Dinsdag 20/08/2019

Muziek

Het Belgische Whispering Sons scheert hoge toppen op nationale en internationale podia: ‘Nu kan niemand nog om ons heen’

Fenne Kuppens, frontvrouw van Whispering Sons. Beeld Thomas Sweertvaegher

Drie jaar geleden waren ze de overtuigende laureaten van Humo’s Rock Rally, bleven ze op één plakken in de Afrekening en haalden ze drie MIA-nominaties binnen. Whispering Sons touren intussen internationaal en verkopen zowat elke show in ons land uit. Deze zomer volgt ook het ene na het andere festival. Maar tussendoor konden we frontvrouw Fenne Kuppens toch even strikken.

“Als mensen me androgyn beschouwen, so be it,” schokschoudert Fenne Kuppens. Die vriendelijke nonchalance tekent haar. Zelfs over haar diepe Andrew Eldritch-stem doet ze onderkoeld. “Het valt me gewoon makkelijk om zo laag te zingen,” zegt ze doodgemoedereerd. “Ik heb van nature een lage stem, en doe alles op gevoel. Geen zangleraar die me terecht wijst. Misschien moet ik om die reden binnen twee jaar ‘bye bye carrière’ zeggen, maar voorlopig loopt alles gelukkig goed.”

Dat is een understatement. Niemand die een groot kapitaal had durven inzetten op de toekomst van deze band. Na hun winst op de Rock Rally leek Whispering Sons zelfs gedoemd om het gothic nichecircuit in Europa uit te putten. Maar sinds Belgische radiostations de songs uit hun debuut hebben opgepikt, nam de groep plots een hoge vlucht. “Wat zot is,” glimlacht ze. “Want ik luister eigenlijk zelf niet eens naar de radio, omdat ik het meestal niet gedurfd genoeg vind klinken. Het verwondert me dus dat we ineens opgepikt werden. (lacht) Die support heeft wel veel betekend voor ons: de meeste mensen in ons publiek hebben ons leren kennen dankzij StuBru. Die zender heeft ons lang genoeg genegeerd, maar nu kan niemand meer om ons heen.” (lacht)

We moeten ineens denken aan wat onze recensent schreef over hun triomftocht op Rock Werchter: “Het woord pose staat niet in haar Van Dale. Die razernij? Dat zijn goed en kwaad die in haar hoofd oneindig discussiëren over de zin van het leven.” Is elk optreden écht een spoeling voor haar ziel? “Die woorden klinken net iets te zwaar op de hand,” vindt ze. “Maar optreden is effectief een manier voor mij om alle donkere gevoelens te kanaliseren. Na een optreden ben ik ook helemaal op. Léég. Iedereen kan me dan maar beter even met rust laten. Er spelen te veel emoties mee in een show, die ik in het dagelijkse leven niet zo snel zou delen. Nu, als de show een goeie vibe had, ben ik meteen weer aanspreekbaar.”

Domper

Maar het is ook al anders geweest. “Op Jour Tibour - op de kop af onze honderdste show - weet ik zelfs niet waar te beginnen waar het fout liep. Na twee nummers viel de PA uit, en dat duurde zo lang dat de mensen gewoon gingen zitten. We zijn dan ook maar beginnen rondwandelen en met het publiek gaan praten. Gênant. En toen we eindelijk mochten herbeginnen, gebeurde het nóg eens. Een paar weken geleden is dat wéér gebeurd, omdat een Amerikaanse band had gezorgd voor een kortsluiting: we kunnen meestal lachen met alle pech, maar dat vormt toch een domper op de show.”

De Limburgse verkaste een tijd geleden naar onze hoofdstad, waar ze volgende week één van de headliners is op Brussels Summer Fest. De liefde voor Brussel is evenwel schemerrijk voor Kuppens. “Brussel is een moeilijke stad. Je kan hier de prachtigste dingen zien, maar een straat verder is het ook vies, vuil en verpieterd. Het is moeilijk om met die extremen om te gaan. Ik woon hier nu vier jaar, maar soms denk ik dat ik méér negatieve dan positieve zaken over Brussel heb te zeggen. Het meest positieve? Al mijn vrienden wonen hier, en er valt elke dag nog wat te ontdekken in de hoofdstad. Maar tegelijk is er zoveel dat me stoort: het verkeer alléén is al een doorn in mijn oog.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Vrolijker wordt ze wanneer we haar aanspreken op haar opvallende concert tijdens Raf Simons’ modeshow in Parijs. “Dit is sowieso een gekke wereld, maar toen werd het nòg iets gekker,” grinnikt Kuppens. “Dat was vast één van onze meest bizarre ervaringen ooit. Frank Ocean en Naomi Campbell zaten toen in het publiek. Die laatste sprak ons na de show zelfs meteen aan: “I love your energy,” vertelde ze me. Achteraf moest iemand me komen influisteren dat ik met Naomi Campbell had gesproken. Ik dacht al dat ik haar érgens van kende. (lacht) Dat Simons ons heeft opgepikt, klopte dan weer in mijn hoofd: hij was vroeger een zware new waver, en tijdens de show speelde hij ook muziek van Joy Division. Zijn interesse was dus oprecht. Raf Simons’ laatste collectie haalde overigens ook elementen uit Twin Peaks, wat ons net zo goed keihard inspireert. Er zit zelfs een quote uit die reeks in onze song ‘Alone’ (“They move so slowly when they’re not afraid,” GVA.). Maar zelf ben ik niet zo modebewust. Ik ben mijn hagelwitte podiumoutfit snel ergens gaan sprokkelen in een doodgewone kledingwinkel.”

We vertellen haar dat we nooit geloofd hebben dat millennials als zij nooit van Sisters of Mercy hadden gehoord, voor ze het podium opzochten. Kuppens grinnikt. “Sisters of Mercy kenden we natuurlijk wél, maar eerlijk gezegd zijn we geen fan. (lacht) Met Joy Division is dat weer een ander verhaal. En van Siouxie and the Banshees, The Sound of The Cure zijn we ook fan. Maar in alle eerlijkheid: we wilden er nooit doekjes om winden als we het hadden over invloeden. Onze muziek is écht wel geïnspireerd door de new wave uit de jaren tachtig. We hebben dus nooit beweerd dat we het buskruit hadden uitgevonden. Maar we werden meteen in het hoekje van Sisters of Mercy geduwd door journalisten, terwijl we daar net niet eens zoveel mee op hebben.”

Whispering Sons speelt op 16/8 op Brussels Summer Festival

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden