Zaterdag 14/12/2019

Recensie

'Het beste wat we hebben': Griet Op de Beeck verliest zich in hulpverlenersjargon

Griet Op de Beeck. Beeld ANP Kippa

Griet Op de Beeck strooit als vanouds kwistig met emoties in haar nieuwe roman Het beste wat we hebben. Maar als opmaat naar een trilogie over ‘belangrijke kwesties’, laat ze de lezer op zijn honger.

Het is een kwestie waar menig successchrijver mee worstelt. Omarmd worden door een extatische fanbase. Verkoopcijfers om van te duizelen. Willens nillens publiek bezit worden, zodat elk woord dat je welbewust in de media-arena gooit, het effect van een voetzoeker heeft. Toch loopt de literaire kritiek met een boog om je heen en doen boekenjury’s meestal alsof hun neus ­bloedt wanneer je roman op tafel ligt. Dat wringt. Want je wilt toch ook wel literaire erkenning bij elkaar harken?

Best mogelijk dat dit riedeltje Griet Op de Beeck (°1973) bekend in de oren klinkt. Met romans als Vele hemels boven de zevende (2013) en Kom hier dat ik u kus (2014) bestormde de voormalige journaliste en dramaturge destijds vanuit het niets de boekencharts – 600.000 verkochte exemplaren tellen de accountants van haar drie boeken intussen. Verfilmingen zijn op til. Er was de glorieuze, welbespraakte passage bij VPRO Zomergasten en een opdracht voor het komende Boekenweekgeschenk. Dat is niet min. Ze is ‘een schrijver die is gekomen om te blijven’, zo staat het ferm op haar website. Toch valt er uit haar romans en verhalen een ­objectieve waslijst van stilistische onbeholpenheden en kromme metaforiek te distilleren.

Er is al veel inkt gevloeid over de gevoelige snaren die Griet Op de Beeck met haar proza betokkelt. Telkens weer voert ze ordinary people op die ferme dreunen op hun kop krijgen en daar bijna aan onderdoor gaan. Tot ze telkens weer tijdig de rug rechten. Mentaal miserabilisme, opgetuigd met scheutjes troost en hoop, dat zijn de vaste ingrediënten van diva Op de Beeck. Met luide trom verspreidt ze een boodschap waar we allemaal weleens oren naar hebben. Het is nooit te laat om het heft in eigen handen te nemen. Kijk je demonen en trauma’s staalhard in de ogen en je kunt ze uitbannen, want, heus, ‘de beloning is zo groot’. Het zijn remedies die linea recta afkomstig zijn uit obligate zelfhulpboeken, maar bij Op de Beeck ook een uitgesproken autobiografische grondlaag hebben.

Verkrachting en seksuele agressie in de schemerzone spookten al door haar laatste verhalenbundel Gij nu (2015). Nu vertelde de schrijfster in De wereld draait door – pal voor de verschijning van Het beste wat we hebben – dat ze tussen haar vijfde en negende door haar vader is misbruikt. De onthullingen werpen een onbehaaglijk licht op haar roman. Niet toevallig treedt het incestthema geleidelijk aan op de voorgrond. Al is Op de Beeck ­grotendeels trouw aan haar cocktail van snijdende eenzaamheid, jeugdtrauma’s, schuldgevoelens en het menselijke relationele gehannes.

Behekst door een brug

Het beste wat we hebben is de opmaat naar een trilogie over (even naar adem happen) ‘stoppen met almaar doorgaan en stil blijven staan, over de complexiteit van collectief oud zeer, over hoe ver de schaduwen van het verleden reiken, over afscheid durven nemen, over de schoonheid van echte soorten samen, over wat een mens kan doen in een wereld zoals die van nu’. Cryptisch en wollig klinkt de flaptekst, in een soort ­hulpverlenersjargon dat net geen new-agetrekjes krijgt.

“Dit is mijn belangrijkste boek”, zegt Op de Beeck deze week in Humo. “Voor elke schrijver is er een punt waarop je de moed vindt om je grootste verschrikking onder ogen te zien en het net dáárover te hebben. En er tegelijk genoeg afstand van kunt nemen om er geen puur autobiografisch boek van te maken.”

De schrijfster werpt haar eigen trauma’s inderdaad niet als een open zenuw op de pagina’s. Ze kiest voor een iets bedachtzamere omweg. Haar hoofdfiguur Lucas is een gerespecteerd rechter die uit de ratrace van zijn bestaan stapt en kampt met benauwende gedachten. “Ik ben altijd maar doorgegaan, en dat ging niet meer. Ik heb soms het gevoel dat ik al jaren mezelf loop te spelen, alsof de rol die ik ooit heb gekozen met mij aan de haal is gegaan”, zegt hij tegen zijn echtgenote Isabelle, die schokschouderend haar man afstand ziet nemen.

Je zou het een ordinaire midlifecrisis kunnen noemen. Maar hier is duidelijk meer aan de hand. Lucas raakt behekst door een brug die bij zelfmoordenaars in zwang is, ook omdat hij zelf zijn zwarte keerzijde cultiveert. Hij trekt er een soort wachtpost op om potentiële daders voor de ultieme sprong te behoeden. Hij wil “iets concreets proberen, te midden van al dat onoverzichtelijke…” In een opwelling koopt hij een ouderwets huisje vlakbij de brug en slaat daar zijn tenten op. Zijn missie lijkt te slagen wanneer hij een 80-jarige springklare vrouw op de drempel van dementie weet te ‘redden’.

In zijn monotone nieuwe leven spoelt ook de elfjarige jongen Riley aan over wie hij zich ontfermt, zij het niet zonder nare gevolgen. En vooral is er Lucas’ getraumatiseerde en hakkelende zus Suzanne, voor wie hij nu veel tijd maakt. Zij brengt noodgedwongen haar leven in de psychiatrie door, met af en toe een fugue. Waardoor kampt Suzanne met een dissociatieve identiteitsstoornis? Waarom slaat Lucas op de vlucht? Komt het nog goed met Isabelle? Zal zijn altruïstische rol van reddende engel hem terug op het juiste spoor brengen? Kwesties die Op de Beeck slechts mondjesmaat ontrafelt.

‘Sappig Vlaams’

In Het beste wat we hebben is ze opnieuw kwistig met het beproefde elixir van goedkope emotie en opzichtig effectbejag. In geforceerd aandoende en soms lang uitgesponnen scènes is de subtiliteit ver te zoeken. Het principe ‘show don’t tell’ is nooit aan Op de Beeck besteed geweest. Maar al te vaak voel je de gebeurtenissen op je klompen aankomen, nog aangezwengeld door flashbacks uit de troebele jeugd van Lucas. Slordigheden en vreemde anomalieën ontsieren de flow van het verhaal.

De literaire vorm lijkt voor Op de Beeck bij momenten slechts bijzaak, zeker in ellenlange dialogen in onopgesmukte spreektaal vol ‘ge’ en ‘gij’ die voor ‘sappig Vlaams’ moeten doorgaan. Veel zinnen kronkelen en meanderen als een op hol geslagen bergriviertje. Ze willen zich maar niet tot iets fraais formatteren, ondanks de acrobatische metaforiek: ‘Toen ze veertig minuten later op hun rug lagen, starend naar het plafond, verspreid over het bed als de twee laatste mikadostokjes van het spel, en zij haar voeten nonchalant op zijn been legde, voelde het alsof het balletje van de roulette op het getal viel waar hij al zijn geld op had ingezet.’

Best mogelijk dat Op de Beeck met deze roman haar hand overspeelt. In haar drang om zoveel mogelijk thema’s aan te dragen – eenzaamheid, huwelijksperikelen, zelfmoord en incest to name a few – overdondert ze de argeloze lezer. En dan moeten er nog twee delen volgen, één vanuit het perspectief van het slachtoffer en één met de klemtoon op de dader. Of verdient ze gewoonweg nog krediet?

Op de Beeck heeft een aantal sleutelvragen van haar trilogie alvast netjes midden in deze roman verstopt. ‘Wordt iemand die zelfmoord pleegt een dader? Is het slachtoffer dat zich op dat eigenste moment verweert ook een dader? Waarom vrezen zoveel slachtoffers de dader te zijn geweest, of toch tenminste de schuldige? Waarom organiseren zoveel slachtoffers hun leven zodat ze zichzelf als dader kunnen blijven beschouwen, terwijl het hun zo in de weg zit?’

Griet op de Beeck, 'Het beste wat we hebben', Prometheus, 318 p., 22,50 euro Beeld rv

Voorlopig slaat Het beste wat we hebben bleek af tegenover andere incestromans, zoals de beklemmende boeken van de Franse schrijfster Christine Angot (zelf ook het slachtoffer van misbruik door haar vader). Zoveel is zeker: deze roman zal de kloof tussen de diehard fans en de Op de Beeckhaters enkel maar vergroten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234