Zondag 26/09/2021
null

interviewGriet Op de Beeck

‘Het leven is heftig, zeker als je het goed probeert te doen’: auteur Griet Op de Beeck

Beeld Carmen De Vos

Dat de wereld momenteel kak is, zegt ze lachend, maar ze méént het ook. Gelukkig ziet Griet Op de Beeck (47) tussen alle coronakommer en klimaatkwel af en toe ook het licht tussen de kieren naar binnen glippen. ‘Het is een cliché van het kan niet meer, maar eendjes die kleine eendjes krijgen, dat kan me echt raken’.

Er zijn zo van die dingen in de wereld die soms wonderlijk samenlopen. Zoals de persconferentie waarop aangekondigd wordt dat we ons aantal knuffelcontacten moeten terugbrengen tot het enkelvoud, en de première van Kom hier dat ik u kus. Het tweede boek van Griet Op de Beeck werd verfilmd door het Nederlandse duo Niels van Koevorden en Sabine Lubbe Bakker en zou normaal vanaf komende woensdag te zien zijn. Helaas zal het grote publiek nu moeten wachten tot de zalen weer opengaan.

Kom hier dat ik u kus, en net dát gaat nu niet. “De titel heeft een dramatische lading gekregen die hij vroeger niet had”, glimlacht de schrijfster wanneer we haar enkele dagen na de eerste Belgische vertoning – eerder vond de wereldpremière al plaats in Nederland – op het Film Fest Gent spreken in een volledig verlaten Vooruit.

“Ik ben ongelooflijk blij dat Gent de première zo coronaproof heeft kunnen regelen, maar daarna werden we letterlijk buiten gejaagd. En vervolgens word je ook weer weggejaagd van de stoep. Allemaal terecht, natuurlijk. Maar ik zat dus om tien over elf ’s avonds weer terug thuis te ­denken: oké, dat was het dan. Dat is wel een anticlimax. Het is niet het grote warme familiegevoel dat bij zo’n première hoort. Van kom hier, dat we elkaar allemaal eens goed ­omarmen. Dat was natuurlijk de buitengewoon veel fijnere optie geweest. Maar goed, het lijstje met dingen die vandaag allemaal fijner zouden zijn, is lang, niet waar?”

Hoeveel deugd doet het dan dat de film zo goed onthaald wordt?

“Hij heeft al de prijs van de filmkritiek gewonnen in Nederland, dat zijn van die heerlijk prestigieuze filmprijzen. Maar ik merk dan aan mezelf dat ik bovenal heel erg blij ben voor Niels en Sabine en alle acteurs. In die mate dat iets in mij me soms tot de orde roept. ‘Allez, trut, de film was er nooit geweest zonder je boek.’

“Niels en Sabine zijn in de eerste plaats documentaire­makers en hebben al omstandig uitgelegd waarom ze nooit eerder getriggerd geweest zijn om zich in de fictie te storten. Mijn boek heeft dat wel gedaan. Daar zou ik eigenlijk misschien wel een beetje trots op mogen zijn.”

U moet zichzelf daarvan overtuigen?

“Dat ik op zijn minst blij mag zijn, ja. Een deeltje van het succes binnenpakken. Maar dat is voorlopig helemaal niet aan het lukken. Ik vind dat echt onnozel, want ik heb het nu al elke keer met mezelf gedaan. Er zijn mij al wonderlijke dingen overkomen, en ik snap op rationeel niveau wat die betekenen, maar om de een of andere reden lukt het niet om dat ook emotioneel binnen te laten komen.

“En dat terwijl het verhaal natuurlijk een wezenlijk deel van mezelf is. Niet omdat het verhaal van Mona, het hoofdpersonage, in anekdotische zin het mijne is. Hoezeer ­mensen dat steeds lijken te denken, hopen, beweren en te projecteren. Maar in de diepste lagen is het dat natuurlijk wél. Daar gaat het over manieren van worstelen met het leven, mensen en families. Daar raakt het nog het meest mijn eigen zijn. Het feit dat daar dan mensen naar zitten te kijken en door geëmotioneerd geraken, dat is wel iets.

