Donderdag 05/12/2019

Interview

"Het is misdadig je publiek te onderschatten"

Christophe Van Gerrewey. Beeld Karel Duerinckx

In zijn essaybundel 'Over alles en voor iedereen' schudt Christophe Van Gerrewey stevig aan de boom van de kunsten, de media en de letteren. Bij voorkeur mét argumenten, ook al is dat niet vanzelfsprekend. "Je moet tegenwoordig al uitkijken wanneer je een moeilijk woord gebruikt."

"Er ontstaat een vreemd soort plezier en een rust nadat je iets geschreven hebt. Dat plezier heb ik niet als ik een uur op een podium sta", zegt Christophe Van Gerrewey (°1982).

De Gentse schrijver vertoeft bij voorkeur in de fluwelen luwte van zijn werkkamer. Dáár moet het gebeuren, met open vizier én scherpgeslepen pen. Niet op een literair festival. Want aan het behagen van het publiek of luidruchtige tafelspringerij heeft de bedachtzame schrijver een broertje dood.

Onverstoorbaar brengt Van Gerrewey de laatste jaren ernst en cerebraliteit terug in de Vlaamse literatuur. Schrander en traag denken met een vleugje elitair intellectualisme: daar schaamt hij zich niet voor. Toch mag hij zijn teksten graag voorzien van enige polemische kruitdampen. Wat hem soms tot een makkelijke schietschijf maakt. "Ik heb geen probleem met negatieve kritiek. Ik ken meestal mijn gebreken en ik vind het niet zo erg dat anderen die blootleggen."

Verwondert het dat de timide Van Gerrewey ook een interview met frisse tegenzin aanvat? "In mijn boeken staat het allemaal accurater", fluistert hij tussen neus en lippen. Haast het hele gesprek lang houdt de kersverse doctor in de architectuur zijn armen gekruist, lichtjes op zijn qui-vive. Terwijl de invallende duisternis zijn rijkelijk van boeken voorziene appartement aan de Bijloke inpalmt, poogt Van Gerrewey scherp te stellen op zijn thema's. Niet toevallig prijkt er een verrekijker op zijn vensterbank. Kwestie van ook de panoramische blik te behouden.

In zijn romans 'Op de hoogte' (2012) - bekroond met de Vlaamse Debuutprijs - en opvolger 'Trein met vertraging' (2013) viel Van Gerrewey al op door zijn associatieve schrijftrant. Nu ligt het kloeke 'Over alles en voor iedereen' tussen ons, waarin hij zijn poëtica meanderend nader uitwerkt. Hij doet dat aan de hand van vijftig krachtige essays, kritieken en recensies uit onder meer DW B, De Groene Amsterdammer, De Morgen, Rekto:Verso en De Leeswolf. Het genre - dat hem al de Prijs van de Jonge Kunstkritiek en de essayprijs van Filosofie Magazine opleverde - zit hem gegoten als een maatpak.

Beeld rv

De stukken bestrijken de meest uiteenlopende onderwerpen - van de architectuur van Neutelings Riedijk Architecten tot het theaterwerk van Jan Fabre, van cartoonist GAL tot basketballer Michael Jordan en van Sonic Youth en Quentin Tarantino tot Bart De Wever. Toch gaat het leeuwendeel naar de literatuur, met Gustave Flaubert, George Orwell, Italo Calvino, Siri Hustvedt, Thomas Mann, A.F.Th. van der Heijden, Hugo Claus et les autres. Terwijl collega's als Griet Op de Beeck, Arnon Grunberg, Marnix Peeters en Dimitri Verhulst in de brokken delen.

Van Gerrewey argumenteert steekhoudend en zonder pudeur. Hij lokt vaak tegenspraak uit, zijn onderwerpen steeds op galante wijze verbindend met de wereldliteratuur. Want alles begint daar: "Lezen kun je aanleren door het veel te doen."

'Over alles en voor iedereen' is een ambitieuze titel, weliswaar met een knipoog. Beschouwt u zich als een intellectuele omnivoor?
Christophe Van Gerrewey: "Ik word vaak voortgedreven door een kinderlijke nieuwsgierigheid naar wat andere mensen hebben gedaan. Het doet me terugdenken aan mijn humanioratijd. Veel mensen kijken daar met gemengde gevoelens op terug. Maar ik ervoer het als gelukkige jaren, omdat je met diverse onderwerpen bezig mocht zijn, al klinkt dat nerdy (lacht)."

"Het is een ideale toestand: je mag verschillende kunsttakken ontdekken én die rechtstreeks op je levensomstandigheden betrekken. Ik koester het beroemde citaat van Karl Marx over de ideale dag: ''s Morgens jagen, 's middags vissen, 's avonds lezen en naar het theater gaan, en daarna met anderen kritiek beoefenen.' Maar onze maatschappij eist dat je je specialiseert. En dus ofwel visser ofwel criticus wordt."

Veel mensen gaan ook gelukkig door het leven zonder een letter te lezen of intellectueel te reflecteren. Bent u zich er bewust van dat uw vak een bezigheid voor een kleine, elitaire groep is?
"Je mag daar niet blindelings van uitgaan; het is misdadig je publiek te onderschatten. Zoiets wordt een selffulfilling prophecy. Te snel wordt geoordeeld dat iets voor een beperkt publiek is bestemd. En dat het daarom beter kan verdwijnen. Zo maak je het natuurlijk onmogelijk dat mensen ergens toegang toe krijgen."

U bestrijdt de heersende drang naar consensus en het feit dat de mening van het publiek verheerlijkt wordt boven die van de expert. Marc Reugebrink eiste zelfs ooit dat er enkel nog positieve recensies zouden verschijnen.
"Tegenwoordig bestaat er omtrent literatuur en kunst een overgevoeligheid voor beargumenteerde meningen. Mensen denken: 'Wie denkt hij dat hij is? Laat iedereen het zijne ervan denken. We hebben niemand anders nodig om onze mening te vormen.' Ik vind die verheerlijking van het publiek een probleem. Want je hebt net wél ervaring, opvoeding of traditie nodig om tot een doordachte opinie te komen, en het is nodig om die visies publiek beschikbaar te stellen."

"Bovendien: de lezer hoeft het niet met een criticus eens te zijn. Je vervolgens kalm afvragen waarom je het niet eens bent: zo ontstaat er een stil debat. Je merkt dat ook in politieke discussies. Zodra iemand vanuit linkse hoek commentaar geeft op rechts, wordt hij of zij meteen weggezet als links. Over ideeën gaat het dan niet meer."

Christophe Van Gerrewey. Beeld Karel Duerinckx

Door de meningeninflatie op Facebook en Twitter komt alles ongefilterd tot ons. Het lijkt alsof er geen remmingen meer bestaan. Hoe gaan we daarmee om?
"Ik denk dat lengte cruciaal is. Er is een flink verschil tussen een tweet en een onderbouwde boekbespreking. En bij een langere tekst heb je meestal tussenpersonen en redacteuren die alles in goede banen leiden en zorgen dat er enige tijd over gaat, die als het ware 'bemiddelen'. Dat zorgt voor nuance en bezinking. Het is onnatuurlijk om al na enkele seconden op iets te reageren door middel van één zin."

'Ik ben geen betweter en geen expert. Voor ik schrijver ben, ben ik in de eerste plaats een lezer', stelt u in de inleiding.
"Ik denk dat elke lezer kampt met een soort hulpeloosheid, met een verlangen naar kennis en inzicht. Een verlangen om te weten hoe andere mensen in het leven staan en omgaan met maatschappelijke en persoonlijke problemen. Een lezer is geen baldadige en brutale burger, maar een twijfelende, nieuwsgierige en soms wanhopige mens. Op een naïeve manier kun je te rade gaan bij literatuur en kunst, zonder dat je echter definitieve antwoorden zal vinden. Toch heb je het gevoel dat je er niet alleen voor staat. Neem het werk van Hugo Claus. Door zijn boeken ging je de schrijver als een vriend beschouwen: er zijn anekdotes uit zijn boeken die even betekenisvol en inzichtelijk voor mij zijn als persoonlijke herinneringen."

Beschouwt u het kritische essay werkelijk als een bedreigde diersoort? Veel mensen vinden het 'overbodig en irritant', stelt u.
"Nochtans is het een van de bestaansredenen van kunst en literatuur om kritische essays te doen ontstaan. Elke roman leeft op een veel krachtiger manier wanneer er uitgebreid over gereflecteerd wordt. Franz Kafka zou niet meer zo bekend zijn zonder alle essayistiek over zijn leven en werk."

U lijkt nogal het didactische in de literatuur te verdedigen. Maar moet het leesplezier niet vooropstaan?
"Om leesplezier te hebben, moet je ook enige moeite doen. Van een boek kun je verwachten dat er iets op het spel staat. Het diepere plezier heeft veel meer omwegen nodig. Lezen is een oneindige, zich voortdurend vertakkende zoektocht. Zoals seksualiteit die op een diepe liefde is gebaseerd toch meer bevrediging verschaft dan een onenightstand."

Waar vind je nog goede essayistiek, volgens u?
"Ik ben een grote fan van 'The London Review of Books' en 'The New York Review of Books'. Heel informatief en subjectief tegelijkertijd, en daarom uitstekend om een persoonlijke positie uit te lokken. Want ook aan moeilijker teksten kun je leesplezier beleven. Je groeit erdoor. In het Nederlandstalige taalgebied is dat langzaam aan het verdwijnen. Wat in de plaats komt, doet me de vraag stellen: zouden we er niet beter mee ophouden? Als je geen artistieke of intellectuele cultuur op niveau hebt, verdwijnt een historisch besef, en de mogelijkheid om lezen en leven echt op elkaar te betrekken."

