Donderdag 02/04/2020

Rolling Stones

Het tweede leven van de raadselachtige mannen

Beeld rv Rolling Stones Archive

Juist doordat hij geen typische fanboy was, klikte het tussen muziekjournalist Rich Cohen en de Rolling Stones en kon hij scherpe inzichten neerpennen in zijn biografie van de onvergankelijke band.

Toen de Amerikaanse muziekjournalist Rich Cohen begin jaren negentig aanschoof bij The Rolling Stones, was hij bang dat hij te laat op het feestje kwam. Dat de leukste gasten al vertrokken waren en hij gedeprimeerd zou raken bij de aanblik van drijvende peuken in halfvolle cocktailglazen.

Cohen, geboren in 1968, was als kind groot fan geweest van de Stones maar daarna afgehaakt. De Stones werden eind jaren tachtig al gezien als rockopa's en Cohen geloofde het wel. Hij zag ze in 1989 spelen in de Superdome in New Orleans, vanuit een stoeltje in de bovenste ring van de hoogste tribune. En hij noteerde: 'Zelfs van die afstand zat er iets beschamends in Jaggers gedans. Het was bloedeloos, levenloos. Hij deed de bewegingen omdat dat nu eenmaal erg opwindend was geweest toen hij ze lang geleden deed. Wat een stomvervelende vertoning.'

Niet bepaald een fan-voor-het-leven dus. En de 'vertoning' in de Superdome bracht Cohen zelfs tot de existentialistische rock-'n-roll-overpeinzing: 'Laat vroeg succes zulke diepe groeven na dat je er nooit meer uit kunt komen?'

Maar toen hij door zijn werkgever Jann Wenner van muziekblad Rolling Stone werd gevraagd de voorbereidingen van de Stones op een zoveelste wereldtournee te volgen, zei Cohen natuurlijk geen nee. Een mooi moment om de balans op te maken, na te denken over zijn eigen jeugd, zijn verglijdende muzieksmaak en wat hem destijds toch zo had aangetrokken in dat Britse bandje.

Cohen viel in de smaak bij Keith Richards, Charlie Watts én Mick Jagger. Waarschijnlijk omdat hij zich dus niet opstelde als die typische fanboy die nu ook een keer met de Stones mocht praten. Cohen zat de heren tijdens lange gesprekken in hotels, kleedkamers en toerbussen een beetje met een schuin oog te bekijken. Te observeren: wat zijn dit voor een raadselachtige mannen? En daardoor voelden de Stones zich op waarde geschat - ze vonden zichzelf tenslotte ook best raadselachtig.

Ze begrepen bovendien dat Cohen de spijker op de kop sloeg, vooral bij zijn verslagen van repetities, waarin de geheimen van het Stonesgeluid worden ontrafeld. 'Ik zag het zelf op een avond toen de Stones repeteerden', schrijft Cohen. 'In een extreem geval begon Keith de riff terwijl Charlie aan de andere kant van het vertrek thee zat te drinken. Toen de thee op was, zette Charlie voorzichtig alles weg, trok zijn overhemd recht, stak het podium over, ging achter het drumstel zitten, draaide de stokken tussen zijn vingers als Shane zijn pistolen, grinnikte naar me, knikte naar Keith, haalde diep adem en viel in.'

Beeld RV

Zeker, er zijn meer boeken over de Stones geschreven. En wie de geweldige autobiografie Life van Keith Richards heeft gelezen, zou al verzadigd kunnen zijn. Maar we kunnen De zon en de maan en de Rolling Stones er nog prima bij hebben, omdat de biografie toch weer scherpe inzichten biedt in het bestaan van die onvergankelijke rockband.

Cohen voegt zich namelijk bij de band in een cruciale fase. Na de opkomst in de jaren zestig, het megarocksterrendom van de jaren zeventig, de ruzies tussen Mick en Keith en de artistieke neergang van de jaren tachtig, maken de Stones zich op voor deel twee van het eindeloze rockleven. Ze zijn tot elkaar veroordeeld en leggen zich neer bij het feit dat ze zichzelf vanaf nu tot het bittere einde zullen blijven herhalen. Speelden de Stones eerst de zwarte Amerikaanse blues na, nu was het tijd zichzélf te gaan imiteren, tot in lengte van dagen. En daar lijken de mannen, althans ten overstaan van Cohen, vrede mee te hebben.

En toch drijft er een mooie melancholie door de hoofdstukken, een diep verlangen naar dat wat geweest is. En dat uit zich in de cultuurkritiek van de al wat oudere rockfan, die Cohen inmiddels toch ook geworden is. 'Natuurlijk wordt er nog steeds muziek gemaakt', schrijft hij in een sombere bespiegeling over de hedendaagse popmuziek. 'Met de beste bands gaat het nog net zo goed als vroeger. De beste nummers rocken nog steeds. Maar de achterliggende overtuiging is eruit. Niemand denkt nog dat muziek de wereld zal veranderen, of dat zou willen. (...) En we gaan nog steeds naar clubs om naar bands te luisteren. Omdat het leuk is, niet omdat we erin geloven of dat we denken dat muziek betekenis aan ons leven geeft.'

Volgens Keith Richards is dit het typische gehuil van een verwende generatie. Toen Richards 16 was, moest hij de rock-'n-roll zelf uitvinden. En daar herinnert de gitarist Cohen fijntjes aan, als hij hem vraagt hoe het eigenlijk is om te leven in een wereld waarin de Stones er altijd waren. 'Voor jou zijn de zon en de maan en de Rolling Stones er altijd geweest.'

Uit het Engels vertaald door Rob de Ridder.

Spectrum; 412 pagina's; € 25,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234