Woensdag 20/11/2019
Herman Brusselmans.

Interview

Herman Brusselmans: ‘Egoïsme is de drijfveer van alles’

Herman Brusselmans. Beeld Photo News

Dit interview verscheen in De Morgen op 24 december 1994. We publiceren het nu opnieuw ter gelegenheid van 40 jaar De Morgen.

Hij is zevenendertig en publiceerde zestien boeken. Een controversieel schrijver met klimmende oplagen. Bejubeld en verguisd. Brutaal en kwetsbaar. ‘Ik sta vierkant achter mijn laatste boek, maar het is niet het meesterwerk waarmee ik in eerste klasse zal belanden. Hoe moet ik het zeggen... ik denk dat ik niet beter kan.’ Op de sofa met Herman Brusselmans. ‘Mijn moto is: wees zo eerlijk als je kunt. Ik verwacht van literatuur geen schoonheid. Ik wil er kippenvel van krijgen. Lachen of bleiten. Een van de twee.’

Herman Brusselmans: “Begin volgend jaar verschijnt De terugkeer van Bonanza. Het is een serieuze stap in een andere richting. Het hoofdpersonage -voor het eerst een hij-figuur- is een stuk ouder dan ik, heeft een heel andere job en zuipt vodka, iets waar ik totaal geen ervaring mee heb. Ik ben benieuwd hoe de lezer daarop zal reageren. In het verhaal komen onder andere Isabelle A en Willy Sommers voor. Mike Verdrengh sterft in het boek. Een van de personages zegt op een bepaald moment: ‘Mike Verdrengh is dood.’ Een ander repliceert: ‘Who the fuck cares.’”

Inderdaad. U beweerde altijd dat fictie niet echt iets voor u was. 

“Pas op. Terugkeer van Bonanza is niet honderd procent fictie. Het is geen verhaal over een zestigjarige loodgieter in Congo. Het hoofdpersonage is tv-producer, en het televisiewereldje ken ik zo onderhand wel een beetje. De mensen die het manuscript al gelezen hebben -mijn vriendin Tania, mijn ex-vrouw Gerda, de tekenaar Erik Meynen, mijn uitgever- beweren unaniem dat het mijn meest hilarische boek is. Maar ja, grappen verzinnen wordt op den duur ook een soort techniek. Mijn geschrijf is een combinatie van een lach en een traan. Er zijn maar bitter weinig zaken heel erg in het leven. Ziekte, pijn en de dood. Voor het overige valt er niet veel te klagen.”

Zalig zijn zij die verdriet hebben om een kras op hun wagen.

“Voilà. Ik kan alles relativeren behalve het verdriet voor mijn overleden moeder en de liefde voor twee vrouwen, mijn vriendin en mijn ex-echtgenote. Dat zijn zaken waar niemand aan mag raken. Maar als morgen iemand mijn motor pikt, bon, ik zal wel eens vloeken, maar dat ik niet het einde van de wereld, hé.”

Herman Brusselmans is lijden en lachen. Zwaarte wordt afgewisseld door lichtheid. Cynisme als medicijn. Alleen leegte om je achter te verstoppen. Het is een formule die lekker verkoopt. Brusselmans klimt naar steeds hogere oplagen. Maar de literaire kritiek stelt de kwaliteit van zijn proza ter discussie. En dat steekt. Hij zegt: “Ik ben wellicht een van de best verkopende Vlaamse auteurs. Van De man die werk vond heb ik vijftigduizend stuks verkocht. Als ik al zoiets als een all-time klassieker heb geschreven, dan is het dat boek. Het past perfect op de lectuurlijstjes van de scholen: het is nogal dun, tamelijk gemakkelijk te lezen en het blijft redelijk modern. Maar ja, wie succes heeft bij een jong publiek wordt niet ernstig genomen. Bovendien doe ik af en toe tv-werk. Dat is voor het literaire pausdom een tweede reden om mij te hekelen.”

U was acht seconden te zien in Jan Bucquoys’ film La vie sexuelle des Belges, aan de toog van de Brusselse uitspanning De Dolle Mol. Juist lang genoeg om ‘fuck you’ en ‘shit’ te brallen. Dreigt u niet stilaan het slachtoffer van uw eigen imago te worden?

“Wat is er mis met mijn imago?”

Het heeft de diepgang van een surfplank.

(windt zich op) “Van zo’n opmerking krijg ik dus het schijt, hé. Wie gaat er dan dieper dan een godverdomde surfplank? Al die zeik Milan Kundera's en Amos Oz’en en die bullshit van hoe heet hij ook alweer, Umberto Eco? De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, denk je dat daar mensen van wakker liggen? Forget it. Die gasten hebben een totaal gebrek aan humor. Waarom steken Tom Lanoye en ik er al jaren boven uit in Vlaanderen? Omdat we kunnen relativeren en al eens durven lachen. Ben je daarom een eendimensionaal schrijverke? Onlangs sprak een lezeres mij aan. Ze zei dat ze die twee gedichten over de dood van mijn moeder in Ex-minnaar alle dagen herlas, met tranen in de ogen, en dat ze dan telkens aan haar eigen moeder moest denken. Wel, als je dat meemaakt, ga je verdomme wel wat dieper dan een surfplank.”

Op een genuanceerde gedachte laat u zich doorgaans zelden betrappen.

“Luister, dat is weer typisch door het linkse denken. (spuwt het uit) Gebrek aan nuance. Weet je hoe ik dat in één woord noem? Eerlijkheid. De linkse intelligentsia zal nooit tot iets komen omdat ze achter alles per se nuance wil zoeken. De fout van veel schrijvers is dat ze niet gewoon zeggen wat ze bedoelen. Daarom ben ik ook geen liefhebber van poëzie. Je moet steeds vragen waar het over gaat. Als je vindt dat de liefde niet deugd, schrijf dan toch gewoon: de liefde deugt niet. Mijn motto is: wees zo eerlijk als je kunt. Veen literatuur is puur leugenachtige bullshit. Ik verwacht van literatuur geen schoonheid. Ik wil van literatuur kippenvel krijgen. Lachen of bleiten. Een van de twee.”

Als autobiografisch schrijver lijkt u er een beetje door te zitten. 

(aarzelend) “Ik zit nu met een serieus probleem. Ik weet niet of het opportuun is om dat te zeggen in een interview, maar volgend jaar stop ik met schrijven. Of het afscheid definitief is weet ik niet. Ik hou er wel een lange tijd mee op. Minstens een paar jaar. Den drive is weg. Het is de eerste keer dat ik dat gevoel heb. Wat ik dan wel ga doen? Dat is natuurlijk het probleem. Ik ben gewoon op zoek naar een jobke, een anoniem stom jobke. Goederen aanslepen in een kledingzaak , afwassen bij de Turk hiernaast, glazen spoelen in een café.”

Werk waar geen creativiteit in opgaat.

“Voilà. Een paar jaar financieel overleven, daar komt het op neer. Gelukkig heb ik niet veel nodig. Ik heb altijd geleefd zoals nu. Een huis met verwarming, een tv, een cd-speler, een jeansbroek en een hemd. Mijn boekhouder wil me iedere keer op mijn bakkes geven omdat ik niet genoeg onkosten maak. Ga op reis, zegt hij. Koop een BMW, doe iets, je kunt het je veroorloven. Maar ik heb altijd geweten dat dit moment ooit zou komen. Al maanden ben ik erover aan het piekeren.”

“De laatste tijd heb ik enorm veel geschreven. Niet alleen die romans -kwantitatief is dat nog het minste- maar ook een heleboel columns en artikelen. Nu heb ik echt het gevoel dat het gedaan is. Jef Geeraerts heeft dat indertijd ook meegemaakt: het autobiografische vat dat leeg raakt. Je kunt niet blijven schrijven over een auteur die aan een boek werkt, die een gelukkige relatie heeft maar toch nog zot loopt van andere wijven.”

“Ik ben een echte pessimist geworden. Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor? Mocht ik over voldoende geld beschikken, dan zou ik gewoon op mijn pens gaan liggen en geen poot meer uitsteken. Nee, niet om op mijn lauweren te rusten, want ik heb het gevoel dat er helemaal geen lauweren zijn. Het relativeren is bij mij zo ver gegaan dat ik ook de drang tot schrijven ben gaan relativeren. Terwijl ik jarenlang dacht dat ik het schrijven nodig had om te overleven. In Vlaanderen heb ik het ondertussen ook wel al allemaal meegemaakt. Ik zit aan een zeker plafond. Ik moet niet meer met mijn smoel op de tv, ik moet niet meer nummer één staan in de boeken-toptien. Het enige dat ik nog meer kan bereiken is een driehonderdduizend boeken verkopen.”

Toen ik u zes jaar geleden sprak, zei u: “Ik voetbal momenteel aan de top van tweede klasse. En ik weet bijlange niet of ik ooit aan de top van eerste zal spelen.” Ondertussen gepromoveerd? 

“Ik denk dat het mij niet lukt. Al heeft het tijd gekost om dat te beseffen. Ik sta vierkant achter mijn laatste boek. Het oude nieuws van deze tijden, maar het is niet het meesterwerk waarmee ik in eerste klasse zal belanden. Hoe moet ik het zeggen, ik denk dat ik niet beter kan.”

Is Brusselmans niet te veel een producent van woorden geworden, die in de eerste plaats zijn omzet moet verhogen? Radio Donna, Klare Taal, binnenkort VT4, reclamespotjes voor Superkonfex, Joepi en Het Nieuwsblad...

Give me a break. Mag ik niet één keer in mijn leven in dertig seconden 175.000 frank verdienen?”

Wel als u het netjes aangeeft. Maar de vraag is: zuigen al die nevenactiviteiten u niet leeg?

“Mijn productie als romanschrijver lijdt daar niet onder, nee. De laatste tijd schrijf ik twee boeken per jaar. Voor het geld hoef ik het ook niet te doen. Al die columns en tv-dingetjes zijn voor mij echter gelegenheden om eens onder de mensen te komen. Ik zit al hele dagen in mijn kot. Je vervreemdt van de maatschappij. Ik kom alleen nog beroepshalve de deur uit: naar de boekenbeurs om te signeren of naar een receptie als een nieuw boek van mij wordt voorgesteld. Sinds ik vorig jaar gestopt ben met drinken, hou ik het op café nog hooguit een uur vol, terwijl ik vroeger moeiteloos om tien uur ‘s avonds kon binnenkomen om pas om tien uur ‘s ochtends huiswaarts te keren. Misschien moet ik wel opnieuw beginnen zuipen.”

In uw laatste boeken drinkt het ik-personage godbetert Evian-water. 

“Vijftien jaar lang heb ik zwaar gezopen, eerst bier en daarna, toen ik last had van die angstaanvallen, sterke drank. Mijn lijf kon er echter niet meer tegen en op doktersadvies ben ik moeten stoppen met alcohol. Ik zal nooit een goede dronkaard zijn omdat ik een slechte lever heb. Zo prozaïsch is het.”

De schrijver mag er dan mee ophouden, 1995 wordt nog een druk Brusselmansjaar. In februari komt kou van jou uit, een bundeling van vier eerder verschenen romans (Heden ben ik nuchter, Zijn er kanalen in Aalst?, Dagboek van een vermoeide egoïst en Vlucht voor mij). Een paar weken later moet De terugkeer van Bonanza in de rekken liggen. In januari en februari gaat Brusselmans samen met Luc De Vos en Hugo Matthysen op tournee -als ‘Geletterde Mensen’- en broedt hij op humoristische sketches voor het VT4-muziekprogramma Roxy.

En dan is er nog die laatste roman, die in het najaar moet verschijnen. Brusselmans: “Het is het boek waarmee ik mijn eigen literatuur in de diepvriezer steek. De titel ligt al vast: Vrouwen met een IQ. Het is de meest cynische roman die ik ooit heb geschreven. Er gebeurt absoluut niks in. Vroeger schreef ik ook over niks, maar dan wel in zo mooi mogelijke woorden. Nu gebruik ik allemaal heel korte zinnetjes. Het boek zal veertien hoofdstukken tellen, elk van veertien bladzijden. Het is echt een boek waar je van gaat walgen of waar je zot van wordt. Het staat sterk onder invloed van Brett Easton Ellis. Die kerel, dat is dus wel eerste klasse, hé.”

Herman Brusselmans. Beeld Photo News

Is het ook onder invloed van Brett Easton Ellis dat er almaar meer geweld in uw boeken opduikt?

“Jaja, toen ik American Psycho had gelezen, wilde ik onmiddellijk een verhaal schrijven over een massamoordenaar in Gent. Maar dat klinkt natuurlijk niet erg geloofwaardig. Gent is nu eenmaal New York niet.”

In Ex-minnaar wordt er wel een Vlaams Blokker geliquideerd. 

“Ja, en in Het oude nieuws van deze tijden  is er op de achtergrond steeds sprake van een gast die jonge vrouwen vermoordt. Eigenlijk jat ik nooit thema’s bij andere schrijvers. Ik ga wel na welke technieken ze gebruiken. Ik heb lang onder invloed van Gerard Reve gestaan. Door de jaren heen heb ik een eigen stijl ontwikkeld, gebaseerd op een keuze van verschillende stijlen van anderen. Je kunt immers niet zomaar iets geheel nieuws uitvinden. Reve geeft ook toe dat hij zwaar beïnvloed is door Céline.”

U bent nu op zoek naar een tweede adem. Die andere Mooie Jonge God van weleer, Tom Lanoye, lijkt die al gevonden te hebben: als politieke adviseur.

“Ik ben blij voor hem. Maar politiek, daar deug ik niet voor. Tom is erg gedreven bezig geweest met die politieke columns in Humo. Dat bewonder ik. Maar wat is het resultaat? Nul komma nul. Hij heeft Vogels en Sörensen samengebracht. Maar laat ons eerlijk zijn: wat kan Sörensen ooit beteken als politica? Als je daar een jaar lang columns voor moet plegen en thema-avonden beleggen! Gelukkig hebben die columns geleid tot twee bundels, Doén! en Maten en Gewichten. Dat vind ik als lezer dan weer prachtig.”

Op een van de klassieke Humo-eindejaarsvraagjes, ‘Wat vindt u de belangrijkste ontwikkeling van 1994?’, antwoordde u kortweg: geen.

“Je kunt toch niet blijven zeggen: Joegoslavië en Rwanda. Op den duur klinkt het allemaal zo hypocriet. Ik heb dit jaar niet vaker wakker gelegen van Joegoslavië dan vorig jaar of het jaar daarvoor. In feite trekt niemand zich een bal aan van wat ginder gebeurt. Niemand. Begin dit jaar heeft De Morgen een benefietavond georganiseerd voor Joegoslavië. Ik zie die hoofdredacteur daar nog staan buigen in zijn parkaatje, dolblij dat hij wat geld kreeg om een radiozender te kopen. Ach, waar heb ik allemaal al niet aan meegedaan: Hand in Hand, antifascisme, Sarajevo, Anne Frank Stichting. Met alle respect: het brengt geen kloten op.”

Ik geloof dat het Gerard Mortier was die ooit zei: ‘Meer kunst zal tot minder oorlog leiden.’

“Er is al kunst genoeg. De essentie is: ik vind niets de belangrijkste gebeurtenis van het jaar en ik wens niemand iets toe voor volgend jaar. Wat kan het mij in godsnaam schelen. Niets. Absoluut niets. Wat moet je in godsnaam nog doen? Met tweehonderd procent respect voor Tom: is het Vlaams Blok achteruitgegaan door zijn geschrijf?”

Dat is moeilijk na te gaan. Via zijn columns had hij wel een invloed op de publieke opinie.

“Onzin. Als een intellectueel preek je altijd voor een eigen kerk. Ik lees dat en jij leest dat en nadien knikken we: ja, Tom heeft gelijk. Maar de Blok-stemmers -het krapuul voor wie het eigenlijk bestemd is- die lezen dat niet, hé. Want die roepen: Lanoye, dat is een vuil jeannet. Het is juist dat soort opvattingen dat het Blok sterker maakt.

U noemt zichzelf ‘links-progressief met conservatieve kantjes’. Behalve tersluikse verwijzingen naar Moeder Teresa of Pater Damiaan merk ik daar weinig van in uw boeken. Van dat links-progressief zijn dan.

“Ik begin er serieus aan te twijfelen of ik inderdaad zo links-progressief ben. Ik ben onmiskenbaar aan het opschuiven naar rechts. Dat heeft niks met racisme of fascisme te maken. Je kunt je gewoonweg niet links meer noemen als je evolueert naar het pure egoïsme. Mijn vrouw, mijn huis, mijn hond, en de rest kan de pot op.”

“Mijn stelling is: waarom laat men elkaar niet gewoon met rust? Je mag tegenwoordig je mond niet meer opendoen of je discrimineert iemand. Als je zegt dat sommige jeanetten onuitstaanbaar verwijfd zijn, ben je onmiddellijk een fascist. En o wee als je opmerkt dat wij niet allemaal gelijk zijn. Een dwerg van één meter twintig zal nooit een goede basketter worden. Moeten dwergen dan een actiecomité oprichten om te eisen dat ze toch in de nationale ploeg worden opgesteld? Hetzelfde met de wijven. De feministen verwijten mij dat ik tegen de emancipatie ben. Nonsens natuurlijk. Maar in de atletiek zullen mannen altijd verder springen dan vrouwen.”

Feministen hebben geen moeite met atletiekrecords. Ze ergeren zich wel aan uw nogal traditionele opvattingen over de rol van de vrouw in de samenleving.

“Luister eens, de traditionele rolpatronen doen het in relaties nog altijd het best. Wie moet de kinderen opvoeden? De vrouw. Punt uit. Als ik als kind viel en mijn knie bloedde, liep ik steevast naar mijn moeder. Mijn pa zei altijd: het eerste waar ge bij een lief op moet letten is of ze patatten kan afgieten. Ik heb twee vrouwen gehad in mijn leven en die kunnen allebei patatten afgieten. Die kunnen koken, die kunnen strijken, maar die kunnen ook met mij over Brett Easton Ellis discussiëren, naar Pulp Fiction gaan kijken en van een concert van Suede genieten. Wat is er verkeerd aan een relatie waarin een man een man blijft en een vrouw een vrouw?”

U vindt het wel vervelend om vast te stellen dat u opschuift naar rechts.

(Haalt de schouders op) Vervelend. Fffft. Misschien is verrechtsen niet het juiste woord. Ik sluit mij meer en meer van de wereld af. Dat is het. Ik probeer zo weinig mogelijk mensen lastig te vallen en ik verwacht van de anderen dat ze mij ook niet lastig vallen.”

“Neem nu de vluchtelingenstroom. Denk je echt dat dat kan blijven duren? En dan de linksen maar roepen dat ze allemaal een statuut moeten krijgen. Dat kan dus niet. Dat is de kloterij met al die linkse intellectuelen: ze zetten hun gedachten op papier met hun kop in het zand. België zit vol. Niet alleen met mensen, ook met auto’s, met huizen, met alles. Of het nu over Joden, Zambianen of Russen gaat, het kan gewoon niet meer. Ik begrijp niet dat iemand die een Turk als buur heeft en daar geen last van heeft toch scandeert: alle Turken buiten. Maar als die Turk in de hal voor uw deur ligt, dan begrijp ik wel dat de bewoners eisen dat er wordt opgetreden. Het pure egoïsme in iedere mens, dat is de drijfveer van alles.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234