Donderdag 03/12/2020

InterviewJunior & Shana

‘Had ik op voorhand geweten dat hij zo bekend is, dan was ik gaan lopen’

Beeld VRT

Elf jaar na de laatste uitzending van hun vorige realitysoap is de Planckaert-clan populairder dan ooit: Château Planckaert lokt elke week maar liefst 1.750.000 kijkers. De voorbije zondagavonden zag u hoe het hele gezin naarstig aan het afgebrande kasteel en aan stamvader Eddy’s droom timmerde. Tussendoor vond zijn jongste zoon Junior (28) de liefde bij Shana Goossens (28). Zij houdt van de zee, hij van het bos, maar dat blijkt vooralsnog geen struikelblok om vooral van elkaar te houden.

We ontmoeten het kersverse koppel diep in de provincie Luxemburg, in de vierkantshoeve die de Planckaert-mannen eigenhandig verbouwd hebben.

Junior Planckaert: “Het immense succes van Château Planckaert hadden we niet verwacht, want De Planckaerts haalde destijds ongeveer 900.000 kijkers. We hebben natuurlijk het geluk dat we op Eén zitten, de grootste zender van het land. Dat we zo goed scoren, komt volgens mij doordat veel kijkers in coronatijden de familiale sfeer missen, en Château Planckaert is daarvan doordrenkt. Ze weten ook vanwaar we komen: we zijn alles kwijtgeraakt en moesten van nul herbeginnen. Mensen willen zien waar we nu staan.”

Shana, was jij vroeger een trouwe kijker van De Planckaerts? Junior was 10 toen het eerste seizoen in 2003 uitgezonden werd.

Shana Goossens: “Ik kende Junior totáál niet. Ik wist ook niet dat zijn vader een ex-wielerkampioen is. Zijn familienaam deed bij mij geen belletje rinkelen: ik was 9 en dus iets te jong om De Planckaerts bewust te volgen. Ik speelde als kind ook liever buiten dan voor de buis te hangen.”

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

Planckaert: “Online, tijdens de lockdown. In precoronatijden reed ik elk weekend na mijn shift naar mijn vrienden in Vlaanderen, om op café te gaan. Plots viel dat weg en spendeerde ik meer tijd op sociale media. Op Instagram zag ik Shana in het lijstje ‘voorgestelde vrienden’ staan, en ik heb haar toegevoegd.”

Goossens: “Maar we hebben geen énkele gemeenschappelijke vriend. Het is nog altijd een mysterie hoe het komt dat ik op zijn tijdlijn ben verschenen (lacht). Normaal gezien voeg ik geen mannen toe die ik niet ken, maar ik had zijn profiel eens bekeken en hij is helemaal mijn type. Uit zijn foto’s kon ik afleiden dat hij een spontane jongen is die graag plezier maakt. Ik heb hem meteen een bericht gestuurd.”

Planckaert: “‘Ken ik u!’ – met een uitroepteken in plaats van een vraagteken. Ik dacht: zo arrogant!”

Goossens: “Ik weet dat ik vaak zo overkom, maar ik wilde gewoon weten waarom hij mij als vriend had toegevoegd. Junior antwoordde: ‘We kennen elkaar niet, maar daar kunnen we snel verandering in brengen.’ Algauw zaten we elkaar van ’s ochtends vroeg tot een gat in de nacht berichten te sturen, wéken aan een stuk.”

Planckaert: “Normaal spreek je meteen af, nu hebben we eerst acht weken lang ge-sms’t. Daardoor hadden we het gevoel dat we elkaar al superlang kenden toen we elkaar eindelijk zagen.”

Goossens: “Tot dan bleef ik toch op m’n hoede: hij had zich online immers anders kunnen voordoen.”

Planckaert: “Ik heb dat al eens meegemaakt: één of andere Eveline wilde iets van mij (lacht). Nee, serieus: ik heb al meegemaakt dat vrienden me waarschuwden: ‘Pas op, want eigenlijk is dat een vent.’”

Echt zoals Eveline!

Planckaert (lacht): “Ja! Eerlijk gezegd had ik Shana niet toegevoegd om met haar een relatie te beginnen. Ik zou ook nooit zelf een bericht gestuurd hebben, maar van het één kwam het ander.”

Goossens (ongelovig): “Dus als ik niets gestuurd had, waren we nu niet samen?”

Wel flink dat jullie die eerste acht weken braaf in jullie kot gebleven zijn.

Planckaert: “Als ik alleen had gewoond, had ik Shana wellicht wel voorgesteld om af te spreken. Maar nu zou dat onverantwoord geweest zijn: stel dat ik besmet was geraakt en daarna terug naar huis was gegaan, bij mijn ouders.”

Goossens: “Ik woon nog bij mijn moeder en mijn stiefpapa, samen met mijn oudere broer. Ik heb een goede band met mijn moeder en vertel haar álles. Toen ik zei dat ik iemand had leren kennen die Junior heette en in de Ardennen woonde, deed ze alsof ze niet wist wie hij was. Wat later zei ik haar: ‘Zeg mama, weet je wat er grappig is? Ze hebben een houtzagerij, en hij heet Plánckaert!’ Nog steeds gebaarde ze van krommenaas. Op een ochtend zat ik door krantenwebsites te scrollen, toen ik plots de titel ‘Planckaerts in lockdown’ zag staan. Ik dacht: hoe toevallig, die hebben dezelfde familienaam als Junior! Tot ik op de foto klikte en hem zag staan. Ik heb hem die foto doorgestuurd met de vraag: ‘Moet jij me niets vertellen?’”

Gevolgd door een uitroep- of een vraagteken?

Goossens (lacht): “Een vraagteken. Voor mij was het allemaal nieuw: daar hebben ze me thuis nog flink mee uitgelachen.”

Planckaert: “Ik vond het juist een pluspunt dat ze niet wist wie ik was.”

“Toen de maatregelen op 4 mei versoepeld werden, hebben we afgesproken. We zijn ondertussen meer dan een half jaar samen.”

Hoe heeft hij acht weken lang je aandacht kunnen vasthouden, Shana?

Goossens: “Hij deed me altijd hard lachen met zijn sms’jes. Hij is ook heel lief en charmant, hij zat zelfs eerst als ‘Charmeur’ in mijn gsm opgeslagen.”

Planckaert: “Ondertussen is het gewoon ‘Junior’ (lacht).”

Shana ­Goossens: ‘Ik heb al vier goede vrienden verloren: twee door een ongeval, twee door een natuurlijke dood. Daardoor denk ik: leef nú.’Beeld Carmen De Vos

HARTJES EN VLAMMEN

Wat ging er door je hoofd toen je bij de eerste ontmoeting azijn in je glas rosé kreeg?

Goossens: “Ik vond dat geweldig (lacht). Ik voelde me direct aanvaard.”

Wat vond jij daarvan, Junior? Je gaf geen kik toen Shana zei: ‘Dit smaakt degoutant.’

Planckaert: “Ik wist dat er zoiets zou gebeuren. Ze hadden me vooraf gevraagd: ‘Wat denk je, zou ze daartegen kunnen?’”

Goossens: “Jij was daarvan op de hoogte? Dat wist ik niet!”

Planckaert: “Christopher (de man van Juniors zus Stephanie, red.) moest als doop een glas whisky drinken (lacht). Maar Magali (de vriendin van Juniors broer Francesco, red.) was nog maar 12 of 13 toen ze voor het eerst bij ons over de vloer kwam: te jong om zo verwelkomd te worden.”

Goossens: “Het is natuurlijk niet alledaags om de familie van je lief te ontmoeten terwijl je wordt gefilmd. Hoe reageer je op zo’n grap? Veel van mijn vrienden hebben me na die uitzending verbaasd opgebeld: ‘Was jij dat? Zo timide ben jij anders nooit!’ Maar als je vooraf weet dat veel Vlamingen die ontmoeting zullen zien op tv, hou je je in.

“Junior heeft me nooit gepusht, op een bepaald moment zei ik zelf: ‘Oké, ik ben er klaar voor.’ Maar er is nog een verschil tussen denken dat je er klaar voor bent, en het ook echt zijn. Had ik op voorhand geweten dat hij zo bekend is, dan was ik gaan lopen. Als BV heeft hij wellicht tien vrouwen aan elke vinger, zou je denken.”

Onder zijn foto’s op Instagram posten vrouwen vlammen- en hartjesemoji’s als commentaar. Vind je dat lastig?

Goossens: “Ik zou zelf nooit bij pakweg Roel Vanderstukken hartjes of vlammetjes onder z’n foto’s posten, ook al vind ik hem een knappe gast: ik kén hem niet. In het begin had ik het er wel moeilijk mee: wie zijn die vrouwen? Sommigen sturen Junior wel érg veel berichten, terwijl ze hem alleen van de televisie kennen. Hij reageert daar gelukkig niet op.”

Planckaert: “Door De Planckaerts is mijn leven al sinds mijn 10de openbaar, dus het stoort me niet zo. Mensen wilden toen al met mij op de foto of vroegen me om een handtekening. Eigenlijk was dat een mooie tijd. En de cameraploeg werd op den duur een deel van de familie: we hebben het productiehuis daarom gevraagd om voor deze reeks met zoveel mogelijk mensen van toen samen te werken. Klankman Pascal (Braeckman, ook bekend van ‘Reizen Waes’, red.) is er bijvoorbeeld ook weer bij.

“Hier in de Ardennen word ik niet herkend, en sinds de eerste aflevering van Château Planckaert ben ik hooguit twee keer in Vlaanderen geweest. Bovendien moet je nu overal een mondmasker dragen (lacht). Mensen vragen me weleens hoe de werken aan het kasteel vorderen, maar dat vind ik niet erg. Wie daar niet tegen kan, moet zich niet laten volgen voor een realityreeks. Shana heeft daar natuurlijk niet voor gekozen. Zodra zij een vriendschapsverzoek krijgt van iemand die ze niet kent, begint ze te panikeren: ‘Wie is dat?’”

Goossens: “Vóór mensen wisten dat ik met Junior samen was, was ik een grijze muis die het liefst van al met een hoody en een koptelefoon op straat liep. Mijn naam werd al in de pers gelekt nog vóór ik in Château Planckaert te zien was. Zelf had ik het liever stilgehouden, dan had ik nog een paar weken rust. Maar toen bekend werd dat Junior samen was met een zekere Shana Goossens uit Vilvoorde, ontplofte mijn gsm. Iedereen die mij kende, stuurde me een bericht. Ik was toen op bezoek bij mijn tante, en in die drie uur heb ik geen vijf minuten met haar kunnen praten. Ze zei: ‘Dat is waanzin.’ Ik hoop dat het binnenkort wat rustiger wordt. Ik ben met Junior samen omdat ik hem graag zie, niet omdat ik media-aandacht wil.”

Zet je dan maar schrap: er komt een tweede seizoen van Château Planckaert.

Planckaert: “De opnames hadden vorige week al gestart moeten zijn, maar door de tweede lockdown hebben we er geen idee van wanneer we weer zullen draaien. Nu, we hebben nog tijd. Volgens Christopher en mijn vader kan het kasteel over anderhalf jaar volledig gerenoveerd zijn, maar dat lijkt me onmogelijk. Over drie jaar, ja.

'Soms moet je een dieptepunt bereiken om te weten wat écht belangrijk is in het leven'Beeld Carmen De Vos

“We gaan al jaren met de hele familie op vakantie in de Auvergne. En overal waar mijn vader komt, checkt hij bij vastgoedbureaus wat er in de streek te koop staat. Ik heb online rondgesnuffeld en zo dat afgebrande kasteel gevonden, met 50 hectare grond en bossen erbij. De dag erna zijn we het gaan bekijken en nog een dag later besloten we het te kopen. Dat is al vier jaar geleden: we hebben het dus niet gekocht om een tv-serie te kunnen maken. Toen Katrien (Luyten, van productiehuis Vincent TV, red.) ons vertelde dat ze iets wilde doen rond onze familie en vroeg of er toevallig iets te gebeuren stond, zijn we over het kasteel begonnen. Zo is de bal aan het rollen gegaan.”

Het is een mooi kasteel, maar je moet het wel zien zitten om het volledig te verbouwen.

Planckaert: “We hebben in ons leven al veel dingen gedaan waarvan mensen zeiden: ‘Gaan jullie dááraan beginnen?’ Deze vierkantshoeve was ook vervallen toen we ze kochten. Maar als je handen aan je lijf hebt, hoef je daar niet bang voor te zijn. Christopher is een bouwexpert en ik ben gespecialiseerd in alles wat met mechanica te maken heeft. Je moet er wel aanleg en interesse voor hebben, maar al doende leer je nog het meest. Als kind probeerde ik al auto’s te herstellen, en ik koop nog steeds alleen kapotte exemplaren: ik vind het plezant om die zelf te repareren. Als een garagist, die daar toch voor heeft gestudeerd, het probleem niet kon oplossen en het jou wel lukt, dan voelt dat aan als een overwinning.”

Waarom leg je de nadruk op dat studeren? Krijg je veel commentaar omdat je geen diploma van de middelbare school hebt?

Planckaert: “Daar wordt wel lacherig over gedaan, ja. Zelfs mijn vrienden plagen mij daar weleens mee, maar goedbedoeld, hoor. Ik weet wat ik kan en wat niet. Sinds mijn 12de heb ik thuisonderwijs gevolgd: ik kan niet zo goed rekenen als mijn vrienden, maar ik ben er niet van overtuigd dat je al die schoolse kennis nodig hebt om iets van je leven te maken. Nu, ik heb natuurlijk het geluk gehad dat ik in een familiebedrijf terechtkon. Had ik er alleen voor gestaan, dan was het vast een ander verhaal geweest.”

‘Bij mijn eerste ontmoeting kreeg ik azijn in mijn rosé. Geweldig! Ik voelde me direct aanvaard.’ (Foto: met Eddy in ‘Château Planckaert’.)Beeld rv

OVERDOSIS LIEFDE

Ging jij graag naar school, Shana?

Goossens (knikt): “Ik heb dierenzorg gestudeerd in Vilvoorde. Superleuk: je bent de hele dag met beestjes bezig, en acht uur per dag op een bank zitten is niets voor mij. We hadden een hechte groep: ik ging met plezier elke dag naar school. Maar het is geen branche waarin je makkelijk werk vindt. Toen ik afgestudeerd was, vond ik alleen vacatures om bloed af te nemen bij koeien. Maar ik ben heel bang van koeien sinds mijn paard eens was ontsnapt en in een koeienweide was terechtgekomen. Ik probeerde het met krachtvoer te lokken, maar plots zag ik 25 koeien op mij afstormen! Ik ben hard weggelopen, over het hek gesprongen en pijnlijk gevallen. Sindsdien heb ik het niet zo voor koeien. Het is mijn droom om ooit een hondenkwekerij te beginnen, maar de Belgische asielen puilen uit: ik denk dus niet dat zo’n idee moreel verantwoord is.

“Ik ben na mijn studie in het Kruidvat-filiaal in Vilvoorde gaan werken en ben daar opgeklommen tot verantwoordelijke. Vervolgens heb ik lang bij de facturatiedienst van Telenet gewerkt, en daarna heb ik nog een jaar nachtdienst bij DHL gedaan: daar moest ik pakketjes sorteren die per vliegtuig verzonden worden.”

Kloppen de verhalen over uitbuiting bij de pakjesdiensten?

Goossens: “Ik heb mij daar rot geamuseerd. Het is wel zwaar werk. Toen ik er binnenkwam, bekeken ze me met een air van: jij houdt het hier hoogstens twee weken vol. Maar de sfeer was geweldig: er is meestal een hoek af bij mensen die de nachtdienst doen (lacht). Ze staan veel opener in het leven: er werd weleens gezongen en gedanst op de werkvloer. Dat zie ik overdag niet snel gebeuren.”

Wat doe je nu?

Goossens: “Momenteel ben ik werkloos.”

Magali stelde je voor om in de chambres d’hôtes te komen werken. Je zou dus al in de familiebusiness kunnen meedraaien. Zou je dat willen?

Goossens: “Dat is zeker een optie. Maar ik ben nog maar een goed half jaar samen met Junior en ik zie het nog niet zitten om hier fulltime te komen wonen.

“Ondertussen heeft Junior mijn familie ontmoet, en iedereen vindt hem geweldig: ‘Jullie zijn zo’n mooi koppel, met hetzelfde gevoel voor humor!’ Zelfs mijn hond is dol op Junior: zodra hij hem ziet, ziet hij mij niet meer staan.”

Ook jouw ouders zijn blij dat je een lief hebt, Junior: in zowat elke aflevering van Château Planckaert vroegen ze je naar je liefdesleven. Zelfs een burgemeester in de Auvergne polsten ze waar je zoal vrouwen kunt leren kennen.

Planckaert (zucht diep): “Mijn ouders, mijn broer en mijn zus hebben hun partner al in hun tienerjaren leren kennen. Ik heb ook een lange relatie gehad, maar toen die plots eindigde, dachten ze dat ik niet gelukkig kon zijn in m’n eentje, terwijl ik mij wel amuseerde. Mijn moeder kon het concept ‘date’ ook moeilijk vatten: zij snapt niet dat daar niet per se een relatie hoeft uit voort te vloeien.

“Ik ben ook op andere vlakken het buitenbeentje van de familie: ik zonder me bijvoorbeeld graag af. Ik heb een appartement in het huis van mijn ouders, zodat we niet constant met drie in dezelfde ruimte hoeven te zitten. En als we samen in Frankrijk zijn, moet ik af en toe aan de drukte kunnen ontsnappen. Daarom maakte ik me zorgen toen Shana voor het eerst naar Frankrijk kwam: zal het niet te veel zijn voor haar, als ik het er soms al moeilijk mee heb?”

Goossens: “Ik ervoer de verwelkoming als een overdosis liefde (lacht). Ik vind iedereen geweldig, van de jongste tot de oudste Planckaert-telg. Als ik naar huis ga, mis ik hen oprecht. Af en toe zonder ik me ook af – ons gezin bestaat thuis uit vier personen, dat is niet zo uitbundig als hier – maar nooit langer dan een kwartier.”

Stephanie en Magali vinden het sexy om hun man een betonnen vloer te zien gieten. Jij ook?

Goossens (lacht): “Dat hij zowat alles kan herstellen, daar krijgt hij pluspunten voor. Maar ik vind hem sowieso een sexy man, wat hij ook doet.”

Jij werd door de hele familie omschreven als ‘iemand die graag kuist’. Dat moet je eens uitleggen.

Goossens: “Poetsen ontspant mij: ik dweil iedere dag. Ik kan pas in de zetel neerploffen als alles netjes en op orde is.”

Jij vindt de stijl van het kasteel maar niets.

Goossens: “Ik hou meer van een strak interieur. Die authentieke tegelvloer past wel bij het kasteel, maar ik vind die op zich niet mooi. Junior zegt dan: ‘Weet je wel hoeveel dat kost?’ Maar voor mij maakt het prijskaartje niet uit.”

Planckaert: “Shana háát houtkleur (lacht). Bij haar zou alles wit zijn.”

Goossens: “We hebben al afgesproken dat hij het interieur mag kiezen als we ooit gaan samenwonen. Het enige wat ik wil inrichten, is de badkamer: voor een vrouw is dat toch de plek bij uitstek om te ontstressen.”

Je houdt ook meer van de zee dan van het bos, terwijl de Planckaerts verknocht zijn aan de Ardennen.

Goossens: “Vorig jaar ben ik elk zomerweekend naar de kust geweest. Die golven: dat is vrijheid voor mij. De voorbije zomer heb ik meer hier gezeten, maar ik heb me enorm moeten aanpassen. Ik vond het hier doods: alleen maar bomen en koeien, geen mensen. En je weet ondertussen hoe ik over koeien denk (lacht). Maar nu heb ik het al veel moeilijker om terug naar Vilvoorde te gaan. Ik begin me zelfs al te ergeren aan de drukte daar.”

Planckaert: “Hier is het toch ook drukker dan achttien jaar geleden. Er worden steeds meer appartementen gebouwd, en dat zal er niet op verbeteren door corona: mensen trekken nu vaker voor een weekend naar de Ardennen, of het lijkt ze handig om hier een tweede verblijf te hebben. De mentaliteit is hier wel nog steeds meer à l’aise dan in Vlaanderen. Soms iets té: als je om frieten gaat, sta je een uur in de rij (lacht). Ze hebben ons ook al vaak zot verklaard, omdat we constant bezig zijn: ‘Móét het allemaal zo rap gaan?’”

Goossens: “Vroeger beschouwde ik de Ardennen als het deel van België waar alles tweehonderd jaar heeft stilgestaan, maar dat valt goed mee. Iedereen is hier veel vriendelijker. De allereerste keer dat een man die ik niet kende me groette, dacht ik dat hij zich vergiste (lacht).”

Junior Planckaert: ‘Normaal spreek je meteen af, maar door de lockdown hebben we eerst acht weken lang ­ge-sms’t. Daardoor hadden we het gevoel dat we elkaar al superlang kenden toen we elkaar eindelijk zagen.’Beeld Carmen De Vos

GELD OF VRIENDEN

Junior, het is de droom van je vader om met de hele familie naar Frankrijk te verhuizen. Is dat ook jouw droom?

Planckaert: “Ik weet nog niet waar ik zal belanden, maar ik hou evenveel als hij van de kalmte, de rust en de ruimte. Zodra ik in Frankrijk ben, denk ik: het is hier toch beter dan in het drukke België. Ik zie mezelf er wel wonen, maar evengoed hier. Ik ben er alleszins zeker van dat mijn vader niet in zijn eentje naar Frankrijk zal verhuizen (lacht).”

In Château Planckaert zegt je moeder tegen hem: ‘Jij vindt precies geen rust. Ik ben blij dat ik je gevolgd ben naar de Ardennen, maar ik dacht dat je er gelukkig zou zijn, en zie ons hier nu in Frankrijk staan.’ Chapeau voor haar: ze blijft hem wel steunen.

Planckaert: “Zeker. De enige keer dat ze voet bij stuk hield, was toen hij naar de Franse bergen wilde trekken. Maar anders zou ze hem óveral naartoe volgen. Als hij gelukkig is, is zij gelukkig, en omgekeerd. Samen kunnen zijn is voor hen het belangrijkst.”

Je vader antwoordde: ‘Als het kasteel gerenoveerd is, stop ik met nieuwe plannen te maken.’ Geloof jij dat?

Planckaert (lacht): “Dat heb ik al vaak gehoord. Maar het kasteel is geen verloren geld: je kunt het uitbaten. Hij zou nooit geld spenderen aan een nieuwe auto of aan een vakantie in Abu Dhabi. Wij investeren in de toekomst – als het kasteel niet opnieuw afbrandt (lacht).”

Ben jij even volgzaam als Christa, Shana?

Goossens: “Junior heeft mij daar in het begin voor gewaarschuwd: ‘Ik heb mijn leven in de Ardennen, en misschien ook in Frankrijk. Als je het niet ziet zitten om te verhuizen, dan beginnen we er beter niet aan.’ Ik heb geantwoord: ‘Ik zal je volgen, zolang het maar naar een plek is waar jij gelukkig bent.’ Hij heeft wel één voorwaarde gekregen: mijn paard moet mee kunnen. Maar ik ga hem niet wegrukken uit zijn familie: ze hebben zó’n mooie band. Ik vind het ook geweldig dat ze zoveel ondernemen: het ene is nog niet af of ze kijken al uit naar het volgende. Je weet nooit wat je te wachten staat, elke dag is anders.”

Junior, in de Humo-reeks ‘Working Class Heroes’ zei je vader: ‘Ik denk veel na over het leven en ben soms triest en depressief.’ Volgens hem komt dat door het faillissement van zijn hout- en parketfabriek in Litouwen. Herinner jij je nog veel van die periode?

Planckaert: “Mijn ouders hadden toen veel ruzie, omdat ze constant gestrest waren. Toen hij failliet ging, zeiden wij kinderen tegen elkaar: ‘Misschien zal de stress nu verdwijnen.’ Je merkt dat je ouders ongelukkig zijn en dat je vader het niet meer ziet zitten: dat is uiteraard niet leuk. We zijn nooit iets tekortgekomen en ze hebben hun miserie altijd goed proberen te verbergen, maar de curator kwam wel onze inboedel inventariseren, en mensen stuurden ons enveloppen met briefjes van 5 euro, zodat we eten konden kopen. We hadden geen geld voor nieuwe kleren, waardoor ik soms in mijn trainingspak naar school ging: daar maakten andere kinderen weleens opmerkingen over. Vooral Francesco heeft die periode bewust meegemaakt, want Stephanie en ik waren nog klein. Hij heeft zelfs zijn studie niet kunnen afmaken. Maar goed, het belangrijkste is dat je zoiets te boven kunt komen.”

Dat is vast de reden waarom jullie gezin zo aan elkaar hangt?

Planckaert (knikt): “Soms moet je een dieptepunt bereiken om te weten wat écht belangrijk is in het leven. Zo leer je ook je echte vrienden kennen. Mijn vader zal niet snel nog iemand blindelings vertrouwen. Wij zijn daar zelf ook voorzichtig in: als er geld mee gemoeid is, kunnen mensen echt raar uit de hoek komen. Geef ze de keuze tussen vriendschap en een zak geld, en ze zullen vaak voor het tweede kiezen.”

Hoe erg het ook was: jullie hebben wel veel levenswijsheid opgedaan.

Planckaert: “We hebben zeker geen normaal leven gehad. Daardoor spenderen we bijvoorbeeld nooit eens geld aan een weekendje weg: we investeren alles in onze toekomst.”

Maak je wel genoeg plezier?

Planckaert: “We moeten op tijd en stond eens stoom kunnen aflaten en aan onszelf denken, ja. Maar mijn vader vindt dat je ook nog van het leven kunt profiteren als je ouder bent.”

Merk jij dat Junior volwassener is dan de doorsnee 28-jarige, Shana?

Goossens: “Het valt me niet erg op, want ik heb zelf ook al veel meegemaakt. Mijn ouders hadden vroeger een depannagedienst, die failliet is gegaan. Los daarvan heeft een privékwestie tot een breuk tussen hen geleid. En ik heb al vier goede vrienden verloren: twee door een ongeval, twee door een natuurlijke dood – een gesprongen ader in de hersenen en een hartaderbreuk. Daardoor denk ik: leef nú. Oké, je hebt wat spaargeld nodig, maar morgen kun je doodvallen. Ga elk jaar op vakantie, want het kan misschien je laatste vakantie zijn. Als ik morgen zou sterven, wil ik dat iedereen kan zeggen: ‘Ze is gelukkig geweest.’ Ik heb het gevoel dat Junior wat geremder is.”

Planckaert: “Je kunt toch niet continu met het idee leven dat je morgen kunt sterven?”

Goossens: “Nee, maar je moet een goede balans vinden, en die mis je nog – wellicht door wat jullie vroeger meegemaakt hebben. Dat is geen verwijt hè, schat. Ik stel het alleen maar vast.”

Planckaert: “Ik kan hier ook niet alles zomaar achterlaten en zeggen: ‘Ik ben een maand weg.’”

Op sociale media zijn veel kijkers vol lof over jouw familie, Junior: ‘Jullie zijn een familie waar we een voorbeeld aan kunnen nemen. Ik krijg er een warm gevoel van.’

Planckaert: “Ik kan me voorstellen dat de spanningen in sommige gezinnen snel oplopen, nu iedereen continu op elkaars lip leeft door de lockdown. Maar ik zie mijn familie niet elke dag, al lijkt dat misschien zo op tv. Stephanie zie ik bijvoorbeeld twee keer per week.”

Je oma komt bij jullie inwonen, en je neefjes en nichtjes gaan niet naar de crèche: dat is toch ongewoon?

Planckaert: “Wie elke dag buitenshuis moet gaan werken, kan zijn kinderen moeilijk meenemen. Maar hoeveel ouders klaagden tijdens de eerste lockdown niet dat hun kinderen niet meer naar school konden? Ik denk dan: je zou net blij moeten zijn!

“Mijn ouders zullen we later ook niet in een woon-zorgcentrum wegstoppen. Maar wij hebben natuurlijk wel het voordeel dat we met ons drieën zijn om voor hen te zorgen.”

Wat mogen we jullie nog toewensen?

Goossens: “Een mooie toekomst samen. Waar dan ook. Zolang we maar gelukkig zijn.”

Bij dezen!

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234