Maandag 14/10/2019

Boeken

Het decadente leven van dichter-dandy Gabriele d'Annunzio

Beeld rv

Bezeten van vrouwen en van wufte decadente schoonheid, raakte Gabriele d'Annunzio (1863-1938) uiteindelijk verslaafd aan zichzelf én aan cocaïne. Plaatste de 'vader van de Italiaanse literatuur' zo zijn oeuvre in de schaduw? De schoonheid van de nacht geeft antwoord.

"Kleine Vriendin, Kleine Lusthof, je weet niet dat er een soort verpletterende en mystieke gelijkenis bestaat tussen heldendom en lust", zo schrijft Gabriele d'Annunzio onbescheiden op 5 mei 1923 aan Angèle Lager, een van zijn veertig jaar jongere Franse minnaressen. "Het is waar, helaas, de liefde is slechts een wreed misverstand, onderbroken door de dwaze vervoering van de lusten."

Typische galmende uitlatingen van de dweperige d'Annunzio. Met uitgekiende charme wendde de Italiaanse decadente schrijver de uitbundigste taalmiddelen aan om zijn immense lijst veroveringen in te palmen. Hier alludeert hij op een logisch verband tussen zijn verleden van gevierd oorlogsheld en zijn onuitputtelijke libido. Het garandeerde de kleine, kale man tot op hoge leeftijd van een gestage aanvoer vers vrouwelijk bloed.

Dat lukte wonderwel. IJverige biografen puzzelen nog steeds om alle geliefden en bedpartners van d'Annunzio in kaart te brengen. De dandy vergastte ze op een sliert bijnamen - van 'Moriccia', 'Lalla', 'Donatella', 'Petite Prairie' en 'Nectarina' tot 'Ghisola' en 'Barbarella'. Hij legde een opvallende voorkeur aan de dag voor markiezinnen, Siciliaanse prinsessen of mondaine dames, zoals de beroemde theateractrice Eleonora Duse, voor wie hij toneelstukken schreef. Nadat de affaires afgelopen waren (of in elkaar overvloeiden), braken de schandalen los. Meestal eindigden d'Annunzio's ex-geliefden roemloos aan lager wal of in de psychiatrie. De meester-verleider met de hypnotiserende blik liet een demonische afdruk achter. Slechts een aantal weerstonden zijn fratsen.

Niet alleen vrouwen kregen d'Annunzio's onverdeelde aandacht. Hij was ook bezeten van paarden en van hazewinden, waarvan hij er op een bepaald moment zestig stuks bezat. "Uren brengt de dichter bij zijn honden door, hij speelt met ze, hij bestudeert hun rivaliteiten en stimuleert met kinderlijk plezier hun impulsen", schrijft Jan Paul Hinrichs in een uitstekende biografische schets bij De spiegel van Narcissus (1992), waarin een selectie van d'Annunzio's liefdesbrieven is verzameld.

Homerische werkijver

D'Annunzio was ook in veel andere opzichten een pur sang verzamelaar. Van roem en eerbetuigingen én van lichamelijke sensaties, vooral. Maar ook van kunst, sieraden, boeken en parafernalia. Zijn woningen tuigde hij op met een onafzienbare hoeveelheid objecten en bibelots, resulterend in kitscherige bric-à-bracmusea waar geen vierkante meter onbezet bleef. Zo herinnert het nog altijd te bezoeken, overdonderende landgoed Il Vittoriale, in een park aan het Gardameer, aan de somptueuze interieurs van graaf Des Esseintes uit Joris-Karl Huysmans' A rebours, op zijn beurt geïnspireerd door opperdandy Robert de Montesquiou.

Niets mocht verplaatst worden in dat "boek van levende stenen" of de schrijver ontstak in woede: "In deze rangschikking heeft alles zijn betekenis." Niettemin slaagde hij erin het geërfde fortuin van zijn vader te verkwanselen en joegen schuldeisers hem regelmatig op. Tot de Italiaanse staat hem royaal fêteerde.

