Donderdag 15/04/2021

AchtergrondJohan Anthierens

‘Hij blijft voor velen de lont aan een vuurzee van woorden’: Mark Coenen blikt terug op de erfenis van Johan Anthierens

Johan Anthierens (1937-2000). Beeld HERMAN SELLESLAGS
Johan Anthierens (1937-2000).Beeld HERMAN SELLESLAGS

Journalist. Schrijver. Mediafiguur. Opiniemaker. Satiricus en sarcast. Pacifist en antiklerikaal. Johan Anthierens was het allemaal. Maar noem hem vooral geen rebel, vond hij zelf. ‘Dat rebelse en vooral dat enfant terrible zou ik graag schrappen.’ Mark Coenen blikt terug op de erfenis van Anthierens, twintig jaar na zijn dood.

De Amerikaanse protestsongs van de jaren zestig gingen aan Johan Anthierens helemaal voorbij: hij was volbloed francofiel, die niet van Dylan maar van Brassens hield. Terwijl hij zelf helemaal in de traditie van het Amerikaanse New Journalism uit die jaren past: Hunter S. Thompson, Joan Didion maar vooral Tom Wolfe, wiens barokke beeldenlawines en liefde voor maatpakken Anthierens erfde, waarschijnlijk zonder te weten dat de man bestond.

Opiniëring in uitwaaierende volzinnen. Le style c‘est l’homme.

Anthierens schreef in 1998, 20 jaar na de dood van Brel, het mooie De passie en de pijn over zijn grootste held, die nog meer dan hijzelf het roer van zijn korte leven helemaal in eigen handen had. De herdenkingen die hem nu weer even doen leven, gaan ook over passie, maar veel minder over pijn. Terwijl die tristesse een constante in zijn leven was.

Als ik rondhoor bij collega’s van de krant blijft hij voor krasse knarren én jong grut de lont aan een vuurzee van woorden.

Marnix Peeters: “Ik vond het als tiener verbijsterend en tegelijk geweldig geil dat er mensen waren die alles zegden wat ze dachten. Het zijn toch dat soort van mensen, Anthierens, A. Moonen in de letteren, Jello Biafra in de muziek, die uw wereld opentrappen. Ik heb begrepen dat zijn favoriete bier Westmalle Tripel was, zelfs daarin heb ik hem nageaapt.”

“Een goed satiricus”, schreef Jeroen Olyslaegers over hem, “is een gemankeerde moralist, een die gaat voor de aanval vanwege de bekommernis, en kiest voor humor in plaats van een les te spellen.”

Hilde Van Mieghem: “Hij was zeker een inspiratiebron. Ik, jonge rebel, vond Anthierens een geweldig voorbeeld”.

Johan Anthierens aan het werk. In maatpak uiteraard. Beeld
Johan Anthierens aan het werk. In maatpak uiteraard.

Rebel: het woord is gevallen. Het valt altijd als men het over Anthierens heeft: dwarsligger, buitenstaander, enfant terrible. Hijzelf was het met die typering oneens.

Op Driekoningen van het jaar 2000 – o ironie – komt Luk Alloo de van lymfeklierkanker herstellende chroniqueur en criticaster van het koningshuis interviewen voor zijn toenmalig VTM-programma TV6. Het zou zijn laatste televisie-interview worden.

Hij vertelt – o ironie alweer – over huisarrest en quarantaine. Twintig jaar voor corona. “Ik mocht de kamer niet uit met die akelige kerstboom van infusen. Iedereen moest een mondmasker voorbinden, ook de verpleegsters, ook mijn vrouw. Dat heeft mij op de duur toch bijna gek gemaakt.”

“Dat rebelse en vooral dat enfant terrible,” gaat hij verder, “zou ik graag schrappen. Dat is de gemakzucht die wil dat je op mensen een etiket plakt zoals op een potje confituur.”

Dubieuze roem

Hij was, erkent hij, door zijn ziekte ook wat milder geworden, maar mensen die hem kenden lang voor de dubieuze roem van de Wies Andersen Show hem overviel, wisten dat al lang. Jan Schoukens, legendarische radiobaas van onder meer Studio Brussel, werkte in de jaren zestig veel en lang met hem samen.

Schoukens: “Hij was eigenlijk heel verlegen, wat je aan zijn tv-werk later wel niet kon merken.

“Wij deelden een liefde voor sarcasme en galgenhumor. Wij haatten alles wat tweederangs was. Tegen de boerenkinkels! Tegen de nationalisten met hun tussentaaltje! We hebben wat afgelachen, Johan had een prachtige, klaterende lach.

“Dat de achteruitgang van het Nederlands en het gebrek aan taalbeheersing, zeker van de moedertaal, synchroon loopt met de verruwing in de maatschappij: dat vonden wij toen al.

“Hij had ook een grote zelfkennis: hij was heel ongelukkig over zijn stem, die hij niet goed genoeg vond voor de radio. En hij was onhandig: het angstzweet brak hem uit als het over praktische dingen ging, hij kon bij wijze van spreken nog geen ei koken.

“De opvang van zijn twee kinderen na zijn scheiding was voor hem een zware opdracht.

“Hij was hard maar nooit vulgair: Oscar Wilde, maar dan de heteroversie.” (lacht)

Johan Anthierens. Beeld HERMAN SELLESLAGS
Johan Anthierens.Beeld HERMAN SELLESLAGS

Jan Hertoghs, die bij het satirische weekblad De Zwijger in de jaren tachtig Johan als hoofdredacteur meemaakte, bevestigt het verhaal. “Johan was heel gevoelig en had het moeilijk bij rechtstreekse confrontaties. Als je op dinsdag je stuk niet zag verschijnen, wegens toch niet goed genoeg, zei hij altijd verontschuldigend: ‘Och, het is waarschijnlijk op de drukkerij blijven liggen.’

“Ik moest ooit met hem mee naar een meeting van het anarchistische collectief Onkruit, dat in de jaren tachtig vanuit Nederland ook bij ons de revolutie kwam prediken. Hij had beloofd om hun ‘actiedag’ te presenteren. Stond hij daar, in zijn maatpak met das, voor een paar tientallen punks met hanenkammen, niet goed wetend wat hij moest zeggen. Daarom had hij mij op het allerlaatste natuurlijk meegevraagd. Ik had gelukkig een parka aan. (lacht)

“Ik stond in het colofon vermeld als ‘redacteur zonder huissleutel’ omdat ik geen fulltimecontract had, maar Johan wilde dat zo niet schrijven.

“Het was ook een pacifist in hart en nieren. In de periode van de grote antirakettenbetogingen ben ik nog met Raf Sauviller in naam van De Zwijger kartonnen kernraketten in de tuin van toenmalig defensieminister Freddy Vreven gaan zetten. Johan stuurde gewoon een fotograaf mee. Hij kon niet nee zeggen.”

Taalbezetenheid

Anthierens was virulent antiklerikaal, maar nuanceert dat tegen Luk Alloo: “Ik ben een religieus iemand. Ik ben elke dag bezig met het mysterie van het leven, maar ik ben als de dood voor alle georganiseerde autoritaire godsdiensten, die pretenderen de waarheid in pacht te hebben.”

Schrijver Benno Barnard bewondert en nuanceert tegelijk. “Ik weet dat ik, nog een snotneus toen, haast twintig jaar jonger, zijn taalbezetenheid herkende als de mijne. Het taalkundige verschil tussen ons was iets dat Geert van Istendael mij uitlegde: voor Anthierens, tien jaar ouder dan Geert, gold nog sterker dat het Nederlands een verovering was, wat grammaticaal en semantisch geknoei voor hem zo onverdraaglijk maakte. Ik, als Noord-Nederlands kind met een gymnasiumopleiding, heb dat moeten leren navoelen. Tegen mij zei hij bij onze enige ontmoeting: ‘Jij hebt het makkelijk en je hebt geen idee hoe jaloers ik daarop ben.’

“Wat mij bij mijn grote respect voor zijn taalbezetenheid ergerde, was dat pseudoheldhaftige gevecht tegen Kerk en Koning. Dat gold voor die hele generatie trouwens, bij Herman de Coninck ergerde me het ook. Niet dat er niet van alles op die beide instituten aan te merken viel, veel zelfs, maar de kritiek deed me denken aan een bende snoeverige Don Quichotes, die de windmolen van Christus aanvielen met de lans van Karl Marx, vergeef me de beeldspraak. Al was Anthierens zelf geen marxist bij mijn weten. Antipreken is ook preken en het fenomeen heeft in een volgende generatie nog een paar priester-dichters gebaard.”

Modelpatiënt

“Johan,” zegt zijn weduwe Elisabeth Erauw, “was de eerste echte bekende Vlaming, met alle voor- en nadelen daarvan. Geen mens is op die status voorbereid, hij leefde een tijd echt in overdrive, met een hybris die soms niet te stuiten was.

