Woensdag 12/05/2021

InterviewBoeken

Het Schotse avontuur van Tamsin Calidas: heerlijk eiland, gruwelijk eiland

De sfeer op het eiland was vijandig. Calidas: ‘We kochten een boerderij die veel oudere bewoners liever naar hun kinderen hadden zien gaan.’ Beeld Alamy Stock Photo
De sfeer op het eiland was vijandig. Calidas: ‘We kochten een boerderij die veel oudere bewoners liever naar hun kinderen hadden zien gaan.’Beeld Alamy Stock Photo

Zeventien jaar geleden beslisten Tamsin Calidas en haar man om naar een afgelegen Schots eiland te verhuizen. Het liep uit op een strijd tegen haar omgeving en tegen zichzelf. Op een gegeven moment moest ze van pure armoede zelfs bladeren eten.

“Dozen vol reacties heb ik al”, zegt ze. “Voor mij is dat het bewijs dat mijn boek echt wel iets gedaan heeft met zijn lezers. Kijk hier: ‘Beste Tamsin,’ schrijft deze lezeres, ‘ik kreeg je boek als kerstcadeau en ik durfde het aanvankelijk niet te lezen omdat ik de confrontatie vreesde. Ik heb hetzelfde meegemaakt. Ik herken je gelukkige en je vreselijke momenten, maar ik ben zo blij dat je doorgezet hebt, waar ik heb opgegeven. Ik heb mijn huis verkocht en het eiland verlaten.’”

Wat Tamsin Calidas gedaan heeft, is tegen het tij in zwemmen en er als een sterkere vrouw weer uitkomen. Zeventien jaar geleden besliste ze met haar man Rab om Londen in te ruilen voor een Schots eiland met ocharme 120 bewoners. Ze had een succesvolle carrière als fotografe uitgebouwd en de sky leek de limit, tot zij een auto-ongeval kreeg en werkonbekwaam werd.

Met alleen het inkomen van Rab konden ze niet in hun bevoorrechte wijk blijven wonen. Dus verhuisden ze, kwamen ze in een bendeoorlog terecht, werden ze afgedreigd en werd er bij hen ingebroken.

Dat was geen plek om een kind te laten opgroeien, vonden de toen pas vier maanden getrouwde Tamsin en Rab. Dat zou beter lukken in Schotland, waar ze allebei familie hadden. En dus kochten ze op een eiland goedkoop een croft, een kleine boerderij op een stuk land van 9 hectare. De boerderij had vijf jaar leeg gestaan en er was water noch elektriciteit, maar dat vonden Tamsin en Rab geen probleem. Wat wel een probleem werd, was de gemeenschap waarin ze terechtkwamen, die zich meteen vijandig opstelde. Het eiland vormde immers een kleine wereld op zich. Mensen zorgden er voor elkaar, maar niet voor indringers.

Over de voorbije zeventien jaar schreef Tamsin Calidas het boek Ik ben een eiland, een hartverscheurend verhaal over een jonge vrouw die een voor een haar zekerheden ziet wegvallen. Na een paar jaar zwoegen bleek ze geen kinderen te kunnen krijgen, en Rab kon niet aarden op het eiland en verliet haar, net op het moment dat haar twee handen gebroken waren, de ene door een valpartij en de andere door huiselijk geweld. Calidas trok zich op aan haar enige vriendin op het eiland, Cristall, tot ook die stierf en ze weer moederziel alleen was. Haar geld raakte op, haar kweekram stierf onder verdachte omstandigheden, en ga maar door.

Vandaag is de sfeer er anders, vertelt ze me, maar toch wil ze niet dat de naam van het eiland in de krant komt.

Tamsin Calidas: ‘Nadat mijn man was vertrokken, hoopten velen dat ik er de brui aan zou geven. Nee, dus. Ik ging zelfs prijzen winnen met mijn schapen.’ Beeld Guy Reece
Tamsin Calidas: ‘Nadat mijn man was vertrokken, hoopten velen dat ik er de brui aan zou geven. Nee, dus. Ik ging zelfs prijzen winnen met mijn schapen.’Beeld Guy Reece

“Over het algemeen werd mijn boek er goed ontvangen”, zegt ze. “Al waren sommigen het niet eens met mijn relaas. Zij hebben wellicht nog wat werk om met zichzelf in het reine te komen over wat er in het verleden is gebeurd, en ik wil geen olie op het vuur gooien.”

Wat ging er mis?

“Dat we iets kochten in de gemeenschap. Rab en ik hadden al eerder in kleine gemeenschappen gewoond, maar we hadden nooit een huis gekocht. Wanneer je iets huurt, toon je dat je niet zult blijven. Wanneer je een boerderij koopt, ga je niet meer weg. Zeventien jaar geleden waren er ook geen jongeren op het eiland. Die hadden het allemaal verlaten om te studeren en werk te vinden. En dan kwamen wij daar aan en kochten een boerderij die veel oudere bewoners liever naar hun kinderen hadden zien gaan.

“Bovendien kwamen we met onze koop in een burenruzie terecht die al jaren aansleepte. ­Iemand had een stuk land gewild dat een ander had gekocht. Iedereen noemde onze boerderij ‘Hector’s croft’, naar de vorige eigenaar, en sommigen meenden er aanspraak op te kunnen maken. Je mag niet vergeten hoe belangrijk grond voor een boer is. Die zorgt niet alleen voor een inkomen, maar ook voor status. Wat we ook deden, er was gewoon een minderheid die ons daar niet wou en die dat ook duidelijk liet blijken.”

Was het als Londense vrouw ook niet lastig om in een strenge, patriarchale cultuur terecht te komen? U moest uw plek kennen?

“Nadat Rab vertrokken was, hoopten veel mensen dat het me te veel zou worden en ik er de brui aan zou geven, waarna de croft en het land terug zouden gaan naar iemand van de gemeenschap. Maar dat gebeurde dus niet. Meer zelfs, ik behaalde prijzen met de schapen die ik kweekte, zowel met mijn lammetjes die voor de slacht bedoeld waren als met mijn kweekram, en dat stak sommigen pas echt de ogen uit.

“Tradities slijten in kleine, afgelegen gemeenschappen heel langzaam. Bepaalde zaken waren alleen voor bepaalde groepen weggelegd, zoals de omgang met schapen, die was gereserveerd voor mannen. Maar wanneer je teruggaat in de tijd, dan ontdek je dat dat juist heel lang een vrouwenzaak is geweest.”

Het idee dat ik bij het lezen van uw boek kreeg, is dat tradities afsluitingen zijn die bepalen wie erbij hoort en wie niet. Had u ook dat gevoel?

“Ze creëren inderdaad een binaire wereld. Een derde weg is uitgesloten, terwijl die nodig is om die oude, binaire situatie open te breken. Ik merkte na verloop van tijd wel dat steeds meer vrouwen mijn voorbeeld gingen volgen en ook ‘mannenwerk’ begonnen te doen. Dat gaf me moed om door te gaan met het slopen van die tradities.”

Hebt u er ooit aan gedacht om het op te geven?

“Nooit. Dit was een liefdesproject. Toen Rab en ik hier aankwamen, was het land een woestenij. Nu is het een plek waar allerhande wilde dieren zich thuis voelen. Ik heb de juiste omstandigheden gecreëerd voor passerende trekvogels. Momenteel zit er een nestelende houtsnip in een van mijn bosjes, een bedreigde vogel die misschien wel helemaal van Siberië naar hier is gevlogen. Het is fantastisch om te zien hoe het land in die zeventien jaar veranderd is. Waarom zou ik dat willen achterlaten?”

Maar u hebt toch ook heel barre tijden meegemaakt, toen u geen geld meer had om uw huis te verwarmen en u bladeren at?

“Zelfs al had ik toen weg gewild, dan had ik het niet gekund. Wanneer je huwelijk op de klippen loopt, wordt alles een tijdlang in lockdown geplaatst. Daarna had ik geen geld meer om te vertrekken, en ook geen wilskracht. Verhuizen vergt veel van je. Het is als een storm die over het eiland trekt. Het is geen goed idee om midden in die storm naar buiten te gaan. Nee, je kunt beter ter plekke blijven, de storm uitzitten en datgene wat je vreest omhelzen.”

U hebt toch een paar keer op de rand van zelfmoord gestaan?

“Ik werd intens aangevallen door bepaalde mensen. Bovenop alle andere zorgen werd het daardoor te veel voor mij. Ik heb toen even langs de zelfmoord geschuurd, dat is waar, maar nu zie ik het als een fase waar ik sterker uitgekomen ben. Ik ben blij dat ik er doorheen gegaan ben. We staan allemaal voor de uitdaging om het leven in zijn totaliteit te omarmen. Uitdagingen uit de weg gaan heeft geen zin, want ze verdwijnen niet. Je moet ermee leren omgaan. Wanneer je de bodem hebt bereikt, besefte ik die keer op het strand, is er maar één uitweg: terug naar boven.”

Het eiland heeft een ander mens van u gemaakt?

“Ik zie de voorbije zeventien jaar als een bevredigende spirituele reis die een wijs, veelzijdig en heel mens van me heeft gemaakt. Ik zie nu iedere tegenslag als een kans om beter te worden. Ook de coronacrisis. We zien nu hopelijk in dat het leven ook vraagt, en niet alleen geeft.”

Vond u troost in de natuur omdat mensen die niet wilden geven?

“Omdat er op de boerderij zoveel gedaan moest worden, stond ik constant in contact met de natuur. Dat werd nog sterker nadat Cristall, mijn vriendin op het eiland, gestorven was. Toen was er niemand meer om me vast te houden. Ik bezocht de tuin die we samen aangelegd hadden en vond daar veel troost: in onze planten, in de wolken die voorbijdreven. We staan alleen en sterven alleen, zag ik toen. Rouwen doe je alleen. Mijn boek gaat over het vinden van een stem: die van ons instinct. Als we daarop voortgaan, weet ons lichaam perfect wat goed voor ons is.”

Tamsin Calidas, Ik ben een eiland, Pluim, 328 p., 22,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234