Donderdag 22/08/2019

Interview

Herman Brusselmans (61) en vriendin Lena (27): “Ik heb hem op een dag gewoon opgewacht voor zijn huis”

Beeld Johan Jacobs

De man die net de deur voor me heeft geopend, sloft niet meer. Hij loopt met verende tred - het lijkt wel dansen. Met vaardige hand zet hij thee, om vervolgens neer te ploffen naast zijn geliefde, die hij voorstelt als een prachtige traktatie van het lot. Ik zie ze zoenen in helder nazomerlicht: een snapshot jonge liefde. Ik ben bij Herman Brusselmans (61) en zijn vriendin Lena (27) - haar familienaam ziet ze liever niet gepubliceerd - en alles ruikt hier naar geluk.

De schrijver heeft net zijn 78ste boek klaar.

Herman Brusselmans: “Ik maak in Achter een struik opnieuw gebruik van de truc die me al veel diensten heeft bewezen: ik schrijf fictie, en tegelijk becommentarieer ik als schrijver die fictie. Dat doe ik al lang, maar in mijn recente boeken met steeds meer nadruk: ik geloof almaar minder in Het Verhaal.

“Ik ben een veellezer, en dus weet ik intussen wel hoe een volgens de regeltjes geordende roman eruitziet. De wetten van een goede plot, de spanningsopbouw, de personages met conflicterende karakters die ergens halverwege het boek een point of no return bereiken... Die in marmer gebeitelde regeltjes parodiëren, de fictie een beetje saboteren: dat vind ik mijn functie in de Nederlandstalige literatuur.”

Beeld rv

Ik vind Achter een struik het geestigste boek dat ik al van je heb gelezen, maar ik denk niet dat je daarvoor uitgebreid gefêteerd zult worden. De consensus is: door dat gigantische oeuvre kénnen we Brusselmans nu wel. Je kunt niet meer verrassen.

Brusselmans: “Ik maak me sowieso weinig illusies over de kracht van literatuur. Ik breng nu Achter een struik uit, en ongeveer tienduizend mensen zullen dat boek kopen. Tegelijkertijd zit ik in de jury van De slimste mens ter wereld, en daar zullen een klein miljoen mensen naar kijken. Van de 78 boeken die ik heb geschreven, zijn er ook nog maar zes of zeven in druk. De rest bestaat eigenlijk niet meer. Plus: dat hele oeuvre, en de mogelijke evoluties daarin, interesseert maar weinig mensen. Ik vind het fijn dat ik op mijn 61ste een boek schrijf dat in mijn ogen fundamenteel verschilt van het boek dat ik op mijn 24ste heb geschreven, en die paar verwoede lezers zullen dat ook opmerken. Maar voor het grote publiek ben ik dat jurylid in De slimste mens ter wereld.”

Lena: “Ik heb een mooie dwarsdoorsnede van Hermans werk gelezen, ongeveer 25 boeken. Onlangs las ik Het zinneloze zeilen, zijn debuut. Heel mooi, zijn talent fonkelt al in elke zin, maar toch is het nog een zootje: het ontbeert structuur. Als je Achter een struik leest, zie je hoe Herman nu alles perfect aan elkaar knoopt.”

De vriendin van Herman Brusselmans zijn betekent ook onvermijdelijk: een personage in zijn romans worden.

Lena: “Ik vind dat geen big deal. Het is een eer, en natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar wat hij over me schrijft. Maar ik ben toch vooral bezig met het leven dat wij leiden, niet met de gefictionaliseerde versie ervan.”

Hoe ben je in dat leven terechtgekomen?

Lena: “Ik studeerde in Gent, en ik wist waar Herman woont. Omdat ik hem heel graag wilde leren kennen, heb ik hem op een dag gewoon opgewacht op de stoep voor zijn huis. We hebben toen gepraat, en niet veel later stuurde ik hem een brief van zes kantjes. (Glimlacht) Vanaf toen vond hij me leuk.”

Brusselmans: “We spraken nog een paar keer af, en één van die ontmoetingen werd besloten met een kus op de mond.”

Lena: “Waarop ik hem ben achternagelopen: ‘Herman, ik zou best nog wel wat meer willen.’”

Brusselmans: “En vervolgens stonden we als twee verliefde pubers in een portiekje te tongzoenen. Dat verhaal typeert Lena: ze heeft een directheid die ik voorheen niet kende.”

Lena: “Ik heb Herman wel een beetje uitgekozen, ja: ik ben met een schepnetje op hem toegestapt. Ik kon ook oprecht niet begrijpen dat hij vrijgezel was. Een man met zo’n prachtige kijk op de liefde!”

Hoe ziet hij die dan?

Lena: “Zoals ik ze zie: twee mensen die passie en troost vinden bij elkaar, en samen een beetje vijandig naar de rest van de wereld staan te grijnzen. Het is de totale exclusiviteit: alles vinden bij elkaar, en de rest buitensluiten. Het eiland!”

Brusselmans: (knikt) “We zijn geen kluizenaars, maar toch... We houden de wereld het liefst op een afstand.”

Lena: “Dat is op zich nog geen succesrecept, want in mijn vorige relatie werkte dat net níét. Hoe meer we bij elkaar waren, hoe meer afstand er ontstond. Terwijl het met Herman alleen maar inniger wordt.”

Wat trekt jullie aan in elkaar? Is het verwantschap, of net verschil?

Brusselmans: “Verwantschap. We ontdekten al snel dat we een bodemloze melancholie delen, een donker aanvoelen van de zinloosheid van een mensenleven.”

Lena: “We zijn allebei heel gevoelig, en we hebben last van stemmingswisselingen. Daarom hebben we een afweermechanisme nodig. Dat is dat nihilisme waarin we vervallen als we de wereld weer eens te groot en te bedreigend vinden.”

Brusselmans: “‘Laten we een mooie klif in Frankrijk zoeken, en er samen afspringen!’”

Lena: (lacht) “Zoiets zeggen we dan tegen elkaar, ja. Wij kunnen samen erg goed tégen de wereld zijn. Herman is helemaal niet dat scheldzieke mannetje met een gebrek aan tederheid, voor wie hij vaak gehouden wordt. Nee, hij is net ongelofelijk zachtaardig. (Ferm) Herman is de meest romantische partner die ik al heb gehad. Dat klinkt misschien klef en naïef, maar het is gewoon zo: zijn zorgzaamheid is grenzeloos. Als ik ‘s avonds laat thuiskom, neemt hij me liefdevol vast, legt hij een dekentje over me heen en maakt hij kamillethee voor me.”

Brusselmans: “Maar voor de buitenwereld blijf ik de man van de kut-en-lulgrappen.”

Maar je hebt dat imago zelf gecreëerd, én je houdt het gretig in stand.

Brusselmans: “Inderdaad: ik weet wat ik in De slimste mens ter wereld zit te doen, hé. Maar kan een mens niet uit verschillende facetten bestaan?”

Lena: “Je hoeft toch maar een paar interviews met Herman gelezen te hebben - en dan spreek ik nog niet eens over zijn boeken - om te weten dat Herman lééft voor de liefde? Het is zijn brandstof. Geef hem liefde en hij doet alles voor je. Zelfs scrabble spelen (lacht).”

Brusselmans: “En vibrators kopen voor mijn lief. Alhoewel, dat is toch iets nieuws: vroeger had ik dat nooit gedurfd.”

Zijn er nog meer grote invloeden van Lena merkbaar?

Brusselmans: “Ik leef niet meer ‘s nachts. Lena en ik blijven wel laat op, maar ik schrijf niet meer door tot het ochtendgloren, en sta dus ook vroeger op. Aanvankelijk was ik daar heel bang voor: ik vreesde dat ik mijn schrijfroutine zou kwijtraken.”

Lena: “Terwijl je nu meer dan ooit schrijft. Ik zie hoe je op ontzettend veel vlakken evolueert. Dat we onlangs tien dagen in Amsterdam hebben doorgebracht, dat was toch een revolutie voor je?”

Brusselmans: “Ik heb altijd gedacht dat ik alleen thuis kan schrijven. Maar daar in Amsterdam heb ik m’n columns op een laptop gemaakt.”

Lena: “Met een qwertyklavier, voor nog wat extra vervreemdingseffect (lacht). Neen, ernstig: Herman is echt een beetje bevrijd. Hij heeft zichzelf altijd afgeschilderd als een conservatieve, stugge man die verloren is zonder structuur. En dat klopt voor een stuk, maar ik zie toch ook iets impulsiefs in hem, iets heel nieuwsgierigs.”

Brusselmans: “Het grootste verschil zit ‘m in hoe ik me voel. Ondanks mijn hang naar melancholie ben ik de grote donkerte kwijtgeraakt. Tot mijn eigen verbazing, eigenlijk, want ik ben er altijd van uitgegaan dat mijn angstaanvallen, mijn misantropie en mijn ‘alles is naar de kloten en niets heeft zin’-verdriet met het klimmen van de jaren alleen maar érger zouden worden. Maar mede dankzij Lena is net het omgekeerde gebeurd.

“Die angstaanvallen waren geen detail waar ik mee koketteerde. Het was een groot, massief probleem. Gerda en Tania - mijn eerste en tweede vrouw - hebben daar ongelofelijk veel geduld mee gehad, en bleven proberen om me uit die put te trekken. En Lena doet nu hetzelfde. Ik vind dat mooi, hoe de liefde je tot zoiets kan bewegen.”

Lena is 27 en jij bent 61, Herman. Dat springt in het oog, maar is er een verschil dat jullie relatie meer bepaalt dan die leeftijdskloof?

Brusselmans: “We zijn op een totaal andere manier gevormd. Iemand die in de jaren 2000 in het centrum van Amsterdam is opgegroeid, heeft per definitie een andere achtergrond dan iemand die in de jaren 60 in Hamme is opgegroeid. Lena is zelfverzekerd en wereldwijs, en ze stapt met een zekere flair de wereld in. Terwijl ik toch altijd dat jongetje uit het eenvoudige veehoudersgezin in Hamme zal blijven.”

Lena: “Als het je helpt om dat te denken...”

Herman Brusselmans en Lena. Beeld Johan Jacobs

Jij gelooft dat niet, Lena?

Lena: (tot Brusselmans) “Je laat graag uitschijnen dat je nog altijd dat geïntimideerde jongetje bent, iemand die nauwelijks wat waard is. Maar dat spoort niet met de werkelijkheid. Het is de manier waarop je bescheiden probeert te blijven.”

Brusselmans: “En toch: ik kijk soms met oprechte bewondering naar je. Dan sta ik bijvoorbeeld versteld van wat je allemaal wéét - het lijkt wel alsof je hoofd is aangesloten op de servers van Wikipedia.”

Lena: “Ik vind dat gewoon heel sexy, veel weten.”

Hermans geld

Er wordt Herman weleens seksisme aangewreven, Lena. Wat denk je als hij in De slimste mens ter wereld een vrouw schoffeert?

Lena: “Dat die vrouw maar iets snedigs moet terugzeggen. Iedereen heeft toch die kans? Het is niet dat Herman ooit mensen aanvalt die machteloos zijn.”

Brusselmans: “Als ik mijn buurman belachelijk zou maken, zou dat sneu zijn, want die kan niet reageren. Maar iedereen die op een podium staat, kan toch terugslaan? Het zou zelfs interessant zijn: eindelijk weer polemiek! Ik mis dat zo erg.”

Lena: “Ik begrijp niet dat vrouwen in de slachtofferrol kruipen zodra Herman wat lelijks over hen heeft gezegd of geschreven. Eis toch de ruimte op om zelf spitant te zijn!”

Brusselmans: “Ik ben me wel veel bewuster van seksisme dan vroeger. Lena heeft me er bijvoorbeeld op gewezen hoeveel mannen in de tram of de trein quasinonchalant in de private zone van vrouwen komen staan. En dat er zoiets als latent seksisme bestaat. Ik zie nu de complexiteit van seksisme en racisme in. Vroeger dacht ik dat het gewoon ging om mannen die vrouwen hun rechten ontzeggen, en klootzakken die Marokkanen haten. Nu weet ik dat het ook in kleine, onbewuste gedragingen zit, in onze alledaagse patronen.”

Lena: “Onze taal verraadt veel. In De wereld draait door ging het onlangs over Donald Trump, en over hoe het allicht nog een tijdje wachten is voor er weer een man opstaat die verbindt in plaats van verdeelt. Hoor je het: een man, klaarblijkelijk kan het geen vrouw zijn.

“Ik merk het ook in mijn eigen leven. Drie jaar geleden was Herman 58, en ik 25. Nu is Herman 61, en ik nog altijd 25. Zo wordt het overal geschreven: Brusselmans en zijn 25-jarige vriendin - terwijl ik intussen 27 ben. Dat is het frame waarin Herman en ik gevat zijn: hij de oude man, ik het jonge meisje dat amper van de schoolbanken af is. Het komt bij niemand op dat ik misschien ook ouder word. En altijd weer hangt daar de overtuiging aan vast dat ik het wel voor Hermans geld zal doen. Terwijl de financiële onafhankelijkheid van de vrouw net heilig is voor mij. Dat heb ik geleerd van mijn moeder: een oerfeministe.”

Is het in deze tijd moeilijk om een jonge vrouw te zijn?

Lena: “Bekijk je het in historisch perspectief, dan is dit de beste tijd om een vrouw te zijn. Alleen zie ik nog altijd te weinig mondige en krachtdadige vrouwen opstaan.”

Je hebt in de Europese politiek toch Angela Merkel en Theresa May?

Lena: “Dat is waar, maar altijd wordt er weer de aandacht op gevestigd dat zij vrouwen zijn. De subtext is dan: ‘Dit is bijzonder!’ Terwijl het niet bijzonder hoort te zijn. Het is normáál.”

Is dat geen logische fase? Er wordt een strijd gevoerd, en wanneer die strijd de goeie richting uitgaat, benoemen we dat. Tot het straks helemaal normaal is, en er niet meer over wordt gepraat.

Lena: “Mja, ik ben nogal ongeduldig van aard (lacht). En ik ben niet zeker of we wel de juiste richting uitgaan. #MeToo was een hype, maar het mag weleens concreet worden. Ik ben dat oeverloze lullen zat.”

Brusselmans: “Het is een circus geworden waar iedereen likkebaardend naar zit te kijken. We zitten te wachten op de volgende Bart De Pauw, de volgende Jan Fabre.”

Lena: “Terwijl die lynchpartijen geen enkel nut hebben. Het zijn onze eigen achterhaalde rollenpatronen die we moeten herzien. De #MeToo-beweging legt goed bloot wat mannen fout doen, maar ik hoor nooit praten over wat minstens even belangrijk is: hoe vrouwen zich positioneren. Ik zie nog te veel vrouwen die op de barricaden staan voor gelijke rechten, maar wel ontdaan fronsen als een man op de eerste date niet de rekening betaalt. 

“Vroeger had ik veel vrouwelijke vrienden - intussen heb ik bijna alleen nog mannenvriendschappen - en die hoorde ik zó vaak opscheppen over wat ze van een man gedaan hadden gekregen door zich uitdagend te kleden, of hem seks te geven - alleen al van dat geven ga ik over mijn nek. Die vrouwen lieten zich zelden voorstaan op hun intelligente argumenten of hun gevoel voor humor. En ze stelden nooit de vrouwelijke privileges ter discussie. Als je je menstruatie valselijk als argument gebruikt om ergens niet op te dagen, stiekem je anticonceptiepil niet slikt in de hoop zwanger te worden, of de voogdij over een kind opeist omdat het zogezegd beter is dat dat kind zoveel mogelijk bij de moeder is, dan heb je in mijn ogen niet het recht om jezelf een feminist te noemen.

“Ik heb al vaak ondervonden dat vrouwen mij te grof vinden als ik bijvoorbeeld grappen maak over het haten van kinderen - klaarblijkelijk ben ik dan een verrader in de kerk van de vrouwelijke zorgzaamheid. En als ik opschep over hoe ik een man heb afgetroefd op feitenkennis, of een volledige vakantie heb betaald voor mijn vriend, stuit ik altijd weer op onbegrip. 