“We waren ooit uitgenodigd voor een feest op de Franse ambassade in Brussel, hij stond toen op het toppunt van zijn roem. Hij heeft zich op die receptie echt misdragen. Hij provoceerde en choqueerde. Ik was kwaad, maar toen ik hem achteraf uitleg vroeg, zei hij alleen: ‘Ik moest dat doen.’ Ik heb toen een taxi genomen en ben naar huis gereden.

“Hij is een tijd zo hard geleefd geweest dat er weinig overbleef voor hemzelf. Ik werd de onzichtbare vrouw. Ik werd ‘de vrouw van’. Niet dat ik dat erg vind, maar na zoveel jaar ben ik nog altijd de vrouw van Johan Anthierens.

Johan Anthierens met zijn vrouw Elisabeth Erauw. Beeld
Johan Anthierens met zijn vrouw Elisabeth Erauw.

“Wij werden een koppel in 1975, we leerden elkaar kennen toen ik nog getrouwd was. Ik stuurde hem een fanbriefje. Van het een kwam al snel het ander. Ik was toen nog een echt ‘kieken’, zoals ze in Antwerpen zeggen: heel goed opgevoed, maar ook heel beschermd. Ik heb echt op hem gejaagd: ik wilde hem, eindelijk een man die dacht zoals ik.

“Johan is mijn hand gaan vragen aan mijn vader en leende en passant ter plekke ook 100.000 frank (zo’n 2.500 euro). Zo ontwapenend was hij.

“We hebben samen de gloriedagen van Knack meegemaakt, altijd feest, maar de meeste vrienden uit die tijd zijn dood. In 1989 zijn we getrouwd, Herman Selleslaghs maakte de foto’s, in een wei, met op de achtergrond een kerk. ‘Zie je wel schattebout,’ zei Johan later toen hij die foto’s zag, ‘wij zijn wél voor de kerk getrouwd.’

“Ik heb thuis laden vol liefdesbriefjes van Johan, des billets doux noemden wij dat en ondanks dat onze relatie wel eens in zwaar weer heeft gezeten, houdt mij dat recht. Ik ben zodanig liefgehad dat ik daardoor heel stevig sta. Ik kan verder.

“Zijn relatie met Eva en Benjamin is een delicaat onderwerp in zijn leven gebleven. Door zijn scheiding. Hij bleef een vader waarover hij zelf niet tevreden was. Dat vrat soms aan hem.

“Hij had de ziekte van Non-Hodgkin, lymfeklierkanker: de klieren zijn de soldaten van de mens, zij verdedigen ons tegen de buitenwereld. En als die moegestreden zijn, wordt de mens ziek en verliest hij de strijd. Johan werd ziek in het voorjaar van 1999. Hij wilde geen chemo. Toen is iedereen op hem beginnen inpraten en is hij uiteindelijk toch geplooid. De provocateur bleek een modelpatiënt, vol gentillesse en dankbaarheid.

“Johan wilde euthanasie maar stierf voor die kon worden uitgevoerd. We hebben hem begraven in zijn mooiste pak, we hadden zijn zakken volgestopt met dingen die hij graag had: zijn trouwring, zijn horloge, briefjes.

“Drie jaar later is mijn zoon George overleden. Ik ging in rouwtherapie. Ik ben daardoor gelukkig nooit mijn levensvreugde verloren.”

Johan Anthierens. Beeld
Johan Anthierens.

“Ik denk dat hij de enige, allerbeste vriend is die ik mis, maar ik heb hem gehad, en dat is ook een rijkdom”, zegt cartoonist GAL.

Collega-columniste Jana Antonissen, die 8 was in 2000, schrijft: “ Zo barok maken ze ze vandaag toch niet meer, en sommige columns van hem vind ik ver uitwaaieren. Toch bleef ik doorploeteren, omdat er te midden van die driftige zinnen geniale uitspraken begraven liggen. Mijn favorieten: ‘Weemoed is de aftershave van het verdriet’ en ‘Alles is onmogelijk, als je het maar wil’. Ik wou dat ik die bedacht had.”

Leve hem: nog altijd.

Een heruitgave van zijn beste stukken dringt zich (meer dan) op.

Johan Anthierens: niemands meester, niemands knecht, woensdag om 21.20 uur op Canvas en op VRT NU.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234