Zondag 09/05/2021

InterviewRuth Joos en Wilfried de Jong

‘Het zou fijn zijn als je bij ons eens iemand kunt ontdekken die nergens anders aandacht krijgt’

Ruth Joos en Wilfried de Jong: ‘Wij zijn niet bang voor het onvolmaakte.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Ruth Joos en Wilfried de Jong: ‘Wij zijn niet bang voor het onvolmaakte.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Ruth Joos (44) en Wilfried de Jong (63) maken samen een tv-programma over boeken. Ze doen dat in Nederland voor VPRO, de VRT hoeft het alleen maar uit te zenden. ‘We gaan in elk geval niet van alles verzinnen om de kijker te behagen.’

Ze zijn met vijf. Vastberaden stappen ze op ons af. Wat ze komen zoeken, weten we niet, maar ineens staan ze parmantig naast en tussen ons. Hun gekwaak klinkt zacht, alsof ze toch niet té hard willen storen. Niettemin ziet Wilfried de Jong de interviewster ‘Help, mijn bandje’ denken, en biedt galant zijn hulp aan. Hij springt recht, en met een paar vriendelijke doch besliste klappen in zijn handen drijft hij de vijf eenden naar het beekje dat door het Antwerpse park Den Brandt stroomt.

Ruth Joos moet erom lachen. De genegenheid die tussen de twee heerst valt niet te ontkennen. Hun gedeelde snedigheid evenmin. De wederzijdse prikjes vliegen door de lucht, maar altijd op een bed van vriendschap geserveerd. Hij, de Hollander met de harde g, en zij, de Vlaamse met de perfecte r, zitten hier in de middagzon op het gras (zij op een dekentje, hij ernaast) om over het televisieprogramma te praten dat ze samen aan het maken zijn. Een boekenprogramma, God nog aan toe.

Kennen jullie elkaar al lang?

Wilfried de Jong: “Een jaar of zeven, denk ik. Van toen ik te gast was in Ruths radioprogramma Kraakland.”

Joos: “Ja, dat programma was mijn eerste wapenfeit na de grote verdwijntruc, waar we het overigens niet meer over moeten hebben (doelt op het stopzetten van ‘Joos’ op Radio 1 in 2013, wat toen enige commotie veroorzaakte, red.). In Kraakland nodigde ik mensen uit die een uur lang vinyl kwamen draaien, en dus had ik Wilfried gemaild met de vraag of hij daar zin in had.”

De Jong: “Hoe wist jij toen eigenlijk dat ik vinyl draai?”

Joos: “Zeg, het is niet omdat jullie niet over de grens kijken, dat wij het niet doen.”

De Jong: “Het was in elk geval een heel leuk uurtje. Ik weet nog dat ik terugreed naar Rotterdam en dacht: ‘Heb ik niet te veel gepraat en haar te weinig laten vragen?’”

Joos: “Ik kon je debiet niet aan, nee.”

De Jong: “Ja, maar als je muziek draait, moet je ook uitleggen waarom je van die plaat houdt, en dan ben je al snel vijf minuten aan het kletsen zonder dat er een vraag komt.”

Joos: “Ik vond het niet erg, hoor. Integendeel, het was heerlijk.”

De Jong: “Enkele weken later hoorde ik Ruth dan Peter Verhelst interviewen over zijn nieuwe boek, en dat vond ik heel goed.”

Dacht je toen al: ooit moeten we samen iets doen?

De Jong: “Nee, misschien niet (lacht), maar ik voelde wel dat we redelijk gelijkgestemd zijn over hoe je best interviewt.”

En hoe is dat dan?

De Jong: “Goed voorbereid, maar toch heel intuïtief, niet bang zijn dat het gesprek een volstrekt ander verloop krijgt dan je had gedacht, niet bang zijn voor de confrontatie, evenmin voor de stilte, een tikje brutaal, humor mag ook… Nou, dan heb je best al veel.”

Joos: “Ik vul nog aan: niet bang zijn voor het onvolmaakte.”

De Jong: “O, ik verstond voor het ontmaagden. Ook mooi.”

Joos: (lacht) “Ja, daar zijn we allebei goed in, Wil.”

De Jong: “Ik interview al sinds mijn twintigste – veertig jaar dus ongeveer – en het blijft toch een festival van de gemiste kansen.”

Joos: “Altijd.”

De Jong: “Elke dinsdagavond presenteer ik Met het oog op morgen op NPO Radio 1, en als ik daarna naar huis rijd, ben ik niet per se gelukkig met mijn prestatie. Wat ik wel denk: ‘Dit heb je laten liggen, dat heb je niet gedaan, je bent verkeerd gestart, het einde kwam te snel, je hebt te veel onderbroken’, noem maar op.”

Jullie zijn allebei nogal perfectionistisch ingesteld, hoor en lees ik. Dat gaat gezellig worden tijdens de nabesprekingen van jullie boekenprogramma.

Joos: “Tevreden zijn we nooit, dat klopt.”

De Jong: “Hé, kom anders eens langs bij die nabesprekingen en maak er een stuk over voor de krant.” (lacht)

RUTH JOOS

44 jaar, geboren in Dendermonde, woont in Antwerpen • studeerde Germaanse talen • begon haar radiocarrière als theaterrecensent bij Klara • begon in 2003 bij Studio Brussel te presenteren • stapte in 2007 over naar Radio 1 (Mezzo, Joos, De wereld vandaag) • presenteert sinds september 2020 om de week De ochtend (Radio 1)

Twee ervaren interviewers die samen interviewen: gaan jullie niet vechten om een vraag te kunnen stellen? Of boos zijn omdat jullie elkaar te veel vliegen afvangen?

Joos: “Boos zijn op elkaar, die kans is heel klein, denk ik. Kijk, ik heb geen ervaring met interviewen in duo, maar wij zijn niet door iemand anders bij elkaar gezet hè, we wilden dit zelf heel graag. We hebben ondertussen ook enkele proefafleveringen gedraaid, en we zijn nog niet slaand uit elkaar gegaan. Of die afleveringen gelukt zijn is een andere vraag, maar het voelde wel zoals we hoopten dat het zou voelen. De interactie tussen ons die in onze gesprekken heerst, willen we zeker in het programma houden. Anders moet je het niet met z’n tweeën doen.”

Behalve voor interviewen en sport (Beerschot versus Feyenoord) delen Joos en De Jong een grote liefde voor literatuur. Door corona konden ze niet meer bij elkaar op bezoek, vertellen ze, en verlangden ze nog heviger naar hun lange gesprekken over boeken die ze geregeld met elkaar voeren. Zullen we een tafel op de grens zetten, dachten ze zelfs, elk langs zijn eigen kant van de Lage Landen, en het op die manier doen? Hun vage voornemen om ooit samen eens een boekenprogramma te maken werd ineens urgenter in november 2020. Toen aangekondigd werd dat cultuurprogramma Mondo op VPRO zou stoppen, belde De Jong de hoofdredacteur van VPRO en zei: ‘Het is corona, mensen lezen meer dan vroeger, dit is toch het moment?’

Joos: “Daar waren ze zelf blijkbaar ook al volop over aan het nadenken.”

De Jong: “Ik heb dan nog wat over Ruth verteld, en enkele dagen later zaten we al samen met de hoofdredactie. We hebben toen over boeken gepraat zoals we altijd met elkaar over boeken praten, en iedereen was razend enthousiast over wat ze zagen gebeuren tussen ons. Wel wilden ze een screentest van Ruth, want zij is natuurlijk niet zo bekend bij Nederlandse tv-makers. Na die opname zei de netmanager: ‘Dit wil ik.’ Nou, toen hadden we ons boekenprogramma.”

WILFRIED DE JONG

63 jaar, opgegroeid in Rotterdam, woont daar ook • theatermaker, tv-presentator, acteur en schrijver • maakte voor tv o.a. Sportpaleis, Holland sport, 24 uur met… • schrijft wekelijks een column over sport voor NRC • schreef meerdere boeken, zoals Aal (2000), De man en zijn fiets (2009), Zweefduik (2016) en De man en zijn wielerverhalen (2021)

Was je nog nerveus voor die screentest, Ruth?

Joos: “Nee. Het voelde ook niet als een sollicitatie voor mij. Ik heb namelijk werk genoeg en ik ben ook heel blij met dat werk (Joos presenteert momenteel om de week ‘De ochtend’ op Radio 1, red.). Dit voelt gewoon nog altijd als een snoepje. Weet je, Wilfried is nogal goed in leven, vind ik. Hij kan heel goed genieten en plezier maken. Dat gevoel wil ik zelf ook zo lang mogelijk bewaren bij dit project. We proberen het programma zo dicht mogelijk bij onszelf te houden.”

De Jong: “Je móét een eigenwijsheid behouden als je televisie maakt. Mensen worden te vaak in een format geduwd. Ik zie ook te veel regels in tv-land. Ik heb me daar altijd tegen verzet. Wat dat betreft ben ik best al wel een klootzak geweest. Toen ik bij Holland sport begon (een live-sportprogramma dat De Jong presenteerde tussen 2003 en 2011, waarvan een aantal jaren samen met Matthijs van Nieuwkerk, red.), zei een regisseur tegen me dat hij alvast een aantal kruisjes op de grond had gezet waar Matthijs en ik op moesten gaan staan, zodat de camera ons scherp in beeld zou krijgen. Ik heb al die kruisjes van de grond gekrabd. Ik ga niet op een kruisje staan, zei ik, de camera moet ons maar volgen in plaats van omgekeerd. Na een maand is die regisseur overspannen naar huis gegaan, en interviewde ik sporters terwijl ze naakt op een massagetafel lagen, met enkel een handdoekje over hun edele delen geslagen.”

Geen kruisjes voor jullie?

Joos en De Jong: “Nee.”

De Jong: “Als je tegenwoordig te gast bent in een tv-programma, plakt er zelfs een sticker op de tafel waar je met je navel tegen moet gaan zitten om goed in beeld te komen. Kom op zeg. Ik heb zelfs geen navel!”

Hoezo je hebt geen navel?

De Jong: (lacht) “Jawel hoor, ik heb een mooi putje. Niet zo’n Hollandse ziekenfondsnavel, zo’n knoopje op je buik.”

‘Een boekenprogramma is geen gemakkelijk genre om te maken. En misschien ook niet om naar te kijken.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Een boekenprogramma is geen gemakkelijk genre om te maken. En misschien ook niet om naar te kijken.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Blijkbaar kun je in Nederland zonder al te veel poespas een boekenprogramma maken, terwijl de VRT het sinds Man over boek uit 2014 niet meer heeft gedaan. Wat zegt dat?

De Jong: “Het is geen gemakkelijk genre om te maken. En misschien ook niet om naar te kijken.”

Op VPRO heeft het programma Boeken wel 14 jaar gelopen.

De Jong: “Klopt. De toenmalige hoofdredacteur, wijlen Karen de Bok, heeft het altijd belangrijk gevonden dat mensen op zondagochtend naar een boekenprogramma konden kijken. Ze was daar heel streng in.”

Joos: “Ik ben gewoon heel blij dat ik via Wilfried bij de VPRO ben komen aanwaaien.”

Je blijft diplomatisch.

Joos: “Maar wat kan ik zeggen? Ik kan het verschil niet duiden, want ik heb met Canvas nooit een gesprek gehad over een boekenprogramma. VPRO wil dit in volle overtuiging maken, en ik heb het gevoel dat ze ons helemaal vrij laten in wat we willen doen. Tot nog toe klopt het gewoon allemaal perfect voor mij. Het is een zalige manier van werken. Waarmee ik niet wil zeggen dat dit bij de VRT niet kan. Het team waarmee ik nu voor De ochtend werk, is even warm en energiek. En over mijn leidinggevenden kan ik momenteel ook helemaal niet klagen. Het is wel cruciaal dat je vertrouwen krijgt als je met je hoofd of stem op de tv of radio komt. Dat er iemand is die achter je staat. Of iemand die zegt: ‘Ik geloof in jou.’”

De Jong: “Nou, dat hebben ze tegen mij nog nooit gezegd. (lacht) Ik denk dat ik altijd mazzel heb gehad. Eigenlijk heb ik altijd mijn zin kunnen doen.”

Joos: “Ja schat, maar in jouw geval komt mazzel met talent. Wat ik me wel vaak afvraag: hoe komt het toch dat men een programma over boeken altijd wil verpakken in iets anders? Bij een match van de Rode Duivels of bij de Ronde van Vlaanderen vraagt niemand zich af hoe we dat gaan verkopen. Nee, dat is gewoon voetbal en koers. Dat zou bij boeken toch ook zo moeten zijn?”

De Jong: “Over een boek praten met een schrijver, dat kan toch perfect op tv?”

Dat is wat jullie dus gaan doen: er komt een schrijver op bezoek en jullie praten over het boek dat hij of zij geschreven heeft?

Joos: “Het kunnen ook twee of drie schrijvers zijn. Wel zal er telkens maar één iemand aan onze tafel zitten. We willen maar in één hoofd kruipen. Kijk, dit is de levertraan waar ik het wel eens over heb. Ik heb vaak gehoord: in een boekenprogramma is het boek de levertraan die je met de confituur moet inslikken. Maar wij vinden boeken helemaal geen levertraan. Dat is juist ons vertrekpunt.”

De Jong: “Precies. Ik herinner me iets wat jij onlangs op een van onze redactievergaderingen zei.”

Joos: “O, zei ik iets slims?”

De Jong: “Nou, dat viel best mee, maar het was wel interessant. (lacht) Nee, je zei dat je altijd geïnteresseerd bent als iemand obsessief is in iets. En schrijvers zijn vaak obsessief. In liefde, of eenzaamheid, of verraad, dood, natuur. Daar kun je mooie gesprekken over voeren. En fijne vragen over stellen.”

Joos: “Ik moet nu plots denken aan een van jouw vragen tijdens die screentest. Te ingewikkeld om hier na te vertellen, maar ik weet nog dat ik dacht: dit is de vraag van de dag. Ja, Wilfried doet toch iets anders dan ik.”

Wat dan precies?

De Jong: “Nou ga ik eens goed luisteren.”

Joos: “Ik denk dat ik trouwer blijf aan wat iemand aan het vertellen is, en daar probeer ik dan op door te gaan. Jij loopt er makkelijker naast. Ik zal het zo zeggen: na een gesprek met Wilfried over ons vak ben ik altijd opgetogen. Omdat hij niet bang is om me wel eens een schop onder mijn kont te geven. Als we hetzelfde waren, zou het ook niet sprankelen tussen ons. Bij zo’n steengoede vraag van jou kan ik wel denken: ‘Godverdomme zeg.’ Tegelijk vind ik het heerlijk.”

Wat voor publiek hebben jullie eigenlijk voor ogen? Het is een boekenprogramma, dus dat wordt niche. Of niet?

De Jong: “Goh. Ik ben te veel met het programma bezig om na te denken over de vraag wie er gaat kijken.”

Joos: “Ik hoop dat iedereen gaat kijken die vindt dat er een boekenprogramma moest komen. Toch?”

In Man over boek kwamen amper lange gesprekken met schrijvers voor. Toenmalig presentator Stijn Van de Voorde zei daarover: ‘Ik had een programma kunnen maken voor mensen die sowieso al van literatuur houden, maar dat vond ik te gemakkelijk.’

Joos: “Daar ben ik het niet mee eens. Wij zijn het aan het proberen, het is níét gemakkelijk.”

De Jong: (zucht) “Eigenlijk kunnen we hier niet zo veel over zeggen.”

Jullie hebben dus niet nagedacht over wie jullie kijkers zullen zijn?

Joos: “Jawel, mensen die graag kijken en luisteren naar een gesprek dat ergens over gaat. Zoals je bij je thuis graag mensen ontvangt met wie je een goed gesprek kunt voeren.”

De Jong: “Weet je, wat ik schrijf of voor televisie maak, vertrekt altijd vanuit het standpunt hoe ik het graag wil hebben. Wie er dan naar kijkt of wie het leest, dat zie ik achteraf wel.”

Bij tv-omroepen wordt die vraag toch vaak als eerste gesteld?

Joos: “Dat kan best zijn, maar wij hebben die vraag níét gesteld.”

De Jong: “En we hebben ze ook niet gekregen van de hoofdredactie. Kijk, als we naar alle verschillende meningen moeten luisteren over hoe dit programma moet zijn, gaan we afdrijven van wie wij zijn. Als je met een programma als dit niet je eigen koers vaart, loop je in de val. Ik heb programma’s gemaakt waar minder dan 30.000 mensen naar keken. Toen ik onze koning interviewde (in 2017, ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van koning Willem-Alexander, red.) had ik 4 miljoen kijkers. We willen nu gewoon een goed en mooi boekenprogramma maken.”

Joos: “Ik ben geen 63, zoals Wilfried, maar ik ben ook geen 20 meer. Op die leeftijd had ik dit niet gekund. Maar ondertussen heb ik al wel eens klappen gehad. En ik heb die allemaal overleefd. Zeggen ze na het tweede seizoen in het najaar dat het ophoudt, dan houdt het op. We gaan het best mogelijke programma maken, maar als het publiek het niet lust, dan hebben we pech. We gaan in elk geval niet van alles verzinnen om de kijker te behagen. Dan kom je nergens. Dat heeft in het verleden trouwens ook niet gewerkt, als je kijkt naar hoe weinig succesvol andere boekenprogramma’s zijn geweest.”

Zal er ook non-fictie aan bod komen bij jullie?

De Jong: “Absoluut.”

En kunnen onbekende schrijvers aanschuiven?

Joos: “Heel zeker.”

En de zogenaamde populaire schrijvers? Iemand als Pieter Aspe of Marc de Bel?

Joos: “Ik denk dat er een heel eenvoudig antwoord op je vragen is: alles kan. Wij en onze redactie zijn over heel veel dingen enthousiast.”

De Jong: “Onze smaak is wel de filter. We moeten affiniteit hebben met het boek. Een schrijver uitnodigen louter omdat hij een grote naam is of omdat hij veel verkoopt, dat is niet het uitgangspunt.”

Joos: “Het betekent ook dat niet alle grote, literaire namen per se bij ons hoeven te zitten. Die komen ook al op andere plekken aan bod. Ik zou het fijn vinden als je bij ons eens iemand kunt ontdekken die nergens anders aandacht krijgt.”

Rond literatuur hangt toch vaak een sfeertje van hooghartigheid. Gaan jullie dat vermijden?

Joos: “Maar dat stralen wij toch niet uit? Wij wonen niet in de wereld van de hooghartige literatuur. Ik bedoel: ik ga naar het voetbal.”

De Jong: “Wij hebben allebei een grote liefde voor high én low culture.”

Enkele jaren geleden stond ik boeken te kiezen in een zogenaamde betere, onafhankelijke boekhandel. Een vrouw kwam binnen, samen met haar dochtertje van een jaar of tien. Ze vroegen naar boeken van Marc de Bel. De eigenares snoof en antwoordde: ‘Dat verkoop ik hier niet, daarvoor gaat u maar naar Fnac of Standaard Boekhandel.’ En tegen het meisje zei ze afgemeten: ‘Er zijn veel betere boeken om te lezen, hoor.’ In tien seconden tijd werd dit meisje haar leesplezier afgenomen, misschien voor altijd, omdat ze niet de ‘juiste’ boeken las. Het is een banale anekdote, maar het toont een houding die wel vaker opduikt in de culturele of literaire wereld.

Joos: “Kijk, dat sfeertje zal in ons programma niet hangen. Ook niet in mijn eigen huis, trouwens. Thuis creëer ik wel eens ‘leesmomenten’, waarin iedereen van het gezin – ik, mijn man en onze twee kinderen – tegelijkertijd een half uurtje leest. Soms moet ik dat verplichten, maar goed, afwassen moet ik ook verplichten. (lacht) En mijn kinderen mogen dan alles lezen wat ze willen. Echt álles.”

De Jong: “Ach, die muurtjes die gebouwd worden, wat een onzin. Waarom mag je niet elitair én plat zijn? Waarom kun je niet tegelijk witte truffel en slappe friet eten? Wat wij in elk geval niet zullen doen, is de vijfsterrenboeken uit de boekenbijlagen als uitgangspunt nemen. Want dan heb je dat éénsterrenboek gemist waar misschien een heel leuk onderwerp in zit.”

Joos: “Of het beste gesprek.”

‘Wij wonen niet in de wereld van de hooghartige literatuur.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Wij wonen niet in de wereld van de hooghartige literatuur.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Jullie gaan wellicht ook rekening houden met de manier waarop iemand overkomt op het scherm?

De Jong: “Nou, eigenlijk niet.” (lacht)

Joos: “Van mij mag iemand zitten twijfelen of stuntelen op zijn stoel.”

De Jong: “Alsof iemand die verlegen is en moeilijk uit zijn woorden komt niet op tv kan komen. Kom op zeg, voor je het weet mag je alleen nog maar zonder bril en met echt haar op tv.”

Of überhaupt met haar.

De Jong: (lacht) “Juist. Maar kun je enkel een mooi gesprek voeren als de andere heel goed kan praten? Ik weet dat niet. Misschien zijn de beste gesprekken juist die waarin mensen hun mond houden.”

Ik ga dat bijna doen, maar eerst dit nog: de titel van jullie programma, Brommer op zee, is ook de titel van een verhaal van Maarten Biesheuvel. Het hoofdpersonage zegt daarin: ‘Ik wil iets doen wat nog nooit iemand heeft gekund. Dat is altijd mijn ideaal geweest.’ Verwijst dat naar jullie grote ambities met dit programma?

Joos: “Oei, die titel is niet voor dat citaat gekozen. We vonden het gewoon lekker klinken.”

De Jong: “Toen ik 16 was, heb ik een scriptie geschreven over Biesheuvel. Met name over In de bovenkooi, de bundel waarin ‘Brommer op zee’ verschenen is. Nee, de titel is eerder impulsief gekozen omdat Biesheuvel zo’n machtige schrijver was. Hij durfde te fantaseren, was vrij van geest, had het af en toe best zwaar, en hij heeft een mooi gedachtegoed nagelaten.”

Is het eigenlijk een droom van jullie om zelf ooit een roman te schrijven?

De Jong: “Ik ben wel weer aan het schrijven (De Jong publiceerde al meerdere boeken met columns en kortverhalen, red.). Of het een roman wordt, weet ik niet. Het is een mogelijkheid. Maar gezien mijn rode pen die altijd in de buurt ligt, zou het ook wel eens tot een dunne novelle teruggebracht kunnen worden. (lacht) Veel meer kan ik er niet over vertellen, nee. Er liggen nog maar veertig pagina’s.”

En jij, Ruth?

Joos: “Nee.”

De Jong: “Ik heb haar weleens gezegd…”

Joos: (naar de dictafoon) “Kunnen we hier stoppen?”

De Jong: “Ik heb haar dus weleens gezegd: waarom ga jij niet schrijven? Ik vind dat ze een keer een boek moet schrijven.”

Joos: “Ik weet dat hij dat vindt, ja. En hij is niet de enige.”

En wat vind je zelf?

Joos: (stilte)

De Jong: “Als je zoveel taalgevoel hebt, laat je echt wat liggen als je het nooit gedaan hebt in je leven.”

Joos: (zucht) “Ik wil al lang een T-shirt laten maken met als titel ‘Nee, er zit geen boek in mij’. Ik krijg die vraag dus vaak. Ik heb zelfs al een uitgeverij (lacht). Maar nee. Ik voel het niet.”

De Jong: (wijst) “Ik zit trouwens al de hele tijd te kijken naar die boom daar. Er zitten vier gaten in en daar duiken om de haverklap kauwen in. Prachtig. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Het zou zowaar een mooi begin van een novelle kunnen zijn.” (lacht)

‘Brommer op zee’ is een productie van VPRO voor NPO en Canvas. Het is bedacht en gemaakt in Nederland, bevestigt Canvas-netmanager Olivier Goris. Inhoudelijk heeft Canvas geen inbreng gehad. “Daar was geen nood aan, van in het begin voelde het voor ons goed wat VPRO aan het maken was.” Ook in het tweede seizoen van het boekenprogramma, dat in het najaar wordt gemaakt, heeft Canvas al interesse getoond.

Je kunt zeggen dat de VRT geluk heeft met het idee dat in Nederland is ontstaan. De vraag is waarom de openbare omroep na ‘Man over boek’ uit 2014 zelf nooit meer een boekenprogramma heeft geproduceerd. “Het is een moeilijk genre om te maken”, antwoordt Goris, “dat heeft het verleden wel aangetoond. In de drie jaar dat ik netmanager ben hebben we wel enkele voorstellen gekregen, maar die vonden we nooit sterk genoeg. Vaak trapt men in de valkuil om een programma te willen maken dat zo breed en toegankelijk mogelijk is. Het goede aan ‘Brommer op zee’ is net dat ze in de diepte durven te gaan. Het zijn bovendien twee ijzersterke presentatoren, van wie je de passie voelt en die het publiek goesting kunnen geven. Dat is heel belangrijk voor een boekenprogramma. Het is wel niet zo dat Canvas geen aandacht heeft voor literatuur. ‘Winteruur’ is misschien geen klassiek boekenprogramma, maar gaat wel over tekst. We zitten nu al in seizoen zes, en we blijven daarin investeren. Ik ben in elk geval blij dat we ‘Brommer op zee’ kunnen brengen, en ik kijk ernaar uit om het te zien. En misschien slagen Ruth Joos en Wilfried de Jong er wel in om de term ‘boekenprogramma’ wat minder beladen te maken.”

Brommer op zee, vanaf zondag 18 april om 20u op Canvas en om 19.25u op NPO2

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234