“Nou, je kunt van mannen niet verwachten dat ze afstand doen van hun privileges als je jezelf in roestige rolpatronen blijft nestelen. Het is nu aan vrouwen om niet alleen hard te zijn voor mannen, maar ook voor zichzelf. En om mannen te zien als bondgenoten, in plaats van als wezens om haat dan wel liefde op te projecteren. Het klinkt scherp, dat besef ik, maar ik word wóést van dat onderdanige, dat kruiperige. Gooi die slachtofferrol toch weg!”

Het pummeltje

Herman heeft zijn geliefdes altijd op een voetstuk gezet. Dat soort bewondering kan een relatie ook corrumperen, toch?

Lena: “Soms zegt Herman dat hij geïntimideerd is door mij. Maar ik geloof niet dat een man met het statuur van Herman écht bang is van mij.”

Brusselmans: “Niet zozeer van jou, wel van uit de hand lopende discussies. Ik ben fundamenteel conflictvermijdend: ik maak niet graag ruzie. En een klein vonkje kan bij ons leiden tot een bosbrand. Het begint bij iets futiels - een meningsverschil over iets dat we op televisie zien - en uren later zijn we nog aan het roepen.”

Lena: “Nu overdrijf je. Onze laatste echte ruzie dateert al van een jaar geleden. Ik vind dat niet zo erg. Een beetje leven, dat doet een relatie goed.”

Brusselmans: “Het probleem is dat ik verbaal agressief word als ik over een bepaalde grens ga. Ik vind dat niet de mooiste versie van mezelf, en dus kom ik ze liever niet te vaak tegen.”

Enig idee waar die woede vandaan komt?

Lena: “Aanvankelijk was het jaloezie. Als ik laat thuiskwam, of met een mannelijke collega iets ging eten, begon bij Herman het boze binnenvetten.”

Brusselmans: (knikt) “Ik was plat jaloers, ja.”

Lena: “Het was voor Herman niet zo makkelijk dat ik haast uitsluitend mannelijke vrienden heb.”

Brusselmans: “Maar je moet die kwetsbaarheid ook begrijpen. Als je de 60 nadert, kun je niet om die ene vraag heen: waarom valt een meisje van - op dat moment - 24 op mij?”

Lena: “Ik vind dat haast een belediging. Want je ervaart toch zelf hoe fantastisch onze relatie is? Het antwoord op je vraag ligt verdorie onder je ogen.”

Brusselmans: “Je hebt helemaal gelijk, maar onderschat de rol van het pummeltje uit Hamme niet. Dat pummeltje blijft denken: ze kan toch wel wat anders krijgen. En dan word ik dus jaloers - terwijl daar objectief gezien geen enkele reden voor is.”

Lena: “Nee, want ik overlaad je net met liefde. Het is iets dat gewoon in jou zit.”

In interviews heb je al enkele keren gezegd dat je je vorige vrouwen ‘versmacht’ hebt, Herman: in een bad van liefde gingen ze kopje-onder.

Brusselmans: “Ik kan claimend zijn in een relatie, en ik had me voorgenomen om die fout niet opnieuw te maken. Maar intussen ben ik erachter dat het de enige manier is waarop ik kan liefhebben: in één lange, innige omhelzing.”

Lena: “Ik word ook graag geclaimd door Herman. Net zoals ik hem graag claim. Ik zie het probleem dus niet.”

Brusselmans: “Je moet ook weten dat Lena nooit over zich heen zal laten lopen.”

Lena: “Het is onmogelijk om mij te overheersen.”

Brusselmans: “Ze kiest altijd voor de directe confrontatie. Daar moest ik aan wennen. Maar nu apprecieer ik dat, en probeer ik om zelf kordaat uit te spreken wat er in me omgaat. (Denkt na) Ik vind het fijn dat ik na mijn 60ste kan zeggen: ik evolueer nog als mens.”

Lena: “En dat is precies wat me Herman alles doet vergeven: wat een lef heeft hij toch. Want wie durft dat, zichzelf zo volledig te geven aan iemand van mijn leeftijd? Wie durft zich na z’n 60ste nog zo klein en kwetsbaar te maken?”

Brusselmans: “Ik kan ook niet anders, want het is mijn kern: ik geef graag liefde. Ik adoreer graag.”

Heb je het gevoel dat je moet opboksen tegen de andere iconische vrouwen in zijn leven, Lena? Tania is nog steeds Hermans zielsverwant, en hij poetst nog elke dag de herinneringen aan zijn moeder op.

Lena: “Je kunt van een zestiger toch niet verwachten dat hij nog niet heeft geleefd? Ik vind het net mooi dat hij Tania nog altijd een mooie plaats geeft in zijn leven. Dat die achttien jaar van liefde niet besloten werden met een koel ‘Dat was het dan’. En dat dwepen met de moederfiguur begrijp ik perfect. Omdat ik het óók doe: in mijn leven was mijn moeder evengoed een iconische figuur.”

Brusselmans: “Ik snap niet dat mensen die liefde voor mijn moeder problematiseren. Zij heeft me doen inzien hoe móói een mens kan zijn. Dat is toch van onschatbare waarde?”

Beeld Johan Jacobs

Lena: “Bij mij is het net hetzelfde. Mijn moeder is jong gestorven, nadat ze acht jaar een heel zeldzame vorm van kanker had gehad. Maar ze bleef doorgaan, ze richtte in die periode nog twee bedrijven op, en bleef intussen mijn zus en mij warm induffelen met liefde.”

Uit wat voor een gezin kom je?

Lena: “Mijn moeder en mijn vader hebben elkaar ontmoet op de kunstacademie. Een kunstenaarsnest, dus - inclusief alles wat je je daarbij voorstelt. Mijn ouders zijn altijd samengebleven, ook al ging mijn vader vreemd. (Haalt de schouders op) Ik heb me nooit willen verdiepen in dat hele verhaal. Ik weet alleen dat ze, ondanks dat overspel, heel veel van elkaar hielden. Zelf spreek ik nauwelijks met mijn vader. Ik vrees dat ik een beetje het cliché ben van een vrouw met daddy issues.”

Brusselmans: “En dat wordt dan altijd weer gerelateerd aan haar keuze voor mij, de oudere man.”

Lena: “Mij stoort dat niet. Want misschien is het wel zo, ja, misschien val ik daardoor voor de vaderfiguur. En wat zou daar dan in hemelsnaam mis mee zijn? Als dat de dingen voor een stuk oplost, als ik daar gelukkiger van word, dan is dat toch net een heel goeie zaak?”

Brusselmans: “En toch blijven mensen zeggen: ‘Ja maar, hij had je vader kunnen zijn.’”

Lena: “Tegen iemand met een partner van dezelfde leeftijd wordt nooit gezegd: ‘Ja maar, hij had je broer kunnen zijn.’”

Het grote leeftijdsverschil brengt wel één objectief nadeel met zich mee: samen oud worden zit er per definitie niet in.

Lena: “Dat is een dramatisch gegeven, ja, een onweer dat voortdurend boven onze hoofden rommelt. Ik ben er obsessief mee bezig om Herman zo gezond mogelijk te laten leven.”

Brusselmans: “Maar het is wat het is: zelfs als ik 90 word - wat me niet zo waarschijnlijk lijkt - zal Lena maar 57 zijn.”

Lena: “De kans is reëel dat ik na je dood zelfmoord pleeg.”

Brusselmans: (lacht vertederd)

Lena: “Ik méén het. Ik weet natuurlijk wel dat zelfmoord een beladen thema is, en dat het de bron is van veel verdriet. Maar ik blijf vinden dat het net goed is dat je als mens de kans hebt om zelf over je leven te beslissen. En ik heb nog wel enkele familieleden en vrienden die het de moeite zouden maken om verder te leven, maar het zou toch een stuk moeilijker worden als Herman er niet meer is. Neen, ik zie niet in hoe ik na zo’n mooie, heftige relatie alleen verder zou kunnen. Hoe ik dat zou kunnen overleven. Voor mij is het heel eenvoudig: Herman is mijn man. Niemand anders. Hij is diegene met wie ik altijd zal samenblijven.”

Brusselmans: “Maar zul je dat ook nog zeggen als ik 75 ben, en de aftakeling toeslaat?”

Lena: “Ik kan me moeilijk voorstellen dat jouw brein ooit aan vitaliteit zal inboeten.”

Brusselmans: “Maar mijn lichaam misschien wel. Wat als ik in een rolstoel beland?”

Lena: “O, ik heb altijd gedroomd van een man in een rolstoel (lacht). Neen, ik maak me geen zorgen over het oud worden op zich. Ook niet over de seks, trouwens. Ik vind vrijen met Herman tien keer opwindender dan met iemand van mijn leeftijd. Net door die erectiepilletjes presteert hij veel beter.”

Onbeduidend vlekje

Herman, jij was 24 toen je een heel heldere, verstrekkende keuze maakte: voortaan zou je schrijven.

Brusselmans: “Nu nog vragen mensen me soms of ik toch niet liever een succesvolle voetballer was geworden - ik had indertijd best wel wat talent. Maar hoe pathetisch zou het zijn om daar nu nog naar te snakken? Ik heb in mijn leven slechts een paar grote keuzes gemaakt, maar die waren telkens heel weloverwogen. Dat geeft me een mentaal comfort: er is niets om spijt van te hebben.”

Lena: “Dat monomane schrijven van Herman vind ik heel fascinerend, én aantrekkelijk.”

Brusselmans: “Maar ik heb er wel altijd over gewaakt dat dat monomane niet schadelijk werd voor de mensen die me graag zien. Ik zal nooit tegen Lena zeggen dat ze zich stil moet bezighouden, omdat De Schrijver moet Schrijven. Als twintiger al had ik een hiërarchie in mijn hoofd, en daar heb ik altijd naar geleefd: op één de liefde, op twee het schrijven, en op drie al de rest.”

Herman koos ervoor om een schrijver te zijn, en niets anders. Is er iets wat jou zo definieert, Lena?

Lena: “Nee, ik ben net graag zo verdeeld mogelijk. Ik doe het liefst heel veel verschillende dingen.”

Brusselmans: “Je ziet het ook aan haar studieparcours: noem een richting, en Lena heeft ze gestudeerd.”

Lena: “Ik heb ook al veel verschillende baantjes gehad. Bij 11.11.11. en Amnesty International, onder meer. Maar in hun campagnes zag ik te weinig resultaten en te veel ijdeltuiterij. Ik heb ook op de studiedienst van de VRT gewerkt, maar dat ging helemaal nergens over. Ik wil met mijn voeten in de modder staan. Iets dóén in plaats van hele dagen te vergaderen. Ik geef nu privéles Nederlands, en dat vind ik fijn. En ik schrijf heel graag. Maar dat is natuurlijk geen optie als je vriend Herman Brusselmans heet.”

Brusselmans: “Je schrijft nochtans goed.”

Lena: “Zegt dus mijn vriend (lacht). Weet je wat het ook is: ik ben totaal niet ambitieus. Ik vind het fijn om de mensen rond me iets te laten lezen, maar ik verlang niet naar een groot publiek.

“Ik begrijp niet waarom zoveel mensen zo ambitieus zijn. Of toch: het is natuurlijk een vergeefse manier om te ontsnappen aan de onbenulligheid van een mensenleven. Maar ik kijk die onbenulligheid net graag in de ogen. Prima, toch, dat het allemaal niets uitmaakt? Dat je een onbeduidend vlekje bent dat na een jaar of tachtig weer vervaagt?”

Maar we hebben toch allemaal een illusie nodig? Er moet toch iets zijn dat ons elke dag uit bed brandt?

LENA: “Voor mij is dat de liefde: ik leef voor mijn relatie met Herman. Vroeger probeerde ik om mijn leven zo groot mogelijk te maken: véél sociaal contact, véél vrienden. Nu vind ik het net waardevol om van betekenis te zijn voor één iemand. Om dat ene kleine, sublieme leven te leiden.”

Brusselmans: “Het is precies zoals ik het wil: wij zijn altijd samen.”

Lena: “Ja: we leven in elkaars hoofd. En ik kan me écht niet voorstellen dat die liefde ooit gaat roesten.”

Herman Brusselmans, Achter een struik, Prometheus

Copyright Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden