Maandag 18/11/2019

1 jaar Charlie Hebdo

Het dilemma waar Belgische cartoonisten vandaag voor staan

Beeld Marec

Een jaar na de raid op Charlie Hebdo verschijnt Het is maar om te lachen. Die verzameling indringende diepte-interviews met Belgische cartoonisten trekt minstens één heldere conclusie: als het ambacht van de cartoonist ooit onschuldig was, dan verloor het die onschuld op 7 januari 2015.

Je suis Charlie. In de dagen die volgden op de aanslag op acht Charlie Hebdo-cartoonisten hebben we dat massaal gezegd, gedeeld en geliket. Maar hebben we er ons ook naar gedragen? Lees je de elf interviews in Het is maar om te lachen, dan kun je niet anders dan besluiten dat het, hoe goedbedoeld ook, een holle slogan is gebleken.

Tekenend is bijvoorbeeld het verhaal van Marec, de huiscartoonist van Het Nieuwsblad. Hij vertelt hoe hij in de dagen na de aanslag vooral werd aangemoedigd om "niet op te geven", en "die fundamentalisten" nu minder dan ooit te ontzien. Die teneur sloeg volgens Marec om na de gebeurtenissen in Verviers, een goeie week later. Hoe dichter de terreur kwam, hoe meer Marec toch vooral tot voorzichtigheid werd aangenaamd.

"Niemand heeft het recht om niet beledigd te worden." De uitspraak is van Zaza, cartoonist bij onder meer Knack, en vat de westerse visie op humor mooi samen. Maar of die visie de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie heeft overleefd? Misschien, in theorie. Want in de praktijk blijkt de theorie toch vooral overschaduwd door de angst. Angst van krantenredacties, maar zeker ook angst van de cartoonisten zelf. Wie zou het hen overigens kwalijk kunnen nemen?

In een bijzonder indringend interview vertelt Lectrr, cartoonist bij De Standaard, over de cartoon die hij precies een jaar geleden maakte: een moslim die met zijn kapmes het potlood alleen maar scherper maakt. "Tussen alle goede reacties zat er e¿e¿n slechte, uit extremistische moslimhoek", zegt Lectrr. "Iemand die op internet met IS bezig was en mij met de dood bedreigde." Lectrr vroeg en kreeg niet veel later politiebescherming. "Dat heeft een impact op je leven en je gezin."

Nogal wat cartoonisten geven toe dat ze sinds 7 januari 2015 een stuk voorzichtiger zijn geworden. Je zou dat een capitulatie kunnen noemen, en een overwinning van het moslimterrorisme.

Maar is het wel zo simpel? Meer dan één cartoonist ziet zich hier voor een dijk van een dilemma geplaatst. Natuurlijk kun je als cartoonist de bedreigingen ook naast je neerleggen en, in Charlies naam, meer dan ooit de spot drijven met de islam. Dat kan heel moedig en nobel zijn, maar is het terrorisme op die manier niet evengoed de overwinnaar?

Zoals Knack-cartoonist Gal in het boek opmerkt: wie vandaag een Mohammed-cartoon publiceert, versterkt - al dan niet bedoeld - de polarisering. En zou het niet kunnen dat, veel meer dan wraak voor de Mohammed-cartoons, de polarisering tussen 'wij' en 'zij' het einddoel is van dit terrorisme?

Beeld Lectrr

Kut met peren

In dat verband, nog even iets over die slogan. 'Je suis Charlie.' Waar die aanvankelijk misschien nog wel verenigend was bedoeld, kreeg die in de loop van het voorbije jaar steeds vaker een polariserende (bij)betekenis. Meer en meer werd het ook de slogan waarmee 'wij', het tolerante Westen, onze superioriteit uitdrukten tegenover 'zij', de intolerante islam. Bij die superioriteit wordt in Het is maar om te lachen weleens een relativerend vraagteken geplaatst.

Bepaald verrassend is onder meer de anekdote van Marec, die te weten kwam dat Sharia4Belgium-opperhoofd Fouad Belkacem best wel kon lachen met een cartoon over diens terrorismeproces. Dezelfde Marec vertelt ook hoe een onschuldige grap waarin hij de uitdrukking 'kut met peren' bezigde, geweigerd werd door zijn krant, Het Nieuwsblad.

