Zondag 16/06/2019

Muziek

Het einde van Isbells’ lijdensweg: “Ik heb geen aanleg om voor mezelf te zorgen”

Beeld Francis Vanhee

Isbells was bijna in rook opgegaan. Gaëtan Vandewoude keek tijdens een brand in zijn studio de dood in de ogen. En hij heeft overwogen om zijn groep op te doeken. Gelukkig heeft hij het niet zo ver laten komen. Met Sosei brengt Isbells zijn vijfde, kleurrijkste en beste langspeler uit.

“I don’t want to be here. There’s a black smoke closing in on me. One way out, but I break it down”, zingt Gaëtan Vandewoude in ‘2 Words’.

Wanneer we, aan het eind van ons gesprek, naar de betekenis van die strofe polsen, laat de bezieler van Isbells een korte stilte vallen. “Ik heb vorig jaar een thuisstudio gebouwd. De kamer was zo goed als klaar. Het enige dat ontbrak waren tapijten aan de muur voor een betere akoestiek. Het was putteke winter, dus had ik tijdelijk een gaskachel in de kamer geïnstalleerd. Ik was aan het werken met brandbare lijm, toen een van de dampen vuur heeft gevat aan de waakvlam van de kachel. Het heeft nog geen 5 seconden geduurd voor de ruimte in lichterlaaie stond. Ik heb geprobeerd om te vluchten, maar door de enorme druk kreeg ik de deur niet open. In een ultieme poging om de deur te forceren, had ik plots de klink in mijn handen.”

Hij is uiteindelijk langs het raam kunnen vluchten, vertelt Vandewoude. “Ik was in paniek, ik dacht dat het voorbij was. Je denkt in een fractie van een seconde aan je vrouw en je kinderen die je dreigt te verliezen.” 

Dat was een klein jaar geleden, recapituleert de geboren Leuvenaar. Vorige week heeft hij de kachel voor het eerst weer aangesloten. “Ik heb er eerst een halfuur naar staan kijken. Ik was te bang om het vuur aan te steken. Ik heb een fase gehad dat ik paniekerig werd als ik nog maar het licht van de vaatwasmachine zag aanspringen. Zulke kleine impulsen hebben mijn systeem een maand lang beheerst.” Maar de naweeën van die bijna-doodervaring waren beperkt, zegt hij. “Ik sta nu nog zelden stil bij die brand. Dat lijkt misschien vreemd, want ik was bijna dood, maar ik heb die gebeurtenis niet als een wake-upcall ervaren. Die heb ik jaren geleden gehad.”

Vandewoude refereert aan de periode tussen 2013 en 2015 die voorafging aan Isbells’ derde album, Billy. “Billy was a sad boy. He didn’t even know. Until he was old enough.” Dat waren toen de loodzware openingswoorden. Hij zat aan de grond en lag in een driedubbele knoop. De dertiger reed zich vast in de loopgraven van zijn ziel, was de voeling met zichzelf kwijt en zag hoe zijn relatie dreigde te stranden. “Mijn vriendin en ik zijn een tijdje apart gaan wonen. Het begin van een lange tocht door de woestijn”, zei de songschrijver in 2015 in De Morgen. “Sommige gevoelens had ik al een leven lang onderdrukt, en ik zat heel slecht in mijn vel. Uiteindelijk is de bom ontploft. Ik zag de brokstukken van mezelf op de grond liggen. En ik wist niet meer welke stukken de goede waren, en welke niet.”

Isbells was niet de eerste artiest die, via een albumformat, een antwoord zocht op prangende levensvragen. In het geval van Gaëtan Vandewoude was het een noodzaak, om verder te kunnen in het leven. “Ik zat gevangen in dat zoekproces. Ik had mezelf afgesloten van de buitenwereld én van mijzelf. Ik leefde tussen twee werelden.” Vandaag heeft hij opnieuw rust gevonden. Dat zie je, dat hoor je. Wanneer de multi-instrumentalist over zijn nieuwe, vijfde langspeler Sosei praat, fonkelen zijn ogen zoals die dat deden rond de periode van Isbells’ grootste successen met ‘Reunite’ en ‘As Long As It Takes’, inmiddels tien jaar geleden.

Naïviteit

Op Sosei liggen de kaarten anders. De gitaren verdwijnen hier en daar voorzichtig van het voorplan. Synths, computergestuurde klanken en tribale percussie verschijnen subtiel aan het front. De geest van Bon Iver spookt nog steeds rond. The War On Drugs komt ook geregeld over de vloer. Die veranderingen zijn niet doordacht. Het is een natuurlijke evolutie, benadrukt de frontman. “Wanneer ik muziek maak, gebruik ik de instrumenten die voorhanden zijn. Dat waren in dit geval synthesizers en een drumcomputer. Er is de ongeschreven regel dat ik nooit bewust een nummer zal reproduceren. Er is één song die de plaat uiteindelijk niet heeft gehaald – een mooi nummer, maar het voelde te veel aan als een herhaling. Daar haal ik geen voldoening uit.”

Die voldoening was een tijd zoek ten huize Isbells. Hij was het enthousiasme om muziek te maken kwijt, betreurt hij. “Ik geniet ervan om op een podium te staan met mijn vrienden. Maar als ik op een doordeweekse dag thuiskom, voel ik geen drang om mijn gitaar vast te pakken. De muzikanten in mijn dichte omgeving snakken wél naar hun instrumenten.” Aanhoudende twijfels dreven Vandewoude zelfs zo ver dat hij overwoog om zijn band te laten inslapen. “Na de release van Billy en tijdens de opnames van Exchanging Thoughts (een album dat bijna geruisloos werd uitgebracht in 2017, ELV.) heb ik aan het einde van Isbells gedacht. Voor mij hoefde het niet meer. Ik heb de essentie van muziek maken nooit in vraag gesteld, maar alles wat erbij komt kijken duwt mij weg – de verwachtingen van buitenaf, de meningen van mensen... Ik neem commentaar altijd heel persoonlijk. Dat heeft de manier waarop ik muziek benaderde beïnvloed. De naïviteit waarmee ik in de begindagen nummers schreef was lange tijd zoek.”

Beeld Francis Vanhee

Hij herinnert zich hoe het schrijven van ‘One Cause’, een nummer op Sosei, de deur op een kier heeft gezet. Wat precies zo speciaal was aan het schrijven van die song kan de dertiger moeilijk benoemen. Was het een openbaring? “Zo kan je het stellen, ja”, knikt Vandewoude. “Ik heb op dat punt genoeg levensvreugde getankt om er opnieuw tegenaan te gaan.” Voor hij het wist lag de maquette van Isbells’ vijfde album op tafel. “Ik herinner mij nog goed dat de bandleden uit de lucht vielen toen ik hen de demo’s doorstuurde. Ze dachten dat het voorgoed voorbij was. We repeteren veel en hebben intussen enkele try-outs gespeeld. Het ontroert mij dat ik opnieuw de dynamiek van de beginjaren ervaar. Die was door de jaren heen verloren gegaan, en daar had vooral mijn staat van zijn mee te maken.”

Het is niet altijd walsen in wonderland op de nieuwe van Isbells. De albumtitel verwijst naar een 9de-eeuwse Japanse poëet en boeddhistische priester die Sosei heet. “Het is een ode aan het filosoferen”, blijft de frontman aan de oppervlakte. “Er worden verschillende thema’s aangeboord: de moeilijkheid van het leven en verlies, maar evenzeer joie de vivre en hoop.” Het is alleszins een plaat waarnaar je als buitenstaander kan luisteren zonder weemoedig te worden, terwijl Isbells een groep was geworden die vooral in het zwartst van de nacht tot leven kwam. “Het is pas achteraf, wanneer je naar het afgewerkt product luistert, dat je voelt wat een plaat uitstraalt. Stoalin’ en Billy waren zwaar. (droog) Je wordt er niet echt blij van. Het was fijn om eens een album te maken terwijl ik op een goede plek vertoefde.”

Destructief

Wanneer we het opperhoofd van Isbells vragen of hij de vinger op zijn oude wonde kan leggen, moet hij niet lang nadenken. “Ik kan mij nogal verliezen in mijn gedachten. Ik ben destructief van aard. Je hebt mensen die tot inzichten komen wanneer ze stilstaan bij het leven, bij mij werkt dat in de meeste gevallen averechts.” Is dat oneindig filosoferen een zegen of een vloek? “Ik ben geneigd dat een zegen te noemen. Ik heb diep gezeten, dat heeft schade veroorzaakt, maar ik heb ook antwoorden gevonden op vragen waar ik al mijn hele leven mee zit.”

Vandewoude kan voor het eerst in jaren het bos door de bomen zien. “Ik was de slaaf van mijn emoties. Op Billy en Exchanging Thoughts was ík het object dat door de muziek werd bestuurd, in plaats van omgekeerd. Doordat ik zo diep zat, kon ik niet anders dan onderdanig zijn aan de muziek. Maar goed, de hiërarchie is hersteld. Ik heb weer controle over het stuur.” Heeft hij dan een manier gevonden om zijn destructieve kant in een greep te houden? “Ik heb mij nog nooit zo goed in mijn vel gevoeld als in de zomer van 2018. Weet je waarom? Omdat ik op tijd ging slapen en op mijn voeding begon te letten, terwijl ik het gewend ben mezelf te verwaarlozen.” Die periode van zelfzorg was echter van korte duur. “Ik heb geen aanleg om voor mezelf te zorgen. Ik heb niet de wilskracht om te volharden in, pakweg, yoga of meditatie. Blijkbaar heb ik een onbewuste drang om mijn leed te ondergaan.”

Beeld Francis Vanhee

Niet alleen was er de brand in zijn studio, vorig jaar overleed zijn vader ook nog eens, waaraan hij de prachtsong ‘Father’ overhield. De pechfactor van Isbells blijft in het rood, maar de frontman van de groep relativeert. “Als mijn vader ten tijde van Billy zou zijn gestorven, was ‘Father’ een ander type song geworden. Een pak zwaarder, vermoed ik. Natuurlijk was ik van slag, maar ik kon gewoon verdrietig zijn en zijn verlies in alle rust verwerken, zonder dat ik daarvoor mezelf moest neerhalen. Dat was voor mij een bewijs dat het goed gaat met me.”

Vandewoude is erop gebrand te bewijzen dat Isbells lééft. In 2012 speelde de band nog op Rock Werchter. Staan zo nog op het cv: een uitverkochte Ancienne Belgique en songs die werden gebruikt in tv-reeksen als Grey’s Anatomy en Hawaii Five-O. Ook de tijd dat ‘Reunite’ werd gebruikt in een reclamecampagne van de Nationale Loterij lijkt alweer een eeuwigheid geleden. “Ik vraag mij al tien jaar af of ik niet beter een andere job zou zoeken. Maar toch val ik steeds terug op de muziek”, zegt de frontman van de Belgische groep waarnaar op Spotify nog maandelijks 594.357 mensen luisteren – dat is verrassend genoeg niet veel minder dan Oscar & The Wolf en Balthazar.

“My heart is strong and the fears are gone”, klinkt het veelbelovend op de titeltrack van Sosei. Dat vijfde album zou weleens goed kunnen werken op een podium. Het is het meest kleurrijke en meest opgewekte werk van Isbells. “Er zit meer goesting in Sosei dan in alle vorige platen samen”, concludeert hij. “We willen weer veel optreden. In het buitenland? Waarom niet. Ik wil vooral mensen ontmoeten en zoals vroeger met zijn allen romantisch stinken in een camionette.”

Sosei van Isbells verschijnt op 1/3 bij Zealrecords.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden