Maandag 19/08/2019

Kunst

Het jaar in 3 bijzondere kunstwerken

Jason deCaires Taylor: Museo Atlántico. Beeld Raphael Minder for The New York Times

Ja, er was op het eind van 2017 veel te doen over Leonardo da Vinci’s schilderij Salvator Mundi, maar er gebeurde meer in de beeldende kunst. Deze drie niet-alledaagse kunst­werken maakten veel indruk. 

Jason deCaires Taylor: 'Museo Atlántico'

Atlantische Oceaan, nabij het Canarische eiland Lanzarote.

Er hangt een kerkhofsfeertje in Museo Atlántico, een verzameling verzonken sculpturen van Jason deCaires Taylor, een Britse kunstenaar, duikinstructeur en kenner van de onderwaterwereld. Het museum wordt bevolkt door honderden menselijke figuren.

Het onderzeese ensemble bevindt zich op een diepte van 10 tot 12 meter en is uitgevoerd in compact, pH-neutraal beton. De figuren kunnen uitgroeien tot een kunstmatig rif en een broedplaats voor onderwaterleven, naarmate ze gekoloniseerd worden door koralen, ­vissen en andere lokale diersoorten. De onderwaterexpo kan alleen bezocht worden door snorkelaars en duikers, en door wie een tripje boekt op een boot met doorzichtige bodem. De expo ging in januari 2017 open voor het publiek.

Jason deCaires Taylor met enkele beelden die richting oceaanbodem gaan. Beeld Samuel Aranda for The New York Times

Jason deCaires Taylor: “Ik heb veel tijd moeten steken in het ontwikkelen van materialen die onder water kunnen gedijen en geen schade veroorzaken. Ik krijg vaak te horen: 'Je maakt al die ongelooflijke beelden, en dan gooi je ze gewoon in de zee en zijn ze voor altijd verloren en ­vergeten.' Ik wilde net de aandacht richten op het feit dat de zeebodem een kwetsbare plek is die we moeten koesteren.

"Ik was verbijsterd dat het zo snel evolueerde. Er zwemmen nu scholen met duizenden sardines. Er zijn zeldzame zee-engelen en vlinderroggen. Een hele keten van levensvormen is verhuisd naar een plek waar twee jaar geleden nog geen leven was.

"Sommige sculpturen zijn overwoekerd door grote, oranje sponzen. Er groeien verschillende algen, rode en groene ­planten die wapperen in de stroming.

"Maar de menselijke figuur zit verankerd in onze psyche en is dus herkenbaar, hoe hard ze ook verandert. Ik denk dat we beter meevoelen met dingen waarin we een deel van onszelf zien. Ik wilde dat dat ons verbond. De diepe onderwaterwereld lijkt een compleet vreemde plek, die totaal los van ons staat. Ik wilde de werken gebruiken om contact met die plek te krijgen.”

De 'vredesinstallatie' van de Duits-Syrische kunstenaar Manaf Halbouni. Beeld reuters

Manaf Halbouni: 'Monument'

Dresden, Duitsland.

Monument is een installatie van Manaf Halbouni tegen de oorlog. Ze bevindt zich in het hart van de Duitse stad Dresden en verwijst naar een van de meest beklijvende beelden uit de burgeroorlog in Syrië. Drie bussen van 12 meter lang, die elk 12 ton wegen, staan rechtop voor de prachtige Frauenkirche op de Neumarkt, die zelf begin jaren 90 werd opgetrokken uit puin. Het werk werd in februari onthuld.

Het werk van Halbouni is gebaseerd op een foto uit 2015 van drie vernielde bussen die verticaal stonden opgesteld in een straat in Aleppo. Ze deden dienst als een geïmproviseerde barricade om burgers te beschermen te midden van de vuurgevechten tussen het Syrische leger en rebellen. Halbouni (33), wiens ­moeder uit Dresden afkomstig is, groeide op in Damascus.

Manaf Halbouni: “In Syrië was ik altijd de Duitser, vanwege mijn Duitse moeder. Toen ik naar Duitsland verhuisde, werd ik een Syriër. Ik zie mezelf niet als iemand die zich geïntegreerd heeft. Ik ben een local. Ik moet me niet ­integreren. 

"In dit busproject verwerkte ik diverse lagen. Dresden werd in 1945 kapot gebombardeerd, velen zijn vergeten hoe de stad eruitzag na de oorlog. De bussen tonen oorlogsslachtoffers dat ook zij de kans zullen krijgen om hun ­steden herop te bouwen. Oorlogen gaan niet eeuwig door. Dresden deed er lang over om vele delen van de stad weer op te bouwen, en het werk is na 72 jaar nog altijd niet afgerond.

"Maar extreemrechts probeerde mijn werk weg te zetten als iets Arabisch of islamistisch. Toen de installatie er stond, gingen ze elke maandag naar de bussen om te betogen. Het was grappig om te zien. De bussen gaven geen krimp. Ze waren veel sterker dan de mensen die aan het roepen waren. Soms kreeg ik het gevoel dat het therapie voor hen was, omdat ze niet gelukkig zijn en problemen hebben. Nu was er iets om tegen te kunnen roepen."

Makoto Azuma verhuist een bonsaiboompje naar een vreemde omgeving. Beeld AMKK

Makoto Azuma: 'Sephirothic Flower: Diving Into the Unknown'

Suruga-baai, Japan.

Makoto Azuma zag in een woestijn in Nevada ooit een van zijn bloemensculpturen 30 kilometer hoog in de stratosfeer verdwijnen. Bij andere experimenten vroor de Japanse plantenkunstenaar bloemen in ijsblokken, die hij in brand stak en liet wegdrijven in de oceaan.

Voor zijn jongste project, Sephirothic Flower: Diving Into the Unknown, richtte Azuma zijn blik naar beneden, naar de bodem van de oceaan. In augustus ­lieten hij en zijn team vier weelderige boeketten en een bonsaiboompje ­neerdalen in de Japanse Suruga-baai nabij de berg Fuji. De foto’s en filmpjes van het project vormen de jongste ­episode van In Bloom, een reeks die bloemen verplaatst naar onnatuurlijke omgevingen en omstandigheden.

Makoto Azuma: “We denken zelden aan de diepzee, maar daar is het leven wel ontstaan. Voor dit project wilde ik ­bloemen, levende dingen, confronteren met die duistere, onbekende diepten. Mijn thuisland Japan, een eiland met geavanceerde ­mariene technologie, was een voor de hand liggende keuze als locatie. We kozen de Suruga-baai omdat daar de ­diepste geul is.

"Drie jaar lang planden mijn team en ik nauwgezet hoe we de spullen en camera's konden neerlaten in een omgeving met extreem hoge druk. We werkten samen met het Japanse Agency for Marine-Earth Science and Technology en deden experimenten in zwembaden. Voor de boeketten koos ik stevige bloemen die sierlijk zouden bewegen in de stroming van de oceaan. Nadat we eindelijk klaar waren om de opnamen te maken, gingen we naar vijf plekken in de baai, die in diepte varieerden van 300 tot 1.000 meter.

"Toen we de ­bloemen neerlieten, verbaasde het me hoe taai ze waren. Tijdens de eerste dag hadden we serieus stormweer, maar de bloemen braken niet en werden niet ­verpletterd. Ze ­veranderden flexibel van vorm terwijl ze naar de oceaan­bodem zonken. Hun kleuren waren zelfs nog levendiger onder water."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden