Vrijdag 18/10/2019

Boksfilm

Glimmende borstspieren en bloedende underdogs: dit zijn de vuistregels van de boksfilm

Michael B. Jordan als Adonis Creed in ‘Creed II’. Er is meer nodig voor een goede film dan een sixpack. Beeld rv/Barry Wetcher

In de ring is het simpel: of je slaat je tegenstander keihard bewusteloos, of je wint op punten. Maar wat zijn de regels van de boksfilm? De magische ingrediënten die ervoor zorgen dat dit stokoude genre maar niet in de touwen wil gaan hangen – getuige de release van de nieuwste Rocky-spin-off Creed II?

Het jaar is 1894, de prille beginperiode van cinema. In de studio van uitvinder Thomas Edison registreert een filmcamera hoe twee katten mekaar bekampen in een boksring – minihandschoenen incluis. Het filmpje, Professor Welton’s Boxing Cats, bewijst niet alleen dat mensen al sinds lang voor het ontstaan van YouTube naar kattenvideo’s keken, het illustreert ook onze eeuwige fascinatie voor boksfilms.

Urenlang hebben wij al zitten staren naar twee halfnaakte venten die mekaar tot moes mepten. Niet op tv – eerlijk: we hebben nog nooit van ons leven een volledige boksmatch uitgekeken. Maar op het grote scherm, dat is wat anders. Tientallen boksfilms staan in ons geheugen gegrift. En dat is nog maar een fractie van het totale aanbod. Een ruwe schatting? Er zijn in de filmgeschiedenis zeker 150 boksfilms gemaakt – kortfilms niet meegeteld. Dat is een veelvoud van alle voetbal-, basket-, hockey- en, euh, polsstokspringfilms saleb.

Robert De Niro en Martin Scorsese op de set van ‘Raging Bull’. Beeld rv

Het meest recente voorbeeld: Creed II, de achtste film al in de 43 jaar oude Rocky-franchise. Het levende bewijs dat dit genre gewoon niet klein te krijgen valt. Hoog tijd om het onder het vergrootglas te leggen. Welke ingrediënten heeft een (goede) boksfilm nodig?

1. Metamorfose van hoofdacteur

Acteurs die hun lichaam in de strijd gooien voor een rol: het kan zo goed als altijd op applaus (en awards) rekenen. De boksfilm is daar het summum van: boksers zijn per definitie spierbundels, dus wie er een speelt, zal sowieso veel tijd in de sportzaal doorbrengen én op een streng dieet moeten. Dat wekt bewondering bij de kijker, weet filmdocente Anke Brouwers (KASK): “Sinds het begin van de 20ste eeuw zijn we steeds meer geobsedeerd geraakt door gezonde en gespierde lichamen. Er ontstond een cultuur van controle over het lichaam. Een acteur die zich zo afbeult, toont zijn werkethiek.”

Zo trainde Robert De Niro voor Martin Scorseses Raging Bull zo hard, totdat hij in de ring overeind kon blijven tegen de echte Jake La Motta, het personage dat hij in de film vertolkte. Later, toen alle boksscènes ingeblikt waren, kwam hij bijna 30 kilo bij om La Motta op latere leeftijd te spelen.

Will Smith in ‘Ali’. Beeld EPA

Voor Ali ging de toen nog relatief tengere Will Smith een jaar lang aan de slag met gewichten en bokshandschoenen, totdat zijn torso nauwelijks nog van dat van Muhammad Ali te onderscheiden viel. Jake Gyllenhaal, van nature ook geen kathedraal van een vent, schonk zichzelf een messcherp wasbord en kolossale bicepsen voor Southpaw. En in Creed II bewijst Michael B. Jordan dat de fysieke lat alsmaar hoger ligt: zijn bolle borstspieren blinken zo hard dat je een zonnebril nodig hebt om er ongestoord naar te kunnen staren.

2. Voyeurisme en exhibitionisme

Cinema en voyeurisme gaan hand in hand. Heel wat vroege stille filmpjes gaan over mannen die schaars geklede vrouwen begluren door het sleutelgat – denk aan Par le trou de la serrure uit 1901 – of flirten met andere taboes. “Bij de kinetoscoop van Thomas Edison moest je zelfs letterlijk door een gaatje kijken om de film te zien”, zegt Anke Brouwers. “Zo konden heel wat vrouwen die nog nooit een andere naakte man dan hun eigen echtgenoot gezien hadden, plots in alle privacy naar andere lichamen gluren.”

De boksfilm is daar een voortzetting van: hij biedt het publiek de kans om ongegeneerd naar halfnaakte, gesculpteerde lijven te staren. Is het toeval dat boksen een van de weinige sporten is waar de atleten nauwelijks kleding dragen? Een gouden tip dus, voor wie een film over pakweg curling wil maken: verzin een reden waarom de sport plots alleen nog in ondergoed beoefend mag worden.

“Maar in boksfilms zit niet alleen voyeurisme,” vindt Brouwers, “er is ook het exhibitionisme van de filmster. Die weet natuurlijk dat hij in een boksfilm gezien zal worden. Niet toevallig kenden heel wat acteurs hun grote doorbraak dankzij dat soort rollen: kijk naar Kirk Douglas in Champion.” Ook Sylvester Stallone kan ervan meespreken: dankzij Rocky ging hij in 1976 plots van kleine bijrollen naar twee Oscar-nominaties.

3. Bloedende underdogs

Als je de filmgeschiedenis mag geloven, word je geen bokser als je thuis zwemt in geld, affectie en comfort. De boksfilm is het terrein van de underdog. De armoedzaaier, de alcoholist, de crimineel, de verloren ziel. Die vervolgens, met gezwollen ogen en badend in zijn eigen bloed, uitgroeit tot de grote overwinnaar. Brouwers: “Boksfilms zijn meestal from zero to hero-verhalen. Met hoofdpersonages uit de lage sociale klassen. Meestal Italianen of Ieren – die stonden in Amerika lang op hetzelfde sociale niveau als de zwarten. Ze werden als uitschot gezien, maar konden via de sport opklimmen.”

Zelfs Adonis Creed – toch de zoon van een wereldberoemde bokser, en op papier dus allesbehalve een underdog – begint in
Creed als een agressief schoffie dat opgegroeid is in jeugdinstellingen. Die opwaartse strijd van de bokser is herkenbaar voor alle kijkers – arm of rijk, achtergesteld of geprivilegieerd. Want willen we niet allemaal vooruit? Van waar we ook starten?

Michael B. Jordan stars als Adonis Creed en Tessa Thompson als zijn vrouw Bianca in ‘Creed II’. Beeld rv/Barry Wetcher

4. Waargebeurde verhalen

Hollywood is sowieso verlekkerd op waargebeurde verhalen, maar in het boksgenre geldt dat nog veel meer. Films als John Hustons Fat City, die volledig fictief zijn, vormen een kleine minderheid. Wellicht komen de klappen op het scherm nog harder aan als we weten dat ze echt gevallen zijn? Jake La Motta bestond echt, net als de halfbroers Micky Ward (Mark Wahlberg) en Dicky Eklund (Christian Bale) uit The Fighter, James J. Braddock (Russell Crowe) uit Ron Howards Cinderella Man, en Vinny Pazienza (Miles Teller) uit Bleed for This.

Chuck Wepner. Op hem werd het personage van Rocky Balboa gebaseerd. Beeld Bettmann Archive

Zelfs de bekendste fictieve bokser aller tijden, Rocky Balboa, is gemodelleerd naar een bestaande figuur. Stallone begon het scenario te schrijven nadat hij in 1975 de onwaarschijnlijke titelkamp tussen Muhammad Ali en Chuck Wepner zag. Die laatste werd op voorhand kansloos geacht, maar bleef als bij wonder vijftien ronden lang overeind tegen de grootste bokser aller tijden. Toen Rocky een wereldwijd succes werd, kreeg Wepner het hoog in zijn bol en verloor hij zich in zijn (kortstondige) roem. Daarover werd – u raadt het – later ook nog eens een film gemaakt: The Bleeder, met Liev Schreiber in de rol van Wepner.

5. Strijd buiten ring

Wat er in en rond de ring gebeurt, staat vaak symbool voor een ander, belangrijker gevecht in het echte leven. Daarom kunnen zelfs kijkers die geen flauw benul hebben van de regels van het boksen, toch genieten van een goede boksfilm.

Het openingsshot van Raging Bull illustreert die metaforische dimensie perfect: we zien La Motta in een akelig lege ring schaduwboksen: er is geen tegenstander, behalve hijzelf. De hele film draait om La Motta’s gevecht met zijn eigen demonen: zijn zwakte, zijn jaloezie, zijn zelfdestructieve gedrag. Elke klap die hij in de ring incasseert, is een vorm van zelfkastijding.

Clint Eastwoods Oscar-winnende Million Dollar Baby gaat in werkelijkheid niet over boksen, maar over ouderschap, verantwoordelijkheid, schuld en boete. En ook in de twee Creed-films zijn de hardste uppercuts van emotionele aard: de jonge Adonis Creed wil in de ring vooral het verleden van zich af slaan en bewijzen dat hij niet zomaar een buitenechtelijk ongelukje met een bekende achternaam is.

Creed II komt op 9/1 in de bioscoop. Lees hier de recensie. 

De populairste boksfilms aller tijden

1.De Rocky-reeks (Creed incluis) staat niet altijd garant voor kwaliteit, wel voor kassucces. Elke aflevering bracht wereldwijd vlot 100 miljoen dollar op – ja, zelfs deel V – en de originele won daarenboven de Oscar voor beste film.

2.Nog een Oscar-winnaar en daarnaast eveneens bijzonder succesvol: Clint Eastwoods Million Dollar Baby, waarin Hillary Swank wordt klaargestoomd voor een carrière in de ring.

3.Hij greep naast de Oscar voor beste film, deelde aan de box office geen al te grote klappen uit, maar mag intussen de belangrijkste boksfilm aller tijden worden genoemd: Raging Bull van Martin Scorsese.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234