"Bij recensies zie je bijvoorbeeld dat er minder plaats is om boeken te vergelijken of te situeren in een oeuvre. Nog geen vijftien jaar geleden was een analyserend stuk van 3.500 woorden in een krant haast de norm. We beseffen te zelden dat een maatschappelijk debat letterlijk vernauwt als er minder plaats voor is en als er minder woorden beschikbaar zijn. Je moet tegenwoordig al uitkijken wanneer je een moeilijk woord gebruikt."

U haalt in de bundel ook een paar keer uit naar de verschraling van de kranten. Vooral NRC Handelsblad moet het ontgelden.
"Je kunt je afvragen waarom je nog kranten leest. Vooral als je ziet wat ze in hun glossy bijlagen aanbieden, zoals NRC Lux. Al die artikelen, restaurants en foto's kun je evengoed op internet vinden, met bewegend beeld en geluid erbovenop. Ik vind het haast misdadig dat Peter Vandermeersch zoiets in het Nederlandse taalgebied tot de norm heeft gemaakt, en honderdduizenden mensen van een kwaliteitskrant heeft beroofd."

"Het is een vergissing van krantenbazen om de concurrentie aan te gaan met digitale media. Of om te denken dat een kleiner formaat automatisch meer lezers genereert. Kranten worden een combinatie van website en fotomagazine en een samenvatting van Facebook en Twitter. Op die manier vergeet de redactie de geheel eigen unique selling proposition."

"Toen ik bezig was met mijn doctoraat over architectuurcriticus Geert Bekaert, stuitte ik voortdurend op stukken van hem uit de jaren tachtig in De Standaard en NRC Handelsblad. En daarbij vielen de traagheid en de hoffelijkheid van het debat op, de diepgang en de kwaliteit. Nu zal je me verwijten dat ik het verleden verheerlijk. Maar er was hoegenaamd niets elitairs aan die krant, want ze bereikte meer lezers dan nu, en die lezers kregen intellectueel en cultureel het allerbeste. Nu wordt enkel hun maag door topchefs verwend en raken ze in hun verstandelijk en emotioneel leven uitgehongerd."

Maar nieuws circuleert veel sneller dan vroeger. Is het niet logisch dat kranten in deze digitale wereld voortdurend hun plaats herdefiniëren?
"Ik ben - gelukkig - geen marketingspecialist. Maar als een krant de doelstelling heeft om als eerste te melden wanneer het lichaam van Steve Stevaert is gevonden, dan is het duidelijk: je kunt niet winnen. Is het niet zowel voor de lezer als voor de krantenmaker veiliger om het nieuwsjagen op te geven en te kiezen voor de bestaansreden van een krant: de afstandelijke, trage beschouwing?"

Niet enkel de kranten krijgen een veeg uit de pan in uw essays. U gaat in tegen de schouderklopcultuur onder auteurs. U kondigt aan 'zo subjectief mogelijk literatuur, kunst en cultuur te bespreken en daarbij ergernis of kritiek niet zozeer te onderdrukken als wel zo snerpend mogelijk uit te vergroten'.
"Zodra een meerderheid ergens voor is of iemand op handen wordt gedragen, heb ik de neiging daar tegenin te gaan. Ik heb een afkeer van een overdreven groepsgevoel. Een te grote consensus is niet gezond. Dat krijgt een reflexmatig en totalitair trekje."

Bent u dan niet vooral tegendraads om tegendraads te zijn?
"Ja, dat is zo. Maar dat heeft een functie. Een schrijver moet de enige zijn die nee zegt, dat heeft Susan Sontag ooit in een interview gezegd. Alhoewel. Je mag niet altijd nee zeggen, want dan word je als J. De Witte (lacht)."

Waarom is het zo belangrijk om ook collega-auteurs te recenseren?
"Je verplicht op die manier schrijvers hun opvattingen explicieter te maken en te delen met hun publiek. Het kan helemaal geen kwaad om de polemiek op te zoeken. Op voorwaarde dat je met argumenten komt en het geen persoonlijke aanval wordt."

Zo verwijt u Dimitri Verhulst dat hij zich in zijn boeken verschuilt achter andermans miserie. 'Verhulst negeert zijn eigen bestaan', schrijft u zelfs.
"Ik doe dat aan de hand van de merkwaardige flaptekst van 'Kaddisj voor een kut', overduidelijk geschreven door Verhulst zelf. Daar spreekt het ex-instellingskind letterlijk over het 'veilig verdwijnen in de ellende van een ander'. Er ontstaat langzaamaan een vreemde relatie tussen de interviews die Verhulst geeft en zijn romans. Want je bent ook als neutrale lezer op de hoogte van alles wat hij meemaakte. In 'Kaddisj voor een kut' houdt hij bovendien een pleidooi voor een soort euthanasie op instellingskinderen, terwijl hij als instellingskind toch redelijk goed is terechtgekomen."

Een ander verkoopsucces, Griet Op de Beecks 'Vele hemels boven de zevende', zet u weg als 'naïef en sentimenteel'.
"Het uitgangspunt van Op de Beecks roman is waardevol. In wezen gaat het over alledaagse en emotionele problemen, zoals die ook in de boeken van Patricia De Martelaere voorkomen. Toch bevat deze roman een aantal vingerdikke, ongeloofwaardige kunstgrepen. Op de Beeck zet alles op alles om een melodrama te creëren. Als ik iemand voor de tiende keer hoor beweren dat dit een perfect en prachtig geschreven boek is, dan heb ik de neiging daar iets tegen in te brengen. Al was het maar omdat ik ook mensen ken die het een vreselijke roman vinden."

U vocht destijds een polemiek uit met Marnix Peeters. Nu was J. De Witte in deze krant opnieuw kritisch voor uw romans. Dit keer liet u zich niet verleiden tot een polemische tegenstoot?
"Ik was aanvankelijk niet afkerig van J. De Witte. Men vond de columns achterbaks omdat ze onder pseudoniem verschenen. Daar heb ik weinig problemen mee. Het trouwens niet zo heel hoge niveau van Gerrit Komrij en Patrick Demompere haalde hij niet eens. Maar ik vind wel dat je geen tien boeken kunt bespreken en tien keer kunt zeggen: 'Die zijn het niet.'"

"J. De Witte lijkt geen idealen te hebben over literatuur. Wat zijn dan wél goede boeken? Dat vernemen we niet. Het is een tienvoudige aanval op recente literatuur in Vlaanderen. Terwijl je in Nederland bij wijze van contrast Das Magazin hebt, dat op een kritiekloze manier schrijvers promoot. Dat is evenmin ideaal. Het toont dat het 'literaire middenveld' in Vlaanderen geen zelfvertrouwen heeft: juryleden voor literaire prijzen laten zich bijvoorbeeld als hondjes de les spellen door Nederlandse collega's."

In de lezing over uw eigen debuutroman 'Op de hoogte' merkt u op dat u veel vragen krijgt over het autobiografische. Wordt de drang van de lezer naar het waarheidsgehalte steeds groter?
"Ik denk het wel. Schrijvers zijn medeplichtig aan het promoten van die leeswijze. Omdat ze zich te vaak laten interviewen over hun leven ontstaat er een publieke verwachting. Het lijkt alsof literatuur nog enkel daarom draait. Lezers weten niet meer waarom ze nog met romans bezig moeten zijn. Als het uitsluitend om de feitelijke waarheden uit het schrijversleven gaat, word je een voyeur. Nochtans is de vraag of een auteur zélf iets heeft meegemaakt niet zo interessant. De vraag is eerder: zou ik wat ik lees zelf hebben kunnen meemaken? De lezer moet centraal staan. Niet de auteur."

Christophe Van Gerrewey. Beeld Karel Duerinckx

Hoe verhouden uw essays zich tot uw romans? U houdt van een uitwaaierende zin, een karige schrijver bent u niet.
"Ik herken me in het werk van de Spaanse schrijver Javier Marías, die bijvoorbeeld Shakespeare citeert: why do we think so brainsickly of things? Ik schrijf graag over een brein dat op een gelukkige maar soms ook op een zieke manier nadenkt en emoties doormaakt. Zo'n brein hebben we in meerdere of mindere mate allemaal."

"Het valt me daarnaast op dat mijn drie boeken eigen wetten en spelregels creëren, alsof ik ze zo op een bedrieglijke manier een bestaansreden kan geven. Bij deze essays zorgt het getal vijftig voor afronding, al slaat dat cijfer uiteindelijk nergens op. Het is een literaire truc. Dat ik de auteurs alfabetisch plaats, geeft het een encyclopedisch tintje. Bij 'Trein met vertraging' heeft de roman de structuur en het concept van een treinrit, bij mijn debuut 'Op de hoogte' was dat een brief. Gewoon een traditionele roman schrijven lukt me niet. Ik wil een mysterieus machientje maken dat je ziet werken: het functioneert perfect en toch is het volstrekt nutteloos."

Christophe Van Gerrewey presenteert 'Over alles en voor iedereen' op dinsdag 21 april om 20 uur in de Vooruit in Gent. Gratis toegang.

Christophe Van Gerrewey, Over alles en voor iedereen, De Bezige Bij, 333 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234