Donderdag 09/12/2021

Gewikt en gewogen: het tv-rapport van 'De Morgen'

Lost in Tokio 2BE, maandag, 20.35 uur Beeld UNKNOWN
Lost in Tokio 2BE, maandag, 20.35 uurBeeld UNKNOWN

Crisis of geen crisis, vorige week werd alweer een vracht nieuwe tv-programma's op de kijker losgelaten. De cultuur- en mediaredactie bekeek de belangrijkste nieuwe programma's met kritische aandacht en zag dat het soms slecht tot middelmatig, soms goed en een enkele keer buitengewoon was.

Sarah Theerlynck over Ladies First (***)
Eén, maandag, 20.30 uur

Een Australische die als een soort Mata Hari fungeerde voor de latere president van Oost-Timor, een oogarts die in de bergen van Nepal cataractoperaties uitvoert en de koninginnen van Swaziland die in luxepaleizen gevangengehouden worden: de vrouwen die journaliste Annemie Struyf in Ladies First portretteert zijn zonder meer boeiend.

De serie begon vorige week maandag met een reportage over Sandra Roelofs, een Nederlandse die als studente een ambitieuze Georgiër leerde kennen en verliefd werd. Ze trouwden en hij werd de president van Georgië. Nu schikt zij zich zo goed en zo kwaad als dat gaat naar de rol van first lady. Dat betekent ook voedselpakketten uitdelen aan de minder gegoeden op het platteland. Aan een klein tafeltje in een vervallen pand hield de presidentsvrouw spreekuur. Ze leek zich heel bewust af te sluiten van de miserie van de mensen die ze te zien kreeg. Een heer die niet op de lijst stond, begon een aanklacht over de erbarmelijke omstandigheden waarin hij moest leven en over zijn kinderen die naar de stad trokken. Algauw kreeg de man een paar kousen in zijn handen gestopt. "Hier, die zal je goed kunnen gebruiken", besloot de first lady.

Even later zagen we haar aan een veel grotere tafel Georgische klassiekers oefenen met een mannenkoor. Toen bleek dat ook haar man zou komen, werd de tafel vlug feestelijker gedekt. Tijdens een copieuze maaltijd zag Struyf haar kans schoon om de president te interviewen. Hij stak een lofzang op over zijn vrouw, zijn land en zijn missie, maar gaf op het einde wel toe soms uit te kijken naar de dag waarop hij en zijn gezin opnieuw een gewoon leven zouden kunnen leiden, zonder bodyguards en geblindeerde SUV's.

Kortom, Struyf brengt in Ladies First straffe en onthullende journalistiek. Alleen jammer dat ze een beetje in hetzelfde bedje ziek is als Goedele Liekens destijds met Sterke vrouwen: ze komt zelf te veel op de voorgrond. Het is Struyf die met de president praat, Struyf die een dag moet wachten tot Sandra aankomt, Struyf die samen met de first lady de lippen stift. Dezelfde verhalen in een andere vorm en Ladies First had van ons vijf sterren gekregen.

Jeroen de Preter bekeek Het programma van Wim Helsen (****)
Canvas, vrijdag, 20.40 uur

Als mogelijk de beste tv-regisseur van ons land in zee gaat met mogelijk de beste komiek, schept dat hooggespannen verwachtingen. Te hoog gespannen verwachtingen, misschien. Het programma van Wim Helsen is, althans op het eerste gezicht, geen grensverleggend meesterwerk dat pakweg Het eiland al onmiddellijk zal doen vergeten. Het programma lijkt niet spectaculair grappig of tragikomisch, en aan de grenzen van het medium televisie wordt hier hoogstens maar wat gekieteld. Aangenaam, mild ironisch, tikkeltje stout en subtiel zijn de woorden die je na de eerste aflevering te binnen schieten. Maar briljant? Toch niet op het eerste gezicht.

Het recept van Het programma van Wim Helsen is, hoewel best origineel, heel eenvoudig. Helsen interviewt mensen van zeer diverse pluimage die elk iets mogen komen vertellen of tonen op tv. De gasten zitten op hem te wachten achter een deur, in een kleine, intieme kamer. Na elk gesprek volgt een nabespreking met zijn beminnelijke copresentatrice, actrice Sien Eggers.

Dat dit zo eenvoudige recept toch zo'n bijzonder subtiele smaak heeft, is zeker voor een deel te danken aan de ingrediënten. Het zijn ingrediënten die eerder al gebruikt werden voor de allerbeste Woestijnvisgerechten. Zo doet Het programma van Wim Helsen, hoewel heel verschillend van format, bij momenten denken aan Man bijt hond. In de eerste aflevering waren onder meer een kippenkweker, drie levende standbeelden, een palliatieve zorgverlener en een voltallige lachclub te gast. Heel gewone mensen dus, mensen zoals die ook in Man bijt hond graag ten tonele worden gevoerd. Mensen met een serieuze hoek af vaak, maar daarom zijn het natuurlijk gewone mensen.

Wim Helsen en Jan Eelen gaan met hun programma echter nog een stap verder dan Man bijt hond, in die mate zelfs dat er weleens met de grens van de uitlachtelevisie wordt geflirt. Op die momenten proef je ook al eens de ingrediënten van In de gloria. Was het gesprek met de palliatieve zorgverlener echt of was dit een parodie op het 'realitylijden'? Misschien wel de twee. In elk geval werd hier op een heel slappe koord gedanst, met gelukkig een groot evenwichtskunstenaar in de hoofdrol.

Helsen toonde zijn evenwichtskunsten onder meer in een gesprek met een vrouw die haar heil zoekt in de lach zonder enige aanleiding. Een akelig schouwspel waarvan je tenen zouden krullen mocht Helsen er niet zo'n innemende, zelfrelativerende draai aan geven. Omgekeerd liet hij zich in een gesprekje met een levend standbeeld ook niet verleiden tot klef SAM-gedoe. Een uitnodiging om het levendestandbeeldfestival te presenteren, sloeg hij af met een allesbehalve innemend 'nee'.

Het programma van Wim Helsen zou je een zeer bescheiden programma kunnen noemen. Maar net in die bescheidenheid ligt een grote kwaliteit en ambitie. Aangenaam, mild ironisch, tikkeltje stout en subtiel zijn er ook op het tweede gezicht de kwaliteiten van. In dat, maar ook in veel andere opzichten, is Het programma van Wim Helsen een kritiek op zijn tegendeel: de grote kijkcijferkanonnen van nu. Een briljante kritiek? Wait and - vooral - see.

Brecht Decaestecker zag Lost in Tokio (**)
2BE, maandag, 20.35 uur

Maak kennis met Sofie Naessens, 21 jaar, studente rechten, in de fleur van haar leven, gepakt en gezakt voor een avontuur zonder voorgaande. Pas in Zaventem krijgt ze te horen waar ze naartoe vliegt: Tokio, onbekende stad van 12 miljoen inwoners. Nauwelijks geland moet ze tijdens de eerste nacht een vies kamertje delen met de andere kandidaten. En nog voor het programma goed en wel begonnen is, wordt Sofie door de anderen verkozen om tegen Jonathan een proef van twee dagen te spelen.

De wereld van Sofie zal de volgende 48 uur verdacht veel lijken op die van Scarlett Johansson in een film waarvan de titel al even verdacht veel lijkt op die van dit programma. Sofie moet vijf toeristische attracties fotograferen en moet daarvoor rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Uiteindelijk arriveert ze vijf seconden te laat in het Hilton, waar die verdomde Jonathan haar suite van vijf kamers (met twee badkamers! En jacuzzi! En champagne!) al heeft ingepikt. Sofie is lost in Tokio. Ze belandt in een karaoketoren en vervolgens op de vuile vloer van een louche Japanner.

De volgende dag krijgt ze een herkansing in de finaleronde. Net als vijf anderen moet Sofie onuitspreekbare Japanse woordenkronkels instuderen om zich daarna voor honderd Japanners belachelijk te maken. Iets waar kandidaat Geert nog veel beter in slaagt. Voor de tweede keer, eigenlijk. De eerste keer deed hij dat voor een kwart miljoen Vlamingen. U moet weten, Geert komt uit 'Bruhhe' (sic). Hij kent dan ook alle Japanners persoonlijk. "Ha ja, want die zijn allemaal in 'Bruhhe' (sic) gepasseerd." Billenkletsen, Geert! Soit, Sofie kreeg om een geheel onduidelijke reden vooraf tien punten achterstand. En dus mocht ze het eerste vliegtuig terug nemen. Ze huilde. Bijna. Je zou voor minder, oververmoeid en gepest door duizend duivels.

Behalve met Sofie moesten we tijdens deze 735ste realityserie met nog elf andere kandidaten kennismaken. En met het idee achter het spel. En met de opdrachten. Niet moeilijk dat tegenwoordig vooral vertrouwde formats het goed doen. Bij Peking Express kun je meteen aan de race beginnen. De nieuwe kandidaten stel je onderweg wel voor. Bovendien vonden de makers van Lost in Tokio het nodig om vijf keer te tonen hoe een levende vis gemarteld wordt. Maar wanneer kandidaat Jonathan een overnachting boekt in een zogenaamd capsulehotel, krijgen we van dat typisch Japans fenomeen niets te zien. Jammer.

Lost in Tokio heeft alles in huis om een leuke realityserie te worden. Maar dan moeten de regisseurs van productiehuis FreMantle iets beter kijken hoe Peking Express of China voor beginners wordt verfilmd. In plaats van een soort 'Fear Factor in Japan' te maken, vol montagetrucjes die ze al tot uit den treure in Idool hebben uitgeprobeerd.

Christophe Vekeman over Rwina (**)
Eén, maandag, 21.30 uur

De meeste acteurs in Rwina, een nieuwe humoristische serie op Eén, zijn van buitenlandse afkomst. Dat zij dus goed geplaatst zijn om, zoals op de website van het programma staat te lezen, 'allerlei vooroordelen aan de kaak te stellen', wil ik best geloven. Maar waarom toch dient dat aan de kaak stellen van bepaalde vooroordelen of clichés op zo clichématige wijze te gebeuren?

Ik weiger om op mijn beurt al te voor de hand liggende clichés te gebruiken en mijd hier bijgevolg het woord 'polarisatie', maar het is een opvallend feit dat althans in de eerste aflevering van Rwina zogoed als alle niet-allochtone personages onverbiddelijk racistisch bleken, sketch na sketch na sketch. Bezondigden zij zich bij uitzondering niet aan racisme of xenofobie, dan presenteerden zij als 'Miss Prei' wel een belspelletje op televisie, daarbij de Nederlandse taal aanwendend om zinnen als - en het is ongetwijfeld de bedoeling dat u het hierom hartelijk uitproest - 'De pijl kan niet de hele tijd gebogen staan' uit te spreken. Ja, Rwina laat er niet de geringste twijfel over bestaan: als 'zij' alle schroom laten varen en 'ons' doen en laten eens onder de loep nemen, dan komen 'wij' er maar bekaaid van af. Eigen deeg eerst, moeten 'zij' hebben gedacht, en daar krijgen 'wij' nu dus een koekje van. Goed zo. Aan de kaak stellen is inderdaad iets helemaal anders dan eindeloos je andere wang blijven aanbieden. Bovendien is het natuurlijk allemaal maar om te lachen.

Maar dat, helaas, is het dus niet: er valt, kijkend naar Rwina, totaal niets te lachen. Neem nu de volgende sketch. Allochtoon komt een uitzendbureau binnen, op zoek naar werk. (Sommige tooghangers zouden dit op zich al erg grappig vinden, maar ik denk niet dat zij tot de doelgroep van Rwina behoren.) Man van uitzendbureau vraagt allochtoon om zijn identiteitskaart. Allochtoon zegt dat hij die niet heeft. Man gebiedt allochtoon om even te wachten en belt stiekem de politie, wat blijkt uit het feit dat even later twee agenten opduiken. Roept die allochtoon nog terwijl hij weggeleid wordt: 'Heb je echt niets anders voor mij?' Misschien snap ik ze gewoon niet, natuurlijk.

Andere sketch die zich in hetzelfde kantoor afspeelt: allochtoon zoekt werk, maar de blanke racist van daarnet denkt er nog niet aan de jongen ter wille te zijn. Of wacht eens even, ha, er is toch nog een vacature, zo monkelt hij grimmig, duidelijk een job in gedachten die hij aan de straatstenen niet verkocht krijgt. Waarop wij de allochtoon warempel aantreffen in priestergewaad: hij giet cola in een wijnbeker en toost het handvol gelovigen in zijn kerk toe met het woord 'schol'. We hebben erg lang moeten wachten, maar eindelijk was er dan plotseling Rwina om voor de miljoenste keer sinds 'Het laatste avondmaal' van Urbanus te bewijzen dat het katholicisme wél een godsdienst is waarmee straffeloos kan worden gelachen.

De hele eerste aflevering kende slechts één moment dat mij oprecht belangstellend opkijken deed. Iemand sprak: 'Ik ben Ibrahim, ik ben islamiet en ik wil later piloot worden' en gooide vervolgens een papieren vliegtuigje in de richting van de camera. De uitdrukkelijke vermelding van zijn islamiet zijn en het gegeven dat papieren vliegtuigjes niet de neiging hebben erg lang in de lucht te blijven, wekte uiteraard de associatie met de WTC-aanslagen, en Ibrahim deed zodoende in naam van alle moslims aan een bijzondere, nogal wrange vorm van zelfspot, vermoed ik. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er niet erg van hield.

Pieter Dumon over To Catch a Predator (**)
VT4, donderdag, 23.10 uur

Only in America... Alleen in de Verenigde Staten kan een televisiemaker het zich veroorloven om via het internet op zoek te gaan naar pedofielen, die vervolgens naar een huis tjokvol verborgen camera's te lokken om ze uiteindelijk met naam en toenaam op antenne te gooien. Het lijkt bij de haren getrokken, maar toch is dat precies waar het in To Catch a Predator, een programma van NBC Dateline, om draait.

Qua spektakelwaarde zit het met dit programma dus wel goed. Zeker als blijkt dat het dankzij de hulp van de internetbeweging Perverted Justice verbazend makkelijk is om in chatboxen allerhande mannen te vinden die wel in zijn voor een avontuurtje met een minderjarige.

Maar dan gaat het fout. Tussen de beelden van de in de val gelokte pedofielen door worden allerhande experts opgevoerd, die helaas erg weinig toe te voegen hebben. Bovendien raakt het concept 'lok eens een pedofiel in de val' algauw afgezaagd. Voeg daar nog een irritant afgeborstelde presentator aan toe, overgiet het geheel met een Amerikaans spektakelsausje en je hebt een programma dat amper halverwege al behoorlijk verveelt.

Spectaculair? Zeker wel. Spraakmakend? Misschien. Een goed tv-programma? Zeker niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234