Vrijdag 15/11/2019

Voorpublicatie

‘Het misbruik nam gruwelijke vormen aan’: Frank Heinen schreef een alternatieve geschiedenis van 150 jaar voetbal

Godwin Okpara in het shirt van Standard Luik. Beeld BELGA

Frank Heinen (°1985), schrijver en columnist voor de Volkskrant en De Morgen, verzamelde in zijn ‘bijbel van vergeten voetballers’ zo’n 300 bijzondere geschiedenissen van spelers. Wij selecteerden bij wijze van voorpublicatie twee hoofdstukken met een Belgisch tintje.

Godwin Okpara (20-09-1972)
KLAPPEN VOOR HET KWAAD

Aan het eind van het seizoen 2003-’04 beëindigt Nigeriaans international Godwin Okpara zijn voetballoopbaan. Hij speelt dan bij Standard Luik en heeft een fraaie carrière achter de rug, al is hij niet de wereldster geworden die Pelé in hem vermoedde toen hij ooit uitblonk op een jeugd-WK. Maar toch: hij kan tevreden zijn.

Hij krijgt een bos bloemen, loopt een ereronde. De toeschouwers klappen voor hem.

Beeld BELGA

Godwin Okpara heeft op het moment van zijn afscheid al bijna drie jaar lang een pleegdochter in huis. Sinds de winter van 2001 woont Tina bij Godwin en zijn vrouw Linda in. Tina is de dochter van een buurman van de Okpara’s in Nigeria. Ze komt naar Frankrijk omdat haar ouders haar de best mogelijke opleiding willen geven.

Twaalf jaar is Tina als ze naar Chatou komt, waar de familie Okpara sinds Godwins verblijf bij Paris Saint-Germain woont.
Het eerste jaar gebeurt er niets.
Het tweede jaar gebeurt er niets.
In Tina’s derde jaar bij de Okpara’s is ze op een dag alleen thuis met Godwin. Het is nog vroeg, maar toch heeft de Nigeriaanse international al een halve fles whisky achter de kiezen. Hij vraagt of ze even bij hem op de bank wil komen zitten.
Nee, nog wat dichterbij graag.

Later zal Godwin Okpara betogen dat de eerste keer seks met Tina geschiedde met wederzijdse instemming. Tina herinnert zich echter nog het moment dat het afgelopen was, het moment waarop hij zich naar haar toeboog en in haar oor fluisterde: ‘Als je praat, maak ik je af’.
Niet eens dreigend. Meer op de toon die je gebruikt om een vanzelfsprekendheid te herhalen.

Nog weer later, als Godwins vrouw Linda achter de verkrachtingen komt, neemt het misbruik gruwelijke vormen aan. Linda drukt sigarettenpeuken uit in het gezicht van het meisje en speelt seksspelletjes met haar die iedere fantasie te boven gaan.

Wanneer Tina in 2005, na drie jaar van doffe ellende en vernedering, het huis van de Okpara’s ontvlucht en alarm slaat, worden de ex-voetballer en zijn vrouw gearresteerd.

Tijdens de rechtszaak doet Tina voor het eerst in het openbaar haar verhaal. Godwin zit er emotieloos bij, alsof het hem niet aangaat, Linda is luidruchtig en maakt zelfs een klein dansje in de beklaagdenbank als de rechters voor beraadslagingen zijn vertrokken. Bij het voorlezen van de vonnissen (Godwin tien jaar cel, Linda vijftien), draait Linda Okpara zich om naar haar voormalige pleegkind, kijkt haar in de ogen en zegt: ‘Nou, bedankt, hè!’

In de gevangenis probeert Godwin Okpara zich twee keer van het leven te beroven. Tevergeefs. Na die mislukkingen wijdt hij zich aan het geloof. Hij wordt een new born christian en organiseert binnen de muren allerhande evangelische activiteiten.

Van zijn tien jaar gevangenisstraf zit hij er uiteindelijk slechts drie uit. Een van de redenen voor zijn vervroegde vrijlating is de ziekte van zijn zoon Shaun, die aan kanker lijdt en kort na de vrijlating van Okpara sterft.

Tina schreef een boek over haar gruweltijd bij de Okpara’s en werkt inmiddels als verpleegkundige.

Godwin Okpara wordt door Frankrijk naar Nigeria uitgezet. Nooit zal er nog iemand bereid zijn voor hem te applaudisseren.

Damir Desnica (20-12-1956) 
STILTE OP LINKS

Demire Desnica speelde in de nadagen van zijn carrière bij KV Kortrijk. Beeld RV

En altijd is het stil.

Damir Desnica had een vader die slager was en een moeder die werkte in de administratie. Het was al vroeg duidelijk dat Damir Desnica geen slager of administrateur zou worden. Hij was een geboren voetballer, een linksbuiten van zes jaar oud. Zijn tegenstanders vielen als pinnen op de kegelbanen in het dorp Obravak, waar hij geboren was en waar de jongens die op het veld door hem waren vernederd hem terugpakten wanneer hij naar huis liep. Ze lachten en jouwden, zonder dat Damir Desnica zich ook maar één keer omdraaide of zelfs maar ineenkromp. Anderen, kleine kinderen en bijgelovigen, vluchtten weg als hij naderde.

Damir Desnica was doof. Bij geboorte al. Spreken kon hij ook niet. In Obravak hadden ze nog nooit zoiets gezien.

Als jonge jongen verliet Damir Desnica het ouderlijk huis. Weg van het dorp waar het bijgeloof woekerde en hij een duivelskind werd genoemd; op naar het doveninstituut van Zagreb. Daar bleef hij voetballen, iedere dag, hij perfectioneerde er in volmaakte stilte zijn slalom, zijn dribbels die almaar meer deden denken aan dichtregels die plotseling afbreken, je op het verkeerde been zetten en je in vervoering brengen zonder dat je weet waarom.

Vanaf zijn negentiende speelde hij bij HNK Rijeka, in de Kroatische eredivisie. Dat was in 1974. Niemand wist of dat eigenlijk wel kon, een dove profvoetballer. Maar er was ook niemand die de vraag durfde op te werpen. Misschien ging het vanzelf wel weer voorbij.

251 wedstrijden speelde Desnica voor Rijeka. 54 doelpunten. Beker gewonnen. 1 interland, 1 doelpunt. In het begin scholden ze nog op hem, de fans van de tegenstander, veilig achter de hekken, maar daar hielden ze algauw mee op. In plaats daarvan jutten ze hun eigen rechtsachter op. Meestal sloegen Desnica’s tegenstanders de bal helemaal over om meteen op zoek te gaan naar de kortste weg richting zijn onderbenen. Maar Damir Desnica was niet te raken. Niet verbaal en niet fysiek. Het was alsof hij wekelijks neerdaalde uit een ander, geluidloos universum om in stadions in heel Joegoslavië een werkcollege ‘Linksbuiten’ te geven.

Niemand kon hem raken. Niemand, behalve het gezag.

Op 7 november 1984 speelde Rijeka in de achtste finales van de UEFA Cup de terugwedstrijd tegen Real Madrid. Het Real van Valdano, Juanito en Santillana. In de eerste wedstrijd, in Rijeka, was het twee weken eerder 3-1 geworden. Het is mogelijk dat dit Damir Desnica’s beste wedstrijd aller tijden is geweest. De wedstrijd staat in zijn geheel op YouTube, en als je door het akkerachtige veld, het atletische onvermogen van het merendeel van de spelers en het stroperige tempo heen kijkt, voel je de magnetische kracht van Desnica’s bewegingen. En als je werkelijk goed kijkt, zie je Chendo, Reals eeuwige rechtsachter, af en toe een wanhopige blik naar boven werpen, waar de stadionklok moet hangen. Maar terug nu naar 7 november, Estadio Bernabéu. Met nog een kwartier te spelen stond Real 1-0 voor, een stand waarmee Rijeka een ronde verder zou gaan. De Joegoslaven deden er alles aan om de voortgang van het spel te belemmeren. Bij een hoekschop voor Rijeka was de Belgische scheidsrechter Roger Schoeters het zat: hij dribbelde naar de richting cornervlag sloffende Desnica en hield hem een gele kaart voor wegens tijdrekken.

Niemand had exact door wat er daarna gebeurde. Zeker is dat er nog een gele kaart in de lucht werd gehouden, en meteen erna een rode. Damir Desnica was niet langer welkom op het veld.

In het laatste kwartier scoorde Real nog twee keer. De Madrilenen zouden dat seizoen de UEFA Cup winnen – voor Rijeka zou het dertig jaar duren voor ze nog eens zo ver zouden komen in een Europees toernooi.

Roger Schoeters geeft in 1984 in stadion Bernabéu twee keer geel en dus rood aan de doofstomme Damir Desnica. Real Madrid profiteert en knikkert Rijeka uit de UEFA Cup. Beeld RV

Na afloop van de wedstrijd werd Schoeters belaagd. Wat had hij gedaan? Wat was er gebeurd? Had Desnica hem geslagen?
“Beledigd, Desnica heeft me beledigd”, antwoordde Schoeters.
Op de vraag of hij gebarentaal beheerste, weigerde Schoeters in te gaan. Toen, en veel later ook nog.

Een jaar na Madrid vertrok Desnica naar België. In Kortrijk speelde hij nog een paar prima seizoenen, alvorens met voetballen op te houden en naar Rijeka terug te keren om er ‘gewoon werk’ te zoeken. Veel had hij aan zijn voetbaljaren niet overgehouden. Eenmaal terug in Joegoslavië leken ze hem allemaal te zijn vergeten. Jaren gingen voorbij. Damir Desnica zat thuis, terwijl de herinnering aan zijn slaloms soms nog door de stadions waaide. Uiteindelijk keerde hij terug bij zijn club Rijeka, waar hij werkte als conciërge van het stadion.

Voorraden bijhouden, kleedkamers aanvegen, lampjes vervangen, allemaal op de dagen dat er niet wordt gevoetbald. En terwijl de spelers van het eerste een stukje verderop aan het trainen waren, was het in de gangen van het Kantrida Stadion doodstil.

Frank Heinen, Buiten de lijnen, Das Mag Uitgeverij, 27,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234