Dinsdag 23/04/2019

Concertverslag

GoGo Penguin verleidt Gent Jazz, Grace Jones draait het festival een zwoele tong

Zijn de Gentse Feesten al begonnen? Zo leek het alvast op de eerste avond van Gent Jazz: nadat GoGo Penguin de Bijloke rustig had versierd, besprong Grace Jones haar publiek haast in de broeierig hete tent.

Beeld Lilith Geeraerts

De twee acts op de eerste avond van Gent Jazz konden nauwelijks meer van elkaar verschillen: de introverte doorsneejongens van GoGo Penguin – ze keken elkaar amper aan, laat staan het publiek – en de extraverte en exuberante Grace Jones, die het liefst alle fans naar haar hotelkamer had meegenomen. Maar elk op hun manier brachten ze de tent in extase.

Wat waren we trouwens blij dat er in die tent geen stoeltjes voor het podium stonden en dat je gewoon onder viptribune, achteraan in de tent, door kon lopen: het zorgde voor veel meer directe betrokkenheid bij de concerten. Nu ja, niet dat er bij GoGo Penguin (★★★★) veel te zien was – de drie kerels zouden op het festivalterrein van de Bijloke zo in de massa kunnen verdwijnen.

Gelukkig klonken ze wel meteen fantastisch: openers ‘All Res’ en ‘Initiate’ maakten duidelijk waarom dit jazztrio zo vlot de oversteek maakte naar een rock- en dancepubliek. Je hoorde instant herkenbare pianodeuntjes (verwant aan Nils Frahm en de Erased Tapes-bende) en ritmes die naar house en hiphop knipoogden.

GoGo Penguin mocht gisterenavond op Gent Jazz opwarmen voor Grace Jones Beeld Lilith Geeraerts

Bleef de start nog ingehouden en beschaafd, dan begonnen de drie kerels uit Manchester je vanaf ‘Break’ subtiel maar onontkoombaar mee te trekken. Onder het melodieus vloeiende contrabasspel van Nick Blaka – de enige die zich af en toe tot de fans richtte – creëerden drummer Rob Turner en pianist Chris Illington steeds meer draaikolken en droomversnellingen, die ten slotte uitmonden in een rechttoe rechtaan 4/4 housebeat.

Geen geluidsbehang

Die extra intensiteit op het podium werd prompt beantwoord met expressieve hipshakes in het publiek (een opwarmertje voor Grace Jones), wat GoGo Penguin weer een zetje gaf om nóg steviger uit halen met een paar nieuwe songs. Een eerste indruk: meer onverwachte geluiden (noisy gebrom van de contrabas) en afwijkende ritmes (horten en stoten à la Hudson Mohawke), en ook nog meer danceritmes.

Beeld Lilith Geeraerts

Met véél dank aan de drummer – geef de man een blikje en een stokje, en hij krijgt je nog aan het dansen. Ook in ‘Barbecue Garden Dog’ en ‘Hopopono’ was Chris Illington degene die GoGo Penguin weghield van geluidsbehang voor de vipbar: door de vele tempowisselingen en onverwachte wendingen zou je je daar toch maar verslikken in je champagne.

Zou Grace Jones (★★★★) trouwens de zes flessen Louis Roederer Cristal die op haar rider stonden, bewaard hebben voor na de show? Ze wankelde in ieder geval niet op haar benen zoals twee jaar terug op Cactus, waar ze zelfs even tegen de vlakte ging. Met de laconieke bindtekst “never fall in love, just be in love, when you fall you’re out of control” leek ze zowaar naar dat incident te verwijzen.

Jones toonde wel vaker gevoel voor zelfrelativering: bij ‘Shenanigans’ lachte ze om haar eigen bindteksten, en tot twee keer toe vroeg ze expliciet om
coke – verhalen over haar cocaïnegebruik krijgen steevast mythische proporties – waarna ze quasi-onschuldig verduidelijkte: coca-cola. En kort voor setsluiter ‘Slave to the Rhythm’ zei ze dat ze iedereen wel mee naar huis wou nemen, maar dat ze ons niet allemaal voldoende aandacht kon schenken. Om er dan deadpan aan toe te voegen: ach, ik kan mezelf niets eens genoeg aandacht geven.

Jamaicaanse roots

In dat soort opmerkingen hoorde je de diva waarvoor iedereen naar Gent Jazz was gekomen. Maar Grace Jones – half voodoopop, half levend geworden Keith Haring-figuurtje – dreef haar streken nooit te ver, integendeel: de hele avond liep ze over van liefde voor haar publiek, inclusief de fysieke kant daarvan. Ze draaide tongen in de lucht, kneep in haar blote borsten, twerkte kort maar hevig, beukte voortdurend met haar bekken en schreeuwde ons meermaals “I love you” en “Je t’aime” toe – Jones sprak trouwens de hele avond een mengelmoes van Frans en Engels. Voor ‘Love Is the Drug’ liet ze zelfs uitschijnen dat ze ons allemaal persoonlijk wilde komen vastpakken.

Beeld Lilith Geeraerts

Die tekstueel meer dan toepasselijke cover van Roxy Music bleek muzikaal wel het minste moment van Jones’ show. Veel beter klonken de songs waarin ze met haar geweldige band nadrukkelijk teruggreep naar haar Jamaicaanse roots: het even dreigende als verleidelijke ‘Nightclubbing’ (Iggy Pop met een knoert van een joint aan de lippen), de zware dubritmes van ‘This Is’, de Pretenders-cover  ‘Private Life’ en ‘My Jamaican Guy’.

Voor die laatste schunnige reggaesong had Jones, slechts gehuld in een huidkleurig korset en witte bodypaint, een voorbindpenis omgegespt, wat ze vanuit de coulissen al zingend had aangekondigd met de heerlijke improvisatie “oh oh, I forgot my dildo”. Maak jij daar eens snel een zomerhit van, beste Diplo?

Voodoosfeer

Nog meer genderbending kreeg je in ‘Shenanigans’. Jones liet zich in haar strooien hoed en rokje – zagen we daar Studio Vandersteen ijverig foto’s nemen? – bijstaan door twee mannen: één in rok die met Grace Jones-vlaggen zwaaide en één zo goed als naakte, fors uit de kluiten gewassen paaldanser die al twerkend zijn bilpartij liet bewonderen. Moeten we nog zeggen dat het héét werd in de tent?

Beeld Lilith Geeraerts

Helemaal zweten was het bij de finale met Jones’ twee grootste hits: ‘Pull up to the Bumper’ en het al hoelahoepend gezongen ‘Slave to the Rhythm’. De tussen spiritualiteit, hallucinatie en seks balancerende voodoosfeer die eerder al sluimerde in ‘William’s Blood’ en ‘Amazing Grace’, barstte helemaal open in ronduit extatische taferelen. Jones, andermaal in een verbluffende nieuwe outfit, liet zich langs de eerste rijen dragen op de schouders van een securitykerel (die achteraf een kus op de mond kreeg), ze rolde over het podium en bezorgde alle m/v/x’en in de tent een broekje vol goesting.

Als er over negen maanden een piek is in de Gentse geboortecijfers, dan weten we wie daarvoor de eer mag opstrijken: Grace Jones en haar bende bumperklevers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.