Woensdag 13/11/2019

Interview

“Het is een misverstand dat ik mezelf verlies in mijn werk. Ik verlies mezelf in álles”

Beeld Geert Van De Velde

Met Hoe zal ik het zeggen?, het verborgencameraprogramma van VTM, scoorde tv-maker Tim Van Aelst een derde Emmy in zeven jaar met zijn productiehuis Shelter, na Benidorm Bastards (2011) en Wat als? (2014); voorwaar een tripel van indrukwekkend hoge gisting. Niet dat hij daardoor begint te zweven, want daags na de uitreiking treffen we hem alweer in Antwerpen aan zijn bureau. “Ik ben gegroeid als mens. Ik zie nu in wat ik al die jaren fout heb gedaan, en wie ik allemaal heb gekwetst.”

Was het vorige week net zo plezant in New York als de avond van je eerste Emmy-winst? Toen heb je van pure blijdschap je broek afgestoken in het openbaar.

Tim Van Aelst: (lacht) “Ik heb me toen geamuseerd, ja. En de mensen die me die avond bezig hebben gezien, hebben zich geamuseerd met mij. (lacht) Bij onze eerste Emmy wisten we niet goed wat ons overkwam. ‘Heeft die mens op het podium nu echt ónze naam afgeroepen?!' De verrassing overheerste, en we hebben dat uitbundig gevierd. Met de tweede kwam het besef: 'Kijk eens! We zijn geen eendagsvlieg.'

“En nu heb ik er nóg meer van genoten. Ik heb het bewuster en intenser beleefd. Ik was strontnerveus, maar ook bloednuchter. En daardoor herinner ik me er gelukkig elk moment van. De zangstonde die we met het hele team na de uitreiking hielden, zal ik van m'n leven niet vergeten.” 

Je drie Emmy's heb je voor drie verschillende programma's gewonnen. Hoeveel televisiemakers hebben je dat al voorgedaan?

“Ik weet het niet, veel zullen het er niet zijn. Ik ben er wel trots op.

“Bruno Wyndaele stuurde me gisteren een berichtje om me te feliciteren: 'Je bent de Meryl Streep van de Vlaamse televisie!’” (lacht hard)

Ben je een netwerker? Lars Mikkelsen won diezelfde avond een Emmy voor Beste Acteur. Ruik je dan je kans om hem te vragen of hij een rolletje in je volgende project ziet zitten?

(lacht) “Grappig dat je net hém noemt! Eerlijk: ik heb nog nooit een BV of een Amerikaanse celebrity om een foto of een handtekening gevraagd. Niet dat ik niet durf, ik vind het gewoon raar. Alleen voor de geweldige Lars Mikkelsen wilde ik een uitzondering maken. Met hem wilde ik absoluut wél op de foto. Ik heb die avond verschillende pogingen ondernomen om in zijn buurt te komen, en ik ben een paar keer dichtbij geraakt, maar hij is me telkens ontglipt.

“Verder spreek ik acteurs alleen aan als ik een concreet idee heb waarin ze passen. Ik zou graag ooit met Matthias Schoenaerts werken, maar ik zal hem niet lastigvallen met vage praat als 'Jij en ik moeten samen eens iets doen.' Ik spreek hem pas aan als ik weet wát we samen zouden kunnen doen... En dan zegt hij misschien no way.(lacht)

Kijken de mensen anders naar jou door het Emmy-succes?

“Je bedoelt: denken de mensen dat ik arroganter ben geworden? Nee, daar heb ik geen Emmy's voor nodig. Ik heb nooit van mezelf gedacht dat ik het mannetje ben, maar blijkbaar straal ik dat wel een beetje uit.

“Ik heb in het verleden verschillende keren bij Woestijn-vis gesolliciteerd, telkens zonder resultaat. De eerste afwijzing vond ik het ergst. Ik was 24 en wilde graag bij 'Man bijt hond' werken. Maar ik had geen televisie-ervaring, en...”

Je had in die tijd toch al aan Het peulengaleis meegewerkt?

“Ik had er broodjes gesmeerd op de set, en Ikea-meubels uitgekozen voor De bende van Wim. (lacht) Ik was al lang blij dat ik überhaupt op sollicitatie bij het grote Woestijnvis mócht komen. Dat was bij Laurens Verbeke, toen hoofdredacteur van Man bijt hond. Ik herinner me dat ik er op de redactie kwam binnengewaaid met – ik speelde toen nog in een rockgroepje – mijn leren vestje en mijn typische loopje...”

Loopje?

“Mijn rug staat hol. Als ik normaal probeer te wandelen, ziet dat er zo uit. (schrijdt als een fiere pauw door de kamer) Ik kan daar niets aan doen: het zit in de familie, mijn broers hebben dat ook. Combineer dat met mijn zelfverzekerde manier van praten en ik moet daar nogal een indruk hebben nagelaten. Pas vele jaren later, ná mijn eerste Emmy, heeft Laurens me verteld dat de hele Man bijt hond-redactie hem na mijn vertrek onmiddellijk had aangeklampt: 'Die patser komt toch niet bij ons werken?!' (lacht luid) Ik neem hun dat niet kwalijk: ondertussen weet ik dat ik soms iets uitstraal dat ik niet ben.

“Nu kan ik daar om lachen, maar op mijn 24ste kwam de afwijzing hard aan. Ik herinner me dat ik me toen huilend op mijn bed heb gestort.”

Beeld Geert Van De Velde

'Alles wat Tim Van Aelst aanraakt, verandert in goud’, hoor je nu overal. Ben je ervoor beducht dat je dat ooit zélf gaat geloven?

(blaast) “Nee, omdat ik heel streng ben voor mezelf, voor onze programma's én omdat ik heel goed weet dat het niet waar is. Ik heb een scheiding achter de rug: die ervaar ik als een zware mislukking in mijn leven.

“De laatste maanden waren boeiend. Ik ben 40 geworden. Volgens de clichés is dat de leeftijd waarop je een midlifecrisis meemaakt. Maar ik heb net het gevoel dat de mijne al achter de rug is.”

Wanneer is die dan begonnen?

“Nog vóór Benidorm Bastards. Ik was toen een tijdje, zoals ze zeggen, van het paadje af. Ik was het contact met mezelf kwijt. Ik wist nauwelijks nog wie ik was, en dat uitte zich op verschillende manieren. Ik reageerde vaak heel geërgerd en kortaf. Op korte termijn had ik Trigger Happy, Tom-testerom en M!LF gemaakt. Het ging hard en snel. Maar ik was nog heel jong, en had weinig ervaring als bedrijfsleider. Ik wist niet hoe ik met mensen moest omgaan.”

Maar die periode heb je dus achter de rug?

“Ik voel dat ik als mens ben gegroeid. Volgens mij was ik, ergens onderweg, mijn gevoel voor empathie kwijtgeraakt. Ik vind het nu stilletjesaan terug, waardoor ik steeds beter inzie wat ik al die jaren fout heb gedaan, en wie ik allemaal heb gekwetst. Dat is best zwaar, want het is makkelijker om niets te voelen en gewoon dóór te gaan, uit zelfbescherming.

“Politici doen het volgens mij ook zo. Ze moeten wel. Wie zijn gevoelens durft te tonen, creëert in onze samenleving de indruk geen goede leider te zijn. Bart De Wever laat één traan tijdens een radioprogramma en de volgende dag wordt hij aangepakt. 'Is die mens nog wel capabel? Speelt hij geen komedie?' Ik vond die achterdocht onnozel.”

Vaderschap

Amper enkele maanden geleden ben je gecrasht: slokdarmontsteking en maagbreuk. 'De keerzijde van de medaille’, zegt je broer Peter. En hij voegt eraan toe dat hij je er al jaren voor waarschuwt.

“Dat is waar. Maar ik heb vroeger ook al diep gezeten, hoor. Deze keer was het anders. Vroeger wentelde ik me in zelfmedelijden: 'Zie mij nu! Ik zou de gelukkigste mens ter wereld moeten zijn, maar waarom voel ik me dan zo slecht?' Deze keer voelde ik me helemaal niet ongelukkig. Ik was ook niet moe, had met niemand ruzie en ik had nog heel veel zin om te werken.

“Het was gewoon even heel druk. Door omstandigheden vielen de opnames van het tweede seizoen van Hoe zal ik het zeggen? samen met die van Studio Tarara, onze eerste dramaserie, die zich afspeelt tijdens de gouden jaren van VTM (de reeks komt in het voorjaar van 2019 op antenne, red.). Plots moesten we geen zeven, maar vijfenzeventig mensen aansturen. Dat dát me even te veel werd, dat vergeef ik mezelf. Toen zei mijn lichaam dus: 'No more! Het moet stoppen.' Ik ben toen ook heel sterk vermagerd.”

‘Ik ben in Amerika enkele illusies armer geworden. Bij ons zijn de creatieven aan de macht, ginder de mannen met het geld en de slechte ideeën.’ Beeld Geert Van De Velde

Stoppen en minder hard werken: kán jij dat na al die jaren nog wel?

“Het laatste jaar was er één geweest van 'Gaan, gaan, gaan!' Maar het is een misverstand dat ik mezelf verlies in mijn werk. Het gaat veel breder: ik verlies mezelf in álles. Het vaderschap staat bij mij sowieso op één. Ik durf zelfs te zeggen dat ik dat niet slecht doe: ik heb een heel fijne band met mijn kinderen, en ik krijg veel liefde van hen terug. Het wérkt. Maar zelfs daarin werd ik de laatste maanden strenger voor mezelf. Ik was doordrongen van de gedachte dat ik er voor hen móét zijn. 'Anders ben ik een slechte vader!' Eens een voetbaltraining missen? Onmogelijk! Het was van moeten geworden, terwijl het 'willen' moet zijn.

“Ik ga helemaal op in alles. Elk weekend ben ik bezig met de voetbalploeg van mijn zoon – ik ben de coach van zijn team. En daarnaast heb ik een zaalvoetbalploeg opgericht. Daarin spelen Tom Waes, Matteo Simoni, Bruno Vanden Broecke en Guga Baúl. Acteurs en mensen als Waes elke week op tijd aan de aftrap krijgen: ik kan je verzekeren dat dat een fulltimejob is. (lacht)

“Het houdt niet op. Ik moet erin snijden. En dat gá ik ook doen. Ik heb me heel recent voorgenomen om me binnenkort een tijdje terug te trekken. Ik ga het volgende programma van Shelter bijvoorbeeld eens níét zelf bedenken. In januari, februari en maart zal ik al zeker niet werken. Misschien hou ik het zelfs vol tot september. Ik ga een beetje reizen, rusten, van muziek genieten, en van de liefde... Wie mij een beetje kent, weet dat dat huge is voor mij. Maar sinds ik die beslissing genomen heb, zijn al mijn problemen als sneeuw voor de zon gesmolten.”

Hoe permanent is die mentaliteitswijziging, denk je? In interviews uit 2012 en 2014 kondigde je ook al aan meer van het leven te willen genieten.

“Je houdt me hier wel een spiegel voor. (denkt na) Er is een verschil met vroeger. Ik kwets geen mensen meer. En ik heb geleerd om naar mijn lichaam te luisteren. Vroeger heb ik er vaak op gevloekt, nu ben ik het dankbaar. Ik weet nu: als ik kwaaltjes krijg, dan is dat omdat mijn lijf me iets probeert te vertellen. Signalen die ik niet meer zal negeren.”

'Benidorm Bastards’. Beeld RV

Over de personages van Safety First, die je zelf geen losers wilt noemen, zei je destijds: 'Die vier zijn professionele mislukkelingen, maar in het leven vind ik ze behoorlijk geslaagd.' Eigenlijk is dat het tegenovergestelde van jouw parcours.

(glimlacht) “Dat vind ik een mooie observatie. Het zegt iets over waar mijn diepere verlangens liggen. (Denkt na) Ik heb een zalige kindertijd gehad, een geweldige jeugd. Als tiener en jonge twintiger speelde ik in een rockgroep. We hadden de tijd van ons leven. Wat we ermee bereikten, was veel minder belangrijk dan het plezier op zich. Welnu, dát gevoel ben ik in mijn job op een bepaald moment kwijtgeraakt.

“Ik ben nu wel erg negatief over mezelf. Nochtans zijn er bij Shelter mensen die al jaren met mij samenwerken, terwijl ze er elke dag voor zouden kunnen kiezen om te vertrekken. Zo slecht zal het dan toch niet zijn, zeker?” (lacht)

Onfrisse dude

In 2011 heb je een paar maanden in L.A. gewoond, om er mee te werken aan de Amerikaanse versie van Benidorm Bastards. Heb je toen iets opgestoken wat je nu nog steeds helpt?

“Ik ben er om te beginnen enkele illusies armer geworden. (lacht) Ze werken in Amerika helemaal anders dan hier – dat weet Felix van Groeningen nu ook – en het is minder glamoureus dan je denkt. Daarnaast heb ik er ook naar mensen leren kijken. Ik weet nu dat ik, hoe hard ik ook probeer, sommige mensen nooit van mijn gelijk overtuigd zal krijgen. Ik heb dus geleerd dat ik daar geen energie in moet steken.

“Ik ben blij dat ik in België werk, en niet ginder.”

Ben je niet jaloers op de Amerikaanse budgetten?

“Natúúrlijk. De budgetten daar zijn minstens tien keer zo groot als wat wij voor Studio Tarara krijgen. Als ik daaraan denk, moet ik altijd vloeken. 'Zie ons hier staan, met ons prullenbudget.' Vooral omdat de meeste kijkers daar niet bij stilstaan, en de kwaliteit van een Vlaamse serie onbewust altijd afmeten aan wat ze op Netflix hebben gezien.

“Pas op: naar Belgische normen kunnen wij niet klagen, maar in vergelijking met Amerika is het kak. Daarom weet ik zeker dat een Belgische productiemedewerker twaalfduizend keer harder werkt dan een Amerikaan. Dat móét wel, als we iets gedaan willen krijgen. Fuck het veel te minuscule Nederlandse taalgebied!”

Waarom werk je liever in België dan in Amerika?

“Bij ons zijn de creatieven aan de macht. Iemand met een goed idee krijgt hier veel vertrouwen. Ginder is alle macht voor de mannen met het geld. Ik heb in mijn tijd in L.A. vaak met NBC-bazen aan tafel gezeten, en elke keer gemerkt dat hun woord wet is. Letterlijk ál hun voorstellen – de domste en slechtste eerst – moesten klakkeloos door het productiehuis worden overgenomen.

“In vergelijking daarmee zijn wij geprivilegieerd. Ik mág er bijvoorbeeld voor kiezen om met de fantastische Ruth Beeckmans te werken. Toen ik haar destijds voor Safety First castte, was ze nochtans redelijk onbekend. En er was iemand bij de zender die liever een slankere, blondere, bekendere vrouw in Safety First had gezien. Maar men vertrouwde mij.

“Hetzelfde met Jens Dendoncker als presentator van Hoe zal ik het zeggen?: ook geen evidente keuze. Het is nochtans geen gimmick, met onbekenden te werken. Maar als het lukt, haal je er meer voldoening uit. En Jens doet dat fantastisch.”

Hoe kwam je bij hem uit?

“Hij werkte al een tijdje voor ons op de redactie. Ik zag eerst geen presentator in hem, maar hij viel wel op: hij bracht me altijd aan het lachen. Hij had toen nog van dat lang, vettig haar. En hij droeg elke dag een slobbertrui, van het soort dat in 1993 heel cool was, maar tegenwoordig iets minder. Kortom: niet de meest frisse dude. (lacht) We hebben hem dus een beetje moeten afstoffen. Sofie (Peeters, de vriendin van Van Aelst en producer bij Shelter, red.) is met hem gaan shoppen en naar de kapper geweest, tot hij er ging uitzien zoals je hem nu van tv kent.

“Daarnaast had ik ook Tom Waes opgebeld. 'Wil je eens een dagje met Jens op stap gaan? Vertel hem alles over de manier waarop jij Reizen Waes aanpakt.' Sindsdien oogt Jens veel rijper voor de camera. Hij heeft geleerd hoe je moet luisteren en met mensen omgaan.”

Jens kon niet mee naar New York voor de uitreiking van de Emmy's, maar jij vond dat hij erbij móést zijn. Daarom hield je tijdens je overwinningsspeech een Jens-popje in de hand.

“Jens is een maat, ik vond het jammer dat hij niet mee kon. Toen hij zei dat hij thuis zou blijven, vatte ik dat eerst slecht op. 'Hij wil weg bij Shelter!' Vrij snel daarna dacht ik: misschien moet ik hem toch eens vragen waarom hij niet meegaat. (lachje) Dat zal ik wel aan m'n hervonden empathie te danken hebben. Bleek dat zijn dokter hem de lange vlucht naar Amerika had afgeraden. Jens heeft last van epilepsie, en hij krijgt de laatste tijd nogal veel aanvallen. Bij elke aanval die langer dan 8 minuten duurt, moet hij meteen naar de spoedafdeling. Stel je voor dat zoiets gebeurt op een langeafstandsvlucht. Bovendien zijn stress en vermoeidheid triggers: dan zijn de spanning van zo'n prijsuitreiking en de jetlag niet ideaal.

“Maar door dat poppetje stond Jens toch mee op het podium. (Grijnst) Mini-Jens heeft daar trouwens veel van de wereld gezien. Je wilt niet weten waar we 'm overal hebben gestoken.” (lacht)

Vluchtelingen

Wat zijn de voornaamste verschillen tussen het eerste en het tweede seizoen van Hoe zal ik het zeggen??

“Ik was niet zo blij met hoe seizoen één er grafisch uitzag. Dat hebben we met meer finesse aangepakt. Verder is er nu ook meer ruimte voor maatschappelijk relevante boodschappen. In de eerste aflevering zag je dat al aan dat item van de bloeddonoren, en aan dat van het autistische meisje dat haar zus wilde bedanken. Daar zijn we ondertussen uitvoerig voor bedankt door de Liga Autisme Vlaanderen.”

Eind 2015 – toen Safety First: The Movie in de zalen liep – zei je in een interview: 'Ik wil verder met fictie. Nooit maak ik nog een verborgencameraprogramma.' Dat heb je nog lang volgehouden.

(vrolijk) “Maar Hoe zal ik het zeggen? was een ongelukje. Net zoals je sommige ouders weleens hoort zeggen: 'Ons Annelies is een ongelukske.' (lacht)

“Voor het schrijven van Studio Tarara wilde ik mijn tijd nemen. Het moest goed worden. Probleem: fictie wordt bij Shelter alleen geschreven door David (Vennix, red.) en mezelf. Maar hier lopen nog andere mensen rond, en die wilden we niet laten gaan. Hoe moesten we die dan betalen? We hadden dus een programma nodig om de andere werknemers al die tijd bezig te houden. Bedoeling was aanvankelijk om dat kleinschalig en eenvoudig te houden, maar in ons enthousiasme is dat gaandeweg steeds groter geworden en moesten we zelfs nog extra mensen aannemen om het draaiende te houden.

“Ik moet bekennen dat ik bij Hoe zal ik het zeggen? nooit zelf in de loopgraven stond. Ik werkte een beetje mee aan de scripts en de montage, maar ik ben nauwelijks op de set geweest. Mijn aandeel bij Hoe zal ik het zeggen? is van die aard dat ik er op een podium nog net het woord over durf te nemen, maar van de drie Emmy's heb ik met deze veruit het minst te maken.”

Met vriendin Sofie Peeters op de Emmy Awards: 'Zij heeft een warmte en zachtheid bij Shelter gebracht, waar ik heel dankbaar voor ben.' Beeld RV

Waarom heb jij tijdens de Emmy-uitreiking dan toch het dankwoord uitgesproken? Waarom niet je vriendin Sofie, die als producer veel nauwer betrokken was bij de ontwikkeling van de reeks?

“Maar dat was de bedoeling! Ik had het haar gevraagd, maar ze zei: 'Ik ben niet zo gevat, ik zal afgaan. Doe jij maar.' Ik snap dat. Ik ben de kapitein van het team, hè. Daardoor zuig ik alle aandacht automatisch naar me toe.

“Nochtans probeer ik Sofie al een paar jaar naar voren te schuiven. Wanneer we een nieuw programma hebben, en de kranten willen dat aankondigen met een interview, zeg ik altijd eerst: 'Doe maar met Sofie.' Maar dan is de reactie: 'Nee, het moet met jou.' Ik zou het been stijf kunnen houden, maar dan komt er geen interview en dus geen reclame voor ons programma.”

Een beeld uit 'Wat als?'. Beeld RV

Toen jullie Safety First begonnen te maken, zijn jullie door een periode van blinde paniek gegaan. Jullie hadden nooit eerder verhaaltjes van meer dan drie minuten geschreven, en wisten dus amper hoe het moest. Studio Tarara is een dramareeks, en dus wéér een nieuw genre voor Shelter. Verliep die overgang even tumultueus?

“Zeker! Eigenlijk was Studio Tarara in een eerder stadium nog een comedyreeks. Een sitcom, met afleveringen van 30 minuten. Maar we voelden al snel dat we daarin niet alles kwijt konden wat we wilden vertellen. Dat breidde dus uit naar 45 minuten per aflevering. Maar 45 minuten aan een stuk grappig zijn: dat is bijna niet te doen. 'Goed, dan wordt het maar tragikomisch!'

“Ondertussen is het in mijn ogen een dramareeks geworden. Maar what's in a name? In Vlaanderen is Van vlees en bloed de archetypische tragikomedie. We hebben Studio Tarara aan een testpubliek getoond. Na de eerste aflevering omschreef 90 procent van hen de reeks als tragikomisch. Maar toen ze er acht afleveringen van hadden gezien, had iedereen het ineens over drama.” (lacht)

Tussen Safety First en Studio Tarara zat een paar jaar. Hoeveel ideeën voor fictiereeksen zijn in die tijd op de brainstormtafel gesneuveld?

“Véél. Ik denk nu in de eerste plaats aan een idee dat ik had voor een dramareeks over vluchtelingen. Een ambitieus project, dat ik al bij andere productiehuizen heb gepitcht - omdat ik wist dat we het alleen niet van de grond zouden krijgen. Men vond het keigoed, maar men wilde het alleen doen als ik de reeks zelf zou regisseren. Dat wilde ik dan weer niet: Studio Tarara had voorrang.”

Kan het iets vager?

“Ik vind het tricky. Misschien wil ik er later alsnog iets mee doen en voor je het weet gaat iemand met mijn idee aan de haal.

(Denkt na) “Fuck it, ik ga het toch vertellen. We kennen allemaal verhalen van mensen die, nadat ze ergens al zeven jaar hebben gewoond, alsnog worden teruggestuurd naar hun land van herkomst. Het gebeurt nu zelfs al dat ze kindjes terugsturen die hier geboren zijn. Ik zag zo onlangs iemand zitten bij Matthijs van Nieuwkerk in De wereld draait door. Die jongen kende zijn 'thuisland' Irak van toeten noch blazen, maar toch moest hij terug.

“Mijn idee gaat over zo'n jongetje dat het land wordt uitgestuurd. De grootouders van één van zijn vriendjes willen hem helpen door hem, in een geheim compartiment van een oude caravan, het land uit te smokkelen, richting Engeland. Maar op een gegeven moment komt dat oude koppel in het vizier van een bende mensen-smokkelaars, die hen chanteren, enzoverder. Misschien wel goed voor spannende televisie. En sowieso een boeiende problematiek.”

‘Hoe zal ik het zeggen?’ Beeld RV

Vergelijk het Shelter van nu eens met dat van 2009, toen je het samen met Bart Cannaerts en Tom Baetens oprichtte.

“Het is helemaal anders. Bart is nog vóór Safety First vertrokken. Tom een jaar later. Shelter is enorm geëvolueerd. Ook al omdat Sofie hier een warmte en een zachtheid heeft binnengebracht, waar iedereen heel blij mee is en waar ik haar dankbaar voor ben.”

Kun je je ook een Shelter zonder Tim Van Aelst voorstellen?

“Nog geen maand geleden had ik daarop geantwoord: in geen honderd jaar. Maar sinds ik heb beslist om een paar maanden vrij te nemen, is er een rust over mij gekomen. Bovendien is Sofie intussen helemaal klaar om het bedrijf tijdens mijn afwezigheid te leiden, dat weet ik.”

Om die rust te vinden had je amper drie Emmy's nodig: dat valt nog mee.

'Now I am enough!' (lacht luid) Jim Carrey zei dat een paar jaar geleden op de uitreiking van de Golden Globes. Men had hem aangekondigd als 'tweevoudig Golden Globe-winnaar Jim Carrey'. Waarop hij zei: 'Ik droom van de tijd dat ik drievoudig Golden Globe-winnaar Jim Carrey zal zijn. Then I would be enough. Dan kan ik eindelijk deze vreselijke zoektocht staken. Dán ben ik gelukkig.' Hij stak subliem de draak met het belang dat aan die prijzen wordt gehecht en met de neiging van velen om altijd maar méér erkenning en aandacht te willen.

“Intussen weet ik al lang dat het onzin is. Vreemd genoeg geniet ik net daarom zo hard. Omdat ik weet dat deze derde award niets verandert, heeft hij – in tegenstelling tot de vorige twee – geen extra druk meegebracht. Ik voel me niet beter of anders omdat ik nu drie Emmy's heb. Mijn ouders en mijn kinderen zien in mij nog exact dezelfde mens als voorheen, en gelukkig maar.”

Hoe zal ik het zeggen?,  VTM, maandag, 20.35 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234