Vrijdag 05/06/2020

Everybody Happy

Grappen maken is niet altijd plezant

Peter Van den Begin in 'Everybody Happy'Beeld RV

In Everybody Happy, de nieuwe film van Nic Balthazar, gaat een populaire komiek de strijd aan met zijn innerlijke demonen. En hij is niet de enige: veel komieken kampen op of naast het podium met een depressie of donkere gedachten.

"Ik ga stoppen met dees komedie." Ralph Hartman (Peter Van den Begin), een populaire komiek die naast het podium kampt met onzekerheid en depressie, zegt het vaak in Everybody Happy. En hij is niet alleen: wie mensen beroepsmatig aan het lachen brengt, heeft privé soms de grootste moeite om vreugde te vinden. De tragische zelfmoord van acteur en komiek Robin Williams, een dikke twee jaar geleden, was een pijnlijke herinnering aan hoe donkere gedachten ook de grootste grappenmakers kunnen neerhalen.

Everybody Happy mag dan eerder een film zijn over een van prestatiedruk en bijhorende burn-outs doordrongen maatschappij dan over komieken an sich, benadrukt Balthazar, maar hun persoonlijkheid is wel de perfecte metafoor om die problematiek te vatten. "Ze zijn de kanarie in de koolmijn. Op het podium verheffen ze zelfverzekerdheid tot het extreme, maar daarnaast leven ze in een wereld van concurrentie, competitie en de nood om het publiek te doen lachen."

Het is een bizarre spreidstand, en een waarin voormalig Humo's Comedy Cup-winnaar Raf Coppens zich wel herkent. In de periode van zijn grote doorbraak in de stand-up, kreeg hij met een depressie af te rekenen. "Ik was altijd moe en angstig, kon niet meer slapen en bleef piekeren", vertelt hij. "Of dat rechtstreeks voortvloeit uit het beroep, zou ik niet durven te zeggen. Misschien zit het wel in mijn genen."

Maar de comedywereld is wel een omgeving waarin onzekerheid en prestatiedrang een gevaarlijke mix vormen. In Everybody Happy moet Hartman concurreren met de populaire, vulgaire jonge komiek Olaf Benz (Raf Verbeke), wat hem steeds onzekerder maakt. "Je komt automatisch in een competitieve sfeer terecht", zegt Coppens. "Je niets aantrekken van wat de anderen doen is gemakkelijker gezegd dan gedaan."

De stress die dat met zich meebrengt, komt nog bij het ver doorgedreven perfectionisme dat veel komieken eigen is. Ook Gunter Lamoot, die een tijdlang medicatie nam tegen "de achterneefjes van depressie", zoals hij het zelf noemt, herkent die situaties. "Veel komieken zijn perfectionistisch. Als je dan in een situatie terechtkomt waarbij je je geluk laat afhangen van de waardering van het publiek, heeft dat een effect. Voor een perfectionist is het vreselijk om die controle los te laten, maar je kunt de reactie van het publiek nooit inschatten. Je kunt geen zekerheden opbouwen, en dat is frustrerend."

Comedy is een manier om bevestiging te zoeken, maar het kan ook faalangst creëren, vertelt Jens Dendoncker, winnaar van de Culture Comedy Award. Voor zijn doorbraak worstelde hij met een serieuze depressie, die culmineerde in een zelfmoordpoging en een opname in de psychiatrie, getuigt hij. "Comedy heeft iets verslavends. Iedere lach is een bevestiging dat je effectief grappig bent. Maar als ze niet lachen, voelt dat aan als een falen." En dat blijft hangen. "Je trekt je na een show veel meer aan van één slecht moment dan van de 99 goede dingen. De shows waar alles perfect loopt, die zijn heel zeldzaam. En na alle andere zul je blijven nadenken over wat beter kan."

Eenzame stiel

In Everybody Happy neemt die zelftwijfel de gedaante aan van Anderman (Jeroen Leenders), een hersenspinsel dat Hartman voortdurend confronteert met zijn gebreken. Dat stemmetje in je hoofd is geen onbekende voor komieken. "Het is een eenzame stiel", legt Coppens uit. "Je staat alleen op het podium, je schrijft je materiaal alleen, en 's avonds vertrek je alleen weer naar huis. Dan begin je al snel te piekeren. Als je veel werk hebt en veel kunt optreden, valt het nog mee, maar zodra je tijd over hebt, begint dat tweede stemmetje in jezelf te leven. Dat piekeren maakt je ongelukkig."

Komieken zijn ook doordenkers, vult Dendoncker aan. "Als komiek relativeer je alledaagse dingen en grote concepten kapot. Je stelt dingen eindeloos in vraag: ofwel kom je dan uit op een mop, ofwel op iets heel triests. Relativisme kan uitzichtloos worden: dan verliest alles zijn betekenis."

Beeld RV

Maar er is ook goed nieuws. "Comedy heeft mij geholpen, als therapie, zeg maar", zegt Dendoncker. "Dingen relativeren kan ook helend werken: het is voor mij een manier om mijn gedachten geordend te krijgen, en indien nodig een beetje te banaliseren. Vandaar dat ik die problematiek soms ook aanhaal in mijn shows. Mijn depressie kwam voort uit een angstproblematiek, en daar worstel ik nog steeds mee. Maar als ik het uitspreek, wordt het draaglijker. Door het publiek te laten lachen om iets zwaarmoedigs, delen ze even in je leed, en dat is voor mij een zekere troost."

Coppens verwerkte zijn depressie dan weer in een plaat én in de bijhorende show, Trop is te veel. "Als het min of meer achter de rug is, kun je er beter mee lachen. Maar ik heb van mijn depressie wel een pastiche gemaakt: als je voor een publiek staat, mag je je niet verliezen in zwartgalligheid. Voor de mensen moet een komiek altijd een feelgoodshow brengen en blij zijn. Maar het is niet omdat je ermee kunt lachen, dat je er helemaal vanaf bent."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234