Woensdag 20/11/2019

Frankenstein

Het verhaal van Frankenstein kent iedereen. Maar waar gaat het echt over?

Brits-Canadees acteur William Henry Pratt. Beeld The Hollywood Archive

Tweehonderd jaar geleden publiceerde Mary Shelley haar boek Frankenstein. Hoe een ordinair griezelboek een profetisch werk werd over wetenschap en techniek - en over liefde. Film Fest Gent toont de biopic over haar leven, en laat Kevin Toma een nieuwe score maken bij de eerste Frankenstein-verfilming.

Het verhaal kent iedereen: een uit lijken bij elkaar genaaid monster maakt amok tegen zijn schepper. Maar waar gaat het echt over? Over hoe techniek en wetenschap gierend uit de hand kunnen lopen? Over verantwoordelijkheid of het gebrek eraan? Gaat het over opvoeden, misschien? Of over onbeantwoorde liefde?

Tweehonderd jaar nadat het bij een kleine Londense uitgever was verschenen in een oplage van slechts vijfhonderd stuks en met een anonieme auteur, is Mary Shelley's boek Frankenstein nog steeds een raadsel. Ondanks de honderden herdrukken, verfilmingen, stripversies en toneeladaptaties. Of misschien juist dankzij. Een raadsel. En een bron van misverstanden.

Niet over wie de auteur was, zoals aanvankelijk ook nog de vraag was. Dat is Mary Wollstonecraft Godwin, de toen net 19-jarige, tweede vrouw van de dichter Percy Bysshe Shelley. En niet, zoals bij verschijnen het gerucht was, haar echtgenoot, of haar vader. Vijf weken nadat ze het manuscript had voltooid, beviel ze van haar eerste kind. In de kritieken werd de vraag opgeworpen of de auteur niet net zo gek was als de held van het verhaal, de Weense arts in opleiding Victor Frankenstein, die uit lichaamsdelen van lijken van mensen en dieren een wezen bij elkaar naait en met elektriciteit tot leven wekt.

Het raadsel is ook niet hoe het huiveringwekkende boek in de wereld kwam. Mary Shelley schrijft er zelf over in de inleiding van het origineel. Hoe ze samen met Shelley, zijn vriend Lord Byron en diens vrouw in de zomer van 1816 naar een zekere villa Diodati aan het Meer van Genève reisden en elkaar op een kille avond uitdaagden griezelverhalen te verzinnen, onder de vrienden een geliefd tijdverdrijf. En hoe ze uiteindelijk als enige haar verhaal uitwerkt tot een boek. 'Het was koud en regenachtig en in de avonden zaten we rond een laaiend houtvuur en vermaakten we ons nu en dan met Duitse spookverhalen die we bij ons hadden. We besloten alledrie zelf ook een verhaal te schrijven, gebaseerd op een bovennatuurlijke gebeurtenis.' Op het moment dat ze het schrijft, kan ook Mary Shelley niet vermoeden welke vlucht dat verhaal zou nemen. Twee eeuwen later weet nog steeds iedereen waarvoor Frankenstein staat: een zelfgemaakt monster dat onstuitbaar aan de haal gaat.

Als er één zomer geschikt was om te somberen, was het wel die van 1816, het jaar dat bekend staat als het jaar zonder zomer. Niemand die het dan begrijpt, maar in de Verenigde Staten vriest het tot in juli iedere nacht. In Europa zijn alle zonsondergangen rood en is het zo koud dat oogsten mislukken en vee verkommert. Pas later zullen geleerden inzien dat in 1815 de Tambora-vulkaan in Indonesië zo heftig is uitgebarsten dat een jaar lang de hele aardatmosfeer vertroebeld blijft.

Niet alleen het sobere weer is een aanjager van het schokkende verhaal dat het 19-jarige dichterslief aan het mistige meer van Genève bij elkaar verzint. Het begin van de 19de eeuw is een periode van grote wetenschappelijke vragen en inzichten. Mannen als Luigi Galvani en Alessandro Volta experimenteren met elektriciteit en zien hoe de spieren van een kikker tot leven lijken te komen als ze een stroomstoot ondergaan.

In Mary's ouderlijk huis in Londen gaan de gesprekken over de natuur en de mens. Er staan wetenschappelijke boeken in de kast, waarin het gist van de ideeën en nieuwe inzichten. Erasmus Darwin, de grootvader van natuurdenker Charles, komt er over de vloer, en praat met vader Godwin over zijn vroege denkbeelden over evolutie. In de Romantische dichterskringen van haar man Shelley en Lord Byron draait alles om diep gevoel voor het mysterieuze. En tegelijk zijn het ook gruwelijke tijden met als dieptepunt de Franse Revolutie vol moord en doodslag. De slachtpartijen van Robespierre galmen begin 19de eeuw nog volop na in een donker cultuurpessimisme.

Terwijl Shelley terug in Londen haar griezelverhaal schrijft, het manuscript telt uiteindelijk 72 duizend woorden, slaat het noodlot onverbiddelijk toe. Haar stiefzuster Claire krijgt een buitenechtelijk kind van de arrogante dichtersprins Lord Byron, haar halfzuster Fanny pleegt zelfmoord met een overdosis opium, en de depressieve ex-vrouw van Percy Bysshe Shelley stapt hoogzwanger in een Londense vijver en verdrinkt zichzelf. Mary Shelley zelf blijkt zwanger. Vijf weken na de laatste zin bevalt ze van een jongetje dat ze een paar jaar later zal verliezen.

In die mistroostige sfeer van dood en verdriet ontstaat een monsterverhaal dat oud en nieuw zal blijken te verbinden. De essentie is de jonge Weense medisch student Victor Frankenstein, vernoemd naar een plaatsje dat Shelley's reisgezelschap onderweg is gepasseerd, die in de greep raakt van occulte natuurfilosofen als Cornelius Agrippa en het idee om dode materie tot leven te wekken. Zijn professoren zien niets in de obsessies van de jonge student. Die sluit zich op en begint te experimenteren met lichaamsdelen van geroofde lijken en elektriciteit. Uiteindelijk weet hij een bij elkaar genaaid lichaam in een onweer daadwerkelijk tot leven te wekken met stroomstoten van de bliksem. De schepping blijkt een monster om te zien, vol littekens, stamelend, lomp en in de war. Als hij zichzelf in de spiegel ziet, vlucht hij, de wildernis in.

Portret van Mary Shelley uit 1840. Beeld RV

De vorm van de vertelling is bijzonder. Mary Shelley vertelt het verhaal niet rechtstreeks, maar in de vorm van brieven van een Britse poolvaarder, die maanden ingevroren heeft gezeten. Die kapitein Walton schrijft aan zijn zuster over een bizarre ontmoeting op het Noordpoolijs, waar hij een Weense arts op een hondenslee is tegengekomen, een zekere Victor Frankenstein, ziek en zwaar onderkoeld. De stervende arts vertelt de kapitein zijn verhaal, waarvan het verslag de kern van de griezelroman vormt: het monster ontsnapt, leert de taal der mensen, maar jaagt iedereen schrikt aan, doodt uit wraak Frankensteins verloofde en vlucht uiteindelijk naar de Noordpool. Zijn schepper volgt hem daar, om zijn monster te doden. Aan het eind van het verhaal is Frankenstein dood en ziet de kapitein het monster op een ijsschots in de mist verdwijnen.

Een belangrijke bron van moderne misverstanden over Frankenstein zijn de verfilmingen. In 1910 komt de eerste uit, een schokkerig toneelstukje zonder geluid, waarin student Frankenstein in een oven een levend monster laat ontstaan, dat vervolgens zijn bruid doodt en dan weer niet en in een spiegel verdwijnt. Warrig op zijn best, in hedendaagse ogen.

De filmversie uit 1931, met geluid, lijkt een stuk coherenter. Net als in het boek raakt de medisch student Frankenstein (hier trouwens geen Victor geheten, maar Henry) gegrepen door de gedachte dode materie tot leven te wekken, en net als in het boek loopt dat slecht af. Niet in de Noordelijke IJszee, zoals bij Mary Shelley, maar in een klassieke scène met een brandende molen waar het monster zich schuil houdt. Van de literaire structuur van het boek is niet veel over; niks brieven, niks dagboek, niks wanhopige creatuur.

Maar de meest wezenlijke ingreep van de toenmalige scenaristen was dat Frankensteins assistent Fritz met glazen pot en al het brein van uitgerekend een misdadiger uit het anatomisch theater steelt. Geen wonder, snapt de kijker meteen, dat het monster later alleen maar amok maakt, kinderen verdrinkt en maagden wurgt. En dan is er nog Frankensteins gebochelde assistent Fritz, die het monster in de kerkers net een keer te vaak met een brandende fakkel pest.

William Henry Pratt. Beeld © The Hollywood Archive

In het originele verhaal ontspoort het monster veel geleidelijker en vooral ook veel logischer. Het ontsnapt uit Frankensteins lab, trekt de wildernis in en leeft een tijdlang vlak bij een argeloos houthakkersgezin, waarvan hij de taal oppikt en begrijpt dat er zoiets als een gezin en familie kan bestaan. Het monster duikt op in Wenen, lokt Victor Frankenstein naar de Mont Blanc-gletsjer en eist in de zee van ijs opmerkelijk welbespraakt en filosofisch ('Wie ben ik en heb ik een ziel?') een vrouw om zelf kinderen mee te krijgen. Frankenstein weigert, het monster vermoordt zijn verloofde, waarna Frankenstein haar met donder en bliksem weer tot leven wekt. Als het monster haar probeert te ontvoeren breekt er brand uit en sterft ze in de vlammen.

Het monster vlucht naar de Noordpool, achtervolgd door Frankenstein, die zijn verhaal aan kapitein Walton doet en door uitputting sterft. Het monster is erbij en huilt. 'Hij was mijn vader.' Bij de begrafenis breekt het ijs en verdwijnt het monster met Frankensteins lijk in de mist. 'Verloren in afstand en duister', luiden de laatste woorden van Shelleys boek.

Actievoerders maken graag gebruik van het griezelgehalte van de populaire Frankenstein-versies. Genetisch gemanipuleerde zalm heet dan Frankenzalm, genmaïs Frankenfood. In de populaire versies van het Frankensteinverhaal is het schrikbeeld van het monster dat op de loop gaat leidend. Het origineel van Mary Shelley was in 1818 bedoeld om haar vrienden bij de flakkerende open haard de stuipen op het lijf te jaren. Maar wie goed leest, ziet dat het ook het verhaal is van een verwaarloosd kind dat daarna boos en teleurgesteld ontspoort. De belangrijkste les van Mary Shelley's Frankenstein is daarom dat het verhaal ook anders had kunnen lopen. Als de obsessieve geleerde Victor Frankenstein het schepsel zelf voor vol zou hebben aangezien en wat aardiger voor zijn monster zou zijn geweest.

Kevin Toma plays Frankenstein, 13/10 in Vooruit.
Mary Shelley, 10, 12 en 14/10 in Kinepolis (Gent)filmfestival.be

Lees hier wat drie hedendaagse denkers denken over Frankenstein anno 2018.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234