Zondag 17/01/2021

AchtergrondNieuw muziekgenre

Hoe dat klinkt, postironie in de muziek? Alsof je een bingoavond voor de cultuurelite zou organiseren

Willy Organ in de Vooruit in Gent.Beeld Francis Vanhee

Hoort humor thuis in muziek? Frank Zappa stelde zich diezelfde vraag al jaren geleden. Nu een postironische golfslag de muziekscene overspoelt in de lage landen, wordt dat vraagstuk plots een stuk ingewikkelder. Wanneer is een grap om te huilen?

Wanneer teenage angst, miserie en agressie zich probleemloos een plaatsje kunnen toe-eigenen binnen het canon van muziek, waarom zou humor dat niet mogen? In het verleden viel u zich vast geen buil aan de parodieën van “Weird Al” Yankovic of de strapatsen van comedy rockacts als Green Jellÿ en Tenacious D. Die ironische aanpak leek toen vooral gericht tegen wat The New York Times ooit bestempelde als “rockisme”. Een rotshard geloof in een übermasculiene identiteit binnen een sowieso al dominante muziekcultuur. Ironie counterde dat overdreven sérieux en machismo met overduidelijke spot.

Romantische retromanie

Postironie blijkt evenwel een ander beestje. Al is ze qua sound amper te onderscheiden van ironische pop. Beide stijlen lijken immers ontstaan uit een soort romantische retromanie: ze leggen een brug naar het verleden, waarbij de artiest in kwestie leentjebuur speelt bij verschillende bestaande genres. Postironie sluit evenwel naadloos aan bij nieuwerwetse fenomenen als fakenews en memes: de grens tussen echt en nep zijn vervaagd. Ambiguïteit maakt postironie tot wat ze is: een genre dat floreert tussen pensenkermis, polonaise en Penseur. Er zit een goedkope lelijkheid in, al mag deze onder geen beding een gimmick worden. Wansmaak en niemendalligheid staan voorop, maar spot verliest het pleit van hartgrondigheid. Spotrecht, zo probeert de postironie zich staande te houden. In dit genre kunnen carnaval, kunst en kitsch door eenzelfde deur... alsof je een bingo-avond voor de cultuurelite zou organiseren, dus.

In deze contreien wordt die verwarrende stijl warm omarmd door acts als Joeri Chipsvingers, Willy Organ, Stippenlift, Merol of Borokov Borokov. Acts met een pseudofilosofische insteek, die doelbewust op een dun koord balanceren tussen absurdisme en authenticiteit. Bij die duizelingwekkende dubbelzinnigheid wringt helaas al eens het schoentje. “Als dit een troll act is, is het echt heel goed uitgekiend,” vertolkt een zekere Nic De Houwer onze twijfel op YouTube. Die opmerking plaatste hij onder een clip van Willy Organ, die excelleert in een mix van kitsch, kolder en schlager. Verder zegt hij: “Maar ik ben oprecht nergens meer zeker van.” Lang hoeft hij niet te wachten op een repliek van de artiest zelf. Die antwoordt droogjes: “Onzekerheid kan ook een deugd zijn.” Het weze duidelijk dat we dus allesbehalve zijn richting moeten uitkijken, als we een sluitend antwoord willen krijgen op het nut en de nutteloosheid van post-ironie.

Het muziekfestival Niet om te zien in de Vooruit.Beeld Francis Vanhee

Willy Organ is het muzikale alter ego van Simon Platteau. Zijn naam en looks werden geïnspireerd door Billy Corgan, frontman van The Smashing Pumpkins. Tegelijk laat hij zich voorstaan op een ranzig pornosnorretje en videoclips met knullige green screens en visuele effecten, bespottelijke danspasjes en andere hansworsterij. Door fans wordt hij daarom met een vette knipoog binnengehaald als “de redder van het Vlaamse levenslied”. Die ridderslag noopte ons trouwens gelijk tot een bezoek aan de (voormalige) Vooruit waar Organ het evenement Niet om te Zien in banen zou leiden. Een woordspeling op Tien om te zien, voor de slechte verstaander. Met een open geest ondergingen we dit spektakel. Maar smart was ons deel, en een lap om de oren had de zijne moeten wezen.

Vooraf wist niemand waar hij zich aan mocht verwachten: zou de avond een parodie op schmalz worden, of zou Willy Organ juist de schlager propageren? Zelf leek de curator die knoop evenmin te kunnen of willen doorhakken. Miserabel mankend en amechtig strompelend ploegden acts zich dan ook door de avond.

Slechte grap?

Stippenlift bracht ‘Een eigen huis’, een cover van de klassieker van Het Goede Doel en René Froger. Toonvastheid was ver zoek, de oorspronkelijke upbeat aanpak van het nummer ook. Die dubbelzinnige manier om met het verleden om te gaan had best spannend kunnen zijn. Maar ze oogde vooral lui. Hipsters konden hun hart vast wel ophalen bij deze postmoderne ongein, waar banaliteit schouderophalend tot kunst werd verheven. Maar achteraf waren wij niet eens in staat om een recensie onder woorden te krijgen, zonder met de twee voeten vooruit te tackelen. Was dit een slechte grap? Of gewoon om te huilen? Een pijnlijke breinbreker. Hoe beoordeel je immers een mop zonder pointe?

Isolde Van den Bulcke van Tristan reed tijdens de avond Niet om te Zien als een amazone op de rug van Willy Organ over het podium in de Vooruit.Beeld Francis Vanhee

“Misschien werd er te weinig met de grens gespeeld,” denkt ook Isolde Van den Bulcke van het fabuleuze Tristan. Zij reed tijdens Niet om te Zien als een amazone op de rug van Willy Organ over het podium in de Vooruit. Grappig, maar ook verwarrend om net haar te zien in deze constellatie. Dat begrijpt ze ergens wel. “Laat dat grensverleggende net de reden zijn waarom ik muziek maak. Die bewuste avond vond ik het niettemin leuk om met goede muzikanten eenzelfde podium te kunnen delen, dus ik wil tegelijk mijn woorden wikken en wegen. Maar als muzikant kon ik de humor en zelfrelativering net zo min verdragen als jij. De kwetsbaarheid die ik ergens wel verwacht had, was vaak ver zoek. Het leek alsof de acts indirect aan het lachen waren met Tien om te zien, terwijl dat eigenlijk net een ijzersterk concept was. Een beetje flauw, niet?”

Van den Bulcke snapt nochtans die postironische golfslag binnen de muziekscene. “Ik zie het als een excuus om humor op een ander niveau te brengen.” Daarmee doelt ze onder meer op de radeloosheid van de industrie in ontroostbare coronatijden. “Ik ben zo blij dat ik niet tot die generatie behoor die nu afstudeert en geen énkel toekomstperspectief heeft. Die generatie heeft nood aan zelfrelativerende humor en ironie. Voor hen is dit soort muziek ongetwijfeld een steun en toeverlaat. Ik denk dat we onszelf sowieso niet te serieus moeten nemen. Maar tegelijk is die gedachte gevaarlijk: ik neem muziek echt wel serieus, en wil niet dat je mijn muziek vanaf het eerste moment als een grap zou zien.”

Knullige sfeer

De knullige sfeer van een schoolfeest was effectief het grootste struikelblok van deze party, voor Mattias De Craene van Nordmann, die als saxofonist ook gesommeerd werd. “De avond voelde awkward aan, heel eigenaardig. Ik moet opletten wat ik zeg, want ik wil Simon (aka Willy Organ, GVA) helemaal niet door het slijk halen. I like the guy. Het is trouwens best een intrigerende figuur. 

“Ik heb ook een fijne band met Shht, met wie ik samen speelde die avond. Daarom zegde ik toe. Net voor het showcasefestival We Are O’pen schreef ik op Instagram: best veel goeie muzikanten, en één stand-upcomedian. Daar kon hij niet mee lachen. Toen hebben we een discussie gehad. Over hoe serieus je hem zou moeten nemen. (denkt na) Méént hij het echt? Nu geloof ik dat.  Blijkbaar vindt hij nihilisme verschrikkelijk. Hij is trouwens ook grote fan van mijn nonkel Wim De Craene (bekend van ‘Rozane’ (1975), ‘Tim’ (1975) and ‘Breek uit jezelf’ (1988), GVA). In zijn teksten zit inderdaad ook zo’n kwetsbaarheid, maar ik vind die lyrics gewoon niet van zo’n hoog niveau. De kwetsbaarheid die hij propageert, wordt ook zo’n beetje tenietgedaan door de naam die hij zichzelf geeft.”

“Het is een slimme en sympathieke gast”, zegt De Craene nog. “Maar ik vind postironie uiteindelijk waardeloos in muziek. Als je songs goed zijn, durf die kwaliteit dan ook voorop te plaatsen. Op dit ogenblik denk ik dat dit soort artiesten vooral een gimmick vooruitschuiven. Ik heb bij iemand als Willy Organ steeds het idee dat het een uit de hand gelopen grap moet zijn. Terwijl je je ook kunt afvragen: wat is er eigenlijk mis met oprechte kwetsbaarheid en emotie in muziek?”

Willy Organ tijdens Niet om te zien in de Vooruit.Beeld Francis Vanhee

De balans tussen ernst en onnozelheid moet je zélf bepalen bij artiesten uit de postironische scene. Een dik jaar geleden woonde regisseur Jonas Govaerts – bekend van de langspeelfilm Welp – een van de concerten van Willy Organ bij. Hij vond het “heel ontwapenend, zo’n kale man in een Slipknot-shirt die met volle overtuiging in het algemeen Nederlands zingt.” Na een avond op café werd een deal beklonken. Govaerts zou de opnames van zijn nieuwe clip maken. ‘Kom je ontvoeren vannacht’ bleek de ideale song: het onderwerp leent zich perfect tot campy B-horror waarop Govaerts zich eerder al liet betrappen.

Schuilt er onder die nostalgische, ironiserende, campy en zelfrelativerende façade ook muziek die een paar generaties langer stand kan houden? We betwijfelen het. Zoals wij muziek beleefden in de nineties en noughties konden songs levens redden, een platgetreden ziel van de pechstrook pleuren of op zijn minst een paar hartkleppen balsemen. Sarcasme lijkt dan ook de schimmel van muziek. En ironie de puist op de pop. Omarm dit postironische tijdperk dan ook als de hyperhipster die u zich diep vanbinnen waant. Even voorzichtig als omzichtig. En spuug dat virus volgend jaar ook maar weer uit. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234