halen. Hij had de job om Mario Puzo’s pulpbestseller over een maffiafamilie te verfilmen al aarzelend aangenomen: George Lucas had hem daartoe overgehaald, opdat Coppola met zijn loon (125.000 dollar en 6 procent van de kassa-inkomsten) zijn eigen filmstudio, American Zoetrope, van de financiële ondergang zou kunnen redden.

Dat Coppola zich liet inhuren door de grote filmstudio Paramount, was ironisch: zijn American Zoetrope stelde immers de filmmaker centraal en creatieve vrijheid was heilig. Maar voor The Godfather zou hij constant in de clinch liggen met met studiobaas Robert Evans. Over Coppola’s eis om op locatie in New York en Sicilië te mogen draaien. Over de soundtrack van Nino Rota, die volgens Evans “te Italiaans” was. Over de casting van Pacino als de uitverkoren zoon Michael Corleone en Marlon Brando als diens vader Don Vito Corleone: Brando werd gezien als een has-been die vooral problemen veroorzaakte en diende een borg van ruim een miljoen dollar te betalen voor het geval de productie door zijn toedoen in moeilijkheden belandde. Coppola ontsloeg ook Aram Avakian, de monteur die hem zei “dat het op niets trok”, omdat hij vreesde dat Avakian zijn job als regisseur wilde innemen.

Daarnaast moesten Coppola en Paramount het ook opnemen tegen het onderwerp van hun film: de Italiaanse misdaadfamilies. Zij vonden het maar niets dat hun doen en laten werd uitgelicht in een Hollywood-productie. De maffia liet het afhuren van locaties in de soep draaien en Evans kreeg dreigtelefoontjes: “Als je wil dat je zoon nog langer dan twee weken leeft, get out of town”, herinnerde hij zich in The New Yorker. Het was de machtige en beruchte advocaat Sidney Korshak die aan de nodige lijntjes trok om de opnames te laten doorgaan.

Maar ondertussen eiste de Italian-American Civil Rights League, een door maffiabaas Joe Colombo opgerichte burgerrechtenbeweging die koste wat het kost wilde voorkomen dat Italiaanse Amerikanen aan misdaad werden gelinkt, dat de woorden ‘cosa nostra’ en ‘maffia’ niet werden gebruikt in de film. Dat bleek geen al te grote opgave, schrijft Vanity Fair-journalist Mark Seal in het nieuwe boek Leave the Gun, Take the Cannoli: cosa nostra stond niet in het script, en de enige vermelding van de term ‘maffia’ werd geschrapt.

Marlon Brando als Don Vito Corleone in 'The Godfather'. Beeld ANP Kippa
Marlon Brando als Don Vito Corleone in 'The Godfather'.Beeld ANP Kippa

American dream

De ironie wil dat de New Yorkse maffiosi zo onder de indruk waren van The Godfather, dat leden van de Gambino- en Patriarca-families zich naar de welopgevoede en welbespraakte personages uit de film begonnen te modelleren. Al schuilt de blijvende kracht van The Godfather niet in haar portrettering van de georganiseerde misdaad, maar in hoe de familie Corleone dient als een metafoor voor de vrije, kapitalistische Amerikaanse samenleving en de machtspolitiek die ermee gepaard gaat. In 2009 werd in het boek The Godfather Doctrine zelfs het Amerikaanse buitenlandbeleid na 9/11 geanalyseerd aan de hand van personages en plotlijnen uit Coppola’s klassieker.

Men kan The Godfather lezen als een verknipte persiflage op de Amerikaanse droom, het verhaal van een migrantenfamilie – in de vervolgfilm The Godfather, Part II (1974) zie je een jonge Vito Corleone vol bewondering naar het Vrijheidsbeeld kijken – die zich opwerkt tot een New Yorks machtsbastion, met twee handen die dollars tellen en een arm die tot in Las Vegas en Hollywood reikt. En zich, als het nodig is, van een vuurwapen bedient.

In de openingsscène leggen Coppola en zijn director of photography Gordon Willis de tweespalt tussen de Amerikaanse idylle en de donkere wereld die erachter schuilgaat heel letterlijk bloot: terwijl Vito Corleone’s dochter Connie (vertolkt door Coppola’s zus, Talia Shire) op een zonovergoten tuinfeest in het huwelijk treedt, maakt haar vader ongure deals in zijn met schaduwen gevulde werkkamer. Hij laat op vraag van de begrafenisondernemer Bonasera (die de film opent met zijn iconische en uiteindelijk ironische “I believe in America”-speech) twee straatcriminelen mishandelen, en belooft zijn petekind, de zanger-acteur Johnny Fontane, om een Hollywood-producer onder druk te zetten voor een filmrol.

Op dat moment leeft oorlogsheld Michael Corleone nog met de idee dat hij zich van zijn misdadige familie kan losrukken: “Dat is mijn familie, Kay, maar ik ben niet zo”, benadrukt hij tegen zijn verloofde (Keaton). Maar na een moordaanslag op zijn vader wordt hij meegesleurd in de familiezaken: de vrijheid die hij meende te hebben om zijn eigen leven te leiden, blijkt een illusie, de Amerikaanse droom blijkt een laagje vernis. “Mijn vader is niet anders dan eender welke andere machtige man,” legt hij Kay uit, “zoals een senator of een president.” Als Kay antwoordt dat “senatoren en presidenten geen mensen laten vermoorden”, zegt Michael: “Wie is hier naïef, Kay?”

Net als in de openingsscène legt Coppola in de slotbeelden de tegenstelling tussen uiterlijke schone schijn en onderhuids drama bloot: terwijl Michael op het doopsel van zijn petekind zweert “Satan en al zijn zonden” te verwerpen, cut Coppola naar shots waarin elke tegenstander van de Corleones wordt afgemaakt.

Draaimolen

The Godfather draait om de carrousel van macht, status en geld. Het is een carrousel die blijft draaien: de enige manier om je verworven macht niet te verliezen, is om steeds meer macht te verwerven. Het blijkt onmogelijk om van die draaimolen te stappen. In het derde deel van The Godfather, uit 1990, zal een oudere Michael Corleone veelbetekenend zeggen: “Net wanneer ik dacht dat ik er vanaf was, trekken me ze er terug in” Of, zoals de legendarische filmrecensent Pauline Kael het vijftig jaar geleden verwoordde in een lovende kritiek in The New Yorker: “Georganiseerde misdaad is geen verwerping van Americanism, het is wat we vrezen dat Americanism is. Het is onze nachtmerrie van het Amerikaanse systeem.”

Zo blijft The Godfather, de film waarvan Pacino en Keaton tijdens de opnames dachten dat het “de slechtste film ooit” was, ook een halve eeuw later een relevant, beklijvend meesterwerk. Dat weet ook Francis Ford Coppola, ook al waren de opnames voor hem dan “een verschrikkelijke ervaring.” Want toen The New York Times hem onlangs vroeg of hij het ooit beu wordt om The Godfather opnieuw te bekijken, antwoordde hij kortweg: “Nee. Nooit.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234