Dinsdag 15/10/2019

Interview

Helena (17), dochter van Christophe Lambrecht: ‘Ik heb hem altijd bij me’

Helena Lambrecht: ‘Papa zal nooit echt gestorven zijn: ik heb hem altijd bij me. Wanneer het pessimisme het van me overneemt, denk ik soms: ‘Iets meer papa zijn, Helena. Iets meer papa zijn.’’

De mooiste zomer in een mensenleven hoort die in het niemandsland tussen 17 en 18 te zijn. Helena Lambrecht wordt deze week 18, en had dus uitzicht op zo’n zomer. Maar op zondag 5 mei verloor ze wat haar het dierbaarst was. Christophe Lambrecht – de warmste stem van Studio Brussel, maar vooral: haar papa – zou gaan joggen, toen zijn hart zonder voorafgaand overleg een wilde staking afkondigde. Hij was 48, en nog lang niet klaar met leven.

“Ik keek er enorm naar uit: die laatste zomer als puber, en dan húp, het volle leven in. Maar het is dus helemaal anders gelopen. Ik heb nog geprobeerd om er iets moois van te maken, maar ik kan mezelf maar beter niet voorliegen: dit is de verschrikkelijkste zomer van mijn leven.

“Na de dood van papa ben ik vooral heel boos geworden. Ik heb altijd erg geloofd in het lot: de dingen lopen zoals ze moeten lopen. Maar toen papa stierf, dacht ik: als dít is hoe de wereld draait, als dít mijn leven is, laat het dan maar. Fuck het lot. Je denkt dat drama iets is dat anderen overkomt, hè. Tot het in jouw leven gebeurt.

“Ik voelde een grote woede, en kon niets meer aanvaarden van anderen. Ik werd kwaad op mensen die zeiden dat ze me graag zien, dat ze me wilden helpen, dat we ons er samen door zouden slaan.

“In die eerste maanden heb ik nauwelijks gehuild, terwijl dat nu bijna dagelijks gebeurt. De woede is weg, en vervangen door wild verdriet. Dat slaat altijd het hevigst toe op de momenten waarop ik er niet beducht voor ben. Het is een stralend mooie dag, alles loopt lekker en bám, dat vreselijke verdriet kletst me in het gezicht. Onlangs was het papa’s verjaardag. Dat was een ontzettend moeilijke dag. Hoe absurd is dit nu, dacht ik. We vieren zijn verjaardag, maar hij is er zelf niet bij.”

De dood van je papa lokte een schijnbaar eindeloze rouwstoet van reacties uit. Van mensen die hem kenden, maar ook en vooral van luisteraars die innig meetreurden. Voelt dat niet vreemd, je verdriet zo moeten delen?

“Het was net een enorme steun, en het bevestigde wat ik al zolang voelde: dat mijn papa een prachtige man was. Ik snapte al dat verdriet. Voor veel mensen was hij de perfecte radiomaker, voor anderen de perfecte vriend, en voor mij de perfecte papa.

“Iedereen heeft ook recht op verdriet, toch? Je kunt het niet claimen als iets dat alleen van jezelf is. Maar het is waar: mijn papa zou het allemaal niet begrepen hebben. ‘Doe eens normaal! Het gaat maar over mij, hoor.’ Dat was zo mooi aan hem: in al zijn onzekerheid besefte hij niet dat er zo veel mensen waren die hem geweldig vonden, zo veel mensen die van hem hielden.”

Gek toch: bullebakken hoor je zelden aan zichzelf twijfelen. Lieve en zachte mensen wel.

“Net de mensen die zich het minst zorgen moeten maken over wie ze zijn, doen dat wel. Iedereen vond mijn papa attent, zachtaardig en warm. Maar zelf maakte hij zich voortdurend zorgen: ‘Ben ik wel goed genoeg? Tof genoeg? Interessant genoeg? Voldoe ik als vriend? Als partner? Als papa?’ Dat is heel herkenbaar: ik heb die onzekerheid óók.”

Zijn stem suggereerde wie hij was.

“Veel mensen zeiden dat: dat hij zo’n diepe, warme radiostem had, en dat die zijn persoonlijkheid weerspiegelde. Zelf had ik daar nooit echt bij stilgestaan. Ik hoorde die stem al mijn hele leven: voor mij was ze geen attractie meer. Maar als mensen me zeggen dat er een práchtig geluid uit zijn keel kwam, neem ik dat graag aan. (lacht)

Je papa presenteerde jarenlang Music@Work, dat fijne voormiddagprogramma dat geen last had van wispelturigheid. Hij schoof de muziek vooruit, niet zichzelf.

“Papa was een heel dienstbare radiomaker. Hij is ook nooit zo’n echte mediafiguur geworden – de spotlights hoefden voor hem niet. Het interesseerde hem niet om de populaire gast te worden. En ironisch genoeg is hij op die manier net héél populair geworden.”

Hij was een van de drie sterren in die epische eerste editie van Music for Life, in 2006. En in mijn herinnering deed hij dat fantástisch.

Music for Life was vintage papa: samen met twee van zijn vrienden – Tomas De Soete en Peter Van de Veire – steengoede radio improviseren die de wereld een klein beetje beter maakte. Ik was toen vijf en herinner me alleen het moment waarop hij uit het Glazen Huis kwam. Later heeft hij nog vaak de regie gedaan van Music for Life, en dan vroeg ik hem weleens of hij zelf niet nog eens wilde presenteren. Maar dat hoefde niet: papa vond het fijn om te doen waar hij goed in was.”

Hij wilde vooral mooie plaatjes draaien. Want dat was zijn passie: muziek.

“O, ja. Hij was een encyclopedie. En vooral: hij kon een liedje, een plaat of een artiest ook echt helemaal doorgronden. Papa was een van die zeldzame mensen die echt naar de tekst van een liedje luisteren. Hij heeft mij veel moois leren kennen, maar omgekeerd ook. We stuurden elkaar voortdurend dingen door: ‘Check dit eens! Beluister dat eens!’ Het is zelfs een paar keer gebeurd dat hij op de playlistvergadering van Studio Brussel een liedje voorstelde dat ik hem had leren kennen.

“Papa had ook een afspeellijst op Spotify voor me gemaakt – ‘Topdochter’ heet die. Daar parkeerde hij de liedjes die ik absoluut moest kennen. Zijn oude favorieten, uiteraard, maar toch vooral veel hedendaagse dingen: hij hield van techno en house.

“Die liefde voor muziek – intens blij worden omdat een artiest het liedje gemaakt heeft dat jij op dat moment nodig hebt – verbond ons. Als hij Bruna, mijn jongere zus, ergens moest ophalen, ging ik vaak mee, alleen maar omdat ik wist dat we dan in de auto samen naar muziek zouden luisteren.

“Een van de laatste berichtjes die hij me stuurde, ging over ‘When the Party’s Over’ van Billie Eilish. Dat moest ik absoluut horen, vond hij: zo’n grave griet, van mijn leeftijd bovendien, en met zulke sterke teksten! Op Pukkelpop ben ik samen met mijn stiefmama en mijn zus naar Billie Eilish gaan kijken – dat was heel emotioneel.”

Je ging samen met je papa naar festivals.

“Mijn eerste was Rock Werchter, twee jaar geleden. We hebben toen samen gekampeerd. Hij moest daar ook draaien, en dat was zó leuk: ik stond te kijken naar een wei die helemaal uit de bol ging voor mijn papa. Ik vond het heerlijk om hem zo te zien shinen: ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

“Op Pukkelpop hebben we vorig jaar ook een dag samen doorgebracht. De volgende ochtend belde hij me. Hij was heel emotioneel, en zei: ‘Helena, dit was één van de mooiste dagen uit mijn leven.’ En dat wás zo! Die dag met ons tweetjes was zo mooi geweest, zo harmonieus, zo liefdevol.”

Ik zie het niet veel vaders doen, zo’n dag beleven met hun dochter, en daarna ook uitspreken hoe gelukkig ze ervan werden.

“Bij ons was dat een logisch gevolg van hoe mijn ouders met mijn zus en mij omgingen. De klassieke hiërarchie – mama en papa die weten hoe het moet, de kinderen die horen te volgen – bestond niet. Dat betekent niet dat ik gewoon mijn zin kon doen: papa benadrukte altijd dat hij mijn vader was, en dus moest sturen en bijsturen. Maar hij voegde er altijd aan toe dat hij ook mijn beste vriend wilde zijn. En dat was hij.

“Ik had een heel uitzonderlijke band met mijn papa. Het hielp natuurlijk dat hij geen enkel probleem had om zich in te leven in mijn wereld. Sommige mensen zijn op hun twintigste al oud, maar mijn papa is op zijn achtenveertigste gestorven als een jonkie.”

Ik heb zelf een dochtertje van vier. Als ik ooit voor haar kan betekenen wat je papa voor jou betekende, dan zal ik ontzettend gelukkig zijn.

“Onlangs zei iemand me hetzelfde: ‘Ik hoop voor mijn dochters op zijn minst een béétje de vader te kunnen zijn die Christophe voor jou was.’ Ik vind het prachtig om dat te horen. Omdat het zo mooi was, hoe mijn papa en ik met elkaar omgingen, en omdat dat blijkbaar geen evidentie is. Want vrienden zeiden me vaak dat ze jaloers waren op de band die ik met mijn vader had. Zo’n uitspraak kon ik dan alleen maar omarmen.

“Hij had het ook helemaal niet moeilijk om zijn gevoelens uit te spreken. ‘Love you!’, ‘Ik hou van je’: dat rolde heel vanzelfsprekend uit zijn mond. Daar ben ik zo blij om, dat ik nooit uit subtiele signalen heb moeten interpreteren dat mijn vader van me hield. Hij zei het gewoon, keer op keer, en het was écht. We hadden geen geheimen voor elkaar.”

Maar je kunt toch onmogelijk alles delen met je papa? Het experimenteren dat bij de tienerjaren hoort, de vriendjes, het seksuele ontluiken: daar hou je een vader toch liever buiten?

“Neen. Ik had geen enkel geheim voor mijn papa. Geen énkel. Daar ben ik nu, na de tragedie, zo blij om: ik heb hem altijd alles eerlijk gezegd. Ruzies met vriendinnen, gedoe met vriendjes – hij kende elk detail van mijn leven. We vertrouwden elkaar, en konden niets verborgen houden voor de ander. We praatten veel, maar eigenlijk hadden we maar weinig woorden nodig.”

Voelde je nooit de behoefte om een beetje te rebelleren?

“Ik zie mijn vrienden soms strijd voeren met hun ouders. Dat begrijp ik, maar ik kon alleen maar trots zijn op mijn papa. Ik voelde nooit schaamte: ik vond het net fijn om mijn vader voor te stellen aan mijn vrienden. Op Plein Publiek (feestlocatie in Antwerpen, red.) hebben mijn vriendinnen en ik de avond van ons leven gehad. Mijn papa was er dj, en we stonden er te shaken op de muziek die hij draaide. Hij heeft me toen nog van het podium gejaagd omdat hij het beu was dat ik maar selfies bleef maken. (lacht)

‘Onlangs zei iemand: ‘Ik hoop voor mijn dochters een béétje de vader te kunnen zijn die Christophe voor jou was.’ Ik vond het prachtig om dat te horen.’

“Wanneer papa moest draaien en ik ergens ging feesten, gebeurde het vaak dat hij me ’s nachts kwam ophalen. Dat waren onze gestolen momenten: ’s nachts in de auto, een beetje babbelen, muziek luisteren… Twee dagen voor zijn dood hadden we nog zo’n avond. We hebben toen selfies gemaakt in de auto. Dat was echt weer zo’n moment van geluk – het laatste samen.”

Jullie begrépen elkaar. Was dat het?

“Ja. Ik ben een kopie van mijn papa. Toen we zijn verjaardag vierden, zeiden Sofie Lemaire en Siska Schoeters me hoe zot het is dat ik zo op hem lijk – ze vonden geen enkel verschilpunt. Net dat maakte het zo makkelijk om met hem te communiceren. Ik herkende me in mijn papa, en mijn papa herkende zich in mij. We begrépen elkaar, ja. En daardoor ben ik nu niet alleen mijn papa kwijt, maar ook mijn soulmate, mijn beste vriend. In een halve seconde is het meest substantiële deel van mijn leven gestolen.”

Je papa was heel gevoelig. Jij dus ook?

“Je kon het lezen in zijn ogen, hè. We werden beiden weleens overrompeld door het leven. We hadden het soms moeilijk om de dingen in het juiste perspectief te zetten: een kleinigheid, een stom detail kon ons helemaal uit evenwicht brengen.

“Papa zei me vaak: ‘Je moet je niet zo hard laten gaan in je verdriet.’ En hij had gelijk. Het kon soms helemaal goed zitten in mijn leven, en toch zakte dan door een klein tegenslagje alle grond onder mijn voeten weg. Sinds zijn dood relativeer ik álles. De dingen lijken plots niet meer zo erg als voorheen. Het is alleen stom om dat op die manier te leren. Soms denk ik: ‘Kon ik nog maar om een kleinigheidje janken.’ Dat kon papa ook goed: huilen, zonder er beschaamd om te zijn. Dat doet veel met een kind, hoor, een papa die zonder gêne z’n gevoelens toont: als hij kwetsbaar kan zijn, kan jij dat ook.”

Kwetsbaar kan ook héél kwetsbaar zijn. In 2015 verdween je papa plots uit de ether. Hij zoende met de del die depressie heet.

“Ik geloof dat iedereen het weleens meemaakt, het moment waarop alles in elkaar stuikt. Alleen was het bij papa wel heel heftig. Maar hij is daar keigoed uitgekomen. Dat is misschien wel zijn indrukwekkendste prestatie geweest: alles kleurde zwart, maar hij vocht zich er in zijn eentje uit.”

Dat is het linke aan depressie: hoe goed je ook omringd bent, je moet het zélf doen.

“Ja, en daarom was het ook de enige periode waarin papa niet op mij wilde steunen. Ik begon net te puberen, en hij – dat besef ik nu – wilde het me niet extra moeilijk maken. Hij stond erop om die weg alleen af te leggen.

“Mijn papa heeft moeten leren dat de problemen van anderen niet automatisch ook de zijne waren. Je moet gevoelig zijn voor wat je geliefden doormaken, maar je mag je er niet door laten opeten. Dat wilde hij ook doorgeven aan mij. De afgelopen jaren heeft hij daar echt op gehamerd: soms is het wijs om afstand te nemen, en even voor jezelf te zorgen. Hij had goed begrepen dat ik zijn gevoeligheid geërfd heb.”

Enkele van zijn vrienden vertelden me hoe hij de weerloosheid counterde: met baldadige humor.

“Hij was de perfecte onnozelaar, ja. Imitaties, grove moppen, absurde bullshit: papa had een wild gevoel voor humor. Maar of dat nu een bewuste filosofie was? Dat denk ik niet. Hij wilde gewoon vaak lachen.

“Hij had aanleg voor melancholie. Maar in de laatste drie jaar van zijn leven was hij erin geslaagd om écht gelukkig te zijn. Dat zag ik, en dat sprak hij ook zo uit. Langs de ene kant ben ik daar blij om: hij is niet vol frustratie en verdriet gestorven. Maar langs de andere kant is het zo kut: er kon nog zoveel geluk bij! Hij ging aan de tweede helft van zijn leven beginnen, en daar had hij zoveel goesting in. Hij straalde, hij was energiek, hij béét echt in het leven.”

Wat doet zo’n tragedie met een familie?

“Het cliché klopt: het brengt iedereen dichter bij elkaar. De wrijvingen, de teleurstellingen, dat wat je de ander altijd verweten hebt: het lijkt plots allemaal zo klein.”

Je mama is Véronique Goossens, vroeger anker bij Kanaal Z, nu hoofdeconoom bij Belfius.

“En de appel is niet ver van de boom gevallen: we delen een interesse in economie. Zodra ik achttien ben, gaan we samen beleggen. Maar het gaat ook dieper. Mijn mama is een krachtige, onafhankelijke vrouw. En toch voelt ze soms die onzekerheid: ‘Is het allemaal wel goed genoeg?’

“Tegelijk heeft mijn mama me iets heel kostbaars geleerd: dat ik een strong independent woman moet zijn. Dat ik voor mezelf moet zorgen, mijn eigenwaarde moet bewaken, nooit mag liegen tegen mijn spiegelbeeld.”

Je was zes toen je ouders uit elkaar gingen.

“Dat was een moeilijke periode. Ze hadden vaak ruzie, en als zesjarige begreep ik natuurlijk de finesses niet – maar ik voelde dat er iets fundamenteels fout zat. Ik vond die scheiding heel, héél moeilijk. Ik was voortdurend op zoek naar een manier waarop ik mijn ouders weer samen kon krijgen.

“Ik begrijp het, dat ze onmogelijk bij elkaar konden blijven. Maar het is wel een blessure. Je ziet je beide ouders graag, hè, en als de liefde tussen de twee dan niet groot genoeg blijkt… Maar: mijn ouders hebben dat goed opgelost. Ze bleven communiceren, kwamen bij elkaar over de vloer, gingen samen eten om dingen te bespreken over mijn zus en mij.

“Het was in die tijd dat ik besefte hoe bijzonder de band met mijn vader was. Zijn aanwezigheid was toen fundamenteel.”

Je hebt daarna – het grootste deel van je leven, eigenlijk – je papa in een nieuwe relatie gekend.

“Anda en papa waren ook soulmates, en daardoor was het niet moeilijk om van mijn stiefmama te houden. Ze heeft altijd voor Bruna en mij gezorgd, ze wilde luisteren naar ons. En dus zijn we nooit de moeilijke kinderen geweest die de nieuwe relatie van hun vader wilden saboteren.”

Je zus Bruna...

“… zit heel anders in elkaar. Ze laat zich moeilijker kennen: je moet de dingen echt uit haar sleuren. Maar papa vond de sleutel. Hij leerde haar dat het belangrijk is om voor jezelf op te komen, om te babbelen als je met iets zit. Je kunt je wel voorstellen hoe Bruna zich nu voelt: een van de enige personen die haar écht begrepen, is er niet meer.

“Mijn zus en ik gunnen elkaar de ruimte om verdrietig te zijn. Ik weet dat ik haar met rust moet laten wanneer het niet goed gaat – dan trekt ze zich het liefst terug in haar kamer. Bij mij werkt het omgekeerd: ik moet kunnen ventileren, babbelen. Bruna is vier jaar jonger, en ik merk dat ik een heel beschermende houding aanneem tegenover haar. Ik koester haar, want ik ben zó blij dat ik geen enig kind ben. Dat ik Bruna heb, en Maurice: dat is de grote winst in mijn leven, want ze maken dat ik nooit alleen zal zijn.”

Maurice is het zoontje van Anda en je papa. Een dot van een kind, heb ik me laten vertellen.

“O ja! Nog nooit zo’n lieve, vrolijke kerel ontmoet. (lacht) Mijn broertje is vijf nu, en veel mensen denken dat dat te jong is om de dood te kunnen plaatsen. Maar Maurice beseft net heel goed wat er gebeurd is. Als papa Bruna en mij heel ernstig nam, dan moeten wij dat nu met Maurice doen – en dus hebben we hem meteen uitgelegd wat er gebeurd is. En niet op een wollige manier: de waarheid is bruut en koud, en hij heeft het recht om ze te kennen. Op de dag zelf huilde hij heel erg, maar nu houdt hij zich vooral flink. Hij ziet dat zelf als een soort van eerbetoon aan papa. Die benadrukte altijd hoe blij hij was met de ingebakken vrolijkheid van Maurice, met de manier waarop die de dag plukt. Huilen lijkt hij nu als verraad te zien: ‘Ik wil niet verdrietig zijn.’ Hij is zo’n lieve broer.”

Straks begin je aan je studie journalistiek, optie radio. O, verrassing!

“Op de dagen waarop ik als kind geen school had, ging ik met papa mee naar zijn werk. In de reservestudio zat ik dan radiootje te spelen – volgens papa niet onverdienstelijk. (lacht) Ergens diep in het archief van Studio Brussel moeten die opnames wel te vinden zijn.

“In het middelbaar volgde ik economie, en daar was ik best goed in – dus leek het me niet slecht om voor een studie handelswetenschappen te gaan. Lekker breed, alle mogelijkheden open. En hóóg mikken, zoals mijn mama het me geleerd heeft. Maar papa snapte dat niet. ‘Echt niet! Jij moet toch iets met communicatie doen?’

‘Soms wil ik hem nog opbellen, maar een seconde later dringt het dan door: papa is er niet meer.’

“Een jaar lang heeft mijn keuze vastgestaan, maar toen stierf mijn papa. In die ellendige week heb ik een eerbetoon aan hem voorgelezen op Studio Brussel, en daar kwamen heel mooie reacties op. Toen heb ik een lang gesprek gehad met mijn mama, en met mijn stiefmama. Ze stimuleerden me: ik heb talent voor radio, dus waarom zou ik daar niets mee doen? Met Siska Schoeters ben ik toen naar de opendeurdag van de Artesis Plantijn Hogeschool geweest, en daar voelde ik me meteen heel goed. Er hingen foto’s van mijn papa, die er nog les heeft gegeven: het was een beetje thuiskomen.

“Enfin, ik ben blijven twijfelen, en op de dag van mijn zelfgekozen deadline – de verjaardag van papa – heb ik beslist: het wordt journalistiek.”

Hoe kijk je naar je toekomst?

“Met het nodige realisme. Terug naar de onschuld: dat zit er voor mij niet in. Het normale traject, waarbij je pas rond je dertigste op de eerste desillusies botst, zal ik niet lopen. Maar ik heb daar vrede mee: ik heb van mijn ouders geleerd om de mooie, kleine dingen te appreciëren. Papa vond het belangrijk dat ik ook in de dagelijkse details de schoonheid zou zien. Dat leerde hij mij – en in één moeite door ook zichzelf.

“Ik heb heel lang geen kinderen gewild. Ik zag dat als een beperking. Mijn man en ik die samen van het leven genieten: dat was mijn vrolijkste toekomstbeeld. Maar nu ben ik daar helemaal van teruggekomen. Ik zou zó graag kinderen willen later. Het klinkt misschien gek uit de mond van een 18-jarige, maar ik ben op zoek naar standvastigheid. Een nest, ja: elke dag kunnen thuiskomen. Simpel, eenvoudig geluk. Ik hoop dat dat nog kan, want na de dood van papa heb ik lang gedacht dat ik nooit meer oprecht gelukkig zou kunnen zijn. Nu zijn er weer momenten waarop ik er wél in geloof. Maar het is nog heel broos allemaal. Het gebeurt nog vaak dat ik denk: ‘Even papa bellen.’ Een seconde later beukt de realiteit dan binnen: ‘Hij is er niet meer. Hij is er écht niet meer.’”

Wil je graag iets doorgeven van hem?

“We hebben ooit zitten nadenken over een televisieprogramma. We kwamen uit bij een programma waarin een ouder en een kind samen een weekend weggaan, en alle taboes bespreken. Seks, relaties, alcohol, drugs: voor ons was het vanzelfsprekend dat we het daar over hadden, maar in veel gezinnen is dat niet zo. Dus ja, misschien kan ik daar ooit nog iets mee doen?

“Papa zal nooit echt gestorven zijn: ik heb hem altijd bij me. Wanneer ik in een lastige situatie zit en pessimisme het van me overneemt, denk ik soms: ‘Iets meer papa zijn, Helena. Iets meer papa zijn.’ Ik hoop dat ik zijn warme binnenkant en zijn talent voor liefde op de een of andere manier kan laten voortleven. Want dat is de belangrijkste les die papa me geleerd heeft: als je zacht en teder bent, als je niet bespaart op liefde, dan krijg je héél veel schoonheid cadeau.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234