Donderdag 14/11/2019

Interview

Henny Vrienten en zoon Xander: ‘Jij was de man die bij ons is weggegaan en met wie mijn leraren me steeds lastigvielen’

Als er iets is wat Henny en Xander Vrienten bindt, dan wel bass porn. Niet alleen in de documentaire Basmannen die vader en zoon samen maakten, maar ook dit gesprek droop van de opwinding die ‘zij’ – hun basgitaar – bij hun teweegbrengt. Hun hoogtepunt beleven ze ieder wel op hun eigen manier: vader vooraan op het podium, zoon in de luwte achteraan. Dit jaar doen ze het voor het eerst samen, als huisband in De wereld draait door. Vader bracht ook nog maar net Tussen de regels uit, de derde en laatste soloplaat van zijn gezongen autobiografie, en duikt in 2020 met Doe Maar weer de clubs in. In Henny’s Amsterdamse grachtenhuis zitten we boven zijn kamer vol gitaren aan een warme houten tafel met koffie en cake.

Henny Vrienten: “Als ik in bed weer eens naar websites met gitaren lig te kijken, zegt mijn vrouw dat ik verslaafd ben aan bass porn. Die vorm, die hals, de rondingen...”

Xander Vrienten: “Voor mij telt vooral wat je ermee kunt. Daar blijf je naar gissen tot je haar in je handen hebt.”

Henny: “Tot ze je eigendom is. Het is ook de droom, de belofte die je maakt als je voor een etalage staat... Ik deed het al toen ik 11 jaar was, daar staan en denken: ‘Als ik haar zou hebben, dán kan ik het, het ultieme.’ Maar er is altijd meer. Ik heb er vorige week wéér een gekocht.”

Xander: “En als je ze eenmaal in je handen hebt, is de passie om haar te bespelen zo groot dat je alles wilt weten: van welk hout en metaal ze is gemaakt, want elk detail heeft een invloed op hoe ze klinkt. Harder hout resoneert directer in je lichaam. Dat is fijn, maar ook weer níét, omdat ze daardoor haar geheim sneller blootgeeft. Zachter hout zinkt langzamer en dieper. Als de fysieke ervaring samenvalt met jouw gevoel, als ze klinkt zoals jíj het bedoelt... Dat is zo onbeschrijfelijk fijn.”

Genoeg! Ik ben in alle staten.

Xander: “(kan niet stoppen) Maar eigenlijk gaat mijn liefde voor de bas vooral over het gevoel van geborgenheid dat ze me geeft. Je gaat met je bas overal naar toe, naar elk optreden in welk land dan ook. Soms voel je je onderweg niet op je gemak, maar dan kun je altijd je bas nemen – je liefje – en daardoor is alles weer oké.”

Henny: “Ze sputtert ook nooit tegen. Je mag altijd op je bas.”

Jullie gaan niet op zoek naar dezelfde klanken, heb ik uit Basmannen begrepen.

Henny: “Je doelt op dat moment in Basmannen waarop Xander zijn nieuwe bas laat horen en ik zijn enthousiasme totaal niet begreep. ‘Ik hoor helemaal geen bas’, zei ik. Ik schaamde me dood toen ik dat terugzag. ‘Wat ben ik toch een lul’, dacht ik.”

Xander: “Je bent daar later wel op teruggekomen.”

Op je nieuwe plaat klinkt de muziek zoals in de jaren 50.

Xander: “Henny speelt er op een Framus-basgitaar uit die tijd, een corky basje dat niet solide klinkt, maar een beetje zweeft.”

Henny: “Dat is het geluid dat ik wilde. In dat laatste hoofdstuk van mijn gezongen autobiografie wilde ik terug naar het begin. Toen speelde ik in slechte bandjes, zonder stemapparaatjes en met zo’n lullig orgeltje – heb je dat beneden niet zien staan? Alle muziek heb ik op heel oude instrumenten gespeeld.

(tegen Xander) We gaan het niet de hele tijd over mijn plaat hebben, hoor.”

Op de eerste twee soloplaten speelde Xander bas. Waarom deze keer niet? Je speelt bijna alles zelf.

Henny: “Ik voelde gewoon dat dat zo moest zijn. Ik heb een heel andere manier van bassen dan Xander.”

Xander: “Die plaat draagt nu heel duidelijk Henny’s schriftuur. Alles klopt echt. Het is júíst dat ik niet meespeel. Dat klinkt nu misschien heel onbaatzuchtig, maar zo sta ik in de muziek: het belangrijkste is dat alles klopt.”

Jij bént ook wel onbaatzuchtig, volgens mij, iemand die de muziek of de band waarin hij speelt wil dienen.

Xander: “Misschien, ja. Muziek ligt me zo na aan het hart dat ik me niet goed zou voelen als ik zou spelen vanuit een verkeerde emotie – voor de aandacht of het geld. Dingen zijn natuurlijk niet altijd zo duidelijk. Soms kom je er pas tijdens of na het spelen achter dat er iets scheef zit. Maar – en dit klinkt misschien een beetje hippie-achtig – als er iets niet klopt, speel ik liever niet.”

Henny: “In Basmannen zijn we op zoek gegaan naar de ziel van de basgitarist. Daarbij gingen we uit van het romantische idee van de bassist die zichzelf wegcijfert en betrouwbaar is, als het fundament van de band.”

Zo is Xander.

Henny: “Zo is hij, ja.”

Ze zijn niet zoals de sologitarist, zeg je. Dat zijn de prima ballerina’s, de Mick Jaggers die vooraan staan te springen. Jij was eigenlijk een gitarist, jij staat ook wel graag vooraan op het podium. Dat jij bent gaan bassen, was omdat je als gitarist niet goed genoeg was.

Henny: “Klopt. Ik was vroeger eigenlijk nergens echt goed genoeg voor.”

Xander: “Als ik funk of soul speel, speel ik vaak heel veel noten en ben ik op mijn manier ook erg aanwezig, vind ik.”

Henny: “Dan gaat hij los.”

Maar jouw vader liet zich al vaak ontvallen dat hij zich niet zo aan een groep zou kunnen uitleveren zoals jij dat tot voor kort hebt gedaan bij Jett Rebel, de groep van Jelte Tuinstra.

Henny: “Nee, dat kan ik niet. Zeker niet zo lang. Toen ik in de begeleidingsband van Boudewijn de Groot speelde – hij was mijn eerste werkgever – had ik er na een tournee altijd genoeg van. Toen ik daarna ben gaan meedoen in het bandje van Ernst Jansz (oprichter van Doe Maar, red.), waar Ernst altijd alles zong, ben ik gewoon voor hem gaan staan en heb ik hem, zeg maar, weggezongen. Hij noemt mij altijd zijn koekoeksjong – con amore, hoor, maar het was wel zo. Ik ben meer aanwezig dan Xander en had, vooral vroeger, een geweldige bewijsdrang. Dat is gelukkig een beetje weg.”

Xander: “Toen je Jelte leerde kennen, herinner ik me dat je zei: ‘Blijf maar bij die jongen in de buurt.’ Jelte heeft ook die bewijsdrang van mijn vader, die urge om vooraan te staan. Ik heb dat niet. Al doe ik steeds vaker ook een stapje naar voren.”

Ben je daarom weggegaan bij Jett Rebel?

Xander: “Eigenlijk wel. Dat was niet simpel. Jelte heeft een gigantische rol gespeeld in mijn leven. We zijn samen muzikaal opgegroeid, hebben elkaar geduwd en getrokken naar de plek waar we nu zijn. Maar hij stond altijd vooraan. Hij ving de klappen op, maar kreeg ook de lof. Ik vind het best eng, maar ik denk dat het gezond is om nu achter hem vandaan te komen. Jelte snapte dat gelukkig, hij is heel liefdevol met mijn beslissing omgegaan.”

We merken dat Henny’s gedachten afdwalen terwijl Xander aan het vertellen is.

Verveel je je? Dwalen daarom je gedachten af?

Henny: “Neen, neen! Ik verveel me helemaal niet. Maar ik dwaal af, ja. Dat is heel wezenlijk wat je daar zegt. Dat is waar jij als kind veel last van had, hè, Xander, van een afdwalende vader?”

Zoiets zei je in Basmannen ook. Als je vroeger luisterde naar ‘Pa’ van Doe Maar, het nummer van Henny over zijn vader die niet veel aandacht voor hem had, dacht jij altijd: ‘Waarom doe jij dan nu hetzelfde, klootzak?’

Xander: “Klopt. (lacht)

Henny: “We moeten voor De wereld draait door nieuwe liedjes schrijven, en ik zat nu even te denken, Xander: dat nummer van vandaag moet niet in mineur, maar in majeur zijn.”

Xander: “Dat is het! Ik heb dat nummer ook al drie keer opnieuw geschreven.”

Is het waar, Xander: heb je last gehad van een afdwalende vader?

Henny: “Mijn jongere kinderen verwijten me dat ook. Soms hoor ik mijn ene zoontje tegen het andere zeggen: ‘Zeg maar niets, want hij hoort je toch niet.’ (lacht)

Xander: “Vroeger nam ik dat persoonlijk op. Later ben ik gaan begrijpen dat het niets met mij te maken had, maar dat het bij zijn vakmanschap hoort. Als ik hem iets belangrijks wilde zeggen, maar hij gaf niet thuis, leerde ik om te zeggen: (knipt met zijn vingers) ‘Wakker worden!’ Of ik dacht: ‘Ik vraag het over twee weken wel, als hij weer ruimte in zijn hoofd heeft.’”

Henny: “Xander is zo’n verstandige man. Hij kiest zijn woorden ook zo mooi en zorgvuldig. Ik ben altijd veel onstuimiger en meer uitgesproken geweest. Ik zei de dingen ook als ik wist dat ze niet in goede aarde zouden vallen. In bandjes deed ik dat ook: ‘Je moet dat niet zo doen, maar zó!’ Ik heb gewoon een grote bek.”

Xander: “(lacht) Je chargeert ook graag, je vindt het leuk om te fucken.”

Henny: “Ja, vooral als ik denk: ‘Wat wordt het hier saai.’ Als ik die brutaliteit en dat eeuwige ‘mijn gelijk zoeken’ niet had gehad, denk ik niet dat ik hier nu zou zitten. Het hoort bij mij dat ik op de juiste momenten in mijn leven de regie in handen nam. Ik doe dat nog steeds. Ik ben vijf jaar geleden van het ene moment op het andere gestopt met filmmuziek te schrijven. Ik wilde weer spelen. En zie: volgend jaar speel ik tachtig keer.

“Ik heb ook altijd wel laten doorschemeren dat Xander meer van zichzelf moet laten zien. Ik roep al jaren dat hij moet gaan schrijven. Ik ben een romanticus, hoor, maar ik ben ook pragmatisch. Je moet er altijd voor zorgen dat je goed in de markt ligt. Niet zozeer vanwege de knikkers, maar als je zelf schrijft en componeert, krijg je meer aandacht, en die geeft je veel meer armslag om te doen wat je wilt. Ik zeg dat omdat ik denk dat je het kunt.”

Xander: “Dat schrijven vóél ik gewoon nog niet. Jij praat helemaal vanuit jouw perspectief, pa. Je moet je in mij proberen te verplaatsen als ik zeg: ‘Dat klopt nog niet met mijn leven.’”

Henny: “Je hebt helemaal gelijk.”

Xander: “En wat die knikkers betreft: ik zorg praktisch mijn hele volwassen leven al voor mezelf. Ik ben misschien minder pragmatisch dan jij, maar ik voel me goed.”

Jullie zijn natuurlijk volkomen verschillend opgegroeid. De gitaar van 125 gulden die jouw moeder voor je kocht, Henny, heeft ze twaalf maanden lang moeten afbetalen. Xander, jij moest van je vader een nummer van Miles Davis uit je hoofd leren om een prachtige jazz bass te krijgen.

Henny: “(lacht) Dat is waar.”

Xander: “Het is natuurlijk onbetaalbaar dat ik zo veel kansen kreeg.”

Henny: “Ik heb nooit geld van mijn ouders gekregen, of toch niets om mee te starten toen ik thuis wegging.”

En je zag als kind hoe de boodschappen niet altijd betaald konden worden.

Henny: “Ook waar. Die moesten dan op de lat gekocht worden. Ik wist dat mijn moeder dat heel erg vond en zich daarvoor schaamde. Een van mijn motieven is altijd geweest: ‘Dat gaat mij niet overkomen.’”

Ben je niet bang om ooit niet meer voor jezelf te kunnen instaan, Xander?

Xander: “Ik wil me niet laten leiden door angst. Vroeger heb ik dat wel gedaan. Vooral de angst over hoe ik me tot mijn vader moest verhouden, heeft mijn leven meer dan ik wilde bepaald.”

Jij wilde lange tijd per se géén bas spelen.

Xander: “Dat verhaal is wel een beetje een eigen leven gaan leiden, maar het klopt dat ik, vooral net na de scheiding van mijn ouders, heel boos was dat het met ons gezin was misgelopen. En omdat ik bij mijn moeder woonde, richtte mijn vizier zich op Henny. Zo’n scheiding is natuurlijk voor iedereen heftig. Alleen zat ik ook nog eens op de middelbare school, en daar vond elke docent het superinteressant dat Henny mijn vader was. Ze maakten daar voortdurend allusies op.”

Henny Vrienten (links): ‘Mijn generatie ging de wereld verbeteren, maar dat hebben we niet gedaan. We lagen stoned in een hoek, vreeën en maakten muziek. En nu stoten we het meeste CO2 uit en hebben we het meeste geld op de bank.’

Klopt het dat de meisjes die jij leuk vond het alleen maar over je vader hadden?

Xander: “Dat is maar één keer gebeurd.”

Henny: “Eén keer maar?! O, wat jammer. (schatert)

Xander: “Maar als je je niet goed in je vel voelt, boos bent en zelf ook een muzikaal leven leidt, begrijp je dan niet dat je in zo’n situatie onbewust denkt: ‘Die man, die bij ons is weggegaan en met wie mijn leraren me steeds lastigvallen, speelt bas, dus dat ga ik zeker níét doen’?”

Henny: “Mijn jongste zoon Melle speelt ook gitaar. Zijn leraar had tegen hem gezegd: ‘Je techniek is beter dan die van je vader.’ Daarna zei Melle heel schromelijk tegen mij: ‘Je bent toch niet boos, hè, pap?’”

Xander: “Ik wil me door dergelijke angsten niet meer laten leiden. Ook niet door de angst om niet rond te komen. Lukt dat niet meer, dan ga ik wel dozen inpakken in een loods, zoals een van mijn beste vrienden nu doet. Hij is een topmuzikant, maar had het even helemaal gehad met het wereldje. Hij heeft zich er een halfjaar uit teruggetrokken om zichzelf weer te kunnen voelen, en speelt nu weer de mooiste noten. Op die manier wil ik in het leven staan.”

Henny: “Ik ben tot op heel hoge leeftijd bang geweest dat men mij niet meer zou vragen – ook al maakte ik muziek voor honderden films. Altijd was er die angst: ‘Misschien houdt het straks op. Wat dan? Ik kan niets anders. Hoe moet ik dan voor mijn kinderen zorgen?’ Dat is nu voorbij. Ik ben 71. Je moet toch een keer ophouden.”

Je wilt toch helemaal niet ophouden? ‘Alleen op het podium leef ik’, zei je al herhaaldelijk.

Xander: “Je speelt meer dan ooit! (lacht)

Henny: “En veel beter ook, vind ik zelf.”

Jij zult in het harnas sterven.

Henny: “Maar nu nog niet. Al zou het natuurlijk fijn zijn voor jouw werkgever als ik nu zou omvallen. (lacht)

Xander: “Ik vind het prachtig dat hij nog steeds speelt. Nu ook elke dag in De wereld draait door.”

Henny: “Heel leuk, maar je weet waarom ik, de pragmaticus, het ook doe, hè. Niet voor het geld, maar omdat ik er zeven liedjes van mijn nieuwe plaat mag laten horen. Waar vind je in deze tijd nog zo’n podium? En dat ik samen met mijn zoon kan spelen, vind ik helemaal geweldig.”

Xander: “Toen ik stopte bij Jett Rebel, heb ik meteen van alle kanten vragen gekregen, en ik heb nu allerlei projecten lopen. Zo ga ik onder meer in de Amsterdamse Westergasfabriek elke maand een concert organiseren – ik nodig een artiest uit, vorm een band om hem of haar en speel dus zelf ook mee. Maar De wereld draait door vind ik nu het allerleukste. Omdat het zo klopt.”

Henny: “Deze vrijdag doet mijn oudste zoon, Polle (lid van het cabaretkwartet Herman in een bakje Geitenkwark, red.), ook mee.”

Die wilde toch nooit in beeld komen, laat staan met jou op een podium staan?