Je suis Charlie? Cartoonist Kim Duchateau (Apache, deredactie.be) getuigt in het boek hoe hij het het voorbije jaar meer dan eens aan de stok kreeg met mensen die vonden dat hij over de schreef was gegaan. Opvallend vaak kwam de woede van dezelfde mensen die hij "de zelfverklaarde 'Je suis Charlies'" noemt.

Voor wie het was vergeten: óók in het Vrije Westen bestaan echt nog wel taboes. Een frappante, en in deze context wel bijzonder tekenende, anekdote komt van Steve (Michiels), cartoonist voor Knack. Hij maakte ooit een prent over het thema verkeersveiligheid. "Ik had blote mensen met een fietshelmpje getekend en kreeg telefoon van de redactie: 'Oei, die blote mensen en een klein bloot meisje! Kunt ge niet iets anders maken?'"

In 2007 rakelde Steve de geweigerde prent weer op, om ze te bewerken tot een prent over de Deense Mohammed-cartoons. "Eerst had ik enkele balkjes getekend met zwarte stift, maar dat werden almaar grotere vlekken en plots waren het boerka's. Dat was een heel treffend en veelzeggend beeld. De boerka is het ultieme censuurmiddel: gooi een doek over de vrouw, want ze is aanstootgevend!"

Facebook

Een opvallende, toch wel verontrustende vaststelling: zowat alle bevraagde cartoonisten zeggen dat er de voorbije jaren aan vrijheid is ingeboet. Ongetwijfeld speelt daarbij de hoger geschetste angst voor terreur een bepalende rol. Maar er worden ook andere factoren genoemd.

Onder meer Kim Duchateau heeft het over de druk op de printmedia, die zich volgens hem vanaf 2009 almaar sterker liet gevoelen. Als gevolg van die druk zouden redacties het risico steeds vaker schuwen, bang als ze zijn om lezers voor het hoofd te stoten en/of te verliezen.

Kim, en andere cartoonisten met hem, wijzen ook op het toenemend belang van de sociale media. Vaak bejubeld als een oase van vrije meningsuiting, lijkt een medium als Facebook in de praktijk toch eerder een rem op de vrijheid te zetten. "Door die sociale media", zegt Kim, "word ik me er bewust van dat groepen waar ik me liever niet mee associeer voortdurend mijn cartoons voor hun eigen doelen gebruiken. Maak ik een cartoon over vluchtelingen, iets over een te krappe boot, dan luiden de commentaren eronder: 'Jaaa, geef ze er maar van langs, allemaal laten zinken, die vluchtelingen.' Nee, dat bedoelde ik dus niet."

Onder de streep tonen nogal wat Belgische cartoonisten zich niet bijster optimistisch over de toekomst van hun ambacht. Wellicht niet ten onrechte verwijzen ze daarbij naar de vergratising, de druk op de printmedia en de bijbehorende neiging om zo min mogelijk tegen de haren in te strijken.

Beeld Lectrr

Iets optimistischer is de toon als het gaat over islam. Hoewel de schok van Charlie Hebdo - getuige dit boek - absoluut nog niet is verwerkt, verwacht een aantal cartoonisten dat net moslims zelf het klimaat zullen verzachten.

Lachen met religie zal altijd wel gevoelig blijven, gelooft cartoonist Lectrr. Hij stelt vast dat ook lachen met het christendom in dit land nog geen evidentie is, en stelt voor om eerst voor onze eigen deur te vegen, voor we de islam met de vinger wijzen.

"Mohammed zal sneuvelen als zijn tijd rijp is. Islamitische tekenaars kunnen vanuit hun cultuur een veel krachtiger punt maken dan wij. Een hele generatie jonge moslims, hoogopgeleid en gei¿ntegreerd, gaat steeds vrijer denken. Kijk naar al die jonge filmmakers en schrijvers. Vanuit die cultuur die verweven raakt met de onze, ontstaan interessante kritische vragen."

Het is maar om te lachen. Hoe cartoonisten de wereld veranderen. Samenstelling Roel Daenen, uitgeverij Polis, 235p.

Beeld rv
Beeld kim
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234