Vrijdag 10/04/2020

Het stempel van Gerard Mortier op opera is onuitwisbaar

Gerard Mortier is een fenomeen, waar moeilijk naast gekeken kan worden, stellen Katia Segers en Francis Maes. Katia Segers, professor communicatiewetenschappen aan de VUB, was in de periode-Mortier mede-oprichter en later voorzitter van de jongerenvereniging van de Munt. Francis Maes is professor muziekwetenschappen aan de UGent en auteur van Opera. Achter de schermen van de emotie.

België mag zich naar alle waarschijnlijkheid opmaken voor de terugkeer van Gerard Mortier. Die heeft er een lange en indrukwekkende carrière in de internationale operawereld op zitten, maar wordt nu op onrespectvolle wijze ontslagen als artistiek directeur van het Teatro Real in Madrid.

Het stempel dat Gerard Mortier nu al veertig jaar op het operabedrijf drukt, is onmiskenbaar en onuitwisbaar. Na zijn ophefmakend vertrek uit de Muntschouwburg in 1992 leidde hij de Salzburger Festspiele, de Ruhr Triënale, de Opéra de Paris, flirtte hij met de overname van de New York City Opera, om uiteindelijk te belanden in het Teatro Real de Madrid. Het valt aan te nemen dat zijn rol - ondanks zijn ziekte - nog niet uitgespeeld is. Toch wagen we ons aan een tussenbalans van zijn verdiensten.

Niemand betwist dat Mortier een spectaculaire bloeiperiode heeft ingezet bij de Koninklijke Muntschouwburg. In het spoor van Mortier is ook Brussel uitgegroeid als internationaal artistiek centrum. De Munt, Het Kaaitheater, het Kunstenfestival des Arts, Bozar, Flagey... maken Brussel vandaag tot een internationaal kunstencentrum. Dit is niet rechtstreeks het werk van Mortier, maar hij zorgde ervoor dat de kunsten een plaats kregen in de publieke opinie en heeft zo een vruchtbaar klimaat geschapen. Hij heeft ook getalenteerde cultuurmanagers zoals Serge Dorny, Paul Dujardin, Jan Goossens en Peter de Caluwe gevormd.

Toen Mortier in 1981 directeur werd, was de Munt als thuis van Maurice Béjart vooral een internationaal balletcentrum. Dat hij meteen de kaart trok van de opera leidde tot een machtsstrijd tussen beiden, die uitmondde in het trieste vertrek van Béjart. De gevolgen laten zich nog altijd voelen. Brussel mag dan een centrum van de hedendaagse dans zijn, het gebrek aan een groot balletgezelschap blijft een leemte. Nu het Ballet van Vlaanderen het moeilijk heeft om die rol waar te maken en vecht voor zijn overleven, blijkt hoe kwetsbaar het ballet in ons land is geworden. De recente belangstelling van moderne choreografen als Sidi Larbi Cherkaoui voor klassiek ballet is misschien al te laat.

Fenomeen
Wat is het geheim achter Mortiers succes? Hij wist Brussel uit te bouwen tot een centrum waar de verschillende Europese ontwikkelingen in opera samenkwamen.

Hij deed dat door de vernieuwingen in het gesproken theater toe te passen op opera. Hij ontwikkelde daarbij een unieke formule, waarbij hij de dramaturgische, kritische lezing van klassieke meesterwerken een esthetisch uitzicht heeft gegeven. Hij haalde hiervoor de grote Duitse en Franse scenografen en regisseurs naar Brussel. Die formule sloeg aan bij het publiek, dat leerde nadenken over de stukken, maar ook een verbluffende nieuwe esthetiek te zien kreeg. Chéreau, Bondy, maar zeker het echtpaar-Hermann hebben hierin sleutelrollen gespeeld. In de tweede fase van zijn directeurschap gaf Mortier vernieuwers uit Amerika zoals Peter Sellars en choreograaf Mark Morris een podium. De wereldpremière van Death of Klinghoffer van John Adams en Peter Sellars - een opera over de kaping van de Achille Lauro - mag de Munt op zijn conto schrijven.

Onder Mortier gingen ook de deuren van het operahuis open voor andere kunstvormen. De producties van Alain Platel - waaronder het recente C(h)oeurs -zijn het mooiste voorbeeld van de wisselwerking tussen het operahuis en de actuele podiumkunsten, een aanpak die buiten Europa ongebruikelijk is.

Met zijn talent voor retoriek en polemiek zette Mortier de Munt ook bij de publieke opinie op de kaart. Zijn discours over het maatschappelijke belang van de kunsten enerzijds en de onverschilligheid, ja, zelfs afzijdigheid van de politiek ten aanzien van de kunsten anderzijds, maakten dat de Munt én Mortier zelf in zowel de Vlaamse als Franstalige media sterk aanwezig waren. In de jaren 1980 was dat nieuw. Het heeft er niet alleen toe geleid dat de zaal bomvol zat, maar gaf ook een dynamiek aan het cultuurdebat. Hij is zijn belangrijke opiniërende stem en engagement blijven opnemen in Vlaanderen, ook al was hij in het buitenland. Zo heeft hij het mislukken van zijn plannen voor de Krook (de bouw van een muziekforum) moeilijk verteerd.

Le déluge
De verwezenlijkingen zijn dus indrukwekkend. Gerard Mortier is een fenomeen, waar moeilijk naast gekeken kan worden. Alle fenomenen hebben uiteraard hun keerzijde. Een van de keerzijden is dat Mortiers uitgesproken visie op het repertoire concreet heeft geleid tot het inkrimpen ervan tot enkele onvergankelijke meesterwerken. Alleen die werken die de fundamentele mythen van onze cultuur belichamen (Don Giovanni, Saint-François d'Assise) hebben volgens hem recht op overleven, terwijl hij componisten als Puccini onomwonden naar de prullenmand van de geschiedenis verwijst.

In een tijd dat buzzwoorden als cultuurparticipatie, -educatie, -marketing amper in de mond werden genomen, dacht Mortier al na over manieren om een nieuw, jong publiek aan te boren. Maar hoe vooruitstrevend hij op dat vlak ook was, hij had allerminst aandacht voor management, planning en ondernemerschap, kerncompetenties voor de hedendaagse cultuurmanagers. De manier waarop hij de Munt in een bijzonder penibele financiële situatie achterliet ("après moi le déluge") was toen onaanvaardbaar en is vandaag totaal ontoelaatbaar. Dit patroon heeft zich keer op keer herhaald. Doorheen zijn carrière valt een merkwaardige systematiek op in de destructie die hij tentoonspreidt bij het verlaten van het fantastische werk dat hij eerst opbouwde. Te hopen valt dat hij zich, terug in België, kan herbronnen om opnieuw fantastische projecten te realiseren. We kijken ernaar uit.

 
Mortier ontwikkelde een unieke formule, waarbij hij de dramaturgische, kritische lezing van klassieke meesterwerken een esthetisch uitzicht heeft gegeven.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234