Zondag 20/10/2019

Muziek

Gevonden: bedenker iconische 'Unknown Pleasures'-hoes

Beeld rv

De albumhoes van 'Unknown Pleasures', de debuutplaat van Joy Division, opgebouwd uit gestapelde radiogolfjes, groeide uit tot een van de bekendste albumhoezen uit de popgeschiedenis. Schoenen, shirts, petjes en lichamen werden er sinds 1979 mee bedrukt. Maar wie de originele afbeelding maakte, is nu pas ontdekt.

'Unknown Pleasures' (1979) is het debuutalbum van Joy Division (later New Order). De band uit Manchester, onder leiding van zanger Ian Curtis, werd eind jaren 70 een van de voorlopers in het postpunkgenre. Donkere, zware gitaarmuziek schreef de depressieve Curtis, die in 1980 op 23 jarige leeftijd zelfmoord pleegde.

Toen 'Unknown Pleasures', met die donkere, mysterieuze hoes uitkwam, stond er geen enkele uitleg bij. Was het de echoënde stem van Curtis op 'She's Lost Control'? Of Peter Hooks karakteristieke diepe baslijn van 'Shadowplay'?

Later werd bekend dat het hier ging om een pulsarprofiel. En nog wel een van de eerste pulsar ooit, CP1919, ontdekt door Britse wetenschappers in 1967. Wetenschappelijk: een pulsar is een soort zombie-ster - dood, maar niet helemaal. Bundels van de radiostraling van een neutronenster (zie kader) zwiepen als licht van een vuurtoren over de aarde. Daarvan vangen we hier korte radiopulsjes op.

Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat de originele afbeelding kwam uit het boek 'The Cambridge Encyclopaedia of Astronomy' (1977), zoals ook ontwerper Peter Saville vertelt over de totstandkoming van de iconische hoes, in korte documentaire uit 2012 uit de reeks 'Data Visualization Reinterpreted' (zie hieronder). "De band kwam aan met deze afbeelding. Ze zagen al snel dat het een prachtig, enigmatische illustratie was voor een albumhoes", beschrijft Saville.

Pulsar

Pulsar is de samentrekking van pulsating (radio-)star. Een zware ster spat aan het eind van zijn leven uit elkaar in een supernova-explosie; de kern van de ster stort ineen tot een kleine, compacte bal die zwaarder is dan de zon maar niet groter dan zo’n 25 kilometer. Zo’n neturonenster tolt razendsnel om zijn as, en zendt bundels van radiostraling de ruimte in. (Govert Schilling)

Afbeelding in 'The Cambridge Encyclopaedia of Astronomy'. Beeld rv

Cult

"Toen ik de cover in 1979 maakte, wist ik al snel dat dit een geweldig album was. Maar hoe het zich de jaren erna zou ontwikkelen... Dat zag niemand aankomen", aldus Saville. "De afbeelding stond zonder verdere uitleg afgedrukt op de hoes, dus niemand wist wat het was. Mensen hadden geen idee. Inmiddels is er een onmiskenbare wereldwijde cult ontstaan rond het album én de hoes. Toen ik voor het eerst iemand zag met zijn hele rug vol getatoeëerd, zag je de obsessieve toewijding. Inmiddels zijn de varianten eindeloos: van heel serieus, tot melodramatisch en zelfs vrij komisch."

Met de verklaring van de ontwerper leek de zoektocht voltooid.

Maar, zo ontdekt Jen Christiansen, artdirector infographics bij Scientific American, de 'Cambrige Encyclopaedia of Astronomy' geeft geen concrete bron. En daar begint zijn zoektocht, die hij uitgebreid beschrijft op de site van Scientific American. "Een plaatje, zonder tekst of uitleg, sowieso een gewaagde keuze voor een debuutalbum. (...) Iconisch, maar nog steeds mysterieus. Ergens raakte ik geobsedeerd door de verhalen achter het pulsarprofiel."

Zijn obsessie brengt Christiansen uiteindelijk op het spoor van Harold Craft, de radio-astronoom van het Arecibo Radio Observatory. Een uitgebreide zoektocht op het hobbyblog van Adam Capriola heeft dan al drie mogelijke publicaties opgeleverd.

- 'The Cambridge Encyclopaedia of Astronomy' (1977)

- 'Graphis Diagrams: The Graphic Visualization of Abstract Data' (1974)

- 'The Nature of Pulsars door Jeremiah P. Ostriker in Scientific American' (1971)

Alleen is nog steeds niet bekend wie die volumepiekjes als een berglandschap op een atlaskaart achter elkaar had geplakt. Antwoord krijgt hij van de oude Craft, die deze specifieke manier voor het eerst gebruikt in zijn thesis 'Radio observations of the pulse profiles and dispersion measures of twelve pulsar' uit 1970.

Christiansen zoekt Craft op in New York (zie het verhaal op Scientific American voor geluidsopnames). Daar zegt Craft over de gestapelde pulsargolven: "We waren jonge studenten en hadden geen idee. (...) We waren op zoek naar patronen in de golven. Dit was denk ik ook de eerste waarmee ik het probeerde, CP1919, de allereerste pulsar."Als Craft jaren later de bevriende astronoom Jim Cordes tegen het lijf loopt, zegt deze: "Trouwens, wist je dat je afbeelding is gebruikt voor de cover van een Joy Division-album?"

Craft: "Het was een complete verrassing. Ik had geen idee. Dus ik ging naar de platenzaak en verdomme, daar lag-ie. Ik kocht een album en een poster. Het was mijn afbeelding, dus ik moest een exemplaar hebben."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234