Vrijdag 18/10/2019

Interview

Hall & Oates, eighties-iconen en nog steeds razend populair: ‘Wij hebben hits te veel’

John Oates (rechts): ‘We hebben hits te veel: ik denk dat veel groepen in onze schoenen zouden willen staan.’

Onlangs speelden Daryl Hall and John Oates voor het eerst sinds 1984 nog eens in België. Hun concert in OLT Rivierenhof in Deurne was in een mum van tijd uitverkocht: gek voor een groep waarvan je de naam de afgelopen twintig jaar zelden hoorde vallen, tenzij ter aankondiging van ‘Maneater’ op de radio.

Hall & Oates maakten wonderschone popplaten in de jaren 70, maar het monstersucces volgde pas in de jaren 80 met wereldhits als ‘Out of Touch’, ‘Rich Girl’ en ‘Everytime You Go Away’, waarmee Paul Young zijn voordeel deed. Ik spreek de intussen 71-jarige John Oates (Hall is anderhalf jaar ouder) net voor hun soundcheck in Deurne, waar ze die avond een set vol hits zullen spelen, maar er net zo goed een totaal andere hadden kunnen vullen met evenveel hits.

Een setlist moeten samenstellen als je weet dat het publiek op minstens dertig songs zit te wachten: ik zou niet in uw schoenen willen staan.

“Het is simpel: we spelen de hits, en ja, we hebben er genoeg voor twee setlists. Wat een heel fijn probleem is – ik denk dat veel groepen in onze schoenen zouden willen staan. (lachje) We willen de nalatenschap van Hall & Oates in de bloemetjes zetten, dus spelen we de songs die de mensen het liefst horen. Als de tour voorbij is – na vanavond dus – gaan Daryl en ik terug naar onze eigen projecten, waarin we onze creatieve energie kwijt kunnen. Ik woon in Nashville, waar ik het werk van andere artiesten produceer, met de meest uiteenlopende muzikanten speel en mijn eigen songs schrijf. Vorig jaar heb ik nog een soloplaat uitgebracht in traditionele Amerikaanse folkstijl: Arkansas.”

Kunt u uitleggen hoe bij Hall & Oates één plus één drie is geworden?

“Daryl en ik zijn op heel veel vlakken totaal verschillende persoonlijkheden. Hoe we omgaan met familie, de wereld, problemen, ups en downs: als dag en nacht. Maar we vullen elkaar perfect aan, en in de loop der jaren zijn we onze verschillen steeds meer gaan waarderen. We komen nooit in elkaars vaarwater, weten waar onze grenzen liggen, en ondanks de verschillen denken we over sommige dingen ook exact hetzelfde. We zijn allebei opgegroeid in een klein stadje net buiten Philadelphia, waar we als kind naar dezelfde radiostations en dezelfde muziek luisterden. Toen we elkaar ontmoetten, hadden we meteen een gezamenlijke muzikale taal om op terug te vallen.”

Waarvoor denkt u dat Daryl Hall u benijdt op muzikaal gebied?

“Mijn gitaarspel, en dat ik heel veel verschillende stijlen aankan: folk, deltablues, bluegrass… En ik neem aan dat hij mijn kwaliteiten als songschrijver ook wel weet te waarderen. (lachje)

En…

“Andersom? Zíjn kwaliteiten als songschrijver natuurlijk, en zijn verbazingwekkende gave als zanger. Wat ik ook in hem bewonder, is dat hij constant probeert nieuwe dingen te doen. Zijn tv-show, om maar iets te noemen, is geweldig (‘Live from Daryl’s House’ is een onlinereeks waarin Hall sinds 2007 goed volk als Nick Lowe, Robbie Krieger en Ray Manzarek van The Doors, Smokey Robinson, Todd Rundgren, CeeLo Green en, jawel, herhaaldelijk John Oates over de vloer kreeg, red.).”

Veel groepen gaan tegenwoordig de baan op met hun classic album. Ook dat zou voor jullie een moeilijke kwestie zijn: er zijn minstens vijf Hall & Oates-platen die ik integraal zou willen horen.

“En nu moet ik er één kiezen, right? Niet makkelijk, maar dan ga ik voor Abandoned Luncheonette uit 1973. Een unieke plaat, en de start van onze carrière. Al was Voices ook een belangrijke. H2O ook. En Big Bam Boom uit 1984, waar we voor het eerst tot een perfect huwelijk kwamen tussen digitaal en analoog.”

Abandoned Luncheonette werd dan wel unaniem lovend ontvangen, een financieel succes was het niet.

“In de verste verte niet: het was een commerciële flop. Maar wíj wisten hoe goed die plaat was, en overal waar we speelden, kwamen mensen ons dat ook zeggen. Zelfs nu vertellen fans me nog geregeld hoeveel Abandoned Luncheonette voor hen heeft betekend. Dat het geen commercieel succes was, frustreerde ons uiteraard wel een beetje, maar het werkte ook bevrijdend: omdat de plaat voor geen meter had verkocht, zat de platenfirma in geen geval te wachten op Abandoned Luncheonette 2, waardoor wij gewoon onze muzikale grenzen verder konden verkennen. De plaat erna was War Babies, iets totaal anders.

