Woensdag 23/10/2019

Adieu 2018

Het einde van het ensemble? “Voor mijn studenten is het moeilijk om zich iets voor te stellen bij een toekomst”

‘JR’ van FC Bergman, een van de opvallendste voorstelling van het jaar. In het midden: Michael De Cock. Beeld RV © kurt van der elst | kvde.be

Met de komst van Milo Rau naar NTGent verdween het laatste acteursensemble in het Vlaamse theater. Op het Theaterfestival stelde Sara De Roo die tendens aan de kaak. Is het echt zo erg gesteld? “Dat de ensembles zijn weggevallen, is een feit. Maar de instroom van jonge spelers in die ensembles zat al jaren verkeerd.”

“Met het theater gaat het goed.”

Zo begon actrice Sara De Roo het Theaterfestival, in september, haar State of the Union. En gelijk heeft ze: 2018 had voor iedereen wat te bieden, of je nu een voorliefde hebt voor het grootschalige, multimediale toneel van FC Bergman’s JR, een abstracte dansvoorstelling als Lisbeth Gruwezs The Sea Within, of een kleinood als Benjamin Verdoncks Liedje voor Gigi. En met de komst van Milo Rau naar NTGent knetterde het ook daar weer zoals in de gloriedagen: voorstellingen als La Reprise en Compassie stonden garant voor actueel, brandend toneel.

Maar De Roo had niet enkel lof voor het Vlaamse theaterlandschap, integendeel: net Milo Rau, de nieuwe artistiek leider van NTGent, kreeg een veeg uit de pan. “In Gent heeft het afgelopen seizoen het vaste ensemble van het stadstheater plaatsgemaakt voor een urgent, spraakmakend project, maar niet een dat van plan is de toneelspeler in ere te herstellen”, vertelde de actrice en docente aan het Antwerpse conservatorium. “Het laatste Vlaamse stadstheater dat zijn toneelarbeiders, de toneelspelers, behandelde met het respect dat ze verdienen, namelijk door hen een duurzaam contract te geven en een duurzaam artistiek gesprek met hen aan te gaan, is verdwenen.”

NTGent is een laatkomer, op dat vlak. Bij de KVS en Toneelhuis, de collega’s uit Brussel en Antwerpen, behoort het vaste ensemble al langer tot het verleden. “Toen ik hier begon, in 2006, waren er nog vier acteurs in vaste dienst”, vertelt Guy Cassiers, artistiek directeur van Toneelhuis. “Dat kon je moeilijk nog een ensemble noemen. Ik had een nieuw ensemble kunnen vormen, maar we hebben toen besloten om niet te vertrekken vanuit de acteur, maar vanuit de maker. Zeker in die periode was de idee van collectieven die zelf hun voorstellingen maken, heel aanwezig.”

Guy Cassiers: ‘Ik denk dat de openheid van de grote huizen veel groter is dan vroeger.’ Beeld Photo News

Geen verantwoordelijkheid

Het klassieke ensemble, met pakweg een dozijn acteurs die spelen in voorstellingen van de artistiek leider, was ook niet zaligmakend, vindt Elsemieke Schotte, die met De Theatermaker aan jonge makers en spelers een platform biedt om hun eerste stappen in het professionele veld te zetten. “Dat de ensembles zijn weggevallen, is een feit. Maar de instroom van jonge spelers in die ensembles zat al jaren verkeerd.”

Michael De Cock, artistiek leider van de KVS: “Een oldskool gezelschap, met tien acteurs in vaste loondienst, is meer dan 120 maanden loon die je per jaar moet betalen. Je moet die mensen ook voortdurend werk geven, je moet externe regisseurs aantrekken, en vaak moeten de acteurs rollen spelen waarin ze niet geïnteresseerd zijn, of voelen ze zich bekneld omdat ze geen opdrachten daarbuiten kunnen aannemen. Wij kiezen dan liever voor engagementen met verschillende artiesten, die we als gezichten van de KVS beschouwen en met elkaar in verbinding willen brengen. Voor ons is dat ons ensemble.”

Het enige probleem: op die manier krijgen jonge toneelspelers niet per se kansen, en al zeker geen vast contract – de makers die verbonden zijn aan Toneelhuis (zoals FC Bergman en Olympique Dramatique) en de KVS (zoals Lisbeth Gruwez en Pitcho Womba Konga), worden ook niet het hele jaar doorbetaald. “Die huizen nemen geen verantwoordelijkheid”, aldus De Roo. “Ze plukken werk wanneer dat past.” Er wordt, met andere woorden, geen continuïteit opgebouwd voor jonge spelers, die het ene tijdelijke contract na het andere aan elkaar moeten knopen. Voor mijn studenten (
De Roo coördineert de dramaopleiding op het Antwerpse conservatorium, EWC) is het moeilijk om zich iets voor te stellen bij een toekomst.”

Ondernemer

Vincent Van Sande studeerde twee jaar geleden af aan het conservatorium van Antwerpen, en speelde sindsdien in voorstellingen van Zuidpool, De Roovers en repeteert nu bij Malpertuis. “Ik heb geluk: ik heb voortdurend werk”, zegt hij. “Maar het is wroeten om je weg te vinden.” Veel jonge spelers maken ook zelf voorstellingen of richten een eigen collectief op, maar ook dat is moeilijk. Van Sande maakte met zijn gezelschap de.Ploeg Het is niet elke dag dat we nodig zijn, maar dat stuk speelde maar één avond. “De stap naar het professionele niveau is op dat vlak ontzettend moeilijk. Tijdens die speelavond voel je dat je voorstelling leeft, maar dan?”

Je gaat bij een cultuurcentrum aankloppen, bijvoorbeeld, maar die worden overstelpt met vragen van andere, jonge makers. “’Ben je al door andere culturele centra geboekt?’, vragen ze”, vervolgt Van Sande. “‘Heb je al een tournee?’ Jonge, onbekende makers programmeren is voor hen een gigantisch risico.” Waardoor jonge spelers zich ook als ondernemers moeten ontplooien. “Heel frustrerend, want we zijn daar niet voor opgeleid.”

Vincent Van Sande (in de serie ‘Cordon 2'). Beeld VTM

Dat acteurs het niet gemakkelijk hebben op de arbeidsmarkt, is niet nieuw. “Ik weet niet of de situatie problematischer is dan tien jaar geleden,” aldus Scholte, “maar de problematiek verschuift wel. En bij wie moeten we de verantwoordelijkheid leggen? Deels bij de culturele centra, misschien, die bang zijn om onbekende makers en stukken te programmeren. Maar hun budget laat dat vaak ook niet toe. En we moeten ook durven zeggen dat sommige voorstellingen slecht zijn.”

Daarom hebben jonge makers en acteurs behoefte aan continuïteit, om hun werk te ontwikkelen, om ervaring op te doen en een band met hun publiek op te bouwen. Toneelhuis is begonnen met het P.U.L.S.-project, waarbij jonge makers als Hannah De Meyer en Lisaboa Houbrechts de kans krijgen om over langere termijn projecten voor het grote podium te ontwikkelen. Investeren in de toekomst, noemt Cassiers dat. “Bovendien brengen zij ook veel jonge acteurs met zich mee. Ik denk dat de openheid van de grote huizen veel groter is dan vroeger.”

'Hamlet' (Toneelhuis) van Kuiperskaai en Lisaboa Houbrechts. Beeld Sofie Silbermann

Dat er een probleem is dat moeten worden aangekaart, steken Cassiers, De Cock en Scholte niet onder stoelen of banken. En een pasklare oplossing is er niet, zegt die laatste. Maar tegelijk behoedt iedereen zich voor een onheilsverhaal. Ook Sara De Roo. “Ik zie ook dat er voor jonge makers kansen liggen om het zelf uit te vinden. Mensen gaan met elkaar verbintenissen aan, die in andere omstandigheden niet zouden plaatsvinden. Het theater bloeit, er wordt veel geëxperimenteerd, er is veel vernieuwing.” Maar, zo herhaalt ze: “Dat heeft ook een keerzijde.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234