Maandag 09/12/2019

Nachtraven

Hans Op de Beeck, de alleskunstenaar met lak aan slaap

Hans Op de Beeck. Beeld Artur Eranosian

Hans Op de Beeck (46) maakt kunst van acht uur 's avonds tot acht uur 's ochtends. En na één uur slaap begint hij gewoon opnieuw. Allerminst evident als je vier jonge kinderen hebt. "Toewijding vraagt offers."

De kunstenaar ziet er opmerkelijk fris uit als hij ons om halfelf verwelkomt in zijn gigantisch atelier in Anderlecht. Zeker aangezien hij de afgelopen 24 uur hooguit vier uur heeft geslapen en van plan is om ook deze nacht tot het ochtendgloren te werken. Hij geeft dit weekend in Italië een workshop op een vakantiekamp voor chronisch zieke kinderen en moet tegen dan 90 marionettenhoofdjes uit klei maken. "Veertig af, nog vijftig te gaan. Vinden jullie het erg als ik doorwerk terwijl ik praat?"

Op de Beeck is wat je noemt 'een veelmaker'. De ene etage van zijn industrieel atelier ligt bezaaid met aquarelverf, de andere met grijze gipsen sculpturen, van druiventrossen tot hele armen. We spotten ook siliconen mallen, rondslingerende gitaren, zelfgemaakte houten caravans, wassen beelden en een heuse filmzaal.

Van fake sneeuwlandschappen tot stille animatiefilms: geen kunstvorm of deze man heeft er zich al in vastgebeten. Als hij over zijn agenda begint te vertellen, begrijpen we plots waarom hij vaak dag én nacht werkt. Hij doet workshops, geeft les, doet wereldwijd dertig tentoonstellingen per jaar en regisseert tussendoor ook nog eens zijn eerste zelfgeschreven theaterstuk in Frankfurt. Waarvoor hij ook nog eens zelf muziek schrijft.

Beeld Artur Eranosian

Focus en intentie

"Ik maak het mezelf graag moeilijk", zegt hij terwijl hij de kleiresten van zijn handen wast. "Veel kunstenaars wijden zich aan één discipline, maar ik heb toch een spannender oeuvre nodig. Ondertussen weet ik van mezelf dat ik grote sculpturen en installaties kan maken." Dus moet hij er voor zichzelf iets bijnemen wat hij nog nooit heeft gedaan, zoals een theaterstuk schrijven. "Anders verlies ik aan focus en intentie. Dat is toch de kern van creativiteit: verdergaan, verbreden, verdiepen."

Het bijhorende risico dat hij plat op zijn gezicht kan gaan, schrikt hem niet af. Integendeel: hij moet af en toe tegen de muur lopen. "Ik heb dat nodig om mij te verbeteren. Tussen die dertig tentoonstellingen per jaar zitten soms wel mislukkingen, maar ik heb die ruis nodig om tot mijn beste werk te komen. Als ik pakweg jaarlijks maar één tentoonstelling zou houden, zou die te veel gewicht krijgen. Als die dan de mist ingaat, zou dat een veel te grote mentale opdoffer zijn."

Halfeen, tijd voor koffie. Zelfs kunstvormen mixen blijkt geen probleem. Terwijl boven een schilderij droogt, speelt hij een etage later gitaar of kneedt hij wat marionettenkopjes. Schrijven, muziek maken en zijn beroemde zwart-witte aquarellen schilderen, doet hij 's nachts omdat die "solitaire concentratie vereisen". Voor zijn grote installaties en sculpturen heeft hij hulp nodig van zijn vijftal medewerkers, dus dat gebeurt overdag.

Zo komt het dat Op de Beeck geregeld na een werknacht van twaalf uur 's ochtends alweer aan de slag gaat. Na een dutje van een uur en een frisse douche. De doorsnee mens zou al moe worden bij het idee alleen, Op de Beeck loopt over van de energie. Hou houdt hij dat loodzware ritme vol?

Helaas, geen geheime trucjes. Of het moest een kop koffie zijn op tijd en stond. "Ik vind er zelf weinig stoer aan, ik ben gewoon een van die mensen die weinig slaap nodig heeft. Toewijding is het sleutelwoord. Dit klinkt misschien klef, maar als je erachter komt dat je een bepaald talent hebt, vind ik het een morele taak om daar iets mee te doen. Om dat talent niet te verspillen."

Niet dat hij zichzelf enige genialiteit toedicht, zegt hij er vlug bij. Het laatste wat hij wil is arrogant overkomen. "Ik ben daar net bijzonder nuchter in. Kunstenaars zonder zelfrelativering vind ik maar niets. Of je moest Bach of Da Vinci heten. (lacht) Wel wil ik de beste Hans Op de Beeck zijn die ik kan zijn."

De veelmaker Hans Op de Beeck

• maakt onder meer aquarellen, animatiefilms, sculpturen en installaties
• regisseert nu zijn eerste theaterstuk voor Schauspiel Frankfurt dat in september in première gaat
• naast zijn werk overdag zijn werknachten van twaalf uur geen unicum
• is te herkennen aan de verf- en kleispatten op zijn kleren. "Ik heb geen werkplunje. Soms begin ik zelfs in een chic pak te schilderen."

Al vraagt die toewijding ook wel om offers. De kunstenaar heeft immers een vrouw en vier kinderen, tussen twee en elf jaar oud. "Oorspronkelijk ben ik ook 's nachts beginnen te werken omdat dat overdag moeilijk lukte met veel geluid, telefoons en onderbrekingen om me heen. Intussen is dat avond- en nachtwerk een soort van ritueel, maar makkelijk is het niet. Ik zie mijn gezin te weinig."

Of hij dan nooit overweegt om minder te werken, om meer thuis te zijn in Gooik? "Ik ben daar tegenover mijn vrouw, die fotografe is, wel altijd eerlijk in geweest. Voor mij is het echt onmogelijk om van negen tot vijf te werken. Dat klinkt als een excuus, maar het is de waarheid."

Het kunstenaarschap is een roeping, zegt hij. Een roeping die hij pas rond zijn dertigste gewaar werd, toen hij na een resem jobs - onder meer in de horeca - tijdens zijn burgerdienst aan affiches en theaterdecors mocht werken. Een opleiding aan Sint-Lukas was de volgende, logische stap. "Als ik dit vak niet kon doen op de manier waarop ik het doe zou ik gefrustreerd raken, en een gefrustreerde echtgenoot en vader is voor niemand een cadeau."

Toch blijft het een voortdurend gevecht met zijn eigen ethiek, zegt hij. "Dan stel ik mezelf de vraag: ben ik egoïstisch bezig? Voor wie moet ik betekenisvol zijn? Voor die negentig zieke kinderen in dat Italiaans vakantiekamp of voor mijn eigen kinderen? Ik probeer dat evenwicht zo goed en kwaad ik kan te bewaren."

Juli is bijvoorbeeld heilig voor de familie Op de Beeck. Dan gaat het hele gezin op vakantie en wordt er niet gewerkt, noch 's nachts, noch overdag. "Dan ben ik voor 200 procent papa. Net zoals ik me helemaal geef in mijn werk. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Of ik daar later spijt van zal hebben? Zolang mijn kinderen mij overladen met kussen, knuffels en 'ik zie je graags' weet ik dat het goed zit."

Hij snijdt wat Italiaanse salami en kaas om het eerste hongerdipje van de nacht tegen te gaan. Het spierwitte keukeneiland doet vannacht ook dienst als werkbank. Naast het salamibordje liggen tientallen afgewerkte kleihoofdjes voor de marionetten al netjes op een rij. Ondertussen overloopt hij enkele strofes voor de nummers in zijn theaterstuk. "Then came the day that we said goodbye ...", zingt hij zachtjes. Voor een man die honderd dingen tegelijk doet ziet Op de Beeck er verrassend zen uit. "Ik ben een snelle werker. En ik raak niet snel gestresseerd."

We praten over zijn kunstwerken, en hoe de schemer daar vaak ook een prominente plaats in krijgt. Van nachtgezichten in zijn aquarellen tot installaties die een nachtelijk kruispunt met stoplichten of caravan met smeulend kampvuur oproepen. Noem hem geen nachtkunstenaar, wel een kunstenaar die houdt van de nacht. "De nacht is tegelijk rust en onrust, zoete droom en nachtmerrie, melancholie en sprookje."

Zijn bekendste werk is wellicht de evocatie van een levensgroot wegrestaurant, een belevingsgerichte installatie in Japan, waarin toeschouwers echt kunnen plaatsnemen met uitzicht op een trompe-l'oeil-sculptuurvan een verlaten snelweg bij nacht. "Absurd en toch essentieel, maar daar houd ik wel van. Een fictie die een soort van waarheid omvat. Ik hooop zowel de veeleisende criticus als het kind te beroeren."

Hans Op de Beeck gaat geen uitdaging uit de weg: van theater en muziek schrijven tot sculpturen en ... wassen beelden maken. Beeld Artur eranosian
Beeld Artur Eranosian

Autobiografisch

Voortdurend doorgaan, amper slapen, weinig tijd met zijn gezin: waarom is zijn werk al die offers waard? Wat wil hij bereiken? "Ik wil vooral troosten, verpozing, rust en stilte bieden." Hij had het er laatst nog over met zijn nicht, vertelt hij, schrijfster Griet Op de Beeck. "We kwamen tot de conclusie dat we min of meer dezelfde drive hebben. We hebben beiden geen evidente jeugd gehad. Met ons werk willen we vooral genezen en van daaruit ook de toeschouwer helen."

Zijn vader zaliger was bipolair, vertelt hij. "Afwisselend was hij manisch en zwaar depressief. Nu kan ik er begrip voor opbrengen, de man heeft daar zelf niet voor gekozen, maar als kind was dat niet evident. Hem graag zien was zeer, zeer moeilijk. Daarvoor was hij geen echte vaderfiguur zoals je je een vader voorstelt als kind."

Maar zijn kunst is meer dan zelfheling. "Ik wil ook anderen troost bieden met mijn kunst. Als het louter therapie was, zou het tonen van ondergeschikt belang zijn, en dat is bij een kunstwerk allesbehalve het geval."

Autobiografisch werk maakt hij evenmin, al zijn persoonlijke verhalen wel vaak een motor. Zo was een kleine doos met enkele kleine banale spullen van zijn vader na diens dood een vertrekpunt voor nieuw werk. "Dat is dan wat er van een mensenleven overblijft: een handvol anekdotes en banale voorwerpen. Dat heeft tegelijk iets schrijnends maar ook iets heel moois en troostends. En het is iets waar veel mensen zich in kunnen herkennen."

Dat kleine, menselijke verhaal komt ook opnieuw terug in zijn theaterstuk. Denk: familieleden die wat ongemakkelijk over het weer zitten te palaveren rond het ziekenhuisbed van hun terminaal familielid. "Ik denk dat veel mensen op zo'n moment niet weten wat te zeggen en ik wil aangeven dat dat niets is om je voor te schamen. Anderzijds: in mijn omgeving zijn er nu plots ook veel mensen met kanker en het eerste wat ik doe is die toch stevig vastpakken. Voor het te laat is."

De hippe keukenklok slaat halfdrie. Tijd om Op de Beeck rustig verder te laten werken. Nog enkele uren voor de zon opkomt en nog zeker twintig marionetten te maken. Al vindt hij dat zelf niet echt 'werken'. "Bij het creëren denk ik totaal niet in termen van strategie of rendabiliteit."

Hij herinnert zich een boekvoorstelling van een monografie van zijn werk. Een man vroeg hem of hij geen tekening in zijn boek wilde maken? "Daar ben ik dan enkele uren mee bezig. Galeristen snappen dat niet altijd, dat je een tekening die wellicht 20.000 euro waard is dan gratis en willekeurig weggeeft. Maar ik drijf dan gewoon heerlijk op mijn intuïtie.Als er een momentum ontstaat, wil ik daar geen rem op zetten."

Beeld Artur eranosian
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234