Henny: “Dat is waar. Hij is een heel zuiver man. Hij wil koste wat kost nooit gebruikmaken van mijn naam. Maar ik heb hem gezegd: ‘Jij maakt geen gebruik van mij, ik maak gebruik van jóú! Want jij kunt ontzettend goed zingen. Je moet uit je schulp komen. Je moet je laten zien.’”

Waarom zijn je zonen allemaal zo begaan met zuiverheid en ‘dat dingen moeten kloppen’?

Xander: “Daar kan ik een hoop op zeggen, maar uiteindelijk heeft het natuurlijk allemaal te maken met dat opgroeien in een gezin waarin iemand bekend is. Als je dan ook een muzikaal leven hebt, is het heel belangrijk om te voelen dat de muziek die je maakt echt van jóú is.”

Henny: “Jij hebt jarenlang je achternaam niet genoemd.”

Je had ook gewoon geen muzikant kunnen worden.

Xander: “Ik heb naar mijn gevoel nooit de keuze gemaakt om muzikant te worden. Het is gewoon zo gelopen. Ik speelde enkele concerten, en toen nog een paar, en opeens was ik alleen nog maar muziek aan het spelen, terwijl ik eigenlijk van plan was om ooit nog rechten of antropologie te gaan studeren.”

Als kind van 4 luisterde je altijd naar Bach terwijl je in je eentje aan het spelen was.

Henny: “Dat is echt waar. Jarenlang hoorde ik de klanken van Bach uit zijn kamer.”

Xander: “Ik was eens met mijn opa naar het concertgebouw geweest en had thuis gezegd dat ik de muziek van Bach mooi vond. Meteen kreeg ik allemaal tapejes en cd’s – zoiets werd bij ons thuis natuurlijk enorm aangemoedigd. Ik was erg geboeid door noten. Het intrigeerde me dat die noten altijd hetzelfde waren, maar dat ik er toch steeds iets anders in hoorde. Ik ben eerst viool gaan spelen, dan altviool en daarna gitaar. Maar toen ik uiteindelijk een basgitaar vastpakte, heb ik die nooit meer losgelaten.”

Je hebt het conservatorium niet afgemaakt.

Xander: “Neen. Er was van alles dat botste. Ik had een rare techniek van spelen: ik trok heel hard aan mijn snaren, uit een soort noodzaak om ergens doorheen te breken. Op het conservatorium zeiden ze meteen: ‘Dat moet je niet doen.’ Ik kreeg er technieklessen, leerde er mijn vingers juist zetten – daar heb ik nog steeds heel veel aan. Maar wat ik op den duur vooral wilde, was die eigen manier van spelen terugvinden. Het grootste verschil tussen Henny’s manier van spelen en de mijne is nog steeds dat hij echt helemaal vanuit zijn guts speelt.”

Henny: “Ik kan niet anders. Ik heb mezelf alles moeten leren. Toen ik gitaar begon te spelen, was er in Nederland zelfs nog geen basgitaar te koop. Ze zijn in de jaren 50 in Amerika versterkte gitaren gaan maken omdat je in de big bands de akoestische gitaren niet meer kon horen. En de contrabassen ook niet. In Basmannen heb je toch gezien dat in die tijd de meesten hun eerste basgitaar zelf maakten. Er waren toen ook geen leraren die basgitaarles gaven. En YouTube bestond ook nog niet. Mijn zoontjes horen een nummer, vinden op YouTube meteen iemand die uitlegt hoe je de baslijn speelt en kunnen het in no time zelf ook. Dat zou ik ook wel gewild hebben.”

Xander: “Maar die authenticiteit van jou is onbetaalbaar. Die baslijn van ‘Doris Day’ is zo raar.”

Henny: “Ja, ik snap nu ook niet meer hoe ik daar ooit ben opgekomen.”

Xander: “Maar precies daarom is het zo’n hit geworden. Volgens mij voelen mensen wanneer iets authentiek is. Dé kritiek op deze tijd is dat alles zo op elkaar lijkt, maar in Nederland zijn er jonge gasten die heel originele dingen doen. Zoals Ronnie Flex, die met een heel eigen geluid kwam, door in zijn studio met de autotune te zitten kutten.”

Henny, jij zei vaak: ‘Als ik nu muziek zou maken, zou het hiphop zijn.’

Henny: “De taal en de noodzaak daarvan vind ik vaak erg goed, en ik hou van de directheid van de teksten. Dat is waar ik ook naar streef als ik schrijf. Maar muzikaal kom ik niet aan mijn trekken. Ik vind het te makkelijk. Ik ben natuurlijk muzikaal bewust geworden in een ander tijdperk. Het was het moment waarop de muziek aan het scharnieren was van puur mooie melodie naar meer ritme en beat. Maar in de jaren 70 en 80 bleef de melodie wel overeind. Nu is die vaak helemaal verdwenen. (zet opeens heel monotoon Drake’s ‘God’s plan’ in) ‘That they wishin’ and wishin’ and wishin’ and wishin’...’ (naar Xander) Hoe heet die man ook alweer? Drake, hè. Klinkt goed, hoor, maar waar is de melodie?

“T.S. Elliot, mijn favoriete dichter, zegt dat er alleen maar vernieuwing kan zijn als je de traditie goed kent. Ik vind dat vreselijk waar en voel die kennis bij de huidige vernieuwers vaak niet.”

‘Als je weet waar je vandaan komt, kun je overal naartoe’, zing je in ‘Karnemelk met bitterkoekjes’.

Henny: “Precies. Dat gaat daarover.”

Je hebt het in dat nummer ook over het nest waar je uitkomt. Over hoe je op je kamer boeken verslond, hoe je lieve moeder riep dat je moest komen eten. Over je vader gaat het niet, hij was streng en onbereikbaar. Komt daar, als ik Freud er even mag bijhalen, je hunker naar aandacht vandaan?

Henny: “Ik kreeg veel liefde en aandacht van mijn moeder. Mijn vader neem ik niets kwalijk, maar hij was een boerenzoon die op late leeftijd dacht: ‘Ik zal nu maar trouwen, anders moet ik straks alles alleen doen.’ Hij wist gewoon niet hoe het moest, liefde tonen, ook niet tegenover zijn kinderen. Dus hield hij zich een beetje afzijdig van ons, en de schaarse keren dat hij ons aanraakte, ging het er heel hoekig en hard aan toe. Hij was bang om te knuffelen. Ik heb hem maar één keer geknuffeld, toen hij op zijn sterfbed lag en niet meer kon tegenstribbelen. Hij schrok zich helemaal dood. (naar Xander) Wij zijn anders, toch? Wij zijn knuffelaars.

“Kinderen bestonden in die tijd ook eigenlijk niet. Je had gewoon het pad te volgen van je ouders en de kleren te dragen die zij kozen, punt. In de jaren 60 is de breuk gekomen en zeiden we: ‘Wij zijn er ook!’ We hingen gitaren om onze nek en lieten van ons horen.”

Je wilde aandacht, ‘een warme plek / het liefst in een bed vol tedere handen’, zing je in ‘Paradijs verloren’.

Henny: “Ja. Twee was niet genoeg. (lacht) Ik denk dat ik in het begin een geweldige geldingsdrang had, en dat ik helemaal níét wilde weten waar ik vandaan kwam. Dat ik allerlei gemis aan het compenseren was, zonder dat ik daarbij wilde stilstaan, ook al voelde ik ergens wel dat ik op een verkeerd pad zat. Maar nu, wetende dat er minder jaren voor me liggen dan achter me... Weet je, het is heel simpel: ik kan nu eerlijk over mezelf zingen omdat het me geen reet meer interesseert wat mensen van me denken. Terwijl dat vroeger heel erg belangrijk was. Ik hoef ook niet meer zo nodig te laten zien dat ik niet van de straat kom. Dat is voorbij. Dit is wie ik ben, denk ik nu, en meer gaan jullie niet krijgen. (naar Xander) Snap je je oude vader een beetje?”

Xander: “Zeker, pap. Zeker. Weet je, ik denk dat ik nu het lef heb om uit de schaduw van Jelte te treden omdat ik eindelijk ook gewoon ‘omarm waar ik vandaan kom’, omdat ik er geen punt meer van maak dat ik ‘de zoon van’ ben, en heel rustig kan doen waar ik achter sta.”

In ‘Paradijs verloren’ zing je nog: ‘We zaten op Perzische tapijten / bij kaarslicht en wierook en muziek / we zogen relaxed aan de waterpijpen / soms werden we high, soms werden we ziek / we zaten ook aan elkaars vriendinnen / dat mocht toen, dat hoorde bij die tijd’. Zou je dat graag hebben meegemaakt, Xander?

Xander: “Absoluut. Dat lijkt me wel wat. (lacht)

Henny: “Jonge muzikanten vragen me vaak: ‘En hoe was dat nu, die jaren 70?’ En dan zeg ik natuurlijk: ‘Nou, dat was wel wat.’ Maar de echte verhalen zitten in mijn hoofd, die geef ik moeizaam prijs. Ik ga mijn familie en vrienden niet nodeloos kwetsen.

“Bovendien zing ik ook: ‘We dachten de wereld te verbeteren / maar lagen beneveld in een hoek / Nu is het voorbij, zijn we oud en versleten en mijn idealen zijn hopeloos zoek’. Daar komt het uiteindelijk op neer: dat we het níét hebben gedaan. We lagen stoned in een hoek, vreeën en maakten muziek. En de mensen die toen de wereld wilden verbeteren, stoten nu het meeste CO2 uit en hebben het meeste geld op de bank. Inclusief ikzelf.”

Henny Vrienten: ‘Mijn vader wist niet hoe het moest, liefde tonen, ook niet tegenover zijn kinderen. Wij zijn anders, toch? Wij zijn knuffelaars.’

Hoe is het nu gesteld met je idealen?

Henny: “Nou, ja. Laat ik het zo samenvatten: ik heb een links hart en een rechtse portemonnee. Niet opschrijven! Dat is een grapje.”

Xander: “Neen, je zegt het juist heel goed. Je stemt links, tégen je eigen portemonnee. Maar ik ben heel trots dat mijn vader tegen zijn eigen belangen stemt. Ik zeg dat vaak in de kroeg en nu zeg ik het tegen jou. Wij doen dat allemaal. We beseffen dat het zo echt niet verder kan.”

Henny: “Ik heb veel bewondering voor hoe bewust jonge mensen met het leven en hun opties omgaan. Het zijn echt betere tijden nu.”

Zoon Teun stormt binnen, zegt zijn vader goedendag en verdwijnt weer.

Speelt hij ook gitaar?

Henny: “Ja. Zijn gitaarleraar zegt dat hij een gitarist is, maar hij vergist zich. En Melle is ook een bassist. Hij heeft sinds twee weken een bas en zit nu als een idioot te bassen.”

Is het iets genetisch, denk je? Of is samen bassen misschien de beste manier om met jou te communiceren?

Xander: “(lacht) Ongetwijfeld.”

Henny: “Polle is eigenlijk ook een bassist. Hij zingt altijd de baspartij.”

Xander: “De partijen voor de bas zijn ook altijd het mooist, vind ik. Bach schreef ook prachtige baspartijen. ‘De beste aller tijden’, zei jij laatst nog, hè, pap?”

Henny: “Klopt.”

Ik hou ook van bas. Daarin hoor je het hart van de muziek.

Henny: “Maar toch horen de meeste mensen dat niet. Dat is jammer.”

Xander: “Pf, dat is hun gemis.”

Henny: “En ons gewin. Hun gemis en ons gewin, dat is een mooie.”

Is je gezongen autobiografie met Tussen de regels nu af?

Henny: “Ja. Ik denk echt dat dit mijn laatste plaat is, en met Doe Maar gaan we er ook zeker geen meer maken. Al weet je met mij natuurlijk nooit.”

Je gaat met Doe Maar wel weer de baan op in 2020.

Henny: “Klopt.”

Wiens idee was dat?

Henny: “Het mijne, vrees ik. Ik speel zo graag.”

Xander: “Hun optreden in Carré was echt van het beste dat ik al gezien heb. Jullie waren zo aan het grooven.”

Henny: “Het moet wel goed zijn. Als we de nummers een octaaf lager moeten spelen omdat we het niet meer halen, stop ik ermee. Ik wil niet als een nachtkaars uitgaan. Daar ben ik te trots voor. Ik reken erop dat mijn kinderen het tegen me zeggen als het niet goed meer klinkt.”

Durf je dat, Xander?

Xander: “Ja. Als je van iemand houdt, ben je eerlijk. Ik heb al een keer tegen je gezegd: ‘Dit kan beter.’ Weet je nog?”

Henny: “Neen. Dat ben ik vergeten.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234