Dinsdag 11/05/2021

GetuigenissenFans over Nick Cave

‘Hij gaat nooit op automatische piloot. Hij bezweert zijn publiek, en je zweeft met hem mee’

Nick Cave in het Londense Alexandra Palace, tijdens 'Idiot Prayer'. Beeld Idiot Prayer
Nick Cave in het Londense Alexandra Palace, tijdens 'Idiot Prayer'.Beeld Idiot Prayer

Bij De Morgen en Humo kunt u vanaf vrijdagochtend Idiot Prayer bekijken, het unieke liveconcert dat Nick Cave gaf in juni in het Londense Alexandra Palace. Helemaal alleen, achter een vleugelpiano, stilde de Australische zanger het verdriet van de coronacrisis. ‘Hij maakt zo’n concert heel persoonlijk, alsof er een directe link is tussen hem en jou.’

“Ik heb sowieso een zwak voor die rare, ietwat theatrale Australiër die een beetje vals zingt. Hij trekt mij binnen in een dromerige, zalvende wereld.” Dat zei actrice Charlotte Vandermeersch dik vijf jaar geleden in deze krant, toen haar werd gevraagd naar het meest memorabele concert dat ze ooit had bijgewoond. “Nick Cave in de Arenbergschouwburg”, luidde haar antwoord. “Hij las wat voor uit zijn boek The Death of Bunny Munro, speelde wat liedjes. Heel vrij, klein en intiem.”

Dat concert vond plaats op 15 oktober 2009, in een zaal van zo’n 800 stoeltjes. Acht jaar later stond Cave, met The Bad Seeds, op een podium een dikke drie kilometer verderop: dat van het Sportpaleis, goed voor zo’n 19.000 toeschouwers. Twee jaar eerder was zijn 15-jarige zoon Arthur na een val overleden, en Caves verdriet had zich alsnog in de spaarzame arrangementen van zijn pas opgenomen (en geniale) plaat Skeleton Tree genesteld. In het Sportpaleis troostte hij zijn fans en zijn fans troostten hem, in een immense zaal die plots, zowaar, iets intiems kreeg. “Een dromerige, zalvende wereld”, zoals Vandermeersch het zou omschrijven.

Zalven was ook wat Cave in juni deed: de halve wereld zat nog in lockdown, en de Europese tournee van The Bad Seeds (waarbij het Sportpaleis opnieuw op de agenda stond) werd eerst uitgesteld, nadien geannuleerd. Cave nestelde zich met zijn songcatalogus aan een vleugelpiano in het Londense Alexandra Palace. Daar werd de concertfilm Idiot Prayer opgenomen, die op 5 juni wereldwijd werd uitgezonden als livestream. Een geplande Belgische bioscooprelease in november werd geannuleerd omwille van de lockdown, maar via De Morgen en Humo is het mogelijk om dit weekend aan Idiot Prayer uw hart op te halen.

Wie de livestream al in juni zag, is theatermaker Jaouad Alloul. “Ik heb met mijn vriend Idiot Prayer bekeken. Mijn vriend is eigenlijk een grotere fan dan ik, maar als je bij de hond slaapt, krijg je zijn vlooien. (lacht) Dat concert was fenomenaal. Ik dacht alleen: fuck, om hem echt live te zien, dat moet next level zijn. Dan zit je echt helemaal in die beleving. Hij is een rasartiest, iemand die zijn kunst ademt.”

Geprikkeld door de trailer? De volledige concertfilm van Nick Cave kan u hier bekijken

Natuurkracht

Alloul was te laat om tickets te bemachtigen voor Caves Conversations-tournee, waarbij hij solo optrad en vragen van fans beantwoordde, en zag zijn vorig jaar ingeplande concert door corona in het water te vallen. Wie wel al een resem Cave-concerten op de teller heeft staan, is Peter Verhelst, auteur van Tongkat en Voor het vergeten, die Cave al volgt van toen The Bad Seeds nog geboren moesten worden en de Australiër het punkkwartet The Birthday Party leidde. “Vandaag ben ik een grote Nick Cave-fan”, zegt Verhelst, “maar vroeger was ik echt een héél hevige Cave-fan. The Birthday Party en het begin van The Bad Seeds waren echt fantastisch. Cave is een soort natuurkracht. Tijdens zo’n concert wist je niet wat er gebeurde. Hij was één brok energie. En hoe hij die concerten volhield, begreep ik niet. Zo’n lange, magere junk, die tijdens zo’n intens concert zó veel energie uitstraalde...”

Cave torste jarenlang een knoert van een heroïneverslaving met zich mee – eentje die een hoogst letterlijke interpretatie van het liefdesliedje ‘Into My Arms’ rechtvaardigt – maar de drug heeft zijn productiviteit nooit beïnvloed. Op twaalf jaar bracht hij met The Bad Seeds negen albums uit, die variëren van ‘goed’ (The Firstborn Is Dead, The Good Son) tot ‘ronduit briljant’ (Your Funeral… My Trial, Let Love In), en live was Cave al even consistent. “Ik heb nooit een slecht concert van hem gezien”, zegt Verhelst. “Hij stond altijd zo scherp als een scheermesje. Maar elke keer dacht ik ook: misschien is dit de laatste keer dat ik ‘m zie.” Caves drugsverslaving, die voor niemand een geheim was, deed vermoeden dat hij een van die sterren was die te vroeg het tijdelijke voor het eeuwige zou inruilen.

Quod non. Inmiddels is ‘The Brighton Bat’ 63 jaar, en zijn productiviteit is nog altijd niet gedaald: de destructieve punker van de vroege jaren 80 is dan wel een beetje ingeslapen (al werd die in het zijproject Grinderman, tussen 2007 en 2011, plots weer tot leven gewekt), maar in de plaats verrees een indrukwekkende crooner. “Die kant kwam al boven in Your Funeral… My Trial (1986)”, herinnert Verhelst zich. “Ik vond dat heel interessant.”

De transformatie werd vervolledigd op The Boatman’s Call (1997), een pianogedreven plaat waar Caves breuk met zangeres PJ Harvey als een rode draad doorheen loopt. Het was in die periode dat Saskia De Coster, auteur van Wij en ik en Nachtouders en columnist voor De Morgen, overstag ging. “Voor die plaat kende ik de naam Nick Cave wel al, maar zijn muziek nog niet. Ik was nog student toen, en Nick Cave was een artiest die je goed móést vinden. Ik vind dat nogal lastig, maar het probleem is: hij is ook gewoon steengoed.”

“The Boatman’s Call is misschien niet zijn beste plaat, maar heeft mij toen wel overrompeld. Vooral het nummer ‘Brompton Oratory’. Muziek met een orgel, dan ben ik meteen mee. Tot ze me op mijn kot vertelden dat ik moest ophouden met dat nummer telkens opnieuw te spelen.” (lacht) Van haar kot ging het naar de concertzalen. De Elisabethzaal en de Lotto Arena, bijvoorbeeld. “Zijn concerten zijn hoogmissen”, vindt De Coster. “Cave is een showman, en je gaat helemaal op in zijn concert. Er zijn dan wel geruchten dat hij tegenwoordig een toupet heeft (“Ik heb gewoon tot Jezus gebeden”, antwoordde Cave twee jaar geleden ietwat sarcastisch op de vraag hoe zijn wijkende haarlijn werd hersteld, EWC), maar hij blijft gewoon overtuigen, hij gaat nooit op automatische piloot. Hij bezweert zijn publiek, en je zweeft met hem mee. Hij is een soort predikant, die mensen kan opzwepen, en hij maakt zo’n concert heel persoonlijk, alsof er een directe link is tussen hem en jou. Dát gevoel.”

Van vlees en bloed

Dat doet hij te laatste jaren vooral op The Red Hand Files, waarop hij vragen van fans beantwoordt, en tijdens zijn Conversations-concerten. “Hij is bijna een goeroe geworden. Maar hij draagt dat op een heel waardige manier”, vindt De Coster. Alloul: “Hij is er niet vies van om zijn pijn te delen met de wereld. Enerzijds is hij een heel abstracte figuur, maar anderzijds is hij ook een mens van vlees en bloed, die zich kwetsbaar opstelt, ook naar zijn fans toe. Al was hij blijkbaar niet altijd blij met de clichévragen die tijdens die avonden werden gesteld.”

Verhelst is minder te vinden voor die versie van Cave. “Niet omdat ik vind dat hij mysterieus moet blijven, maar hij wordt soms wat spiritueel en religieus, en daar houd ik niet zo van. Ik begrijp het wel, na wat er met zijn zoon is gebeurd, en ik heb er respect voor dat hij overeind blijft – ik zou het niet kunnen. Maar ik hield meer van zijn gewelddadige vorm van ontroering, dan van de spirituele ontroering die ik nu met hem associeer. Al heb ik wel al vijftien keer zijn nieuwe plaat beluisterd, en dan denk ik: hij blijft een van de allerbesten. Hij is een briljante songschrijver: ik luister vaak naar zijn filmscores, en voor die muziek heb je zelfs geen film nodig. Hij is ook geen poëet, maar een echte songschrijver. Zijn teksten laat hij op een geweldige manier overvloeien in zijn muziek. Hij blijft aanwezig in mijn leven. En ook al luister ik vooral naar zijn muziek in de auto, zijn lp’s staan op mijn werkkamer: zijn kop leent zich ook uitstekend om op zo’n platenhoes te staan.”

Bij De Coster staat Caves muziek niet op in de werkkamer. “Al schrijvend kan ik niet naar hem luisteren. Zijn muziek is zo veeleisend dat je daarin helemaal op wil gaan. Zijn ‘murder ballads’ zijn kleine verhalen, over moordenaars, wraak en geweld, bijvoorbeeld. Dat zijn tijdloze songs, en hij beheerst de kracht van taal.”

Zo blijft Cave ook collega’s inspireren. De ironische troubadour Father John Misty en Arctic Monkeys-zanger Alex Turner zijn maar twee van zijn trouwe adepten. Tom Barman mocht Nick Cave als fan zelfs interviewen voor het Canvas-programma Spraakmakers. (“Een toffe en intelligente gast, maar ik heb het gevoel dat ik net drie interviews tegelijk heb gedaan”, zei Cave achteraf over de dEUS-zanger in Knack.) En toen we drie jaar geleden aan Zwangere Guy vroegen welk concert hij op Rock Werchter wilde zien, was ‘Nick Cave’ het antwoord. “Ik vind hem inspirerend, en live blijkt hij enorm sterk.”

Om maar te zeggen dat artiesten van het kaliber-Cave behoorlijk zeldzaam zijn. “Soms heb ik het gevoel dat hij, samen met Madonna, de laatste van een generatie is, nu Prince en David Bowie dood zijn”, zegt Alloul. “Artiesten die vier decennia lang muziek maken en blijven evolueren, dat zie ik vandaag niet meer gebeuren.” Als we Verhelst vragen naar een artiest die de vergelijking met Nick Cave kan doorstaan, antwoordt hij na lang nadenken: “Lou Reed, misschien. En voor Cave zelf zijn Bob Dylan, Leonard Cohen, Johnny Cash en die vreselijke Elvis Presley heel dierbaar. Maar geloof me: ik heb alles geprobeerd om hun werk goed te vinden, maar het is niet gelukt. Nick Cave steekt ver boven hen uit.”

Idiot Prayer: Nick Cave Alone at Alexandra Palace is vanaf vrijdagochtend tot zondagavond hier te bekijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234