Woensdag 19/01/2022

Het MAS, een kwestie van 'bijna'

null Beeld PHOTO_NEWS
Beeld PHOTO_NEWS

Het Museum aan de Stroom, dat volgende week vrijdag opent voor het grote publiek, is een prominent en trots gebouw. Het is de zoveelste belangrijke architecturale verwezenlijking in Antwerpen. Als museum is het MAS echter maar gedeeltelijk geslaagd. Eric Rinckhout is cultuurredacteur van De Morgen.

Laten we met het goede nieuws beginnen. Antwerpen is een blikvanger rijker. Het MAS - het Museum aan de Stroom - stáát er. Het gebouw stopt zich niet weg en verontschuldigt zich evenmin voor zijn aanwezigheid. Sommigen vinden het MAS te robuust en te plomp, anderen vinden het te ornamenteel met zijn golvende glaspartijen en de honderden blinkende handjes op de gevel. Maar dat maakt niet uit. Het is een trotse toren, die symbool staat voor stedelijke dynamiek. Het is bovendien geen kantoortoren of woonblok, maar een museum. Als statement van de stad Antwerpen kan dat tellen: het MAS is een belfort van de nieuwe tijd.

Het MAS is ook een toren van en voor het volk. Neutelings Riedijk Architecten hebben het geniale idee gehad om een verticale, stijgende wandelboulevard aan te leggen, waar bezoekers vanuit steeds weer wisselende gezichtspunten een blik kunnen werpen op de stad, de Schelde en de haven. Sinds de sluiting van de panoramazaal van de Boerentoren ettelijke tientallen jaren geleden, was de behoefte aan een dergelijk uitzichtpunt groot. Het MAS als uitkijktoren wordt ongetwijfeld een grote attractie.

Ook de plek waar het gebouw staat, is een uitstekende keuze. Wannes Van de Velde zei ooit dat je op het Eilandje de zee voelt. Een geknipte locatie dus voor een museum waarin stad, stroom en haven de hoofdrol zouden moeten spelen. Inmiddels weten we ook hoezeer in Antwerpen en andere wereldsteden een museum of een iconisch openbaar gebouw een enorme lokale dynamiek op gang kan brengen. De rol van het Museum voor Hedendaagse Kunst in de heropstanding van het Antwerpse Zuid is bekend. Ook pleinen kunnen een katalysator zijn: het tien jaar geleden heraangelegde plein voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en het nieuwe Theaterplein zijn daar geslaagde voorbeelden van. De voorbije jaren heeft Antwerpen met dergelijke punctuele interventies, ook op het vlak van woningbouw in moeilijke wijken, een pioniersrol in de Belgische stedenbouw gespeeld.

Maar als we het MAS betreden, ervaren we toch enkele minder positieve kanten. Oorspronkelijk was het de bedoeling om blikvangers zoals de kop van reus Antigoon en een stuk industrieel havenerfgoed in de wandelboulevard te plaatsen, zodat het MAS ook een uitstalraam voor monumentaal erfgoed zou worden. Daar is (voorlopig?) niets van terechtgekomen. Tegenover de generositeit en lichtheid van de wandelboulevard staan de museumruimten, die het zonder daglicht moeten stellen. Eeuwig kunstlicht is het gevolg. Zou het niet aangenaam zijn om de tentoongestelde stad te laten dialogeren met de echte stad, zoals architect Stéphane Beel dat doet met allerlei doorkijkjes in Museum M in Leuven?

Gebrek aan consequentie
De MAS-zalen zijn ook weerbarstig. Elke zaal heeft dezelfde monotone U-vorm. Lastig voor tentoonstellingsbouwers is de prominente draagbalk die elke ruimte doorkruist. Soms laat men hem gewoon open en bloot staan - een visuele hindernis - soms wordt hij ingekapseld in de tentoonstelingsarchitectuur. Want de zalen hebben allemaal uitgebreide scenografie nodig. Je kunt de black box niet zomaar gebruiken. Een kostelijke affaire, die impliceert dat gemaakte keuzes lang zullen moeten meegaan. Je kunt evenmin twee zalen rechtstreeks met elkaar verbinden, elk thema moet dus in één box kunnen. Dat is het gevolg van de dwingende structuur van het gebouw. Is het MAS dan toch in de eerste plaats een uitkijktoren, waar men zich mag komen vergapen aan 't stad, en pas in de tweede plaats een museum?

Boven in het MAS zit een sterrenrestaurant. Een wat ironische keuze. Was deze toren van het volk niet meer gediend geweest met een laagdrempelige brasserie of grand café?

Die aarzeling om consequente keuzes te maken zien we ook in de museale opstelling zelf. Het oorspronkelijk idee om resoluut te gaan voor het verhaal van stad en stroom is - excusez le mot - verwaterd. Er is nog wel een stevig verhaal over de ontwikkeling van de haven, tot en met een boeiende excursie naar het Congolese Matadi, maar de afdeling 'Wereldstad' is ontgoochelend: een schier eindeloze stoet van panorama's in plaats van bijvoorbeeld een scherpe keuze voor de explosieve ontwikkeling van de stad in de 19de eeuw, met een mogelijke link naar de eerste migranten uit de Kempen en het Waasland. Want dat fenomeen is van alle tijden.

Uit angst dat de collecties over stad en stroom zelf onvoldoende topwerken zouden bevatten, werd de collectie precolumbiaanse kunst van Dora Janssen gretig aanvaard. Ongetwijfeld is het een topverzameling, maar ze keert het museum de rug toe. De presentatie mag dan het juweel in de kroon van het MAS zijn, op geen manier legt ze de band met stad en haven, een euvel dat de meeste 'etnografische' presentaties in het MAS hebben. Het MAS is dan ook eerder een schatkamer vol beelden dan een toren vol stadsverhalen. Het zou ook nadrukkelijker over Antwerpen in de wereld en de wereld in Antwerpen mogen gaan.

Dat doen de makers van de tijdelijke expo Meesterwerken in het MAS wél. Zij stellen gedurfd en resoluut, zonder chauvinisme maar met een aantal topwerken, dat Antwerpen als beeldcentrum uniek was en is. Toen met Metsys en Rubens, nu met Tuymans en Claerbout. Vanaf de 16de eeuw is Antwerpen de bakermat geweest van de internationale beeldcultuur zoals we die nu nog altijd kennen: een toenmalig Hollywood aan de Schelde. In Antwerpen ontstond de eerste kunstmarkt en de serieproductie van afbeeldingen. In de zestiende eeuw waren de boekdruk- en prentkunst even revolutionaire kennis- en beelddragers als internet en Facebook nu.

Met het MAS staat Antwerpen hoe dan ook weer sterker op de internationale architectuurkaart, na andere Grote Werken als de uitbreiding van deSingel door Stéphane Beel, het grensverleggende Park Spoor Noord van de Milanese architecten Secchi en Viganò, en het nieuwe justitiepaleis van Richard Rogers. Stuk voor stuk belangrijke verwezenlijkingen, die de levenskwaliteit in de stad ten goede zijn gekomen, hoewel het ook bij die projecten telkens om 'bijna goed' gaat. Ofwel raken ze maar niet afgewerkt, ofwel zijn de budgetten ontoereikend, ofwel gaat het om een laat en minder sterk werk van een Grote Naam. Zoals wel vaker in Antwerpen is het een verhaal van 'bijna...'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234