Donderdag 22/08/2019

Festivalrecensie

Graspop 2019: het beste én het slechtste van dag 1

Beeld Stefaan Temmerman

Het dak vloog letterlijk bijna in brand op Graspop dag 1, maar ook was saaiheid vaak troef. Een overzicht van de beste - en de slechtste - acts.

Within Temptation: kon een collectieve geeuw onderdrukt worden? ★★☆☆☆

Je zal als Within Temptation zijnde maar tussen Amon Amarth en Slayer geprogrameerd worden. Een aartsmoeilijke opdracht die een tikje naar masochisme ruikt.

Sharon en co leken dat te beseffen, maar deden er alles aan om het publiek op hun hand te krijgen. Maar als we eerlijk zijn: de keuze voor Within Temptation als co-headliner voor de eerste dag van Graspop is merkwaardig. Een publiekstrekker zijn de Nederlanders al enige tijd niet meer, en het contrast met de andere bands is gewoon te groot.

20190621 Dessel Belgium: Graspop Metal Meeting 2019 Within Temptation Beeld Stefaan Temmerman

We hoeven dan ook weinig te onthouden van de achtste passage van Within Temptation op Graspop. Sharon zong als een engel, trachtte waar mogelijk een reactie bij het publiek te ontlokken, maar over het algemeen kon de Stenehei een collectieve gaap nauwelijks onderdrukken.

Die twee uur boden wel kansen aan de metalhead om een sanitaire stop te plegen, een trui te gaan halen of zelfs een uiltje te knappen. De file in de wachtrij van het frietkot kon op een bepaald moment wedijveren met de buitenring van Brussel.

Wilt dat zeggen dat Within Temptation een slechte show neerzette? Helemaal niet, daarin schuilt nog een extra laagje tristesse. Sharon zong als een engel en toonde zich een uiterst capabele frontvrouw die helaas niet altijd de reactie kreeg van het publiek waar ze om vroeg. Ook de band was in vorm, en speelde met een precisie die de VAR in de eerste klasse van onze voetbalcompetitie volledig onbekend is.

Beeld Stefaan Temmerman

Ze krijgt van ons overigens een ster minder omdat ze het niet aandurfde om een van haar covers uit ‘Liefde Voor Muziek’ te spelen. Een cover van Niels Destadsbader op Graspop Metal Meeting was onherroepelijk geniaal geweest, en had haar een cultstatus tot in de eeuwigheid opgeleverd. Gemiste kans, jammer.

Slayer: door de grote poort ★★★★☆

Niets is voor eeuwig. Zelfs Slayer niet. De iconen van de Amerikaanse thrashmetal speelden een tiende en allerlaatste keer op Graspop. Het werd een afscheid door de Grote Poort. Slayer speelde strak, furieus en met precisie. En het vuur op het podium kwam niet alleen van de muzikanten.

Beeld Stefaan Temmerman

Metalfans begroeten elkaar niet met een goeiemorgen, maar met een luidkeels gebruld ‘Slaaaayer!’. Het is een boutade, maar ze zat wel de geestdrift samen die deze groep teweeg brengt. Slayer is altijd het moeilijkste, hardste en vuilste maar tegelijk ook meest geliefd kind van de klas geweest. Met vaak extreme fans ook, die ver gingen in hun devotie. Vrijdagnacht stond de hele metalgemeenschap paraat voor hun laatste Benelux-show. En die stelde niet teleur.

“34 jaar geleden groetten we jullie voor het eerst”, vertelde frontman en bassist Tom Araya. “Nu komen we afscheid nemen. Zijn jullie klaar voor een wilde rit?” Het werd inderdaad een razend rondje op de roetsjbaan, waarbij Slayer op anderhalf uur tijd ruim twintig songs speelde. Tegen een strak tempo, voortstuwend op het ritme van een dubbele basdrum. Slayer schuimbekte, beet en liet niet los. We moeten diep in ons geheugen graven om te herinneren dat we deze band zo snedig en hongerig zagen spelen.

Beeld Stefaan Temmerman

Tom Araya was flink vermagerd en had zijn volle kerstmanbaard bijgeknipt tot een grijze sik. Hij had een leren broek aangetrokken en liet zijn bas heerlijk ronken. Drummer Paul Bostaph viel niet op een fout te betrappen, en Gary Holt (Exodus) vulde naar traditie stevig de schoenen van de overleden Jeff Hanneman. Slayer liet in Dessel vooral de muziek spreken, met solo’s van Holt en Kerry King die gebracht werden alsof de band zich tegen 150 per uur op de autostrade bevond. Piepend, remmend, proberend in het juiste spoor te blijven. Holt’s shirt, met daarop de boodschap ‘No Lives Matter’ was een passende spreuk.

Beeld Stefaan Temmerman

Slayer had (opnieuw een primeur) geïnvesteerd in een groot decor. Bij openingssong ‘Repentless’ viel het doek om vuurmanden, een tank en een groot zwaard tevoorschijn te toveren. Er werd een muur aan vlammen opgetrokken, zodat je het idee had dat de poorten van de onderwereld waren opengezet. Inderdaad: ‘Hell Awaits’.

Slayer verraste met ‘Gemini’ uit Undisputed Attitude, waarbij het podium helemaal in rook werd gehuld. ‘World Painted Blood’ klonk erg strak. Overal op de Stenehei doken er moshpits op. Meteen na ‘Disciple’ volgde ‘Mandatory Suicide’, een hoogtepunt van dit concert. “Gaan we niet te snel?”, wou Araya grijnzend weten. Sorry juffrouw, Slayer speelt nu eenmaal geen ballads. ‘Payback’ en ‘Temptation’ waren inwisselbaar, maar daar dacht je al niet meer aan toen ‘Seasons in the Abyss’ werd ingezet.

Beeld Stefaan Temmerman

Slayer haalde in het tweede deel hun echte kanonnen boven. Araya’s stem kreeg het soms wat moeilijker. Maar aan scherpte ontbrak het de band nooit. Zelfs niet in het stokoude ‘Black Magic’, dat mee in de set was gesmokkeld. Of bij het prachtige ‘South of Heaven’, een beestige song vol heerlijke Oosterse riffs. Slayer speelde het gisteren nagenoeg perfect. Gary Holt leefde zich uit op zijn gitaar (die verwees naar zijn voorganger Jeff Hanneman), terwijl Araya met de ogen dicht stond te bassen en te genieten. Om dan over te gaan in hét moment waar Mario Goossens (de drummer van Triggerfinger) en 50.000 andere metalfans op stonden te wachten. De wei kleurde bloedrood, de groepsleden draaiden zich richting het drumstel en Slayer zette ‘Raining Blood’ in. Geen enkele ziel op de Stenehei die niét stond mee te headbangen.

Slayer sloot passend af met ‘Angel of Death’. Hun meest controversiële nummer, omwille van de nazi-thematiek. Maar wat vooral bij bleef was hoe virtuoos de band hier klonk. Slayer: the legend ends. Dit was een waardige laatste buiging. 

Amon Amarth: de fik erin  ★★★☆☆

Amon Amarth is op Graspop nipt aan een kastijding van de Gehoornde ontsnapt. De Zweedse melodieuze death metal-band had zoveel pyrotechnisch materiaal bij in Dessel, dat het dak van de Main Stage even stevig begon te smeulen. Allemaal offers voor Odin, meneer!

Amon Amarth wordt steeds groter. En dan hebben we het niet enkel over de bierbuik van brulboei Johan Hegg. Dit najaar staat zijn Zweedse band in Vorst Nationaal. In Dessel mochten ze in de vooravond de fans op Graspop al even komen verwarmen. En dat laatste mocht je letterlijk nemen. Van bij openingssong ‘The Pursuit of Vikings’ draaide de gasmeter overuren. Metershoge vlammen werden boven de massa uitgespuwd. Ter begeleiding van de ronkende tonen van dit viertal.

Amon Amarth. Beeld Stefaan Temmerman

Dat liep allemaal vlot, tot bij ‘Raven’s Flight’. Eén vuurwerkbom knalde net iets te hoog en te hard. Minutenlang kwam er donkere rook van onder het afdak van Main Stage 2 vandaan. Gelukkig dat het dak uit goed geïsoleerd materiaal bestond, of Graspop had het de komende dagen met een podium minder moeten stellen.

De vikingen van Amon Amarth haalden hun schouders op en trokken verder ten strijde. Zij hadden enkel oog voor de massa. Om hen met ‘Raise Your Horns’ een pint ad fundum te laten drinken, en zelf een hoornen kelk te ledigen. Dan wel de nekspieren los te gooien tijdens ‘Guardians of Asgaard’. Waar, het was heus nog niet warm genoeg, brandende Berserker-kruisen de groep begeleidden. Het is goed te merken dat deze band naar Game of Thrones heeft gekeken. Ze konden mee opdraven in die succesreeks, bij The Battle of the Bastards.

Wat opvalt bij Amon Amarth: hoe langer deze groep mee gaat en hoe groter ze wordt, hoe meer ze een act maakt van hun optreden. Het leek soms wel de Efteling in Dessel. Roadies die in maliënkolders kwamen meevechten, de Hamer van Thor die werd bovengehaald, een opblaasbare draak die tevoorschijn kwam tijdens afsluiter ‘Twilight of the Thunder God’… Het zijn allemaal gimmicks die niet echt hoefden. Amon Amarth kon en mocht ook gewoon de muziek laten spreken op Graspop. Hoewel, en we betrappen ons nu op een contradictie, die vuurwerkregen helemaal aan het einde van de show was best wel indrukwekkend. Laat dat zaalconcert in Vorst maar komen.   

Anthrax: hongeriger dan een ijsbeer op een afgebroken ijsschots ★★★☆☆

Voor wie het vergeten was: Anthrax mag zich onderdeel van de mythische ‘Big Four’ noemen. Op Graspop Metal Meeting kwamen ze even tonen waarom.

De liefhebber van trash metal kwam uitgebreid aan zijn trekken op de eerste volwaardige dag van Graspop. Na Death Angel en Testament mocht ook Anthrax aantreden, en ze overstegen moeiteloos de prestaties van hun makkers uit de Bay Area.

Beginnen deden ze echter niet met eigen werk, maar met een flard ‘Cowboys From Hell’ van Pantera. Een eerbetoon aan Vinnie Paul wellicht, die nagenoeg exact een jaar geleden het tijdelijke inruilde voor het eeuwige.

Anthrax op Graspop 2019. Beeld Stefaan Temmerman

Van enige somberheid echter geen sprake. Anthrax leek hongeriger dan een geïsoleerde ijsbeer op een afgebroken ijsschots nabij de Noordpool, en straalde van de eerste seconde een speelvreugde uit die we vandaag nog niet gezien hadden. Een niet te onderschatten prestatie, aangezien de band reeds 38 (!) jaren op de teller heeft.

Sleet op de stembanden van Joey Belladonna is echter niet aanwezig, en ook de nek van Scott Ian knikt nog moeiteloos op en neer. Vragen voor handjeklap hoefde niet: het publiek zat vrijwel meteen in de juiste sfeer, en ging mee in de positieve vibe die Anthrax mee naar Dessel had genomen.

Toegegeven: wij vonden Anthrax altijd het kleine broertje van de Big Four, een band die steevast het midden van het bed koos. De CD&V van de trash metalscene met andere woorden. Op plaat is dat ook deels zo, maar live is een ander verhaal. Hun nummers klinken een pak harder en strakker live, en schurken qua tempo soms gevaarlijk dicht bij Slayer aan.

Na de combo ‘Antisocial’ en ‘Indians’ sloot de band af zoals ze waren begonnen: met een flard ‘Cowboys From Hell’. Op minder dan een uur was het afgelopen. Opkomen, de Main Stage kapotspelen en het terug afbollen: straffe band.

Lynyrd Skynyrd: Rocken richting pensioen ★★☆☆☆

Niet alleen Kiss en Slayer nemen afscheid op Graspop, ook de Amerikaanse southern rockband Lynyrd Skynyrd wuift het Belgische publiek er een laatste keer uit. Aan het einde pakten ze de wei collectief in met ‘Sweet Home Alabama’ en ‘Free Bird’. Onverslijtbare klassiekers, maar dat kon dit optreden niet helemaal recht trekken.

Op hun plaats stond Lynyrd Skynyrd hier niet echt. Geprankt tussen de thrashmetal van Anthrax en het Scandinavisch geweld van Amon Amarth: een cadeau is dat niet. Het zomerzonnetje zat dan weer wel mee. Veel metalfans kwamen, fris pilsje in de hand, even pauzeren bij deze levende (nu ja) legendes. Maar heel veel interactie en beleving was er niet bij openingssong ‘Working for MCA’. Lynyrd Skynyrd is opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Maar had in Dessel (na een vliegtuigdrama, ruzies, reünies en hoge leeftijd) met gitarist Gary Rossington (67) nog slechts één origineel bandlid op het podium staan. En een witte vleugelpiano op Graspop? Die zie je normaal enkel als Axl Rose hier staat. Voor het overige was Lynyrd Skynyrd aangevuld met Ricky Medlocke, de half-Indiaanse snarenplukker van Blackfoot en twee achtergrondzangeressen naast die piano.

De drievoudige gitaarpartijen klonken helder en mooi, maar op nieuwere songs als ‘Skynyrd Nation’ zat écht niemand te wachten in Dessel. Zelfs ‘Simple Man’ en ‘Three Steps’, classics waar ze in de Verenigde Staten een vinger veil voor hebben, kregen de gemoederen hier amper verhit.

Lynyrd Skynyrd op Graspop. Beeld Stefaan Temmerman

De massa kwam pas echt helemaal aan het eind in beweging. ‘Sweet Home Alabama’ is gebouwd op zo’n bekende riff dat die generaties verbindt. Vaders en dochters haalden samen hun gsm boven en zongen mee. ‘Free Bird’ werd tot de bisronde bewaard. Hun ode aan het leven, aan de vrijheid ook. Met de namen van de overleden bandleden op de achtergrond, terwijl de vijf vooraan dicht bij elkaar speelden. Een heel mooi slotakkoord.

Opmerkelijk: die gigantische Confederate-vlag die Lynyrd Skynyrd altijd trots toonde (om aan te geven dat ze uit de zuiderse staten van de VS komen), kwam maar heel bescheiden aan bod. Geknoopt rond de micro van Johnny Van Zant. Ze heeft de voorbije jaren een kwalijke reputatie gekregen, nadat ze werd ingepalmd door witte skinheads en het dodelijke drama van Charlottesville. Johnny Van Zant had in Dessel een vestje met de stars and stripes op aan. Alsof een speler van Club Brugge plots met een shirt van Anderlecht het veld op komt stappen. Only in America, ma’am.

Lynyrd Skynyrd op Graspop. Beeld Stefaan Temmerman

Children of Bodom: Alexi terug in topvorm na een decennium vol miserie ★★★★☆

Wie de Marquee verkoos boven het bejaardentehuis dat Lynyrd Skynyrd is, kreeg een portie death metal voor de kiezen waar ze op gehoopt, maar misschien niet verwacht hadden.

Children of Bodom kwam namelijk naar Graspop, en bracht mee: hun nagelnieuwe plaat ‘Hexed’. Die is, naar onze bescheiden mening, met enige voorsprong hun beste van de laatste tien jaar, maar het publiek bleek vooral gekomen voor de usual suspects.

En dat is jammer: nummers als ‘Under Grass and Clover’ en ‘This Road’ klinken live als een klok, maar zoals bij de meest metalbands duurt het verschillende jaargangen voor het publiek mee is. Hoe dan ook: na enkele personeelswissels, ontwenningskuren en noeste arbeid in ’t repetitiekot stáát Bodom er terug.

Children of Bodom: moet er nog 'fuck' zijn?

Akkoord, foutloos was het niet. Maar da’s volstrekt onmogelijk, gezien de complexiteit van hun muziek. Wie Dragonforce ooit ‘Through Fire and Flames’ heeft zien spelen, snapt wellicht wat we bedoelen. Maar de vocals waren on point en het vingerwerk van de gitaristen sneller dan de gemiddelde pornoacteur.

Het publiek liet duidelijk merken zich te amuseren. Zo onverschillig ze waren bij de nieuwe nummers, zo levendig toonde de Marquee zich bij klassiekers als ‘Are You Dead Yet’, ‘In Your Face’ en ‘Angels Don’t Kill’. Het concert duurde slechts 50 minuten, maar daar mocht wat ons betreft rustig een half uurtje bij.

Om toch een minpuntje uit te lichten: de bindteksten van Alexi zijn nog altijd een onverstaanbaar rommeltje dat enkel afbreuk doet aan een anders voortreffelijke show. Skippen die handel, en speel nog een extra nummer.

The Hu: meebrullen met Mongolen ★★★☆☆

Graspop Metal Meeting dat nooit de platgetreden paden verlaat? Think again. Vrijdag opende The Hu de Metal Dome. Nee, niet The Who. Wel een bende Mongolen. En dat is heus geen synoniem voor een metalband. Wel voor acht stoere krijgers uit Ulaanbataar, die meteen de aandacht trokken van een meer dan overvolle tent.

The Hu is dan ook een beetje een internethype. Met hun lied ‘Wolf Totem’ haalden ze twee maanden geleden de top van de Billboard Charts in Amerika. Iets wat een Mongoolse act nooit eerder lukte. The Hu stond er aanvankelijk op Graspop zelf een beetje onwennig bij. Zoveel volk voor hun groep, wiens debuutplaat pas in september uit komt? Anderzijds, Mongolië heeft al wel langer een link met het genre. Toch zeker de mythische krijgsheer Genghis Khan, die in vele metalsongs wordt bezongen. En zo blijkt elk land dus zijn metalband te hebben, hoe ver je maar op de wereldkaart gaat kijken.

The Hu op Graspop. Beeld Stefaan Temmerman

The Hu stond op Graspop te rocken als een bende ruiters, die net uit de steppe en van hun paard kwamen gestapt. Ze speelden op traditionele instrumenten, die op distortion stonden, en met zware gezangen door de vier frontmannen. Brommende stemmen die werden afgewisseld met keelzang. The Hu had zich gewapend met fluiten en strijkstokken, en heel veel melodieuze ritmes. Mocht Mongolië ooit meedoen aan Eurosong, dan konden ze deze bende sturen. Wat ze precies bezongen in het Mongools, Joost mag het weten. Misschien hadden ze het over hun aparte leven in uitgestrekte vlaktes. Of over de frisse pilsjes op de Stenehei in Dessel.

The Hu. Beeld Stefaan Temmerman

De grote vlakte op Graspop balde graag de vuisten en headbangde mee. Daar waar openingssong ‘Yuve Yuve Yu’ nog wat stroef over kwam, klonk ‘Wolf Totem’ al veel organischer. Een sfeer zoals Apocalyptica die weet te maken was nooit ver af. Deze nieuwe band heeft duidelijk groeipotentieel. We zien ze graag nog eens terug in een zaal. Op Graspop scoorden ze alvast enkele doelpunten. Ter aanmoediging begon de hele tent spontaan ‘hu, hu, hu’ te scanderen. Als je zoiets in een voetbalstadion doet, riskeer je een stadionverbod én een zware boete er bovenop. Hier werd die oerkreet onthaald op een grote glimlach. En als teken van een tribale aanvaarding.

The Hu tijdens hun optreden op Graspop. Beeld Stefaan Temmerman

Crowbar: Bouwen op een gouden groove ★★★☆☆

Crowbar strooide gul met gouden grooves in de Marquee van Graspop. Hun instrumenten klonken lekker vuil, alsof ze recht uit de swamps van Lousiana waren getrokken. Frontman en zanger Kirk Windstein liet zijn gitaar een half uurtje heersen, en dat was welgekomen krachtvoer.

Crowbar op Graspop. Beeld Stefaan Temmerman

Crowbar had de pech recht tegenover de hardcore-iconen van Hatebreed geprogrammeerd te staan. De Marquee was daardoor maar dik half gevuld, maar dat lieten Windstein en zijn drie zuiderse kompanen absoluut niet aan hun hart komen. Ze zetten met openingssong ‘All I Had’ meteen de juiste toon. Al snel volgden ‘Cemetery Angels’ en ‘Walk With Knowledge’ als dubbele vuistslag. Een lekkere laag sludge, met wat stevige doom-invloeden er bovenop. Nieuw materiaal kwam er niet (hun laatste plaat The Serpent Only Lies is al drie jaar oud), maar dat stoorde nauwelijks.

Met Crowbar stond trouwens alweer een deel van supergroep Down op dit Graspop. Donderdagavond mocht Phil Anselmo er al het podium op. Toen met een theetje in de knuist. Windstein koos liever voor een Belgisch pilsje, om zijn stem te smeren. Maar hij liet toch vooral zijn gitaar spreken in de Marquee.

Crowbar op Graspop 2019. Beeld Stefaan Temmerman

En wat een riffs heeft deze band. Een lied als ‘Conquering’ is gemaakt uit loden fundamenten, om elke Katrina of andere orkanen te doorstaan. Dat Crowbar gekend en geliefd is bij andere bands, bleek uit het Candlemass-plectrum waar de frontman op speelde. Hij droeg ook een song op aan zijn vrienden van Entombed. Mocht Windstein dat aan Gandalf of Bilbo hebben gedaan, had niemand vreemd opgekeken. Deze zanger lijkt net weggelopen uit Lord of the Rings. Terwijl het publiek luidkeels de groepsnaam scandeerde, zette Crowbar vol energie slotsong ‘Broken Glass’ in. Windstein ging nog één keer pal tegenover gitarist Matt Brunson staan en spoorde het publiek een laatste keer aan. Om met een ronkend slotakkoord de fans te gaan groeten. Crowbar stelt nooit teleur.    

Hatebreed: Voorspelbare kopstoot, maar geen knock-out ★★★☆☆

De Amerikaanse hardcoreformatie wist als eerste het publiek massaal in beweging te krijgen. Toch was het wat vroeg op de dag to destroy everything.

Intensiteit en energie: twee factoren die een cruciale rol spelen in het succes van hardcore. Exact tien jaar geleden stonden we ook naar Hatebreed te kijken op de Stenehei, en toen waren aan beiden geen gebrek. De band kolkte, beukte en ramde tot het publiek murw geslagen was. Hatebreed beleefde zijn hoogdagen, en daar kon geen recensent tegenop.

Hatebreed op Graspop 2019. Beeld Stefaan Temmerman

Anno 2019 is de scherpe kant enigszins zoek. Ondertussen speelt de band om hun kinderen door het peperdure Amerikaanse universiteitssysteem te loodsen, niet om hun agressie te kanaliseren en een middelvinger naar ‘het systeem’ – interpreteer zo u wil – op te steken. Elk jaar wat minder relevant, elk jaar een plaatsje lager in de hiërarchie.

Versta ons niet verkeerd: muzikaal speelde de band een strakke show. Op zich niet verwonderlijk, aangezien de sound van de band weinig meer dan één snaar en een snaredrum vereist. Frontman Jamey Jasta deed zijn job en wist de voorste linies van het publiek te transformeren tot een slagveld. Een hele prestatie, in het achterhoofd houdend dat de band om 14u10 begon. In metaltermen een hoogst ondankbaar uur.

Dat het publiek vooral reageerde op de hits uit het verleden, is geen toeval. Nummers als ‘Destroy Everything’ waren jarenlang de maatstaf in het harde genre, maar klinken inmiddels ouderwets en voorbijgestreefd. Hun recentere werk is onderling volstrekt inwisselbaar en weinig vernieuwend. Maar het publiek, dat amuseerde zich. Later op de avond zullen velen echter beseffen dat ze te vroeg piekten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden