Woensdag 27/05/2020

Media

Het geheim van ‘The Economist’, het invloedrijkste magazine ter wereld

Zanny Minton Beddoes is de zeventiende hoofdredacteur van 'The Economist' en de eerste vrouwelijke.Beeld ullstein bild via Getty Images

Geen tijdschrift ter wereld heeft zoveel invloed op de internationale politiek als The Economist, dat nog altijd floreert. Wat is het geheim volgens hoofdredacteur Zanny Minton Beddoes?

Op de redactie in Londen van weekblad The Economist hangen ingelijste reclameposters van de afgelopen jaren. “‘Ik lees The Economist nooit.’ Management trainee. 42 jaar oud”, staat op de een. Een andere slogan luidt: “Het is eenzaam aan de top, maar er is tenminste wel wat te lezen.” De boodschap is duidelijk: wie meetelt – of mee wil tellen – leest The Economist.

Wereldleiders houden het blad graag te vriend. In 2001 bracht Hugo Chávez, destijds de socialistische president van Venezuela, een bezoek aan het hoofdkantoor in Londen. Barack Obama was in 2016 de eerste zittende Amerikaanse president die er een essay in publiceerde. In datzelfde jaar onthulde de Saudische kroonprins Mohammad bin Salman aan het blad zijn plannen om staatsoliebedrijf Aramco gedeeltelijk naar de beurs te brengen. In november 2019 gaf de Franse president Emmanuel Macron een geruchtmakend interview waarin hij de NAVO hersendood noemde.

Nadat Ronald Reagan in 1980 Jimmy Carter had verslagen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen nodigde hij de toenmalige hoofdredacteur, Andrew Knight, uit voor een etentje. “Reagan wilde me bedanken”, schreef Knight naderhand. “Hij dacht dat de steun van deze respectabele Engelse publicatie (…) een grote rol had gespeeld bij zijn verkiezing.”

Ook de huidige hoofdredacteur, Zanny Minton Beddoes (53), beweegt zich tussen regeringsleiders. Of ze de Nederlandse premier weleens heeft gesproken? “Vaak”, zegt ze tijdens een gesprek op haar bescheiden kantoor, met bureau, bank en boekenkast vol biografieën van staatsmannen en geschiedenisboeken. “Mister Roete, een bedachtzame man. Ik zie hem geregeld op het World Economic Forum in Davos. Ik bespreek met hem dezelfde onderwerpen als met CEO’s en denktanks: de toekomst van Europa, bijvoorbeeld.”

Tijdens het gesprek is het rustig op de redactie. Het is vrijdagmiddag, een nieuw nummer is een dag daarvoor naar de drukker gegaan. Inmiddels is de redactie al weken uitgestorven. De laatste drie nummers zijn geheel vanuit huis gemaakt, voor het eerst in de 176-jarige geschiedenis van het blad.

Editie van 29 februari 2020.Beeld The economist

Aanleiding voor het interview is de publicatie van Liberalism at Large: The World According to The Economist. In dat boek onderzoekt historicus Alexander Zevin het liberale gedachtegoed van The Economist vanaf 1843, het oprichtingsjaar.

Zevin beschrijft een florerend blad. In zijn inleiding citeert hij een Amerikaans radiostation dat zich in 2006 afvroeg hoe een tijdschrift met een slaapwekkende titel en soms esoterische inhoud lezersaantallen in een jaar met 13 procent kan laten stijgen, “iets waar alleen roddelbladen in slagen”. Destijds bedroeg de totale oplage 1,2 miljoen, in 2019 was dat ruim 1,6 miljoen. Lezersaantallen stijgen door het coronavirus, zegt een woordvoerder van het blad, maar cijfers zijn nog niet te geven.

Het geheim

Minton Beddoes is de zeventiende hoofdredacteur van The Economist en de eerste vrouwelijke. Haar studie was die van de klassieke Economist-hoofdredacteur: politiek, filosofie en economie aan de Universiteit van Oxford. Ze behaalde haar master aan Harvard, waarna ze als econoom ging werken bij het Internationaal Monetair Fonds.

Toen ze twee jaar later voor de journalistiek koos, wilden The Financial Times en The Economist haar hebben. Ze ging in op het aanbod van die laatste, vanwege de invloedrijke hoofdredactionele commentaren van The Economist. In 1994 begon ze als correspondent groeimarkten, twee jaar later promoveerde ze naar de redactie in Washington, waar ze economieredacteur werd. Als hoofdredacteur is Minton Beddoes welbespraakt en gekleed in kleurrijke jurken, een graag geziene gast op tv, onder meer bij CNN en BBC.

Meerdere keren was ze op de met geheimzinnigheid omgeven Bilderbergconferentie. Op het World Economic Forum (WEF) in Davos komt ze nu tien jaar. Dat elitefeestje ligt onder vuur omdat de bezoekers de problemen zelf zouden hebben veroorzaakt. “Je kunt veel zeggen over het WEF”, stelt Minton Beddoes, “maar het is goed dat invloedrijke mensen van allerlei signatuur op zo’n kleine plek samenkomen. Je kunt je tijd efficiënt besteden.”

Vorig jaar leidde ze in Davos een discussie tussen Paul Kagame (president Rwanda) en Jack Ma (medeoprichter Alibaba), dit jaar tussen Yuval Noah Harari (schrijver Sapiens) en Ren Zhengfei (oprichter en CEO Huawei). “Ik praat met de spelers en probeer erachter te komen wat ze van plan zijn. Daarna houd ik afstand. Ik ben met niemand close.”

Sinds Minton Beddoes in 2015 is aangetreden, wil ze met het blad ‘geestverruimende’ journalistiek bedrijven. “Daarmee bedoel ik: de lezer informatie bieden die kennis toevoegt of bestaande kennis op de proef stelt. Ik wil geen elegante samenvatting van de afgelopen week. We doen ook niet aan breaking news. We zetten een paar stappen achteruit en proberen logica aan te brengen. Een hoogleraar bellen we niet om te citeren, maar om hem of haar een beeld te laten schetsen en er daarna zelf een inschatting over te maken.”

Slimme covers

De afgelopen jaren heeft The Economist speciale rapporten (bijlagen van ongeveer zestien pagina’s) geschreven over de Nieuwe Zijderoute van China, de huizenmarkt, quantummechanica, Australië, migratie, privéonderwijs, water, de jeugd, Canada, afval, kunstmatige intelligentie en gedachte-experimenten. Een slogan van enkele jaren geleden luidde: “71 percent of the world is covered by water, the rest is covered by The Economist.”

The Economist is dol op cijfers, grafieken en tabellen. Bij een artikel over de staat van een land zijn de woorden begrotingstekort, staatsschuld en bnp nooit ver weg. Maar taaie materie hoeft niet te leiden tot saaie zinnen. Uit het nummer van 5 augustus 2017: “Het is vreemd dat Noord-Korea zoveel problemen veroorzaakt. Het is niet bepaald een supermacht. (…) Amerikanen geven twee keer het Noord-Koreaanse bnp uit aan hun huisdieren.”

Editie van 21 september 2009.Beeld Economist

De belezenheid van de redacteuren, velen geschoold in Cambridge of Oxford, blijkt uit andere originele vergelijkingen. Neem die tussen een Romeinse keizer en de inmiddels overleden Robert Mugabe. “Caligula wilde zijn paard consul maken, Mugabe wilde dat zijn vrouw Grace hem opvolgde als volgende president van Zimbabwe”, schreef The Economist eind 2017. “De vergelijking gaat ietwat mank. Caligula’s paard ging niet op exorbitante winkeluitjes terwijl Romeinen op straat stierven, noch is hij beschuldigd van mishandeling met een elektrische kabel in een hotelkamer.”

Ook de covers zijn vaak geestig en slim. Vaak moet je twee keer kijken. Bijvoorbeeld die van 29 september 2018, met de kop ‘Sex and power’. In eerste instantie zie je een hand die een vrouwenlichaam betast. Kijk je nogmaals, dan is het vrouwenlichaam een das en vormen haar handen de kraag van een hemd. Of die van 23 juni 2018, met de kop ‘The Saudi Revolution begins’, waarin de wielen van een auto de ogen van een nikabdrager voorstellen. 

Complimenten kreeg The Economist voor de cover van het klimaatprobleem, waarop de temperatuurveranderingen sinds 1850 met blauwe en rode balken zijn weergegeven. De cover van het laatste nummer is gewijd aan de afweging tussen de volksgezondheid en de economie. Te zien is een begraafplaats waarop grafkruizen als turfstreepjes worden gebruikt.

“Onze coverontwerper, Graeme James, is simpelweg een genie”, zegt Minton Beddoes. “Op vrijdag zit hij bij de vergadering waarbij we in kleine kring opperen wat we op de cover kunnen zetten. Dan begint zijn brein te tollen. Maandagochtend zit hij bij de redactievergadering en hoort hij het debat aan. Maandagmiddag komt hij naar me toe met vijf ideeën. Maar het kan gebeuren dat hij woensdag opnieuw moet beginnen, vanwege groot nieuws. Een van de verrassingen van mijn baan”, zegt Minton Beddoes, “is hoe veel tijd ik kwijt ben aan covers. Ze zijn belangrijk, ze vallen mensen op.”

Tegenover haar kantoor hangen de covers van de laatste maanden. “Ik kijk daarnaar om overzicht te krijgen”, zegt Minton Beddoes. “Het is belangrijk om een goede mix te hebben van grappige en serieuze covers, van covers over nieuws en covers over grote ideeën.”

Regelmatig laat James verschillende covers ontwerpen voor verschillende werelddelen. Op 28 februari kregen Amerikaanse lezers een cartoon van Bernie Sanders en Donald Trump. Anderen kregen de aarde te zien met virussen die daar als elektronen omheen cirkelen. “It’s going global.”

De verschillende covers zijn er niet voor niets. Lezers van het papieren blad wonen over de hele wereld: 58 procent woont in Noord-Amerika, 18 procent in het Verenigd Koninkrijk, 15 procent in de rest van Europa, 1 procent respectievelijk in Latijns-Amerika en Midden-Oosten/Afrika en 8 procent in de rest van Azië.

Ook de journalisten van The Economist zijn wijd verspreid. In het Verenigd Koninkrijk verblijven er 72, in de rest van Europa 7, in de Verenigde Staten 15, in Latijns-Amerika 3, in Midden-Oosten/Afrika 3, in China 5 en in de rest van Azië 10. In totaal heeft het blad 115 schrijvende journalisten in dienst. Dat is niet veel. Ter vergelijking: The New York Times heeft er 1.700.

Sterk opiniërend

Economist-journalisten noemen hun werkgever geen tijdschrift maar een krant. Deels omdat het blad er lange tijd uitzag zo uitzag, maar ook vanwege de inhoud ervan. “Als je gestrand bent op een onbewoond eiland”, schrijft het blad op zijn site, “en je kunt één periodiek kiezen dat voor je wordt gedropt om het wereldnieuws bij te houden, hopen we dat je The Economist kiest. Dat doel strookt vermoedelijk meer met de benadering van een krant dan een magazine. Dat laatste stamt af van het Franse woord voor magazijn en impliceert een specifiekere publicatie gewijd aan een bepaald onderwerp, in plaats van verslag van de actualiteiten.”

Stukken in The Economist zijn op een kenmerkende wijze geschreven. “We hebben een strenge stijlgids”, zegt Minton Beddoes. “Stukken moeten helder, beknopt, geestig en jargonvrij geschreven zijn.” Voordat een artikel verschijnt, zijn er veel rode pennen doorheen gegaan. “Neem een stuk dat in de Europa-sectie verschijnt. Eerst leest de chef Europa dat. Dan de chef buitenland. Dan mijn adjunct of ik. En daarna de nachtredacteuren, die het proza polijsten.”

Editie van 23 juni 2018. De wielen van een auto stellen de ogen van een nikabdrager voor.Beeld Economist

De artikelen zijn sterk opiniërend van toon en voorzien wereldleiders en hele landen van ongevraagd advies. Angela Merkel doet er goed aan snel haar aftreden aan te kondigen, aldus een artikel van 15 februari. Ook voor het falende Braziliaanse pensioenstelselpolarisering in Bangladesh en politieke vraagstukken in Liberia heeft de krant panklare oplossingen in petto.

“Hoe schrijf je voor The Economist?”, vroeg een jeugdige redacteur ooit. “Simpel”, reageerde een veteraan. “Doe alsof je God bent.”

Het betweterige toontje komt op verwijten van arrogantie te staan. Daar heeft Minton Beddoes geen boodschap aan. “We zijn altijd opiniërend geweest en daar ben ik trots op. Ik hoop dat het lezen van ons is als een gesprek met een geïnformeerde en uitgesproken vriend.”

De standpunten bepaalt The Economist tijdens een redactievergadering op maandag, waarbij tientallen journalisten aanwezig zijn. Minton Beddoes: “Daar vragen we ons vaak af: wat vinden we van deze kwestie? We zijn in 1843 opgericht om ons in te zetten voor een open en liberale samenleving. Hoe vertaalt dat zich naar een specifiek vraagstuk? Intern verschillen we flink van opinie. Maar uiteindelijk heb ik het laatste woord.”

De toon van de stukken is uniform, het lijkt alsof alles door één auteur geschreven is. Wat daaraan bijdraagt, is dat namen van journalisten in het blad ontbreken – tegenwoordig vrijwel uniek bij kranten en tijdschriften. “Dit klinkt pretentieus”, zegt Minton Beddoes, “maar ik voel dat we slechts tijdelijk toezichthouder zijn. Er is een Economist voor ons en hopelijk ook na ons. Omdat we zijn opgericht om een stem van het liberalisme te zijn, gaat het meer om de visie van de krant als geheel dan om die van individuele redacteuren.”

De visie door de jaren heen is door Alexander Zevin haarfijn opgetekend in Liberalism at Large. Wat daarin opvalt, is hoe vaak het blad dubieuze posities heeft ingenomen. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) steunde het de zuidelijke, slavenhoudende staten, omdat die goed zouden zijn voor de handel.

Luigi Einaudi, correspondent van The Economist (later president van Italië), schreef in 1922 dat Benito Mussolini de volledige macht moest krijgen om “communisme en barbarij uit Moskou” te voorkomen. Tot 1937 bleef Einaudi positief schrijven over Mussolini, die zei een trouwe Economist-lezer te zijn. Walter Thomas Layton, hoofdredacteur van 1922 tot 1938, ontmoette Mussolini en Hitler beiden persoonlijk, en bleef ook lang mild over die laatste.

De meest recente editie van 4 april 2020.Beeld The Economist

Begin jaren zeventig schreef de correspondent in Zuid-Amerika vernietigende stukken over Chili, op dat moment geregeerd door de socialistische president Salvador Allende. Daarmee rijpte hij de geesten voor een coup van de militaire junta, onder leiding van Augusto Pinochet. Als blijk van waardering kochten de generaals bijna tienduizend exemplaren van The Economist. Toen de correspondent hoorde dat Allende was overleden, danste hij door de gangen. “Mijn vijand is dood”, zong hij.

“Het tijdschrift komt naar voren als een kracht waarvan werkelijk kan worden gezegd dat die de moderne wereld heeft vormgegeven”, schreef de Indiase schrijver Pankaj Mishra in The New Yorker over Liberalism at Large, “maar niet op de manier waarop veel liberalen zich dat zullen voorstellen.”

Was Minton Beddoes verrast door de koers van het tijdschrift? “Sommige standpunten zou ik nu, met mijn 2020-perspectief, niet meer innemen”, zegt ze. “Over veel kwesties – ras, geslacht – schreven we artikelen waarvan je nu denkt: hoe kan dat? Maar die meningen waren breed gedragen, The Economist was niet de enige.”

The Economist geldt als een orakel voor liberalen. Vreest ze dat dit boek die status aantast? “Ik denk dat je The Economist moet beoordelen op zijn huidige journalistiek, niet die van 1860. En ik denk dat je onderscheid moet maken tussen de verslaggeving, de analyse en de opinie. Als de verslaggeving en analyse verkeerd zijn, hebben we een probleem. Als je het met de opinie oneens bent, is dat prima. We zijn niet de handlanger van je vooroordelen.”

Conservatieve lezers zullen moeite hebben met de progressieve waarden van The Economist: vóór legalisering van harddrugs, vóór strengere wapenwetten. Voor legalisering van het homohuwelijk pleitte het blad in 1996, vijf jaar voordat Nederland hiermee de primeur had. De argumenten in dat stuk, ‘Let them wed’, waren overigens vooral economisch. Zoals: “Vrijgezellen doen vaker een beroep op de verzorgingsstaat.”

Veel linkse lezers delen het heilige geloof van The Economist in de vrije markt niet, zegt Minton Beddoes. Terwijl The New York Times zijn steun uitsprak voor de toenmalige Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren, schreef The Economist in oktober vorig jaar dat ze ongeschikt was.

Minton Beddoes veert op. “Dat stuk is een perfect voorbeeld”, zegt ze. “Nog steeds is het een van de meest gedetailleerde stukken over ‘Warrenomics’. In drieduizend woorden leggen we uit welke impact haar beleid zou hebben. Uiteindelijk concluderen we dat de schaal en aard van haar economische voorstellen niet goed uitpakken voor de VS, omdat ze te weinig vertrouwt in markten en te veel in overheden. Dit is niet slechts opinie, maar opinie gebaseerd op een rigoureus gefactcheckte analyse. Zoiets is nuttig, welke achtergrond je ook hebt.”

Naar de laatste verkiezingen in het thuisland, in december vorig jaar, keek The Economist met afgrijzen. Zowel premier Boris Johnson (“een demagoog, geen staatsman”) van de Conservatieve Partij als Jeremy Corbyn van de Labour Party kon het blad weinig bekoren. Het Verenigd Koninkrijk had zowel de slechtste premier als de slechtste oppositieleider sinds mensenheugenis, schreef het in september 2019. Net als in 2017 ondersteunde het blad, dat zich altijd fel tegen de brexit heeft uitgesproken, de Liberal Democrats. Dat hielp die partij weinig: ze won 11 zetels, van de 650.

Hoe is de band met Downing Street, nu Boris Johnson een fikse meerderheid heeft behaald? “Luister”, zegt Minton Beddoes, “honderd jaar geleden was de hoofdredacteur van The Economist een parlementariër. Die tijden zijn voorbij. Ik ken Johnson vanaf mijn 22ste, van mijn studie, maar we bellen absoluut niet met elkaar. Ik heb oprecht geen idee wat zijn kabinet van ons vindt. Ik hoop gewoon dat we nuttige ideeën kunnen aanleveren voor de regering en voor de oppositie.”

Rijke lezers

De Economist-lezer is rijk. Wereldwijd is een derde ervan miljonair, schrijft Alexander Zevin in zijn boek. The Economist weet dat en houdt de prijs van een abonnement hoog: een jaar (51 nummers) kost 275 euro. Een digitaal en papieren abonnement zijn even duur. Of alle abonnees het blad ook daadwerkelijk lezen, is overigens de vraag. In bepaalde politieke en zakelijke kringen geldt een Economist op tafel als statussymbool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234