Donderdag 17/06/2021

ReportageReizen

Het tweede huwelijk van mijn vader was net stukgelopen. En ik verzamelde in Schotland mijn moed bijeen voor een belangrijke onthulling

null Beeld Stijn De Wandeleer
Beeld Stijn De Wandeleer

Zes jaar geleden trokken journalist Stijn De Wandeleer en zijn vader een week door Schotland. Een reis op een kantelpunt in hun leven: het tweede huwelijk van zijn vader was net stukgelopen, en zelf verzamelde Stijn de moed om een belangrijke onthulling te doen aan zijn familie.

Ik sta op het dek van een sputterende en grommende ferry en zie hoe in de verte Nederland achter een laken van grijze golven verdwijnt. Achttien uur: zolang zal het duren voor we opnieuw vaste grond onder onze schoenzolen zullen voelen. De zee houdt zich voorlopig gedeisd, maar de regen kletst in mijn gezicht. Van alle toeristen die op het dek zijn bijeengekomen, is geen enkele mijn vader; hij heeft niet zoveel met achteromkijken en is geheel volgens de verwachtingen door het schip gaan dolen. Hij wil de neonverlichte etalages aan boord ontdekken, slentert alvast langs het buffet, raakt met andere reizigers aan de praat.

Mijn vader, moet u weten, is een onverbeterlijke avonturier. Altijd al geweest: als kind sleurde hij me tijdens schoolvakanties steevast in de auto al onze buurlanden door, zelden hadden we die trip op voorhand gepland. We sliepen in de koffer van de auto of in goedkope motels, de reis begon zodra we het portier van de auto op onze oprit hadden dichtgetrokken. Voor hem was elke tegenslag een verhaal dat hij later aan het thuisfront kon vertellen, een anekdote die zijn leven alleen maar zou kruiden.

Mijn vader en ik op de top van de Ben Vracky. Beeld Stijn De Wandeleer
Mijn vader en ik op de top van de Ben Vracky.Beeld Stijn De Wandeleer

Hoewel ik me tijdens mijn tienerjaren meermaals heb afgevraagd hoe het mogelijk is dat mijn vader en ik een genenpool delen, ben ik overduidelijk erfelijk bezwaard met zijn nonchalance en vergeetachtigheid. Want hoewel we al jaren over de vader-zoontrip spraken die we door Schotland zouden maken, de lochs die we samen zouden bewonderen, de ruïnes waarvoor we zouden poseren, zijn we uiteindelijk toch aan deze reis begonnen met niet veel meer dan een verfomfaaid papiertje waarop enkele grote steden en dorpen genoteerd staan, met daaronder in blokletters: ‘ISLE OF SKYE’. Skye, dat is het woeste noordelijke eiland dat het ultieme doel van deze trip moet worden. In de koffer van onze auto steken twee kleine valiesjes met enkel het hoogstnoodzakelijke, en zelfs dat blijkt een toegeeflijke omschrijving, wanneer ik aan boord ontdek dat ik zelfs mijn wandelschoenen thuis ben vergeten.

Praten zonder ophouden

De eerste dag houden we halt in Edinburgh (we discussiëren over hoe je die stadsnaam moet uitspreken – edin-bruh, ontdekken we). We wandelen over de kasseien van de Royal Mile, de slagader die door het historische deel van de stad loopt, en turen vanaf het Castle of Edinburgh naar het noorden, waar in de verte de eerste heuvels als gebolde ruggen uit het landschap steken. De heuvels waarachter bergen zullen liggen, en waarachter we Isle of Skye zullen aantreffen. We kunnen nauwelijks geloven dat de reis waarover we al jaren hardop fantaseren ook écht aan het maken zijn.

Wie per ferry naar Schotland wil reizen, is achttien uur onderweg. Beeld Stijn De Wandeleer
Wie per ferry naar Schotland wil reizen, is achttien uur onderweg.Beeld Stijn De Wandeleer

’s Avonds belanden we in een pub, en daar vertel ik mijn vader zonder ophouden over mijn wilde toekomstdromen. Over mijn plannen om reisblogger te worden (nu ondenkbaar, een mens lijkt zijn dromen nogal te herzien tussen zijn negentiende en vijfentwintigste levensjaar). Zoals altijd oppert hij geen praktische bezwaren en lijkt hij vooral onder de indruk. Wat ik hem niet vertel, is dat ik in de zomer van datzelfde jaar aan enkele vrienden ben beginnen vertellen dat ik op mannen val. Een deel van mijn leven dat ik op dat moment nog angstvallig voor mijn vader verborgen houd, misschien wel uit angst dat het onze roadtrip vreemd en ongemakkelijk zou maken. Ik zou deze reis dus gebruiken om te peilen of onze band sterk genoeg is voor de onthulling die ik voor hem in petto heb.

Na slechts 24 uur laten we Edinburgh achter ons en trekken we dieper dit adembenemende en mysterieuze land in. Schotland begint vlak: relatief brede wegen en uitgestrekte landschappen, waaruit in deze tijd van het jaar (het is september) stilaan het groen aan het wegtrekken is. De wegen slingeren langs steeds hogere en grilligere heuvels, en we lijken het grootste deel van de tijd van het ene loch naar het andere te rijden. Het regent onophoudelijk, maar het beeld klópt wel: de melancholie van dit land heeft lak aan zonnestralen.

Uitzicht tijdens een wandeling in Quiraing. Beeld Stijn De Wandeleer
Uitzicht tijdens een wandeling in Quiraing.Beeld Stijn De Wandeleer

1.300 kilometer: die afstand zullen we moeten overbruggen tijdens de acht dagen dat we in Schotland verblijven, en tijdens de hele rit zal mijn vader quasi onophoudelijk praten. Ook hij bevindt zich op een kantelpunt in zijn leven: zijn tweede huwelijk is net stukgelopen, en in deze periode ben ik ongeveer de enige persoon die hij spreekt. Door al het praten is mijn vader snel afgeleid, en als hij aan het stuur zit, missen we voortdurend afslagen. Hij wijst op de aardplaten die steeds grilliger uit de grond steken, wil overal stoppen om de schoonheid van het landschap op beeld vast te leggen, maar houdt zijn aandacht zelden op de weg gericht.

Terwijl we alweer een dal fotograferen, raakt mijn vader aan de praat met een koppel veertigers dat al zeventien jaar lang elk jaar naar Schotland afreist. “Dit is een fantastisch moment om te komen, maar eigenlijk is het in de lente nog indrukwekkender”, zeggen ze. “Dan is het warmer en zijn de heuvels nog groener.” Terug in de auto voeren mijn vader en ik ons gebruikelijke toneel op: we plannen in gedachten al onze volgende reis, voorspellen dat deze roadtrips in de toekomst een vast ritueel zullen worden.

Mijn vader wilde telkens uitstappen om het landschap te bewonderen. Beeld Stijn De Wandeleer
Mijn vader wilde telkens uitstappen om het landschap te bewonderen.Beeld Stijn De Wandeleer

Als we niet aan het rijden zijn, zijn we aan het wandelen, of betalen we ons blauw aan koffie uit tankstations. Op de derde dag beklimmen we de Ben Vrackie, een 800 meter hoge heuvel in Pitlochry; mijn vader op zijn wandelschoenen, ik op een paar versleten sneakers. Het is even gestopt met regenen, maar de wind lijkt ons voortdurend weer naar beneden te willen drukken. Ik spring zorgeloos op de gladde keien omhoog, me niet bewust van hoe catastrofaal een verkeerde sprong zou kunnen aflopen; mijn vader wandelt aan een gezapig tempo achter mij. Eenmaal boven zien we de adembenemende uitgestrektheid van het landschap rondom ons. We zijn voor het eerst allebei stil. De wind suist ons om de oren, en weer nemen we foto’s, al beseffen we allebei dat we dit moment onmogelijk mee naar huis kunnen transporteren. We moeten het hier beleven, en dan moeten we het achterlaten.

Schapen tellen

We hebben het aantal kilometers op onze gps (die net als wij regelmatig de kluts kwijt is) de voorbije dagen rustig zien aftellen, en na vier dagen is het zover: we moeten enkel nog een lange brug over en dan zullen we eindelijk op Isle of Skye belanden. De wegen zijn hier nóg smaller en gevaarlijker, en worden regelmatig versperd door een meute schapen die er een plek gevonden heeft om te grazen. Op zulke momenten zit er niks anders op dan te wachten, je aan het ritme van je omgeving aan te passen – omdat we tijd hebben, vinden we het allemaal best.

null Beeld Stijn De Wandeleer
Beeld Stijn De Wandeleer

In Staffin, een piepklein dorpje op Skye, zetten we onze tent op in een camping waar slechts drie andere mensen verblijven. De zee is overal vlakbij: wanneer ik ’s avonds in slaap val, kan ik naast ons de golven tegen de rotsen horen breken. Een vrouw in het dorpje vertelt dat we absoluut moeten gaan wandelen aan Quiraing. Ze staat erop om de volgende ochtend de wandelschoenen van haar zoon aan onze tent te komen zetten.

’s Avonds wandel ik met mijn vader over het kiezelstrand in Staffin, de zee schuimt onder onze schoenen. Op dit punt in zijn leven is mijn vader zijn geloof in de liefde compleet verloren. “Ik schik me te veel naar de ander in relaties en verlies telkens mezelf”, zegt hij. No more; hij zou voortaan zijn vrienden voorrang geven, zijn eigen passies nastreven, gitaar leren spelen, lange wandelingen maken met zijn labrador. Ik denk dat ik hem toen gelijk gaf: dat de liefde inderdaad ingewikkeld was en beter gemeden kon worden, dat het gevaarlijk was om je hart in vreemde handpalmen achter te laten en erop te vertrouwen dat die persoon er alleen maar goede bedoelingen mee heeft. We zien de zon niet ondergaan; ze verdwijnt gewoon achter de dichtgepakte wolken.

Groene golven

De volgende ochtend wordt er tegen het zeil van onze tent getikt. De vrouw van gisteren is bij het krieken van de dag komen aanzetten met een paar wandelschoenen, wollen sokken en een soort cape om ons tegen de snelle weersveranderingen te beschermen. We bedanken haar uitvoerig, en zijn even met verstomming geslagen door de onbaatzuchtigheid van de mensen hier, van wie we vermoeden dat we ze thuis niet zo snel zouden aantreffen. Ze heeft trouwens gelijk, over die wandeling aan Quiraing: het is veruit de meest indrukwekkende tocht die we tijdens onze reis zullen maken. Overal steken aardplaten woest en grillig uit het landschap omhoog, als groene golven op zoek naar een plek waar ze kunnen neerstorten. Mijn vader vraagt aan enkele locals of zij de schoonheid van dit landschap nog kunnen zien: allemaal zeggen ze van wel, dat het nooit went.

Eilean Donan Castle, op een klein getijdeneiland in de westelijke hooglanden van Schotland. Beeld Stijn De Wandeleer
Eilean Donan Castle, op een klein getijdeneiland in de westelijke hooglanden van Schotland.Beeld Stijn De Wandeleer

Op de terugweg, volgeladen met beelden, het ruige landschap dat in onze achteruitkijkspiegels verdwijnt, filosoferen mijn vader en ik over de tijd die zich tijdens ons verblijf op dit eiland in vreemde bochten heeft gewrongen. Onze week in Schotland lijkt zich over een oneindigheid te hebben uitgestrekt, omdat we van de ene verrassing in de andere vielen. We blikken terug op het Eilean Donan Castle dat we onderweg bezochten, een indrukwekkend kasteel dat omgeven is met water. We hebben het over de haggis die we voor het eerst aten, eerst met tegenzin, maar daarna steeds gulziger. Over het tragere levensritme waaraan wel te wennen viel. We besluiten dat dit is hoe er altijd geleefd moet worden: de dagen volgeladen met mysterie, onze ogen steeds op het onontdekte gericht.

Uitgeput van een week rondreizen parkeren we onze auto opnieuw in de buik van de ferry, die ons opnieuw in Nederland zal droppen. Er wordt onweer voorspeld door de intercom, en aan de infobalie pakken paniekerige toeristen samen, allemaal zijn ze op zoek naar reismedicatie. Ik zie de krijtrotsen achter ons verdwijnen – opnieuw dat achteromkijken – en kruip in mijn stapelbed. Mijn vader is opnieuw door het schip gaan dwalen.

Water, heuvels en wolken: het vaste decor in Schotland. Beeld Stijn De Wandeleer
Water, heuvels en wolken: het vaste decor in Schotland.Beeld Stijn De Wandeleer

Het is ondertussen zes jaar geleden dat mijn vader en ik deze reis maakten. Daarna is hij verhuisd naar Frankrijk. Door dat vermaledijde virus hebben we al bijna een jaar alleen maar via FaceTime gesproken, maar wanneer ik hem opbel om herinneringen op te halen aan onze reis door Schotland, hoor ik op de achtergrond de stem van zijn vriendin, met wie hij ondertussen al drie jaar erg gelukkig is. Voor mijn eigen webcam passeert mijn vriend – we zijn al vier jaar samen, en mijn vader kan het uitstekend met hem vinden. We besluiten dat het hoog tijd wordt om er nog eens samen opuit te trekken. Mijn wandelschoenen staan klaar.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234