Woensdag 08/02/2023

InterviewFamilieklap

‘Hij heeft ooit eens een gitaar naar mijn hoofd gegooid’: Thomas en Bert Huyghe, broers

Bert en Thomas Huyghe: 'Mensen schrikken soms dat wij broers zijn. Ik bedoel: ik lees horoscopen, dat ga je Thomas niet snel zien doen.’ Beeld Wouter Van Vooren
Bert en Thomas Huyghe: 'Mensen schrikken soms dat wij broers zijn. Ik bedoel: ik lees horoscopen, dat ga je Thomas niet snel zien doen.’Beeld Wouter Van Vooren

De oudste is 33, is kunstenaar en doceert schilderkunst aan Sint-Lucas in Gent. De jongste is 31, televisiemaker, presenteerde de talkshow Het leven.doc op VRT MAX, en stond onlangs nog als assistent naast Phara de Aguirre in de quiz 25 jaar Canvas. Bert en Thomas Huyghe, broers.

Stijn De Wandeleer

Thomas

“Weinigen zullen het zich herinneren, maar Bert en ik hebben ooit nog samen een band gehad, Ping Pong Tactics. In België hebben we in de meeste zalen wel gespeeld: de Vooruit, de AB, daar hebben we allemaal op het podium gestaan. Echt groot zijn we nooit geweest hoor, en we konden eigenlijk ook niet zingen. Maar tien jaar lang zijn we wel heel intensief met dat project bezig geweest. In mijn geval dus van mijn veertiende tot mijn vierentwintigste.

“Ik vraag me soms af hoe insane dat voor onze ouders geweest moet zijn, want wij repeteerden gewoon in de woonkamer, hè. We zetten de ­zetels aan de kant, en speelden dan urenlang lawaaimuziek. Ik kan me inbeelden dat je als ­ouder dan wel denkt: waarom doen ze ons, en onze buren, dat allemaal aan? (lacht)

“Alles waar ik me als kind op creatief vlak mee bezighield, had ik opgepikt via mijn broer, die twee jaar ouder is. Toen hij begon te tekenen, ben ik hem daarin gevolgd. En toen hij later muziek begon te spelen, ontwikkelde ik al snel ook een muzikale interesse. Het is niet zo dat ik hem kopieerde of zo: ik maakte nog steeds waar ik zélf zin in had. Maar ik volgde wel telkens het traject dat hij had uitgestippeld. Ook het oprichten van die band was zijn idee. Bert had op school van iemand een gitaar gekregen, heeft die thuis in mijn handen gedrukt, en dat was dat.

“Als ik erover nadenk, hebben wij echt een absurd idyllische jeugd gehad. We groeiden op in het groen, in een gezin met drie kinderen – we hebben ook nog een jongere zus – in het Meetjesland. Onze vader was rijkswachter, onze moeder verpleegster en onthaalmoeder. In onze gemeente stond geen enkel verkeerslicht, en onze oma woonde in het huis naast het onze. Een Playmobil-gezin, zo heb ik het in het verleden weleens genoemd.

“Het is sowieso onbewust, maar ik denk dat we die interesse in cultuur wel van onze ouders hebben meegekregen, hoewel ze er zelf niet professioneel mee bezig waren. Bij ons thuis stond er altijd muziek op, onze ouders lazen veel en keken vaak naar films. Ik heb nog steeds mooie herinneringen aan hoe we als kind soms uit bed werden gehaald omdat er iets op televisie was dat we gezien móésten hebben, zoals Alles kan beter of Monty Python.

“Ondertussen werken Bert en ik in verschillende werelden: hij als kunstenaar en docent op Sint-Lucas, ik in de televisiewereld. Over ons werk praten wij eigenlijk niet zoveel met elkaar. Soms wou ik dat Bert zelfs nóg minder op de hoogte was van waar ik professioneel mee bezig ben. Als ik bij mijn ouders langsga, gaat het over Erik Van Looy, of dit of dat programma. Maar ik bevind me al een hele dag in die wereld. Dan vind ik het echt een verademing als mijn vriendin en ik bij Bert en zijn vrouw langsgaan, en het een hele avond níét over televisie gaat, maar bijvoorbeeld over series of voetbal.

“Onze grootste gelijkenis? Dat we onszelf allebei helemaal niet zo serieus nemen. Mijn broer kreeg onlangs bijvoorbeeld de vraag van de stad Oostende om een publiek kunstwerk te maken. Een andere kunstenaar zou zo’n kans misschien aangrijpen om iets groots en bombastisch uit te werken, maar mijn broer heeft uiteindelijk een nogal kinderlijk getekende vis afgeleverd. Dat vind ik veel interessanter dan bijvoorbeeld die grote rode blokken van Arne Quinze, die een paar kilometer verderop staan. Een grappig bijverschijnsel is dat mensen soms van ons denken dat we niet beter kúnnen. Terwijl het natuurlijk een bewuste keuze is om ons op een bepaalde manier aan de buitenwereld te tonen. Een soort rol die we allebei graag spelen, een pose.”

Bert

“Samen met je broer in een band zitten, dat is intens. Met je bandmaten maak je sowieso ruzie, want je bent samen iets ongelooflijk intiems aan het maken. Maar met je broer kun je nog verder gaan, en hoef je geen blad voor de mond te ­nemen. Wij clashten echt waanzinnig hard. ­Thomas heeft ooit eens een gitaar naar mijn hoofd gegooid. En het gebeurde meermaals dat we ergens moesten optreden, ruzie kregen, en het hele concert speelden zonder ook maar één woord tegen elkaar te zeggen. Het voordeel van broers te zijn is dat je het nadien ook snel weer bijlegt. Maar na tien jaar was het echt wel tijd om ons eigen ding te doen. (lacht)

“Thomas zegt dat hij op creatief vlak veel van mij heeft opgepikt, maar als oudste vond ik het juist leuk en inspirerend om een jongere broer te hebben die heel onbevangen naar de wereld keek. Ik vond zijn tekeningen vroeger bijvoorbeeld veel vrijer dan de mijne. Thomas was nooit bezig met wat voor cool moest doorgaan, ik was daar iets gevoeliger voor. Onze ouders hebben die creatieve ambities niet per se aangemoedigd, maar ze hebben ons wel altijd laten doen. In alles, eigenlijk. Ook toen Thomas en ik naar de kunstschool wilden gaan, hebben ze daar nooit moeilijk over gedaan. Al denk ik dat ze bij Thomas wel even dachten: fuck, dat is de slimme, ging die geen dokter worden? Maar ook hem hebben ze gewoon ‘Animatiefilm’ laten ­studeren.

‘In onze gemeente stond geen enkel verkeerslicht, en onze oma woonde in het huis naast het onze. Een Playmobil-gezin.’   
 Beeld Wouter Van Vooren
‘In onze gemeente stond geen enkel verkeerslicht, en onze oma woonde in het huis naast het onze. Een Playmobil-gezin.’Beeld Wouter Van Vooren

“Nu nog is er tussen ons een groot respect voor waar we allebei op werkvlak mee bezig zijn. Maar wat ik nice vind, is dat dat eigenlijk ­ongezegd kan blijven. Ik weet dat ik me niet ­verplicht hoef te voelen om naar zijn programma’s te kijken, en Thomas hoeft niet naar mijn expo’s te komen. We doen dat vaak wel, maar het moet dus niet. We praten ook nauwelijks over ons werk met elkaar. Heel af en toe zegt Thomas dan tóch eens een zinnetje over een kunstwerk dat ik gemaakt heb, en vaak is die ene zin dan juist heel interessant. Misschien juist omdat ze van buitenaf komt, en niet van binnen de kunst­wereld zelf. Daar wordt er toch vaak op dezelfde manier over dezelfde werken gesproken.

“Mijn broer en ik hebben veel gelijkenissen, maar ons fundamentele verschil is dat Thomas heel wat rationeler is dan ik. Ik ben de emotionele van ons twee, en kan soms wat blijven hangen in die emoties. Dan helpt het al eens om met mijn broer te praten om de dingen weer allemaal wat helderder te zien. Door dat grote verschil in karakter schrikken mensen soms dat wij broers zijn. Ik bedoel: ik lees horoscopen, dat ga je Thomas niet snel zien doen. (lacht)

“Thomas en zijn vriendin kregen eerder dit jaar trouwens hun eerste kindje, en eigenlijk vind ik hen een mooi voorbeeld van hoe je een kind op de wereld kunt zetten zónder compleet te veranderen. Ze zien hun kind uiteraard ongelooflijk graag, maar het is ook niet de nieuwe messias. Ik weet niet of het daardoor komt, maar mijn vrouw en ik denken nu toch ook bewuster na over onze kinderwens. Mijn broer was dan weer de getuige op mijn trouw, enkele maanden geleden. Een evidentie voor mij, want hoewel we best van elkaar verschillen en redelijk ver van elkaar wonen, zijn wij beste ­vrienden.

Gekke gewoontes

Bert over Thomas: “Hij doet kipkruiden op zijn omeletten en spiegeleieren.”

Thomas over Bert: “Als hij lange anekdotes vertelt via sms, gebruikt hij voor elke zin een apart bericht.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234