Donderdag 25/04/2019

Interview

Hans Teeuwen: “Ik mag iets niet zeggen? Kanker dan maar op!”

Hans Teeuwen. Beeld Hollandse Hoogte / Marcel Krijgsman Photography

Wat mag je anno 2018 wel en niet op een podium zeggen? Hans Teeuwen ligt er niet wakker van. “Hoe politiek correcter de tijd, hoe groter de vraag naar mensen die daar tegenin durven te gaan.”

Het is alweer een tijdje stil rond Hans Teeuwen. Maar fans van de Nederlandse cabaretier hoeven niet te wanhopen. Waar hij in het verleden al weleens vaker een paar jaar van het podium verdween, is deze keer geen sprake van zo’n lang uitgesponnen theaterbreak. “Het is ondertussen anderhalf jaar geleden dat ik op het podium stond. En ik begin weer voorzichtig dingen in te spreken op mijn telefoon. Dat is een stuk sneller dan na mijn vorige show. Het is net alsof ik na zo’n tournee eerst een soort depressie moet overwinnen. Ik wil dan nieuwe dingen zien en horen. Af en toe wat lezen ook. Zodat ik een vers perspectief op de dingen krijg vanwaaruit alles weer grappig is. Dat duurt een tijd.”

In afwachting van een nieuwe Teeuwen-show kan je op Q2 terecht. Op die zender zijn in december drie shows van Teeuwen te zien. Zijn recentste worp
Echte rancune, maar ook ouder materiaal. Voor Teeuwen een goede aanleiding om een handvol journalisten te ontvangen. “Heb ik meteen ook een reden om nog eens buiten te komen”, zegt hij. Plaats van afspraak is Café Wildschut, een grand café dat doorheen de jaren is uitgegroeid tot zijn vaste Amsterdamse pleisterplaats. Teeuwen heeft een tafeltje veroverd aan het raam. Een positie vanwaaruit hij de omgeving nauwgezet gadeslaat. Af en toe gaat zijn hand omhoog. Om bekende gezichten te groeten, denken we aanvankelijk. Maar ook minder bekende passanten kunnen op een hartelijke groet rekenen, zo blijkt wanneer een blonde dame passeert en Teeuwen weer aan het wuiven slaat. “Geen idee wie het is, maar ik vind het een leuke dame.”

Wat ons naadloos bij de eerste vraag brengt. Shows als Industry of Love (2003) en Spiksplinter (2011), die nu op het scherm komen, zijn opgenomen toen er nog geen sprake was van #MeToo. Kunnen die shows anno 2018 zonder schrapwerk op antenne?

Teeuwen: “Tuurlijk wel. Niet alles heeft de tand des tijds overleefd, maar sommige stukken zouden in het huidige klimaat misschien net nog beter zijn. In Dat dan weer wel zat bijvoorbeeld een flagrant seksistisch stukje waarin alle vrouwen als kuthoeren werden omschreven. Dat werkte toen al heel erg goed, maar mocht ik dat nummer nu, na de hele #MeToo-beweging, opnieuw doen, zou het nog veel spannender en daardoor ook geestiger zijn.”

Kan je je zulke uitlatingen na #MeToo nog wel permitteren?

“Ik wel. Ik heb toch een soort positie veroverd waardoor ik daar mee wegkom. Mensen zeggen dan: ‘Jaaaa, dat is Hans Teeuwen. Je weet dat je dat soort dingen krijgt.’ Maar voor een beginnende comedian is schelden op vrouwen misschien niet de beste carrièrezet. (denkt na) Of misschien net wel. Want hoe politiek correcter de tijd, hoe groter de vraag naar mensen die daar tegenin durven te gaan. Er is maar één regel: als je het doet, moet je er helemaal voor gaan. Wanneer het publiek ook maar de minste terughoudendheid voelt, is het weg. Het is een kwestie van durf.”

Toch hoor je comedians steeds vaker verklaren dat ze tegenwoordig toch iets vaker op hun tong bijten.

“Maar heeft dat altijd met de schrik voor reacties te maken? Misschien zijn ze stiekem toch ook een beetje politiek correct. En vinden ze dat je over sommige dingen eigenlijk geen grappen hoort te maken. Mij interesseert de kritiek van politiek correcte mensen absoluut niet. Ik heb mijn omgeving lang geleden al gezuiverd van die politiek correcte elementen. Ik kan het echt niet accepteren dat wanneer ik vrijuit praat of plezier maak er plots iemand komt melden: ‘Ik vind niet dat je dat kan zeggen.’ Kanker dan maar op! Doei! Je raakt door die houding wel wat mensen kwijt, maar de mensen die je overhoudt zijn zo veel leuker.”

“Ik zit natuurlijk in een luxepositie. Ik kan precies doen wat ik zelf wil. Ik kan mijn eigen tijd indelen, maak mijn shows zoals ik dat zelf wil en treed op wanneer ik daar zin in heb. Ik heb geen baas boven me. Niemand die bepaalt wat ik wel en niet mag zeggen. Als je pas begint of voor een televisiezender werkt is dat moeilijker. Ook al wil je je de mond niet laten snoeren, psychologisch speelt dat toch mee. Maar het water is niet zo koud als sommige mensen denken. Als je gewoon zorgt dat je goed bent en dat het eerlijk is wat je vertelt, is daar echt wel een publiek voor. Maar op het moment dat je gaat marchanderen en op je woorden gaat letten, dan vraag ik me af hoelang je nog creatief blijft. Dan verkoop je toch een beetje je ziel aan de duivel. En die krijg je niet zo snel meer terug.”

Toch bouwt ook Teeuwen een zekere vorm van zekerheid in. Wanneer hij het in Echte rancune over de islam heeft, klinkt dat bijvoorbeeld zo: Mensen vragen me soms: ‘Heb je ook het lef grappen te maken over islam?’ Maar ik zou niet weten waarom ik dat zou moeten doen. Waarom zou ik grappen maken over iets wat overduidelijk heel goed werkt. Iets wat overal in de wereld voor vrede, voorspoed en geluk zorgt. Waarom zou ik daar grappen over moeten maken? Als je kijkt hoe islam de voorbije 500 jaar bijgedragen heeft aan de vooruitgang van de menselijke soort. De wetenschap, de kunst, de entertainmentindustrie. Al die fantastische islamitische musicals! De gelijkheid van man en vrouw. Waar zouden al die wijven zijn zonder de islam?

Hans Teeuwen. Beeld BELGAIMAGE

Is zo’n passage, waarin je strikt genomen niets verkeerd zegt over de islam niet ook een vorm van toegeven aan druk van buitenaf?

“Neen, ik zie het liever als een creatieve manier om te zeggen wat ik vind en de dingen belachelijk te maken waarvan ik vind dat ze dat verdienen, zonder daarvoor doodgeschoten te worden. Als is het tegenwoordig wel een smal paadje waar je op moet wandelen.”

Heb je, na wat met je vriend Theo Van Gogh gebeurde (die werd in 2004 doodgeschoten na het draaien van de islamfilm Submission), nooit gedacht om die grappen over religie maar helemaal links te laten liggen?

“Ik zal geen koran verbranden op het podium. Ik zal ook niet een typetje maken van de profeet Mohammed, hoewel dat heel geestig zou kunnen zijn. Ik ben inmiddels expert genoeg om te weten vanaf welk punt het echt gevaarlijk wordt. Maar het feit dat we niet vrijuit over die religie kunnen spreken, blijft op zichzelf wel een onderwerp. En daar zal ik altijd mee blijven spelen. Ik probeer stukje bij beetje de grens tussen wat wel en niet kan op te schuiven. Kijk, ik vind het sowieso steeds zwaarder worden om op te treden. Als ik dan ook nog eens het podium op moet met een show waar ik niet honderd procent achter sta, dan is het helemaal niet meer te doen.”

Wat maakt dat optreden zo zwaar?

“Het is een constant gevecht tegen de routine. Theater is herhaling en voor iemand zoals ik, die zich snel verveelt, is dat een uitdaging. Natuurlijk is je stemming niet elke avond dezelfde. En ook het publiek is telkens anders. Maar je moet toch maar aan de gang blijven. Die verveling is moeilijk. Maar ik mag niet klagen. Je hebt ook mensen die hun leven lang dezelfde kantoorjob doen. Ik mag tenminste nog af en toe van repertoire wisselen.”

Je hebt het een paar jaar geleden zelfs als zanger geprobeerd. Krijgt die poging nog een vervolg? 

“Neen, mijn muziek interesseert de mensen gewoon niet. Wanneer ik iemand vertel dat ik een nieuwe plaat heb gemaakt, is de eerste vraag die volgt: ‘En komt er ook een nieuwe show?’ Ik dacht, ik switch gewoon van carrière en de mensen volgen wel, maar zo werkt het dus niet. Ik heb de loyauteit van mijn publiek totaal verkeerd ingeschat. Pijnlijk, maar ergens begrijp ik hen ook. Mocht Mick Jagger plots films gaan maken, dan zou me dat ook compleet koud laten.”

Is het frustrerend te merken dat je als artiest vast zit aan dat ene truukje?

“Ik begin me er nu bij neer te leggen. Gelukkig is er binnen wat ik doe – in mijn eentje op een podium gaan staan – heel veel variatie mogelijk.”

Zou je publiek het dan wel pikken mocht je plots met een heel poëtische voorstelling aan komen zetten?

“Neen, vrees ik. Maar ik kan de mensen al meteen geruststellen. Zo’n voorstelling zit er niet meteen aan te komen. (lacht) Het speelt ook geen rol of een show hard of wel poëtisch is. Het moet gewoon grappig zijn. Dat is moeilijk zat. Het probleem is bovendien dat ik heel veel dingen al weleens gedaan heb. Ik had het daar onlangs nog met Kees Van Kooten over. Die herkende dat heel hard. Voor de dertigste keer Boekenbal, doe daar nog maar een keer iets grappigs mee.” 

Beeld BELGAIMAGE

Dat klinkt alsof je stilaan aan stoppen denkt?

“Dat is al wel eens bij me opgekomen. (lacht) Het zou best kunnen dat er ooit een moment komt waarop ik mezelf helemaal niet meer kan opladen. Ik heb altijd in mijn hoofd gehad dat ik tien shows ga maken. Ik zit nu aan zeven.” 

Zal je na die allerlaatste show het applaus niet missen?

“Het applaus? Neen. Dat is ook niet iets wat je echt voelt. Ik associeer het vooral met: ‘Hèhè, die show is ook weer voorbij.” 

Industry of Love (7/12), Spiksplinter (14/12) en Echte rancune (21/12) zijn de komende maand op Q2 te zien

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.