Toch is de estheet d'Annunzio, die zowel extreemlinkse parlementsbanken bezette als in Mussolini's vaarwater verzeilde - meer dan zomaar een extravagante schertsfiguur. De geëxalteerde man uit de Abruzzen mocht dan van zelfverheerlijking zijn tweede natuur maken, hij was een dichter en romancier met een homerische werkijver. Als sleutelfiguur van het fin de siècle kreeg hij bloemen toegegooid van Marcel Proust, Ernest Hemingway en James Joyce. Later haakte hij zijn karretje aan bij het futurisme - met zijn passie voor snelheid, motoren, auto's en vliegtuigen.

Al vroeg wierp d'Annunzio zich op de literatuur met de gestes van een wonderkind. Op zijn zestiende was Primo vere (1879), zijn eerste, door zijn vader gefinancierde dichtbundel klaar, op zijn eenentwintigste gold hij als een gevierd literator, tuk op aandacht. Zo veinsde hij dat hij bij een val van zijn paard was omgekomen. Zijn wederopstanding wekte verbijstering en mededogen. Met bundels als Canto novo (1882) en Poema paradisiaco (1893) wurmde hij zich in de voorhoede van de poëzie.

Op prozagebied vestigde "het kind van de lust" zijn faam met breed uitwaaierende romans als het meteen op de Index geplaatste Il piacere (1889), het in 1976 door Visconti verfilmde L'innocente (1892), Il trionfo della morte (1894) of Il fuoco (1900). Ze puilen uit van de aristocratische sferen en suggestieve doem, al hoef je ze niet te lezen voor de plot.

Oorlogsheld

Uiteindelijk zou zijn verzameld werk 48 volumineuze banden tellen en pende hij meer dan 10.000 brieven. Nogmaals Jan Paul Hinrichs: "Wie zich voor d'Annunzio afsluit, sluit zich af voor een hele periode waarvan hij met een ingenieuze uitwerking van thema's als die van de femme fatale, de nietzscheaanse Übermensch, sensualiteit en fascinatie door de dood de exponent is geworden." Toch, zo merkt Merijn de Boer terecht op in De Groene Amsterdammer, bleef d'Annunzio "een beroemd schrijver zonder een beroemd boek": "Ondanks zijn renommee heeft hij niet een titel als De tijgerkat van Lampedusa of Bekentenissenvan Zeno op zijn naam staan."

Zelfs Curzio Malaparte, dat andere enfant terrible van de Italiaanse literatuur, deed het beter met De huid. Al moet gezegd dat d'Annunzio het begrip 'intellectuale' (intellectueel) muntte en ook als taalvernieuwer geboekstaafd blijft.

D'Annunzio putte voor zijn verhalen rijkelijk uit zijn eigen grillige levenswandel, voortgestuwd door een eeuwige onrust en dadendrang. Precies daarom verdient hij een bevoorrechte plek in de reeks Privédomein, Vertaler Jan van der Haar voorziet in De schoonheid van de nacht drie autobiografische teksten van een nogal droge maar gedetailleerde inleiding en belicht het veelzijdige raffinement van d'Annunzio.

In Solus ad solam komt zijn neiging tot pathetische en gewiekste liefdesbetuigingen naar voren. Het is een soort dagboek uit 1908, gewijd aan gravin Giuseppina Mancini, met wie hij - uiteraard - een affaire beleefde. Zij verzonk in de waanzin als gevolg van haar overspel en d'Annunzio wil haar behoeden terug te keren naar haar man. "Het gelaat van de liefde is even liederlijk als dat van een drankzuchtige paljas." Maar ook haar vader steekt stokken in de wielen. "Waarom schreeuw en spartel je zo in de gruwelijke gevangenis, bij mensen die niet van je houden en je niet helpen?" Een dergelijk klagerig ritueel van aantrekken en afstoten herhaalde zich wel vaker.

Zijn Eerste Wereldoorlog-verleden gaf d'Annunzio dan weer een bedding in het destijds succesrijke Nocturne, geschreven - jawel - toen hij tijdelijk blind was in 1916. In zijn tijdelijke onderkomen, het paleis aan het Canal Grande te Venetië, reikte zijn dochter Renata hem dunne repen papier aan, waarop hij frenetiek hallucinaties, bespiegelingen en oorlogsherinneringen optekende.

D'Annunzio herstelde met volkomen omzwachteld hoofd van zijn onbesuisde militaire ondernemingen. Met onverschrokken vaderlandsliefde had hij op zijn 52ste de Italiaanse troepen vervoegd, die toen met Frankrijk tegen Duitsland vochten. Hij bemande gevechtsvliegtuigen, vuurde torpedo's af en gooide boven Wenen pamfletten uit. Zeven decoraties waren zijn deel. Tot hij bij een landing van zijn gevechtsvliegtuig op het water een oog verloor.

Totale overdrive

Maar d'Annunzio bleek ook na WO I niet te stuiten. Toornig over het feit dat Italië in Versailles maar weinig extra grondgebied opstreek voor zijn oorlogsinspanning, stelde hij in 1919 een geïmproviseerd leger samen van drieduizend man. Hij trok er mee naar Fiume (het huidige Rijeka in Kroatië) en pleegde er een (verwelkomde) staatsgreep. Vijftien maanden lang zwaaide krijgsheer d'Annunzio de plak over het stadstaatje waar seks en drugs welig tierden en nudisten en homoseksuelen welkom waren. In hoogsteigen persoon stelde hij een grondwet op en hield ellenlange balkonredevoeringen.

Tot het Italiaanse leger het welletjes vond. Mussolini trok lering uit d'Annunzio's experiment voor zijn fameuze Mars op Rome in 1922. Later bood Il Duce, bevreesd voor de militaire kapsones van de populaire d'Annunzio, hem een douceurtje aan door op staatkosten de villa Il Vittoriale op te tuigen. Zo raakte d'Annunzio vleugellam. "Een rotte kies ruk je uit of overlaad je met geschenken", vond Mussolini.

In de derde tekst, Honderd en honderd en honderd en honderd pagina's van het geheime boek van de tot sterven geneigde Gabriele d'Annunzio (1922), zien we de egocentrische, narcistische dandy in totale overdrive. Het zijn harde noten om te kraken, deze vijftig roezige pagina's, geput uit honderden bladzijden nachtelijke memoires, geschreven met "de vermetelste oprechtheid". Een vroeg verlangen naar de dood speelt er een grote rol in, maar ook weer zijn hilarische vrouwenavonturen en zijn oorlogswonden. Lang kon d'Annunzio niet zonder lichamelijk verkeer. Wanneer hij zich in het huis van een vriend terugtrekt in de Abruzzen, merkt deze bij zijn terugkeer dat een boek naar sperma ruikt: "Hij had de oorzaak van mijn erotische onrust geraden: de langdurige kuisheid in een plaatsje dat dertig of veertig mijl in de omtrek niets anders dan besmette snollen of uitgeputte moeders van twintig koters te bieden had."

Beeld rv

De oude bevende eenoog

Het is alleszins een wonderlijke staalkaart die vertaler Jan van der Haar in De schoonheid van de nacht samenbrengt. Maar of dat de moderne lezer nog over de streep zal trekken? D'Annunzio's behaagzieke proza is bij voorkeur in kleine porties te savoureren, als amuse-gueules. Want het is van het goede te veel. Het is de ene keer richtingloos en vol donkere cadanzen, op het randje van de potsierlijkheid. Dan weer feilloos elegant, sensueel, sierlijk en vol zintuiglijke exclamaties.

Blijft Gabriele d'Annunzio een soort ongrijpbaar unicum en anachronisme van de literatuurgeschiedenis? Best mogelijk. 'Vanitas vanitatum' werd tenslotte zijn leidmotief. Toch dompelde de "oude bevende eenoog" Italië grootscheeps in de rouw toen hij op 1 maart 1938 in een bruine pyjama dood werd aangetroffen aan zijn schrijftafel. Een hersenbloeding, zo luidde het verdict van de toegesnelde dokter. Het door cocaïne aangevreten reliek van een vervlogen tijdperk kreeg een staatsbegrafenis én een mausoleum in zijn Il Vittoriale.

Gabriele d'Annunzio, De schoonheid van de nacht, Privédomein, De Arbeiderspers, 479 pagina's, 29,99 euro. Vertaald, ingeleid en geannoteerd door Jan van der Haar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234