Dinsdag 22/06/2021

InterviewBoeken

Gerda Blees: ‘Als iemand zich echt wil uithongeren, kun je daar weinig aan doen’

Gerda Blees: 'Mensen met een eetstoornis creëren een eigen universum.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Gerda Blees: 'Mensen met een eetstoornis creëren een eigen universum.'Beeld Thomas Sweertvaegher

In een woongroep leven, en niet meer eten tot de dood erop volgt? Dat ongewone onderwerp pakt Gerda Blees (1985) in Wij zijn licht op inventieve wijze aan. ‘Ik wilde die mensen niet als gekken wegzetten.’

Toen de Nederlandse schrijfster Gerda Blees een viertal jaren geleden een lokaal dagblad uit­ploos, bleef haar blik bij een klein, maar hoogst merkwaardig bericht haken. Een fait divers, zeg maar, zij het met een onheilspellende lading.

Blees las hoe een 62-jarige vrouw, lid van de Utrechtse woongroep Contact & Muziek, door uithongering was gestorven. Leven van licht, lucht en liefde, dat was het ultieme streven van de vierkoppige commune waartoe deze dame behoorde. Eten was maar een vervelende hobbel op de weg naar ascese en bevrijding van het lichaam. Licht had moeten volstaan om te overleven.

BIO • geboren in 1985 in Amsterdam • was universitair docent communi­catietechnieken • won met haar verhaal ‘Zomer-kroos’ in 2016 de Nieuwe Proza Prijs • debuteerde in 2017 met de verhalenbundel Aan dood­gaan dachten we niet. In 2018 volgde haar poëzie­debuut Dwaallichten • maakt kans op de Libris Literatuur Prijs met haar eerste roman Wij zijn licht

“Ik was verbaasd – wie zou dat niet zijn? – maar ook geïntrigeerd”, vertelt Blees. “De schrijver in mij was wakker geschud. Zeker omdat het verhaal ook werd opgepikt door de nationale kranten en justitie zich ermee bemoeide. Ik verbleef toen zelf in een woongroep, niet ver van Utrecht.”

Want ja, was er nalatigheid in het spel van de zus of andere medebewoners? Wie was verantwoordelijk voor dit bizarre overlijden? En op welk hoger spiritueel doel werd hier gemikt? Het zette de radertjes van haar verbeelding in gang.

Blees is hoogzwanger, maar ons gesprek gaat gewoon door. “Ik zit hier toch maar op de baby te wachten”, klinkt het vanuit haar huiskamer in Haarlem. Blees straalt rust uit. Ze wikt en weegt haar woorden regelmatig en nuanceert graag.

Ze herinnert zich hoe ze zich drie jaar lang als een terriër in de ‘uithongeringszaak’ vastbeet én alle facetten ervan onderzocht. Toen in 2017 haar eerste verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet verscheen, vond Arnon Grunberg al dat Blees “de menselijke komedie” doorzag. Dat zou je ook kunnen zeggen over het bevreemdende maar uitstekende Wij zijn licht, haar roman­debuut.

“Het kwam uit in volle eerste lockdown, in maart 2020. Ik verwachtte dat het snel zou wegglijden. Mensen hadden wel wat anders aan hun hoofd dan deze kwestie, dacht ik. Maar het boek vond langzaam zijn weg, opgepikt dankzij goede recensies en eindejaarslijstjes.” Wij zijn licht is al bekroond met de Nederlandse Boekhandelsprijs. “En zo’n Libris-nominatie is natuurlijk een grote eer.” Of ze de prijs maandagavond wint? “Daar denk ik liever niet over na.”

“Ik had via mijn woongroep weleens gehoord over de vreemde praktijken bij Contact & Muziek, zoals de groep heet”, vervolgt Blees. “Hier kwam van alles samen: hét bijna dwingende leven in een groep, die gevaarlijke interne dynamiek... En het feit dat ze niet aten, daar heb ik al vaker over geschreven. Hoe kun je niet eten en toch blijven leven? Ik kan het me niet voorstellen want ik eet zelf zo graag, je lichaam vraagt dat toch? Maar waarom zagen zij dat niet zo? Mensen met een eetstoornis creëren een eigen universum.

WIE WINT DE LIBRIS?

Op maandagavond 10 mei wordt de winnaar van de Libris Literatuur Prijs bekendgemaakt. Naast Blees zijn genomineerd: Jeroen Brouwers (Cliënt E. Busken), Merijn de Boer (De saamhorigheidsgroep), Erwin Mortier (De onbevlekte), Simone Atangana Bekono (Confrontaties) en Marieke Lucas Rijneveld (Mijn lieve gunsteling). De winnaar ontvangt 50.000 euro.

“Bovendien zat er ook nog een familieverhouding in verscholen: de zus van het slachtoffer was een van de leden van de woongroep. Zij had nagelaten een arts te bellen toen de huisgenote sterk achteruitging. En misschien heeft het ook raakpunten met kwesties als euthanasie.”

Uiteindelijk werd de zaak geseponeerd en bleef vervolging uit. Vreemd genoeg valt op de site van de woongroep (die nog uit twee personen bestaat) veel na te lezen over de gebeurtenissen. “Ze hielden er nauwlettend verslag van en leken er zich absoluut ook niet voor te schamen”, denkt Blees, die al begon te schrijven voor ze de precieze afloop van het gerechtelijk onderzoek kende.

In haar boek heeft Blees de woongroep Contact & Muziek omgetoverd tot Klank & Liefde. De namen van de personages zijn veranderd in Melodie, duidelijk het haantje-de-voorste, de ‘meelopers’ ­Petrus en Muriël en de overleden Elisabeth. Want, benadrukt Blees, “het is geen reconstructie. Het is echt een roman. Hoe is het zover kunnen komen? Ik heb er mijn fantasie op losgelaten.”

Dat blijkt al uit de curieuze perspectieven die ze hanteert. We lezen vanuit het perspectief van het brood, van een slowjuicer, van geitenwollensokken, het ‘wereldwijde web’ of vanuit ‘het licht’. Maar ook vanuit een ‘raadsvrouw’, ‘de plaats delict’ of – nog luguberder – ‘het lichaam van Elisabeth’, dat ‘van een luchtbed via een brancard een busje in [is] getild om ons naar deze plek te rijden, dit vreemde gebouw vol kamers met roestvrijstalen oppervlakken, met lijken zoals wij, opgeborgen in mensgrote gekoelde lades.’

Toch voelt Wij zijn licht als een heel empathisch boek, ondanks de afstand die de perspectieven creëren?

“Het was lastig, hoor, toen ik begon te schrijven. Ik vreesde door de naargeestige sfeer te worden meegesleept. Er straalde toch ook een immense eenzaamheid vanaf. ‘Wij verdenken de bewoners van Woongroep Klank en Liefde ervan dat ze elkaar gevangen hebben gehouden in een kooi van eenzaamheid’, schrijf ik ergens. Ik dreigde er verloren in te raken, misschien omdat ik me toen zelf nogal ‘allenig’ voelde. Maar die perspectieven hielpen me wel om open en genuanceerd te werk te gaan. Ik wilde hen niet zomaar wegzetten als gekken. De lezer moet zelf maar zijn conclusie trekken. Dat moest ik niet in zijn plaats doen.”

Het klinkt van de pot gerukt: vertellen vanuit een slowjuicer bijvoorbeeld, maar het werkt wonderwel. Dacht u nooit: ‘Dit krijg ik niet rondgefietst, de uitgever stuurt me terug naar de schrijftafel’?

“Eerst wilde ik enkel vanuit verschillende menselijke perspectieven schrijven. Maar al snel kwam het idee om ook voorwerpen of verschijnselen het woord te geven, zoals de nacht, een sinaasappelgeur, twee sigaretten. Dat gaf nieuwe inzichten. Ik kon ook een eenheid van tijd realiseren, zodat je elk moment vanuit een ander perspectief beleeft. Had de uitgever gezegd: ‘Waar kom je nu mee aan?’, dan had ik het wel weer omgeschreven. (lacht) Maar het werkte goed en het was leuk om te doen. Zo kon ik vanuit het perspectief van ‘het verhaal’ mezelf als schrijver ervan langs geven. Het zorgt ook voor wat lichtheid.”

Blees grinnikt, ze lijkt er nog van na te genieten. En geloof ons, het heeft ook een onvermoede, amusante nevenwerking. Zo maakt het brood zich in hoofdstuk drie dik dat het steeds meer uit de gratie valt. ‘Brood is in het verdomhoekje terechtgekomen’, staat er. ‘Wij, het brood waar godvrezende christenen al eeuwen dagelijks om bidden, verliezen overal terrein. Wij hebben de mens groot gemaakt, letterlijk, en nu schuift de mens ons als een achterhaalde waarheid aan de kant.’

Overigens is het schrijven vanuit de blik van een object niet nieuw: in Specht en zoon geeft Willem Jan Otten een schilderdoek een stem, en in ­Orhan Pamuks Ik heet Karmozijn wordt verteld vanuit de kleur ‘rood’.

Natuurlijk ben ik – zoals veel lezers – ook gaan kijken naar de website van de groep die nog actief is. Ik vind het vrij hallucinant wat ze beweren. Ze noemen zich ‘ademhalisten’. Het idee dat je zomaar van licht en lucht kunt leven, waar komt dat vandaan?

‘Als iemand hulp weigert, moet je dat respecteren. Kun je iemand dwingen om je bijstand te aanvaarden?’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Als iemand hulp weigert, moet je dat respecteren. Kun je iemand dwingen om je bijstand te aanvaarden?’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Hoe het ‘ademhalisme’ ontstaan is, weet ik niet precies, maar de mensen die het propageren lijken uit de new-age­hoek te komen. Mensen die los van de grote georganiseerde religies een vorm van spirituele verlichting nastreven. De praktijk van vasten vind je natuurlijk in veel religies terug. Vasten heeft alleszins die middeleeuwse dimensie van geloofs­ijver. Ik heb het idee dat ‘niet eten’ een soort archetypisch iets is, als manier om het lichaam én het wereldse te overstijgen.”

U bent ook met rechercheurs en politie gaan praten. Hoe keken zij naar dit dossier? Vindt u het verrassend dat Melodie of haar huis­genoten niet zijn vervolgd?

“De teneur was: hier kun je niet echt een zaak van maken. Er is nu zoiets als zelfbeschikkingsrecht. Als iemand niet wil eten, kun je daar niemand verantwoordelijk voor stellen. Anderen vonden wél dat je moest ingrijpen. Maar was er dan een heel duidelijk moment waar het gevaar acuut was en er niet tussenbeide is gekomen? Dat was moeilijk hard te maken voor een rechter.”

‘Opvallend vinden we het wel dat mensen in een land als dit vrijwillig honger lijden, met het voedsel letterlijk binnen handbereik’, staat er ergens droogjes. Het is toch een niet-handelen dat Elisabeths dood veroorzaakte, een bijna ideolo­gisch gedreven nalatigheid?

“Ze zitten in een cocon, in een ‘bubbel’. Het gaat ook over een soort controle over het lichaam, een scheiding tussen lichaam en geest. Melodie, de informele leider van de woongroep, gelooft ook dat ze het bij het rechte eind heeft door haar zus op licht te laten ‘overleven’. Anorexia is bovendien een welvaartsziekte, juist in westerse landen komt ze voor, waar er geen tekort aan eten is. Ik hoor van mensen dat je een soort high krijgt, een prettig gevoel, als je je uithongert. Ik mag er zelf niet aan denken.”

In uw boek lijkt de schuldvraag nog complexer, omdat het om familieleden gaat?

“Omdat er dan meer zorgplicht en verantwoordelijkheid is? Misschien. Maar er is toch vooral die overtuiging. Dat zie je ook bij anorexiapatiënten: als iemand zich echt wil uithongeren, valt daar weinig tegen te doen. Het is aartsmoeilijk om iemands overtuiging te veranderen. Als iemand hulp weigert, moet je dat zelfs respecteren. Kun je iemand dwingen om je bijstand te aanvaarden?”

Hoe ontstaat zo’n onwrikbare overtuiging?

“In mijn boek is het isolement van de groep een belangrijke factor. Omdat ze anders – duurzamer, spiritueler – willen leven, plaatsen ze zichzelf steeds meer buiten de maatschappij. Ze leven van één bijstandsuitkering en werken niet. In de leegte die er ontstaat wordt het ‘niet eten’, waarover ze op internet zulke mooie verhalen lezen, hun belangrijkste project. Doordat er in de buitenwereld weinig begrip voor is, raken ze nog meer geïsoleerd. En wordt het nog belangrijker om vol te houden, te bewijzen dat ze wél op de goede weg zijn. Zo wordt het erg moeilijk om zo’n overtuiging weer los te laten. En je merkt bovendien ook nu hoe mensen in isolement meer geneigd zijn in samenzweringstheorieën te geloven.”

Blees heeft veel ervaring in woongroepen, waar ze al tien jaar in verbleef, eerst in Delft, daarna in De Bilt en nu in Haarlem. Daar leeft ze nu in een gemengde vorm met zelfstandige woningen, waar zowel jong als oud wonen. En hoewel ze over een ontspoorde woongroep schreef, gelooft ze nog steeds in het concept. Al beseft ze ook dat woongroepen vaker dan gemiddeld bezig zijn met zelfontwikkeling en spiritualiteit. En daar moet je voor open staan. “Ik deed het omdat het praktischer en goedkoper was, maar ook gezellig. Het ging me om basale dingen: dat het leuk is om gezelschap te hebben. Je kunt dingen delen met elkaar, voor elkaar koken. Er is veel solidariteit. In de ene woongroep heb je wat meer idealisme dan bij de ander. Dat er op duurzaamheid gehamerd wordt of er een ecologisch project aan vastzit, bevalt me ook.”

En hoe zit het met de privacy?

“Dat is soms lastiger. Nu er een kind komt, voel ik de nood om meer mijn vleugels uit te slaan, zeker omdat mijn man hier niet woont maar wel in huis komt. Dan zijn we plots met twee extra.” (lacht)

Nog zo’n heikel punt: de besluitvorming. In uw boek is Melodie toch wel the leader of the pack, terwijl veel woongroepen er mee uitpakken dat het er zo horizontaal democratisch aan toegaat?

“Elke woongroep gaat er prat op dat iedereen evenveel te zeggen heeft, ja. Maar in de praktijk liggen de kaarten anders. Er zijn ongrijpbare machts­dynamieken. Wie harder roept, krijgt automatisch meer macht toegeschoven. Maar het is nooit zo extreem als in mijn boek.”

'Ik wil me niet enkel op schrijven vastpinnen. Ik studeer ook nog beeldende kunst en verken graag andere media. Als ik alleen maar zou schrijven, zou ik me erg eenzaam en ongedurig gaan voelen.' Beeld Thomas Sweertvaegher
'Ik wil me niet enkel op schrijven vastpinnen. Ik studeer ook nog beeldende kunst en verken graag andere media. Als ik alleen maar zou schrijven, zou ik me erg eenzaam en ongedurig gaan voelen.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Dus u moet veel compromissen sluiten?

“Dat valt mee. We zitten heus niet de hele dag te overleggen. Al wens je af en toe wel om eens niet met iemand rekening te hoeven houden.” (lacht)

Gek, maar toen ik uw boek herlas, leek het nog aan actualiteit gewonnen te hebben. Bij Klank en Liefde leefde bijvoorbeeld toen al een antivaxersovertuiging .

“Voor mij was dat een mooi bijeffect, want toen corona kwam, dacht ik: o, dat is niet meer relevant, mijn boek gaat snel wegzakken. Maar toen besefte ik dat we allemaal steeds meer in een constellatie als deze leven: gescheiden van elkaar, in bubbels. En dat de ideeën van dat groepje meer armslag hebben gekregen. Dat complottheorieën door dat isolement gedijen en dat mensen informatie die op hen afkomt, niet meer kunnen filteren.”

U gaat er prat op boeddhistisch te zijn. Hoe weerspiegelt zich dat in uw boeken?

“Misschien dat ik steeds naar de veelkantigheid van motieven zoek? Ernaar streef om mensen niet te schaden en begrip kan opbrengen voor diverse situaties? En als ik mij echt begin in te leven, kom ik vaak uit bij een basisovertuiging uit het boeddhisme: dat iedereen uiteindelijk gelukkig wil zijn en dat veel menselijke gedragingen op dat verlangen terug te voeren zijn. Daardoor besef ik dat de motieven van de personages die ik beschrijf misschien niet zo verschillen van mijn eigen motieven. Een situatie willen controleren, zoals Melodie in het boek, of je heel erg aanpassen, zoals Muriël in het boek, die dingen doe ik zelf ook.”

U hebt een tijd voor arts gestudeerd. Hoe bent u dan in de letteren terechtgekomen?

“Ik vond het een fascinerende studierichting, maar besefte dat ik mezelf toch niet als praktiserend arts zag. De echt medische aspecten lagen me niet. Vakken met een menselijke inslag, zoals medische antropologie, vond ik veel leuker… Al hield ik er wel het idee aan over dat ik misschien als arts directer iets zou kunnen betekenen. Daarna ging ik taalkunde studeren en doceerde aan de universiteit, tot ik koos voor het voltijdse schrijverschap.”

En dat bevalt?

“Ja, al wil ik me niet enkel op schrijven vastpinnen. Ik studeer ook nog beeldende kunst en verken graag andere media. Ik sluit niet uit dat ik ook weer met projecten naar het ziekenhuis trek. Als ik alleen maar zou schrijven, zou ik me erg eenzaam en ongedurig gaan voelen.”

Van kruisbestuivingen gesproken: ook in dit boek zie je hoe non-fictie in de fictie binnensluipt én er haasje-over mee speelt.

“Ja, dat is zo. Maar mensen denken wel altijd dat zo’n boek met een grond in de realiteit zich makkelijker laat schrijven. Nee hoor, dat is even moeilijk… Manon Uphoff – die met Vallen is als vliegen over haar eigen misbruik schreef – zei me eens dat ze het gevoel had dat verhalen gebaseerd op de realiteit minder literaire waardering krijgen.

“Tegelijk is ‘waargebeurd’ een reclame-uithangbord, alsof de roman niet meer zonder kan. Dat is niet zo. Ik vind het wel jammer dat mensen vooral geïnteresseerd zijn in dat autobiografische.”

Het valt Blees trouwens op dat een roman nog steeds meer status heeft dan een verhalenbundel. “Bij de Libris mogen verhalen zelfs niet eens meedoen, nog steeds. En toch ligt mijn hart wel bij korte verhalen, dat wil ik blijven doen.”

Van de fictie naar de realiteit en terug. Soms zijn de schotten flinterdun. Blees stuurde de échte woongroep na verschijning van haar boek een brief. Ze kreeg geen reactie. “Wel hebben ze op sociale media en op de site van bol.com gereageerd. Ze zijn er niet blij mee. En je voelt ook dat ze het na alle media-aandacht willen afsluiten. Uit hun omgeving kreeg ik wel reacties van mensen die het juist heel mooi én treffend vonden. Die merken dat het mij niet om de sensatie ging. Ik hoop dat vooral dat bijblijft.”

Gerda Blees, Wij zijn licht, Podium, 222 p., 20,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234