Vrijdag 22/11/2019

Familieklap Brihang en vader Dirk

‘Het wat bange kereltje dat worstelde met dyslexie, net als zijn vader trouwens, rapt nu voor volle zalen’

Boudy: ‘De kunstenaar die zich in zijn atelier terugtrekt, blabla, néén. Ik kom ermee naar búíten. Ik wil iets vertellen.’ Beeld Bob Van Mol

De oudste is 55 jaar, kitesurfer en het gezicht van Jann Ric, de streetstylekledingwinkel in Knokke. De jongste is 26 jaar, vernoemd naar het personage van Patrick Swayze in Point Break en bekend als rapper Brihang. Dirk en Boudy Verleye, vader en zoon.

DIRK

“Was Boudy een meisje, dan heette hij Aurelie. ‘Bodhi’ uit Point Break stond niet in het geboorteregister, dus plakten we een y aan ‘Boud’, de afkorting van Boudewijn. Dat mocht wel.

“Tja, wat kan ik zeggen? Dat ik versteld sta van de carrière van Boudy. Het optreden in oktober in de AB is al uitverkocht (voorstelling van de nieuwe plaat, red.) en ‘Steentje’, de nieuwe single, slaat overal aan. Het contrast met vroeger kan bijna niet groter zijn: het verlegen, wat bange kereltje dat worstelde met dyslexie, net als zijn vader trouwens, en nu voor volle zalen rapt op een podium.”

“Toen ik hem voor het eerst bezig zag, in het café van jeugdhuis ’t Verzet in Knokke, trok dat op niet veel. Hij was aan het rappen maar ik begreep hem niet goed. De klank was slecht, het licht ook en de sfeer ook. Toen hij in 2014 in de AB deelnam aan ‘De Nieuwe Lichting’ van Studio Brussel ging ik als vader eigenlijk gewoon mee omdat Triggerfinger daar nadien optrad. (lacht) Maar goed, daar werd alles duidelijk: Boudy had de geschikte identiteit gevonden om zich te ontplooien.”

“Nog altijd is hij een bedeesde kerel, maar minder dan vroeger. Daarin lijken we op elkaar. Als kind bracht ik hem naar een verjaardagsfeestje, waar hij plots bang werd voor het een of ander, en ik hem gewoon terug mee naar huis bracht. Boudy was als kind ook een moraalriddertje. Ooit vonden we samen een zakje weed. Thuisgekomen vroeg hij: ‘Pa, waar is dat zakje?’, waarop hij de inhoud door het toilet spoelde. Shit, dacht ik. Vader had goesting in dat zakje. Ja, ik ben vroeger ook jong geweest.” (lacht)

“Boudy is opgegroeid in Knokke, maar wij zijn gewone mensen. Die sticker is vervelend: alsof er in Knokke alleen maar mensen rondlopen met geruite hemden en een roze trui om hun schouders. Samen met mijn tweelingzus heb ik de jeanswinkel van mijn ouders overgenomen. Een andere zus opende een bloemenwinkel en mijn vrouw Fabienne werkt in een dagverblijf voor kinderen met een beperking.”

“Het mooie aan Boudy is dat hij de gewoonheid van die levens heeft omgezet in poëzie. Zijn teksten draaien om herkenbaarheid. Een vriend van mij zei onlangs: ‘Het is alsof uw zoon ’t over mijn leven heeft.’ Zoiets ontroert mij. (moet even slikken) Denk bijvoorbeeld aan de teksten van ‘Wieder’ of nu van ‘Steentje’. Ik hoor dat en denk: mijn zoon heeft mij precies wel door. (uit ‘Steentje’: ‘Der zat een wimper in m’n oog en een vlieg in mijn mond. ’t Was daardoor dak ’t gevoel had da’k bestond’). Zelf ben ik geen open boek. Gebeurt er iets in mijn leven, dan denk ik daarover na. Ik kauw daarop, net zoals Boudy. Het lijkt alsof hij al zoveel heeft meegemaakt in zijn leven. Ik sta ervan versteld, en ik ben fier ook. Bijvoorbeeld op deze zinnen uit ‘Wieder’:

‘Wieder schrijven dingen over wieder in de boeksjes

Rond wondes winden we doeksjes

We zien vrienden in verschillende groepsjes

De meisjes zo stoer en de jongens gevoelig

Ahh me zoon is goe bezig hij stond in de Focus Knack met z’n wezen’.

BOUDY

“Onlangs stapte een vriend van mij de winkel van mijn vader binnen en zei nadien: ‘Man toch, jij lijkt steeds harder op je pa!’ Hoe jullie spreken, jullie houding, jullie gedragingen, enzovoort.’ Zowel mijn vader als ik zijn schuchter. Komen wij een café binnen, dan is dat bedeesd en stil. Het duurt even voor we de ruimte hebben aanvaard. Dat is niet zo als ik optreed, dan ben ik iemand anders en eigen mij het podium toe. Ik blijf Boudy, maar draag wel een masker, want het draait om het optreden en om niks anders.”

“Ik ben opgegroeid in een huis vol vrouwen. Vader runde de winkel in het centrum en moeder deed nachtdiensten als opvoedster in een instelling voor mensen met een beperking. Overdag was ze vaak thuis bij mij en mijn drie zussen: Jody, Jane en Djuna. Mijn ouders hebben voor freestyle namen gekozen (lacht). Ik plaagde mijn zussen, maar eigenlijk was ik een bang kind. Ik denk dat ik vroeger vaak geweend heb. Was er iemand kwaad op me, dan kon ik daar niet goed mee om.”

“Met mijn vader ging ik kitesurfen op de Noordzee. Ook dat delen we: de liefde voor de X-sports: kitesurfen, skateboarden, trialbiken. Ik heb het allemaal gedaan. En tumbling (op een 25 meter lange, verende mat salto’s en schroeven aan elkaar rijgen, red.), dat ook. Ik schopte het ooit tot Vlaams kampioen. Ik werkte ook graag met mijn handen en dacht er zelfs aan garagist te worden. Nog altijd wil ik graag een crossmotor. Maar plots was daar de rapmuziek en ging er een wereld open.”

“In de winkel van mijn vader vond ik de wijde broeken van Fubu en Karl Kani. Ik vond er ook singles van Eminem, ’t Hof van Commerce en Spinvis, en ik dacht: hmmm, mijn vader is wel cool. Ik waande mijzelf een rapper en schreef op mijn slaapkamer wat vuile teksten over weed en si en la. Ik schreef als iemand die in een of andere gevaarlijke buurt was opgegroeid. Niet dus. (lacht) Tegelijk had ik vrienden in het Sint-Jozefslyceum in Knokke die naar cafés gingen waar ik met mijn pet niet was toegelaten. Ik ben het lyceum dan ontvlucht en bloeide open in de kunsthumaniora in Gent. Daar viel alles in zijn plooi. Ik zag er ook in dat mijn teksten nergens op sloegen.”

“De liefde voor muziek, voor teksten, voor beats ontwikkelde zich in die tijd – einde humaniora – heel snel. Vader ging kitesurfen, maar ik bleef op mijn kamer. Dat begreep hij eerst niet: ‘Kom toch mee, er is harde wind vandaag.’ Tot hij me nadien zag op ‘De Nieuwe Lichting’ en begreep waar het voor mij echt om draaide, en nog altijd draait.”

“Ik heb een ondernemersgeest meegekregen van mijn vader, denk ik. Hoe hij de winkel een andere richting uitstuurde, is ook hoe ik probeer op mijn eigen manier het publiek te bereiken. Ik ben ook commercieel, ja. De kunstenaar die zich in zijn atelier terugtrekt, blabla, néén. Ik kom ermee naar búíten. Ik wil iets vertellen. En dat werkt precies wel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234