(bedachtzaam) “Misschien is dat de reden waarom ik het niet kan laten binnenkomen. Het voelt als de erkenning voor een diep verdriet waar ik zelf nog geen erkenning aan kan geven. Ik probeer het, maar het is nog maar half gelukt.”

Dat is een heftige vaststelling.

“Het leven is heftig. Zeker als je probeert om het goed te doen: leven, omgaan met jezelf en anderen. Maar begrijp me niet verkeerd, ik loop dezer dagen blij rond hoor, nu er zo’n mooie film in de zalen komt. Ik kan heel goed blij zijn voor andere mensen. Beter dan voor mezelf.”

Voor de verfilming van uw eerste boek Vele hemels boven de zevende schreef u het scenario. Nu hebt u het aan de makers overgelaten. Waarom was u niet nauwer betrokken bij het project?

“Het was gewoon niet aan de orde om me te gaan bemoeien. Niels en Sabine hebben me hun project voor­gesteld en ik was meteen verkocht. Zij werken tegen alle gangbare geplogenheden van de filmwereld in. Ze vertrekken niet vanuit een kant-en-klaar scenario, ze hebben dat scenario samen met de acteurs opgebouwd, al improviserend. En ze waren zo lief om een aantal keer mijn mening te vragen. Ik ben verschillende keren op de set geweest, maar wat mij betreft was dat eerder als toerist.

“Ik had van meet af aan het volste vertrouwen dat het goed zou komen. Ze zijn tot de diepste kern van mijn verhaal doorgedrongen, maar ze hebben er toch hun ­verhaal van gemaakt. Het effect dat die film heeft, ligt heel dicht bij het effect dat ik wil bereiken met mijn boeken.”

Welk effect is dat dan?

“Ik probeer verder te gaan dan het leesplezier. Ik hoop dat het boek een gesprek met jezelf teweegbrengt. Ik probeer – en dat zal zeker niet voor iedereen lukken – om lezers op de huid te gaan zitten. Ik blijf het ook bijzonder vinden dat een boek dat kan, laat staan eentje dat ik geschreven heb.”

U bent een van de best verkopende auteurs van het taalgebied. Toch lijkt het alsof u die bevestiging van het publiek nog nodig heeft, om te beseffen dat wat u maakt bestaansrecht heeft.

(denkt lang na) “Ik heb het niet nodig om te schrijven. Maar een soort reminder, dat is het wel. Ik word er zo aan herinnerd dat het toch zin heeft wat ik doe. Toen ik eraan begon, was schrijven een kinderdroom die bewaarheid werd en ik kon me werkelijk niks anders voorstellen dan dat ik zou schrijven tot de dag dat ik erbij neer zou vallen. En naarmate dat nu vordert, merk ik dat ik dingen meer in vraag begin te stellen.

“Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met alles wat er vandaag aan de gang is in de wereld. Schrijven is sowieso al een extreem eenzaam beroep en daarom had ik het heel hard nodig om ’s avonds onder de mensen te komen. Maar nu is het alleen nog maar dat, die vier muren en dat ­klotescherm van die computer. Ik kan u verzekeren: dat is helemaal niet zo evident. Ik doe vrij veel lezingen, zeker in Nederland, en ook dat valt nu weg. Je wereld wordt ineens ontzettend klein.

“En dan kruipt het ineens in je hoofd, de angst: zet ik nu niet altijd dezelfde plaat op? Daar heb ik de laatste tijd veel over nagedacht. Ik ben tot het besluit gekomen dat veel kunstenaars dat doen. Levinas (Frans-joodse filosoof, red.) heeft ook één plaat. En Esther Perel (Belgisch psychotherapeut, red.). En Andrew Solomon (Amerikaans schrijver, red.). Niet dat ik me ook maar enigszins met hen wil vergelijken, maar mensen die ergens voor staan en die zelfs enige impact hebben gehad, hebben ook een verhaal dat ze belangrijk vinden en dat de grondslag vormt van wat ze de wereld insturen.”

Het is effectief een kritiek die u vaak krijgt.

“Wel, ik lees nooit kritieken. Doe me dus één plezier en begin niet te quoten, want dan is de rest van mijn dag ook weer naar de bom. (lacht) Dat is niet vanuit een hooghartigheid, het is niet dat het me niet kan schelen wat ze over me zeggen. Het is net omdát het me zoveel kan schelen dat ik het niet wil weten. Ik bescherm mezelf daartegen. Je moet weten wat je aankan in het leven.

“Natuurlijk zou ik willen dat ik echt helemaal onthecht was van wat mensen van me vinden en met wie ik volgens hen mag meespelen, enzovoort. Maar dat lukt niet ­helemaal. Ik denk dat als ik dat allemaal zou lezen, ik misschien wel stop met schrijven. Dus laat maar zo.”

Dat u zich dat zo aantrekt, komt dat ook niet omdat u zichzelf zo blootgeeft?

“En toch geloof ik eigenlijk hoe langer hoe meer in de ­absolute waarde van je kwetsbaarheid te tonen en dat te delen. Ik heb mezelf zo lang van alles wijsgemaakt. En dat heeft er alleen maar voor gezorgd dat je, zonder dat je het zelf goed in de gaten hebt, in een heel groot isolement zit. Echte connecties met mensen bestaan dan eigenlijk niet. En dat is zo’n zonde van dit leven dat de facto veel te kort is.

“Als je dat dan hebt vastgesteld bij jezelf, voelt het zo nep om toch weer keurig dat schermpje op te trekken wanneer je op tv komt, geïnterviewd wordt of in de openbaarheid spreekt. Je houdt dan misschien wel een aantal vervelende dingen buiten, maar je laat de schone ook niet binnen. En ik moet zeggen dat ik er nog niet zoveel nadeel van heb ­ondervonden, hoor.”

Nochtans, u kreeg messcherpe kritiek te slikken nadat u in 2017 getuigde over het misbruik van uw vader, naar aanleiding van uw boek Het beste wat we hebben.

“Er was kritiek van een aantal columnisten in kranten en dat krijgt dan een gewicht. Maar daartegenover stonden duizenden, echt waar duizenden, reacties van kijkers die me persoonlijk hebben laten weten wat mijn getuigenis voor hen betekende. Je wil niet weten hoe vaak dat fragment uit De wereld draait door (Nederlandse tv-show waarin Op de Beeck voor het eerst met haar verhaal naar buiten kwam, red.) door mensen vertoond is aan familie met de boodschap: dat. Ik kan het jullie niet uitleggen, maar: dat. En als ik dat hoor, dan denk ik: zelfs als ik maar één iemand heb kunnen helpen, is het de moeite waard geweest.”

Ik kan me niet voorstellen dat het zo simpel is. Er is toch nog een heel groot verschil tussen privé zo in het leven staan en publiek alle schermen naar beneden laten?

“Het is niet zo dat ik in mijn onderbroek op straat ga staan. Ik weet heel goed wat ik wel zeg en wat niet. Ik heb over heel persoonlijke dingen gesproken, omdat ik dacht dat ze van betekenis konden zijn voor anderen. Als iemand wil weten wat mijn favoriet restaurant is of hoe mijn huis ­eruitziet: vergeet het. Dat is off limits. Fotografen komen niet bij me binnen, ik vertel geen anekdotes over mijn dagelijks leven. Die nood om dat van mij te laten zijn, is nog veel ­groter geworden.

“Het heeft geen zin om een soort ‘sterk zijn’ te veinzen. Zo geef je onbewust het signaal dat dát de manier is om met dingen om te gaan. Ik had het om te beginnen nodig voor mijn eigen verwerkingsproces. Ik kon het voor mezelf niet verantwoorden om een boek te schrijven over misbruik, maar te verzwijgen dat ik zelf misbruikt was. Het zou voelen alsof ik me ervoor moest schamen, en dus impliciet dat het misbruik toch ergens mijn schuld was. Zo werkt dat in het hoofd van iemand die dat heeft meegemaakt, namelijk.

“Ik ga daar dus niet licht over. Maar dit is wat ik wil doen. Een van de weinige dingen, denk ik, die ik kan proberen om mijn passage op de ze bol van enige tel te laten zijn.

Het klinkt mogelijk bijzonder voor wie uw boeken gelezen heeft, maar uw wereldbeeld is erop verbeterd sinds u schrijver bent, vindt u.

“O ja. Van 99 procent van de reacties die ik krijg, kan ik alleen maar denken: maar enfin, hoe liéf is dat nu? Heel veel mensen zijn echt zo ontzettend lief, heel bereid om bij te leren, zich open te stellen en na te denken over de dingen die hen worden aangereikt. En als je eens goed doorvraagt bij mensen die dat niet zijn, dan hebben ze allemaal ­verhalen die zoveel verklaren.”

Hoe komt het dat u dat nu pas merkt?

“Misschien ben ik nog nauwlettender gaan observeren dan ik vooraf al deed. Maar ik denk dat het vooral mijn eigen zelfhaat was waardoor ik vroeger alles en iedereen donkerder inschatte. Als je jezelf al niet vertrouwt, waarom zou je dan anderen vertrouwen? Ik was eigenlijk niet in staat om vertrouwen te stellen in mensen. Vanuit zo’n houding voelt alles vijandiger, akeliger en donkerder aan.

“Als schrijver kun je je niet op die manier blijven ­verstoppen. Je moet evolueren om te kunnen schrijven, en het schrijven verhevigt dan weer dat proces van persoonlijk blijven vooruitgaan. Om zowel het leven als het schrijven boeiend te houden, of dat toch in ieder geval te proberen.”

null Beeld Carmen De Vos
Beeld Carmen De Vos

Slecht moment voor lichtheid

Ze praat zoals ze schrijft. Met veel bijzinnen, als disclaimers bij haar eigen uitspraken. Stelt zichzelf voortdurend bijkomende vragen, en formuleert daarop meteen een antwoord. Griet Op de Beeck is constant in dialoog met zichzelf, ook tijdens een gesprek met anderen. En dat is nooit vrijblijvend, altijd schurend langs de donkerte van de ziel.

Dat het eigenlijk ons voornemen was om tijdens ons gesprek op zoek te gaan naar de lichtheid in Griet Op de Beeck, zeggen we. Er volgt een diepe zucht en een monkellach. “Dan heb je een slecht moment gekozen.”

Hoezo?

“De wereld is momenteel kak, hè. (lacht) De klimaat­opwarming kan me enorm neerslachtig maken.”

Er is een verschil tussen je zorgen maken over de klimaatopwarming, wat veel mensen doen, en er echt onder gebukt gaan. U gaat eronder gebukt?

“Ik voel dat echt, ja. Ik ben gelukkig net als iedereen in staat om dat af en toe naast me neer te leggen, maar het hakt er op regelmatige tijdstippen wel echt in. Tanya Zabarylo, de hoofdrolspeelster in Kom hier dat ik u kus, is bijvoorbeeld vijf maanden zwanger. En ik kan niet anders dan denken: wat gaat die kleine nog allemaal moeten meemaken? Dat raakt mij zo diep.

“We hebben, afhankelijk van de scenario’s, nog zeven of negen jaar vooraleer het niet meer uitmaakt wat we als mensheid nog proberen. Er zijn heel veel hoopgevende technologieën en er is verstand genoeg om ervoor te zorgen dat het niet zover hoeft te komen. Alleen wordt er systematisch hardnekkig weggekeken door belanghebbenden, ­regeringsleiders, grote CEO’s, oliebedrijven, enzovoort.

(boos) “Dat is iets wat ik écht niet kan begrijpen. Ik zie het grotere systeem wel natuurlijk, maar hoe kunnen die individuen nu in de spiegel kijken, hun kinderen instoppen? En oké, de psychologie verklaart dat wel. We hebben geen talent voor langetermijndenken, we zien alleen acuut gevaar, we kunnen daar niet voorbij denken, het is te donker, te moeilijk. Maar daardoor zijn we ongelooflijk grote problemen aan het creëren waar jij en ik nog getuige van gaan zijn, maar zeker de kinderen die nu geboren worden. Je zal nu maar vijftien, zestien jaar zijn, zoals mijn neefje en nichtje. Begin nu maar aan het leven, hè.

“De coronacrisis en de effecten daarvan treffen mij ook heel hard. Vandaar dat ik zeg: het is een slecht moment om me naar de lichtheid in mijn bestaan te vragen, wanneer er net weer strengere maatregelen zijn afgekondigd die ons leven verder aan banden leggen. En ik begrijp die maat­regelen, daar niet van, ik zal me er ook rigoureus aan ­houden. Maar het confronteert je wel heel erg met het leven zoals het is.”

Wat mist u nu het hardst?

“De vanzelfsprekendheid van contact. Mensen vastpakken.

(lachje) “Eigenlijk best ironisch, want ik ben helemaal geen vastpakker. Als er mensen na een lezing kwamen vragen of ze me even mochten knuffelen, dacht ik altijd: oh please, neen. Dankuwel voor het aanbod, maar echt neen, ik vind dat niet leuk.

“Mijn oplossing was dan hun handen vastnemen en zeggen dat ik de intentie enorm apprecieerde, maar dat ik niet van het aanrakerige type ben. Het gevaar is namelijk: je doet dat bij eentje, maar er staat dan zo’n hele rij aan te schuiven en die denken allemaal: o, er wordt geknuffeld, dat is een soort code die we moeten volgen. En voor je het weet sta je daar een uur te knuffelen met wildvreemden. (lacht)

“Maar hoe raar is dat nu, wanneer je je vrienden ziet. Je hebt afgesproken, komt toe, maar er is geen echt moment meer van begroeten. Dat creëert zo’n vreemde wiebeligheid, die ik dan uiteraard ook nog steeds benoem. Ik ben daar na zeven maanden nog steeds niet aan gewend.”

Maar die lichtheid dus, die moet er toch zijn? Enkel worsteling, dat is toch geen leven?

“Dat is waar. In de meeste van mijn boeken zit ook humor.

(denkt diep na) “Maar als je juist vanuit een grote ­donkerte komt... Ik ben wel iemand die een groot talent voor geluk heeft. Kleine, leuke dingen op een dag die voor de rest absoluut verschrikkelijk is, kan ik heel bewust omarmen. Daar zit volgens mij de lichtheid. In alles wat lichter is, ook kunnen opmerken, zien, voelen en voluit beleven.”

Wat zijn dan die dingen waar u blij van wordt?

“Het meest blij word ik van écht contact met echte mensen die zichzelf durven tonen en dat je dan voelt: er ontstaat hier nu even iets tussen ons. Je kan dat ook op straat hebben met een onbekende.”

L’enfer, c’est pas les autres?

“Nee, zeker niet. Als deze crisis ons iets heeft geleerd, dan wel hoe verschroeiend elke vorm van al dan niet tijdelijke eenzaamheid is en hoe cruciaal echte verbinding met ­anderen. Ik had corona niet nodig om dat te beseffen. Maar als ik er nog bewijs voor nodig had, dan had ik het nu wel echt gekregen.

“Ik zie in mijn omgeving soms mensen die zich afsluiten omdat ze echt bang zijn om ziek te worden. Dan zie je hen verschrompelen voor je ogen. Ik vind dat zeer heftig. Een begrijpelijke reflex, ik snap waar het vandaan komt, maar dat is zo’n gevaarlijke weg.

“Velen denken dat het tegenovergestelde van depressiviteit of zwaarte geluk is. Maar dat is niet zo. Het tegendeel is vitaliteit. Dingen doen. Ook wanneer alles kak en blèh is. Dóén lost niet instant alle problemen op, maar het zet wel de deur open om lichtheid weer binnen te laten. Vitaliteit is het wapen om, wanneer je het geluk kwijt bent, het weer terug te vinden. Niet meteen, maar wel als je volhardt. Daar ben ik echt van overtuigd. Van overtuigd geraakt.

“Het is een recenter inzicht, maar het is wel hoopgevend, vind ik. Als je overweldigd wordt, kan je het gevoel hebben dat je daar machteloos tegenover staat. Het feit dat je dan toch die deur opendoet, een halfuurtje gaat wandelen, dat kan op termijn iets teweegbrengen.

“Vroeger had ik bijvoorbeeld totaal geen gevoeligheid voor de natuur. Ik ben geïndoctrineerd door mijn vader die zei: op de tv zie je dat beter. (lacht) Dus wandelen, dat zei mij niks. Maar dan ben ik beginnen hardlopen en door dat zes dagen in de week te doen, zie je de seizoenen echt ­veranderen. Het is een cliché van het kan niet meer, maar eendjes die kleine eendjes krijgen, dat kan me echt raken. Ineens zijn die eendjes groot en dan zijn ze weg. (lacht)

null Beeld Carmen De Vos
Beeld Carmen De Vos

Met uzelf Op uwen alleene

Het is een recept om de lichtheid die er in de wereld is door de kieren en spleten binnen te laten, zegt ze. En dan is er nog het schrijven, natuurlijk. “Ik ben ongelukkiger als ik niet kan schrijven dan wanneer ik het wel kan. Ook dat is een teken van schrijver te zijn. Ongeacht wat iemand daar dan van vindt.”

Heeft u met schrijven uw lotsbestemming gevonden? Is dit wat u gaat blijven doen?

“Ik heb altijd gedacht van wel. Maar het beroep is heftig, en die heftigheid wordt door deze crisis nog eens aangescherpt. En dan is er het isolement, want als je schrijft moet je het ook al met uzelf op uwen alleene doen. Het is door die combinatie dat ik, zo moet ik toegeven, de laatste tijd ­weleens overwogen heb om het roer ooit nog eens om te gooien. Het schrijverschap vraagt een manier van leven die minder ­evident is dan sommige andere varianten van bestaan.

“Niet dat die alternatieven concreet of voor publicatie vatbaar zijn. Ik hoop dat de oprisping te wijten is aan de zeer vreemde omstandigheden waarin we allemaal moeten leven, en dat die samen met de coronacrisis ook weer zal wegvloeien. Want op een moment zoals nu, met de film en de mensen die dat moment aangrijpen om me nog eens te zeggen wat dat boek voor hen betekend heeft, dat geeft weer een legitimiteit aan de dingen.

“En elke keer wanneer iemand me vraagt wanneer het derde deel van mijn trilogie zal uitkomen, denk ik: amai, daar zitten dus echt mensen op te wachten. Dat is toch ­bijzonder, dat ze wachten op wat jij aan het doen bent. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou meemaken. Dus daar wil ik niet gratuit mee omgaan. Het is een blijvende aanmoediging om, hoe ingewikkeld het ook is, toch te zeggen: dit is wie ik ben.”

Kom hier dat ik u kus zal in de bioscopen te zien zijn zodra die opnieuw opengaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234