Zaterdag 25/06/2022

InterviewGeoffrey Parker

Historicus Geoffrey Parker over de klimaatverandering in de 17de eeuw: ‘Het is lastig de parallel met nu niet te zien’

Schilderij van Hendrick Avercamp, begin 17de eeuw. Europa leed in die jaren zwaar onder de kou.  Beeld Henrik Avercamp / Wikimedia Commons
Schilderij van Hendrick Avercamp, begin 17de eeuw. Europa leed in die jaren zwaar onder de kou.Beeld Henrik Avercamp / Wikimedia Commons

In de zeventiende eeuw bereikte de kleine ijstijd zijn hoogtepunt. Oogsten mislukten, ziekten maakten talloze slachtoffers en ­wereldwijd sleepten oorlogen aan. Historicus Geoffrey Parker schreef er na twintig jaar onderzoek een boeiend boek over: Wereldcrisis.

Marnix Verplancke

In 1639, 1640 en 1641 mislukte de oogst in Ierland. Vooral in de provincie Ulster – waar de tegenstelling tussen de katholieke boeren en de protestantse landeigenaren het grootst was – gaf dit aanleiding tot onlusten. In 1641 brak er zelfs een ­regelrechte opstand uit, waarbij nogal wat landeigenaren een kopje kleiner werden gemaakt. Oogsten mislukten wel eens vaker in die tijd, maar dit was anders. Het klimaat was aan het ­veranderen, zag men; het werd kouder, natter ook, en de landbouwopbrengsten namen geleidelijk aan af.

De klimaatwijziging die in een golfbeweging van midden vijftiende tot midden negentiende eeuw plaatsvond en haar hoogtepunt rond 1700 kende, noemen we ietwat overdreven de kleine ijstijd. Ietwat overdreven omdat het slechts over een ­gemiddelde temperatuurdaling van twee graden ging, maar er zaten ook uitschieters tussen die er bijvoorbeeld voor zorgden dat in 1618 de Bosporus dichtvroor, wat men nog nooit had meegemaakt.

Volgens historicus Geoffrey Parker kon het niet anders of zulke gebeurtenissen, en dan vooral de mislukte oogsten, moesten ook politieke en ­militaire gevolgen hebben gehad, en dus ging hij op onderzoek uit. De geschiedenis van een land of streek na­trekken mag heel wat tijd vragen; die van de hele wereld uitpluizen op mogelijke gevolgen van de klimaatverandering is niet meer of minder dan een staaltje van het bovenstebeste monnikenwerk.

Geoffrey Parker: 'Door de grote tekorten in die jaren  was niemand in staat oorlogen te winnen. maar verlies slikken kon evenmin, waardoor de strijd eindeloos duurde’ Beeld Jussi Puikkonen/KNAW
Geoffrey Parker: 'Door de grote tekorten in die jaren was niemand in staat oorlogen te winnen. maar verlies slikken kon evenmin, waardoor de strijd eindeloos duurde’Beeld Jussi Puikkonen/KNAW

Maar Parker ging de uitdaging niet uit de weg. ­Wereldcrisis is het resultaat, een monumentale ­studie waarin hij van Europa tot Japan en van Amerika tot Afrika nagegaan heeft wat er in de ­zeventiende eeuw gebeurde, toen de kleine ijstijd crescendo ging.

“Volgens aardwetenschappers zijn er drie redenen waarom dat juist toen was”, vertelt Parker. “Opeens bleken er geen zonnevlekken meer voor te komen, nog een paar per jaar, terwijl dat er normaal zo’n honderd zijn; er was een grote toe­name van het El Niño-fenomeen en er waren veel meer vulkaanuitbarstingen dan gewoonlijk, waardoor de aarde afkoelde. Of die drie verband hielden met elkaar, weten we echter niet.”

De kleine ijstijd leidde tot honger, ziekte en een significante bevolkingsafname, toont u in uw boek, maar vooral ook tot heel veel oorlogen. Dat verergerde de situatie toch ­alleen maar?

“Het was inderdaad een volstrekt verkeerde reflex, maar je ziet hem overal opduiken. En wat vooral opvalt, is dat die oorlogen heel lang duurden. Neem bijvoorbeeld de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), waar zowat heel Europa bij betrokken was, die tussen de 4,5 en 8 miljoen doden maakte en in Duitsland tot een bevolkingsafname van 25 tot 40 procent leidde.

“In China woedde toen de oorlog tussen de Mantsjoes en de Ming die veertig jaar duurde en eveneens in 1618 begon, en in India sleepten de burgeroorlogen ook eindeloos aan. Onrechtstreeks was dat een gevolg van de klimaatverandering. Die zorgde immers voor grote tekorten, bijvoorbeeld wat voedsel betrof.

“Daardoor was het voor de strijdende partijen moeilijker om een overwicht te behalen. Niemand was in staat te winnen, maar een verlies slikken kon natuurlijk evenmin, waardoor de strijd eindeloos duurde en de voorraden nog meer aangesproken dienden te worden.”

De kleine ijstijd was dus minder de oorzaak van de crisis dan wel een katalysator ervan?

“Hij vergrootte de miserie veroorzaakt door de wil van de heersers om oorlogen uit te vechten. Dat het ook anders kon, bewijst Japan, dat expliciet oorlogen vermeed. Het zeventiende-eeuwse Japan reageerde zoals een hedendaagse staat zou doen wanneer die met een existentiële crisis ­geconfronteerd zou worden. Het Tokugawa-­shogunaat was er expliciet op uit om oorlogen te voorkomen, zowel intern als extern.

“Minstens twee keer zijn buitenlandse machten naar de Japanse hoofdstad Edo gereisd, vandaag Tokio, met de vraag om samen een oorlog te beginnen. De Chinese Ming stelden voor om samen tegen de Mantsjoes te strijden. De reactie van de shoguns was dat ze ook niet tuk waren op die Mantsjoes omdat ze hen deden denken aan de Mongolen die Japan vierhonderd jaar eerder aangevallen hadden, maar dat ze te veel zorgen hadden met de verhongerende bevolking thuis om daar op in te gaan.

Wie is Geoffrey Parker?

* geboren in 1943 in Nottingham (Eng)
* werd na studie geschiedenis hoogleraar aan de University of Illinois, Yale en nu Ohio State University
* bekendste werk: The Military Revolution (1988)
* Karel V (2021) wordt beschouwd als de beste biografie van keizer Karel
* heeft een nieuw boek uit: Wereldcrisis

“Een beetje later kwam de Nederlandse VOC met een gelijkaardig voorstel. De Spanjaarden staan zwak, zeiden ze, laten we samen hun Filipijnen veroveren. Op zich was dat geen slecht voorstel. De ­Filipijnen lagen op amper 600 kilometer van Japan, maar opnieuw sloegen de shoguns dit voorstel af. Dat zou geen enkele Europese monarch gezegd hebben. ‘Natuurlijk,’ was hun reactie geweest, ‘we geven die Spanjolen een flink pak rammel.’ En dat was ook zo tragisch aan de Europese reactie. Filips IV vocht zijn hele regeerperiode en kon met zo ongeveer niemand vrede sluiten, wat je net zo goed over Lodewijk XIV zou kunnen zeggen, of over de Chinese Mantsjoes in feite.

“Nadat ze het noorden van China in goed drie maanden helemaal hadden veroverd, gingen ze een bondgenootschap aan met de zuidelijke Ming-machthebbers. Ze kregen het hele gebied op een schaaltje aangereikt, maar dat was niet voldoende. Ze eisten van de Ming dat ze Mantsjoes zouden worden. Ze dienden hun hoofd te scheren en hun nekharen in een vlecht op de rug te dragen. Dat is echt onze traditie niet, zeiden die Ming, en dus weigerden ze en kwam er een oorlog van die veertig jaar duurde.”

Speelde religie ook geen grote rol in Europa, en dan meer bepaald de strijd tussen ­katholieken en protestanten?

“In Japan was dat inderdaad geen factor van belang. Daar heerste toen net als vandaag een combinatie van shintoïsme en boeddhisme. Op christenen hadden ze het niet zo begrepen. Die belandden steevast op de brandstapel, zeker katholieken die per se iedereen wilden bekeren. En zo streng waren ze op elk vlak. Japan kwam de kleine ijstijd zo goed door omdat het draconische maatregelen nam. Het land werd afgesloten van de buitenwereld en er volgden strenge regels.

“Toen de Tokugawa bijvoorbeeld ontdekten dat sommige handelaren speculeerden met voedsel, werden die gewoon onthoofd. Rijst was alleen nog om te eten en wie er sake van maakte, werd gestraft. En ook wat de bevolking dacht werd nauwlettend in het oog gehouden. Buitenlandse teksten waren verboden, uitgezonderd een aantal Nederlandse technische teksten die in Nagasaki vertaald werden door professionele tolken. De shoguns voerden de absolute dictatuur in, maar dat redde hen wel.”

Het lijkt wel een quarantaine.

“Ja, toen wist men wel weg met een dreiging. In de zeventiende eeuw werden twee ziekten bedwongen, de pokken en de pest. Mensen hadden er toen geen enkel probleem mee om hun vrijheid in te wisselen tegen bescherming. De overwinning op de pokken gebeurde in China. De Mantsjoes waren niet immuun voor die ziekte. Zij kwamen uit de steppe en leefden vrij solitair. Eens in het dichtbevolkte China vielen hun generaals als vliegen, zelfs de keizer stierf.

Nederlandse nederzetting aan de haven van Nagasaki, in de Takugawa-periode (1603-1867). Japan kwam de kleine ijstijd zeer goed door, omdat het draconische maatregelen nam. ‘Toen de Tokugawa  ontdekten dat sommige handelaren speculeerden met voedsel, werden die gewoon onthoofd’, zegt Parker. Beeld akg-images / Werner Forman
Nederlandse nederzetting aan de haven van Nagasaki, in de Takugawa-periode (1603-1867). Japan kwam de kleine ijstijd zeer goed door, omdat het draconische maatregelen nam. ‘Toen de Tokugawa ontdekten dat sommige handelaren speculeerden met voedsel, werden die gewoon onthoofd’, zegt Parker.Beeld akg-images / Werner Forman

“Wat men toen wel al wist, is dat wanneer je een openingetje maakte in de huid en daar een kleine hoeveelheid pokkenvirus in aanbracht, je levenslang beschermd was tegen besmetting. Dus onderwierp de keizer zijn slaven aan die behandeling en toen hij zag dat ze niet stierven, deed hij hetzelfde bij zijn manschappen en ten slotte bij zijn familie en zichzelf. Rond diezelfde tijd werd in Europa het quarantainesysteem opgezet tegen de pest. Toen Londen in 1665 getroffen werd, legde men een cordon sanitaire aan rond de stad en verhinderde men dat de rest van het land ook getroffen zou worden. En het werkte.”

Zagen de Europese machthebbers dan niet dat hun oorlogen nefast waren voor het ­welzijn van iedereen?

“Nadat Europa zich tijdens de Dertigjarige Oorlog de dieperik in had gevochten, flakkerde in de jaren 1650 en 1660 het idee van een godsdienstoorlog weer op, maar het werd al gauw als ondoenbaar van tafel geveegd. Dit mocht niet opnieuw gebeuren. En dus zag je dat de nauwste bondgenoten van de calvinistische Willem III van Oranje lutheranen en katholieken waren. Ze wilden een politieke oplossing zien in Europa en geen reli­gieus gehakketak. Politiek en religie werden losgekoppeld van elkaar, ongetwijfeld het resultaat van de crisis.

“En men wilde ook best wat autocratie aanvaarden in ruil voor vrede. Toen Willem III in 1688 Engeland binnenviel, stuitte hij op geen enkele weerstand. De Engelsen wilden gewoon niet meer vechten. En dus konden de Nederlanders zonder slag of stoot Londen innemen en bevelen dat de Engelse troepen minstens twintig mijl van die stad weg moesten blijven. Alles is beter dan een nieuwe burgeroorlog, redeneerde men, zelfs een autoritair regime. Je zag het ook in het Frankrijk van Lodewijk XIV. Na La Fronde, de reeks burgeroorlogen die het land teisterden tussen 1648 en 1653, stapte hij het toneel op, zei hij dat de speeltijd voorbij was en iedereen gehoorzaamde.”

Er wordt weleens beweerd dat de invoer van zilver en goud in Europa in de zeventiende eeuw voor een ongekeende inflatie zorgde, die de crisis nog extra aanzwengelde. Juist?

“Ik denk dat dit niet echt heeft gespeeld. Veel belangrijker was de flink uit de hand gelopen bevolkingsaanwas. Na een eeuw vol burgeroorlogen was de bevolking van Japan in 1600 teruggelopen tot zo’n 12 miljoen. Het land beschikte daardoor over een demografisch kussen dat heel wat groei aankon. In Europa en zeker in China was daar geen sprake van. Iedereen die het land bezocht, had het over het immense aantal mensen dat er woonde.

“De Portugese jezuïet Alvaro Semedo, die in de jaren 1630 in de Jiangnan-streek verbleef, beschreef hoe dorpen en steden er gewoon in elkaar overgingen. Men schat dat er toen 1.200 personen per 2,5 vierkante kilometer woonden, terwijl dat nu in de drukst bevolkte gebieden op aarde niet meer is dan 1.000. De stukjes grond waarop families landbouw bedreven, werden steeds kleiner. Laat daar een kleine ijstijd op los en je zit met hongers­nood.”

Ziet u hier een parallel met vandaag?

“Het is moeilijk om die níét te zien. De wereldbevolking blijft angstwekkend snel toenemen. Er komt een moment waarop het moeilijk wordt om iedereen te voeden, zeker als het klimaat roet in het eten gaat gooien. De Syrische vluchtelingenstroom was het gevolg van de burgeroorlog, maar waarom brak die uit? Omdat vijf jaar droogte tot mislukte oogsten had geleid. De prijzen stegen, een deel van het volk begon te morren, er werd geweld gebruikt en in 2015 zat je met een vluchtelingenstroom van miljoenen mensen.

Een Syrische vluchteling in Libanon, eind januari 2022. Geoffrey Parker: ‘De Syrische vluchtelingenstroom was het gevolg van de burgeroorlog, maar waarom brak die uit? Omdat vijf jaar droogte tot mislukte oogsten had geleid.’ Beeld REUTERS
Een Syrische vluchteling in Libanon, eind januari 2022. Geoffrey Parker: ‘De Syrische vluchtelingenstroom was het gevolg van de burgeroorlog, maar waarom brak die uit? Omdat vijf jaar droogte tot mislukte oogsten had geleid.’Beeld REUTERS

“Er zijn in feite maar drie mogelijke reacties op voedseltekorten. De eerste is niet langer kinderen op de wereld zetten, zoals de Japanners in de zeventiende eeuw deden, toen er op grote schaal infanticide werd gepleegd. Mabiki, werd het genoemd, wat een term uit de rijstbouw is voor het uitdunnen van de opschietende rijstplantjes. Je haalt er een groot deel uit zodat de resterende plantjes plaats hebben om te groeien.

“De tweede mogelijkheid is dat je de zwakkeren laat sterven omdat ze niet kunnen overleven op de kleinere voedselrantsoenen, en de derde is migratie. Dat was in de zeventiende eeuw zo en dat is vandaag nog steeds zo. Vorige week werd er voor de kust van Florida nog een bootje gevonden met 38 lijken, de meesten afkomstig van Haïti en de Dominicaanse Republiek. Die mensen willen een beter leven en denken dat alleen in Amerika te kunnen vinden.”

De zeventiende eeuw was toch ook de eeuw van Galileo, Descartes, Bacon, de groei van de wetenschap?

“Natuurlijk. We weten dat er in de tweede helft van de zeventiende eeuw minder zonnevlekken voorkwamen doordat Galileo in 1609 of 1610 de telescoop uitvond en meteen exemplaren van zijn uitvinding naar bevriende wetenschappers begon te sturen. Zij deden observaties en noteerden wat ze zagen. Het idee groeide dat kennis de mens vooruit kon helpen en het begon allemaal met een meer dan normale interesse in mest. Die kon de landbouw immers grotere opbrengsten bezorgen.

“Waar begon Robert Boyle (1627-1691), de man die algemeen gezien wordt als de grondlegger van de chemie, zijn carrière mee? Met de studie van mest. En de reden daarvoor is niet ver te zoeken natuurlijk. Als je om je heen mensen ziet sterven van de honger omdat de oogsten mislukken, ga je nadenken over een oplossing. De wetenschappelijke revolutie is dus het gevolg van de hongersnood veroorzaakt en vergroot door de kleine ijstijd.

“In Engeland, de Nederlanden en het noorden van Frankrijk floreerde toen ook het idee van kennis­uitwisseling. Wetenschappers verenigden zich in academies die met elkaar communiceerden door middel van nieuwsbrieven. Henry Oldenburg, een Duitse vluchteling, begon bijvoorbeeld met een nieuwsbrief die tot in Zweden en het Ottomaanse Rijk gelezen werd en later zou uitgroeien tot de ­Philosophical Transactions of the Royal Society. Er stond nieuws in over experimenten, over zuiver theoretische wetenschappelijke, maar ook over meer toegepaste wetenschap gericht op het beter maken van het dagelijks leven.”

Was Europa hierin anders dan de rest van de wereld?

“Tot op zekere hoogte zag je het ook in China, India en Japan, waar het idee van praktische kennis een voedingsbodem vond. Ook daar zag je dus een nieuwe kijk ontstaan op het oplossen van ­problemen, al was er minder oog voor het puur theoretische. Volgens sommige historici is dat het moment waarop Europa en Azië een andere weg ingeslagen zijn. Europa stond meer open voor wetenschap, kreeg daardoor een economisch voordeel en kon een overwicht halen.”

Kwam dat ook niet doordat Japan een ­gesloten samenleving was geworden, een perfect verweer tegen de crisis, maar een handicap in tijden van voorspoed?

“In Engeland en de Nederlandse Republiek heer­ste inderdaad ideeënvrijheid. In Japan niet. Een auto­cratisch systeem werkt goed als het de juiste oplossing voor het juiste probleem heeft. Alleen heeft het dat maar zelden omdat het vastzit in een strak denkkader. Er was in Japan geen bereidheid om naar mensen te luisteren.”

Ook al lijkt onze democratie dus soms wat onbeholpen en worden we weleens ongeduldig van het trage democratische proces, het is nog altijd beter dan een autocratische staatsstructuur?

“Absoluut. In de zeventiende eeuw was natuurlijk geen enkele samen­leving democratisch in de hedendaagse zin. Zowel Nederland als Engeland werd toen door een paar duizend mensen bestuurd. Een kleine groep dus, maar die was wel bereid om naar anderen te luisteren, en dat was een groot verschil met een eeuw eerder. Toen was de macht nog in handen van een paar mensen.

“In Japan zag je die evolutie niet. Het land bleef twee eeuwen lang gesloten en met ijzeren hand bestuurd door de shoguns. Het was bevroren in de tijd, tot de Amerikanen in 1853 aankwamen met een paar zware oorlogsschepen en de shoguns omvielen. Op korte termijn had het Tokugawa-regime gewerkt en had het voor twee eeuwen vrede gezorgd, wat een wereldrecord is. Dat heeft geen enkel regime hen nagedaan, maar het betekende op lange termijn ook zijn ondergang.”

En wat kunnen we daaruit afleiden voor de aanpak van de huidige klimaatcrisis?

“Dat een gewaarschuwd man er twee waard is, zoals het spreekwoord wil. Het is goedkoper om je voor te bereiden op iets, dan dat niet te doen en achteraf de brokken bij elkaar te moeten vegen. Kijk naar de Thames Barrier of de Nederlandse Delta­werken. Die zijn er gekomen na de watersnood van 1953. Er is dertig jaar aan gebouwd, maar beide systemen zijn al vaak gebruikt. Iets uit het verleden leren is dus echt wel mogelijk, alleen moet je nadien ook gevolg geven aan wat je geleerd hebt.

“Hetzelfde geldt voor de klimaatwijziging van vandaag. We weten wat er op ons afkomt. Tijd om de daad bij het woord te voegen dus.”

Geoffrey Parker, Wereldcrisis . Oorlog, klimaatverandering en catastrofe in de zeventiende eeuw, Omniboek, 704 p., 39,99 euro. Beeld rv
Geoffrey Parker, Wereldcrisis . Oorlog, klimaatverandering en catastrofe in de zeventiende eeuw, Omniboek, 704 p., 39,99 euro.Beeld rv

--

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234