“Als je onze eerste plaat, Whole Oats – die erg ‘singer-songwriter’ was – combineert met de akoestische r&b van Abandoned Luncheonette en de experimentele hardrock van War Babies, krijg je The Silver Album (de titelloze vierde uit 1975, met op de hoes een zwaargeschminkte Daryl Hall en John Oates in zilvertinten, red.). Dat was de eerste plaat waarop we tot een sound kwamen die je bij niemand anders vond, helemaal Hall & Oates.”

Over The Silver Album heeft Daryl ooit gezegd: ‘Op de hoes zag ik eruit als het meisje met wie ik naar bed wilde.’ En u?

“Ik zag eruit als een vent die geen kleren aanhad. (lacht)

Wilde u ook met Daryl naar bed?

(lacht) Nee! En ook niet met mijzelf. Het was de tijd van de glamrock, en wij woonden in New York, het epicentrum daarvan. In 1975 liep iederéén rond met make-up op zijn gezicht en veren in zijn kont. Todd Rundgren, Mick Jagger, David Bowie, noem maar op. We hadden afgesproken met Pierre LaRoche, de man die dat jaar zowat alle platenhoezen heeft gemaakt, en we lieten ons helemaal door hem inpalmen. Ik weet nog dat hij zei: ‘I will immortalize you’, ik zal jullie onsterfelijk maken. En hij heeft woord gehouden. Of je hem nu mooi vindt of niet, het is onze enige hoes waarover iemand het ooit nog heeft. We zijn er nu wéér over bezig!”

In de jaren 80 waren daar plots de monsterhits: ‘Kiss on My List’, ‘Private Eyes’, ‘I Can’t Go for That’, ‘Maneater’, ‘Out of Touch’… Had u het nog verwacht?

“De seventies hebben ervoor gezorgd dat we in de eighties de pedalen niet zijn kwijtgeraakt. Van onze eerste drie platen werden maar een handvol exemplaren verkocht. Vervolgens hadden we drie hits: ‘Rich Girl’, ‘Sara Smile’, ‘She’s Gone’, netjes op een rij. We speelden in grote arena’s, maar ineens was het weer gedaan. De laatste jaren van dat decennium was niemand nog in ons geïnteresseerd, en net die jaren zijn voor ons het belangrijkst geweest. We namen een aantal beslissingen die cruciaal waren voor het succes van de jaren 80: we besloten om voortaan onszelf te gaan producen, en we stelden een fantastische groep samen.”

Als u aan het einde van de jaren 70 naar de radio luisterde, begreep u dan waarom jullie er niet meer bij hoorden?

“Ik denk dat we altijd goed hebben aangevoeld wanneer het onze tijd was en wanneer niet. Het beste voorbeeld was aan het einde van de jaren 80, toen Daryl en ik vaststelden dat er voor ons niets meer te rapen viel en besloten ermee te stoppen. Het enige wat we nog konden doen, was falen. We luisterden naar de radio en hoorden grunge: we were out. Melodieën waren niet belangrijk meer, het ging om power, energie en volume. Dus hebben we netjes gewacht tot dat allemaal weer was voorbijgewaaid, en aan het einde van de jaren 90 zijn we weer samengekomen. Ik merk trouwens dat melodie vandaag opnieuw ondergeschikt is geworden. Tegenwoordig gaat het om groove, en vooral: productie.”

De productie op jullie platen was anders ook niet mis.

“In geen geval, maar ze was er om de song te dienen. De song was het hart van alles. Nu staat of valt alles met de sound.”

U had het al over de geweldige groep die jullie begin jaren 80 samenstelden. Een groep waarvan Mick Jagger handig gebruikmaakte op Live Aid.

“The Rolling Stones lagen stil en Jagger had net een soloplaat gemaakt (‘She’s the Boss’, red.). Hij belde ons, zei dat hij een groep nodig had, en vroeg of we hem wilden begeleiden op Live Aid. Uiteraard zeiden we ja. Wat we niet wisten, was dat Tina Turner het podium op zou lopen en dat Mick Jagger haar het shirt van het lijf zou scheuren. (lacht) Een memorabel moment, and a very Mick Jagger thing to do. Maar ja, we hadden een geweldige groep, en dat had Jagger ook gehoord. Clevere kerel. We waren headliners in Philadelphia, wat, zacht uitgedrukt, voor ons een groot moment was: Live Aid was toen de grootste rockshow ooit.

“Mijn excuses, het was me zeer aangenaam, maar ik moet mijn stem een beetje sparen en ik moet dringend gaan soundchecken.”

Bedankt voor uw tijd. Tot over 35 jaar?

“Dan ben ik 106 en zou ik het graag wat rustiger aan doen. (lacht) Nee, we gaan proberen om dit keer iets sneller terug te komen.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234