Donderdag 29/10/2020

AnalyseHoax

‘Geniale podcastserie’ is misschien wel fake: twijfels over getuigenis IS-strijder in ‘New York Times’-luisterhit ‘Caliphate’

Het hoofdkantoor van The New York Time op 8th Avenue in New York.Beeld Getty Images

Als podcast van The New York Times is Caliphate een hit. Maar nu, na de arrestatie van hoofdpersoon Chaudhry, zijn er twijfels over het verhaal van een geradicaliseerde Syrië-ganger. Heeft de Canadese Pakistaan het allemaal verzonnen? 

Hoe leer je als westerse recruut van IS iemand dood te steken of onthoofden? Ze laten je oefenen met grote poppen en gelatine. Met die onthulling van binnenuit, van een Canadese twintiger, opent Caliphate, de beroemde podcast van The New York Times.

De Volkskrant gaf Caliphate vier sterrenDe Correspondent noemde het een geniale podcastserie. Luisteraars worden als vanzelf meegezogen in het openhartige verhaal van de Canadese Pakistaan Shehroze Chaudhry, die zichzelf Abu Huzaifa Al-Kanadi noemt (Abu Huzaifa de Canadees). 

De zoon van Pakistaanse immigranten vertelt NYT-journalist Rukmini Callimachi (47) hoe hij als tiener radicaliseerde, naar Syrië reisde, voor de IS-politie ging werken en twee executies pleegde.

Chaudhry (25) is een paar weken geleden gearresteerd en aangeklaagd in Canada. Hij zou hebben verzonnen dat hij betrokken was bij IS. Dat is strafbaar, op grond van de terrorism hoax law. Is Caliphate, gemaakt door een van de meest vooraanstaande kranten ter wereld, gebaseerd op verzinsels? En zo ja, hoe is dat mogelijk? 

De politie is niet scheutig met informatie, in afwachting van de rechtszaak, maar feit is dat een onderzoek is ingesteld na journalistieke interviews waarin Chaudhry spreekt over veronderstelde misdaden. Bijvoorbeeld dat hij een drugsdealer doodde met messteken. “Toen hebben we hem gekruisigd”, zegt hij in Caliphate. “Ik moest de dolk in zijn hart laten zitten.”

Voor zover bekend beweert Chaudhry inmiddels dat zijn getuigenis in de podcast gebaseerd is op verhalen van anderen. Sluit me maar aan op een leugendetector, zei hij in 2018 tegen de publieke omroep CBC, dan blijkt dat ik niemand heb vermoord.

Een paar weken geleden, vlak na zijn arrestatie, stelde The New York Times een intern onderzoek in. Dat loopt nog, maar een mediacolumnist van de krant, Ben Smith, publiceerde zondag alvast zijn bevindingen, na gesprekken met minstens 25 medewerkers van het dagblad.

Volgens Smith is achter de schermen veel gediscussieerd over de vraag of Callimachi de podcast eigenlijk wel moest maken, omdat alles afhing van de betrouwbaarheid van Chaudhry. Haar team had hem nota bene gevonden op Instagram, waar hij geen geheim maakte van zijn sympathie voor IS. 

Controle

Callimachi heeft  mede daarom op allerlei manieren geprobeerd te controleren of zijn verhaal klopt. Maar achteraf zegt een freelancer die naar Chaudhry informeerde in Syrië dat de verslaggever vooral dingen wilde horen die pleitten voor de Canadees.

Doorslaggevend was dat NYT-verslaggevers in Washington D.C. achterhaalden dat Chaudhry volgens overheidsbronnen op een no-flylist stond: hij was niet welkom op vluchten, omdat hij werd verdacht van betrokkenheid bij IS. Smith constateert dat nooit duidelijk is geworden of hiervoor bewijs was, afgezien van Chaudhry’s berichten op sociale media. 

De lancering van de podcast, in april 2018, ging gepaard met een flinke marketingcampagne, met foto’s van Callimachi. Zij is het symbool van een nieuw type verslaggever, schrijft de columnist, omdat ze oog heeft voor verhalen die ophef veroorzaken op internet en niet schroomt om over haarzelf te schrijven.   

Callimachi onthult in de podcast dat IS’ers in chatgroepen haar (over)gewicht belachelijk maken. Ze laat ook horen hoe ze in paniek 911 belt als een vreemde langdurig op haar deurbel drukt. Het blijkt iemand van het waterbedrijf; de wc kan niet worden doorgetrokken.

Dat ze een ster is geworden, komt ook doordat Callimachi meeslepend bericht over verre gebieden. De krant haalde haar in 2014 binnen nadat ze voor persbureau Associated Press in Mali een tragikomisch verhaal had geschreven over Al Qaida's obsessie met kassabonnetjes.

Rukmini Callimachi in 2017.Beeld Getty Images

Te gretig

Ze is soms slordig en te gretig, waarschuwden collega's, ook van andere kranten. Als jullie de kritiek op Rukmini blijven negeren gaat de krant ten onder, zei een NYT-oorlogsverslaggever tegen leidinggevenden. Bureauchefs hadden kritiek op haar terrorismeberichtgeving. 

Een chef in Irak stapte op na een ruzie met Callimachi, en twitterde onlangs dat de krant de problemen met Caliphate eenvoudig kan oplossen door de podcast een nieuwe naam te geven: #hoax.

Callimachi en haar bazen komen in het artikel van Smith niet uitvoerig aan het woord, omdat het onderzoek nog loopt. Ze staan achter de podcast en beklemtonen dat destijds kritisch onderzoek is gedaan naar Chaudhry en dat veel twijfels zijn gedeeld met de luisteraar.

Volgens Smith moet je de gebeurtenissen van de laatste jaren plaatsen in een breder kader. The New York Times zit – net als veel kranten – ‘midden in een veranderingsproces: van een degelijk dagblad vol nieuwsberichten naar een collectie sappige, goed vertelde verhalen op verschillende platforms’.

Met verhalende journalistiek is op zichzelf niets mis, zolang chefs in de gaten houden of alles klopt en verslaggevers zich aan de feiten houden. Dat is extra lastig bij verhalen over organisaties als IS, constateert de columnist. Als je al bronnen hebt, is het zeer de vraag of die de waarheid spreken. En als je iets opschrijft dat niet klopt, is de kans klein dat IS vraagt om een rectificatie.

Als blijkt dat Callimachi inderdaad grote fouten heeft gemaakt, is dat ook te wijten aan haar bazen, vindt Smith. ‘Zij maakte de verhalen die de leiding graag wilde hebben, met hun steun.’

Vertrouwen

The New York Times is eerder in verlegenheid gebracht door een sterverslaggever. Jayson Blair verzon van 1999 tot 2003 delen van verhalen en hij pleegde meermaals plagiaat. Er waren al jaren aanwijzingen dat hij het niet zo nauw nam met de waarheid, maar hij beloofde keer op keer beterschap. Het systeem faalde, zei een collega achteraf: omdat er geen tijd is om alles te controleren, draait het op een redactie uiteindelijk om vertrouwen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234