Woensdag 13/11/2019

Uitgezongen

Het verhaal achter dé begrafenishit: ‘Testament’ van Bram Vermeulen

Beeld Jean Van Lingen

‘Dood ben ik pas als jij me bent vergeten’, zong Bram Vermeulen in ‘Testament’, dat vervolgens zelf onvergetelijk werd. Perfecte song voor op een dag als Allerzielen.

Zijn rauwe stem zal nooit meer klinken vanop een podium. Sinds Bram Vermeulen in 2004 op een warme septemberochtend in zijn Italiaans buitenverblijf onverwacht stierf aan een hartstilstand, heeft ‘Testament’ evenwel zijn eigen titel waargemaakt. Duizenden keren werd die beroemde songtekst op rouwberichten gedrukt. ‘En als ik doodga, huil maar niet. Ik ben niet echt dood, moet je weten. Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten.’

Het Nederlands laat zich soms moeizaam ­kneden tot woorden van troost. Maar de songtekst van Vermeulen bleek zo simpel en om die reden ook zo ontroerend, dat hij tegen wil en dank een alternatieve rol aangemeten kreeg als lyrische lijkbidder – zelfs voor zijn éígen overlijden. “Het grappige is: ik heb die tekst geschreven met een heel andere intentie dan waarmee het wordt opgepikt,” zei de Nederlandse chansonnier daar ooit over. “In overlijdensadvertenties worden die bekende songregels vaak geciteerd in de jij-vorm: ‘Dood ben je pas, als ik je ben vergeten.’ Dát heb ik natuurlijk niet geschreven. Maar zo erg is dat niet. Er zijn meerdere interpretaties mogelijk. Mijn gedachte was juist: hou op met aan me denken! Ik wil dood zijn. Laat me vrij. Ik moet weg kunnen. Maar als jouw houding is: ‘het mag niet gebeuren’, dan moet je aan me blijven denken. Wie ben ik dan om dat af te nemen?”

Zelf vond hij de thematiek niet bijster origineel toen hij de song schreef. “Het uitgangspunt dat je pas écht dood bent als niemand nog aan je denkt, werd al door talloze andere dichters gebruikt. Desondanks ben ik er kennelijk toch in geslaagd om het gegeven op een nieuwe, directere manier te formuleren. Alleen vind ik het een beetje ironisch dat de coupletten over heimwee en verlangen veel minder vaak geciteerd worden, terwijl die voor mij net het belangrijkst zijn.”

Wat hij stiekem ook een beetje jammer vond, nadat hij van vrienden hoorde dat de song al jaren in de ‘hitparade van de begrafenisliedjes’ bovenaan prijkte, was “dat begrafenisondernemers geen auteursrechten betalen. (lacht) Als iemand ook effectief een steen heeft verlegd in de rivier van het Nederlandse lied, mag hij daar natuurlijk ook voor vergoed worden.”

Verder kon het Vermeulen evenwel geen biet schelen dat hij hoegenaamd geen vat had op het voortleven van een classic als ‘Testament’. “Als je iets weg wilt, moet je het weg dóén. Maar je hoeft het niet kapot te maken. Je moet er alleen zelf klaar mee zijn. Met ‘Testament’ ben ik klaar. Ik heb het ooit zelf voor een kennis gezongen. Aanvankelijk dacht ik dat ik de tweede regel niet eens zou halen. Maar toen ik begon te zingen, was het net voetbal. De bal deed het werk. Dat lied is er, heeft een bepaalde strekking, en ik breng het nu voort.”

Dat Bram Vermeulen een classic over de dood zou ­schrijven, verwonderde zijn vrienden nooit. Na zijn eigen overlijden zouden diezelfde vrienden ­niettemin bij hoog en laag beweren dat hij zijn visie op het finale adieu jaren eerder nog legendarischer had verwoord in het lied ‘Oud en eenzaam’, toen hij nog optrad met Neerlands Hoop (met Freek de Jonge). ‘Bevrijd van verantwoordelijkheid / Verlost van het gezeik / Op een schommelstoel voor het raam wil ik naar buiten kijken (...) Oud en eenzaam wil ik worden / Klaar zijn met het leven / Met nog een ­allerlaatste wens / Niemand erbij / En ook op mijn begrafenis / Geen mens.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234