Dinsdag 20/08/2019

Interview Geike Arnaert

Geike Arnaert: ‘Onder de douche speel ik nooit Hooverphonic’

Geike Arnaert: ‘Ik ben al meermaals jaloers geweest op andermans talent. Dan kan ik wel vlóéken omdat die zo vlot met alles lijken om te gaan.’ Beeld Tim Coppens

De lezer regeert! In deze reeks bedenkt ú de vragen voor bekende Belgische muzikanten. Deze week leggen we Geike Arnaert (39) een selectie uit uw vragen voor. Welke song had ze zelf willen schrijven? Kan ze nog door één deur met Alex Callier van Hooverphonic? En is ze zelf al ooit in Zoutelande geweest?

Je schrijft vaak ’s nachts. Ben je een onverbeterlijke nachtraaf? (Willem HouweleertBrussel)

“Ik leef graag ’s nachts. Al besef ik dat zo’n bioritme niet erg gezond is. Ik probeer mijn leven op dat vlak dan ook bewust wat te beteren. Maar het is niet altijd met voorbedachten rade, of zelfs met volle goesting, dat ik ’s nachts wakker blijf. Vaak schiet me dan toevallig een idee door het hoofd, dat me meteen onrustig maakt als ik er niet gelijk mee aan de slag zou gaan.

“’s Nachts krijg ik alleszins veel gedaan. Het besef dat het al zo lang nacht is geweest, en je de zon voorzichtig ziet opkomen, vind ik trouwens ook erg fijn. Ik denk dat, als je er de teksten van de nieuwe plaat op na slaat, je wel kunt merken dat ik ze niet overdag heb geschreven. In ‘Sea of Fools’, het eerste nummer dat ik heb bedacht met Joost Zweegers (met wie ze de nummers voor haar nieuwe, na de zomer te verschijnen album schreef, GVA), is dat nog het duidelijkst. Maar ik vind het geen nachtplaat. Ze is misschien niet licht, maar wel warm.”

Beeld Tim Coppens

Je nieuwe singles klinken veel radiovriendelijker dan je debuut For the Beauty of Confusion. Is dat een bewuste keuze? (Lisa LeyvenAalst)

“Ik zou het nooit zo willen verwoorden. Al zochten we wel een productie die warmer en tijdlozer klonk. Met producer Wouter Van Belle maakte ik de afspraak dat we er zo min mogelijk elektronica in zouden stoppen, wat veel meer aanwezig was op mijn debuut.

“Ik denk niet dat ik het de mensen bewust moeilijk heb gemaakt met die vorige plaat. Al snap ik wel dat niet iedereen vat kreeg op mijn songs, en misschien zelfs afhaakten bij de teksten, waarin ik het soms te ver zocht. Ik kan er voorts zelf de vinger niet op leggen, waarom de reacties op mijn laatste singles zoveel beter zijn. Wat zeker meespeelde bij de vorige plaat, was het vergrootglas dat op me gericht werd: heel veel kritiek op de plaat zou een andere soloartiest niet te slikken gekregen hebben, als die artiest niet toevallig jarenlang in Hooverphonic had gespeeld.

(glimlacht) “Die bewuste vergelijking was nooit ver weg… jammer. (corrigeert zich) Ik mag niet ‘jammer’ zeggen. Spelen bij Hooverphonic was ook een groot cadeau. Ik voel geen wrok of wroeging.”

Je hebt een bijzonder timbre. De beste frontzangeres van Hooverphonic ooit. Doe zo verder. (Wim Welvaert, Brugge)

“Dat is méér een opmerking dan een vraag, hè. (lacht) Maar wel fijn om te horen. Ik heb dat zelf eigenlijk nooit durven te beweren over mijn stem, dat ik een bijzonder of herkenbaar timbre heb. Ik klink zelfs heel blank qua stemkleur, vind ik.

“Je zult me nooit horen zeggen dat ik de beste frontzangeres van Hooverphonic was. Wie dat dan wel is? Haha, ook dat zeg ik niet. Wat ik oprecht sterk vond aan die groep was dat ze altijd kozen voor aparte stemmen. In het begin werd ik weliswaar slag om slinger vergeleken met Liesje (Sadonius, GVA). Niet met Esther (Lybeert, GVA) omdat die alleen op de Bernardo Bertolucci-soundtrack van Stealing Beauty en de demo’s zong, en haar stem nauwelijks iets gemeen had met die van Liesje en van mij. Noémie was ook niet te vergelijken: haar stem was veel krachtiger, terwijl ik fragieler klink. En aan de nieuwe zangeres, Luka Cruysberghs, hoor je dan weer dat ze bij een nieuwe generatie aansluit: zij grijpt duidelijk terug naar haar eigen voorbeelden uit de jaren 90.”

Wat voor iemand was jij als kind? Blij en onbezorgd? (Jürgen Dermul, Antwerpen)

“Hmmmm… Ik heb een schone jeugd gehad maar ik was de oudste van drie, en dat bracht wel wat verantwoordelijkheden met zich mee. Vind je het heel erg dat ik daar niet dieper op wil ingaan?

“Dat ik zangeres zou worden, stond misschien in de sterren geschreven. Op mijn negende stond ik al op het podium. Toen wilde ik me weliswaar vooral amuseren: met een vriendje gaan repeteren, wat is er plezanter dan dat? Maar ik zocht dat podium dus wel van meet af aan op: zelfs een verhoogd grasperkje volstond om me het idee te geven dat ik op de planken stond. Wat ik toen zong? (gegeneerd) Wil je écht dat ik dat hier zeg? Dat waren alle jonge acts die toen op tv kwamen: Mel & Kim, The Bangles, … (schokschouderend) Goed, ik moet me ook weer niet zó over die namen schamen. Maar ik zie het me vandaag niet meer direct doen. Toen ik dertien, veertien was, ben ik dan in groepjes gaan spelen. Het was niet zo dat ik mezelf zo’n groot talent vond, maar de aandrang om te zingen was groter dan de vrees voor het podium.”

Beeld Tim Coppens

Ben je gelukkig? Wat is je idee van perfect, volmaakt geluk? En wat zie je als diepste miserie? (Louise MoortgatAsse)

“Of ik gelukkig ben? Gelukkig genoeg, denk ik. Ik leef alleszins graag – dat lijkt me een betere omschrijving. Volmaakt geluk kan ik me wel voorstellen: ik wil dat alle mensen rondom mij gelukkig zijn, dat is echt het allerbelangrijkste voor mij. Vind je dat te lief klinken? Het lijkt mij vooral perfect logisch. Vrijheid in beweging, overal ter wereld: dat geluk wil ik iedereen toewensen, en dat stemt mij dan weer gelukkig.”

Wat is je grootste angst? (Daan Blok, Ninove)

“Dat is moeilijk onder woorden te brengen. Wanneer ik ’s nachts wakker lig, is dat vaak omdat er spookbeelden door mijn hoofd razen. Tableaus van tragische ongelukken, waarbij de mensen die ik liefheb betrokken zijn. Meestal gebeurt dat ongeluk ook door mijn eigen toedoen. Dat idee maakt me echt doodsbang: dat ik de hel voor iemand anders zou betekenen, en dat het de rest van mijn leven zal blijven achtervolgen. Ik mag er niet aan denken. Gruwelijk.”

Wat zing je altijd onder de douche? Iets van Hooverphonic? (Stijn De Wandelaer, Izegem)

“Nooit iets van Hooverphonic. (lacht) ‘Your Ghost’ van Kristin Hersh en Michael Stipe: daar kom ik vreemd genoeg altijd bij terug, ook tijdens soundchecks. Geen voor de hand liggend nummer, misschien. Maar hoe triest de song ook klinkt, hij is perfect melodieus zonder begeleiding. En ook Phoebe Bridgers zing ik heel vaak onder de douche. Deze ochtend was ik Ella Fitzgerald aan het meezingen. Het kan alle kanten opgaan onder de douche, wil ik maar zeggen. (lacht)

Wat is het mooiste cadeau dat je ooit hebt gekregen? (Helen Strypsteen, Kortemark)

(denkt lang na) Ik heb ooit een katje gekregen… Maar ze is zes maanden later gestorven. Dat is dus wel wat… dubbel (schiet in de lach) Is dat niet het slechtst mogelijke antwoord op die vraag?”

Wanneer kunnen we eens afspreken? (Joeri Kockelberg, Bornem)

“Hola. (lacht) En er zijn nog zulke vragen binnengekomen, zeg je? (leest mee) ‘Geachte Mevrouw Arnaert, Beste Geike, x, zijn echtgenote x en mezelf volgen je al jaren en zijn onder de indruk. Graag nodigen wij U uit op een middag in de Siphon te Damme, als U dat goed zou vinden. Indien oké, zou U ons enkele data kunnen laten weten die voor U passen?’

“‘Hey Geike, weet je nog dat je van mij ooit een brief hebt gekregen toen we allebei in Oostende school liepen? Groetjes en misschien tot in Sportoase!’ (lacht hartelijk) Ik herinner me die laatste jongen nog. Dat ik niet erg benaderbaar lijk, maar mensen toch zo familiair met me omgaan, vind ik eigenlijk niet zo raar. In groep of en public ben ik weliswaar geen grote praatvaar, maar in privégesprekjes kan het wel erg persoonlijk worden. Ik hoed me er wel altijd voor om geen grenzen te overschrijden… (denkt na) Dat is altijd zo’n moeilijk vraagstuk.

“Ik weet niet goed of mensen, puur op basis van mijn liedjes, denken dat ze me beter kennen. Zoals je weet, sta ik niet bekend om lange bindteksten op het podium. (glimlacht) Misschien is het juist dat: mogelijk speelt er herkenning mee. Ik ben natuurlijk niet de enige verlegen persoon die rondloopt op deze wereld.”

Begint het leven op je veertigste? (Steven Janssens, Gent)

“Die vraag komt een maand te vroeg. (lacht) Maar ik vind het geweldig wat er nu allemaal gebeurt in mijn leven: daar had ik vijf jaar geleden niet meer op gerekend. Ik had toen in mijn hoofd beslist om te stoppen: ik begon aan een studie in Denemarken om zanglerares te worden. Ik wilde de hele wereld die ik kende achter me laten, al kon ik er toch niet volledig afstand van nemen, blijkbaar.

“Vandaag kijk ik met een heel andere ervaring naar de zaken: ik relativeer alles veel meer en beter, maar toch heb ik het gevoel dat ik in se dezelfde persoon ben gebleven.

“Wat er veranderd is? Ik ben meer bezig mijn zaakjes op orde te houden dan twintig jaar geleden. Er speelt een grotere verantwoordelijkheid mee, dat zeker. De speeltijd is voorbij. En ook weer niet: ik blijf maar muziek maken en zingen, zoals allicht meer mensen nog altijd doen wat ze als tiener wilden doen. Een béétje puberaal misschien. (lacht)

‘Je zult me nooit horen zeggen dat ik de beste frontzangeres van Hooverphonic was. Wie dat dan wel is? Haha, ook dat zeg ik niet.’ Beeld Tim Coppens

Wat is de grappigste anekdote van je periode bij Hooverphonic? (Eric NauwelaertsBrasschaat)

“Er komen me in een klap héél veel beelden voor de geest. (lacht) Ik herinner me dat we in de beginjaren toerden met Fiona Apple, en na de optredens zag je het verschil in populariteit: rond haar bus stonden fans zich te verdringen, voor die van ons was het… iets minder druk. (lacht) Het was duidelijk wie wie was, wil ik maar zeggen. De grap was dat sommige mensen mij en Fiona door elkaar haalden – ik had toen ook nog lang blond haar. Op het eind van een gesprek hoorde ik dan eens dat ze mijn speech op MTV zo erg hadden geapprecieerd. Uh, wélke speech? Best wel Spinal Tap, dat we een half uur aan het praten waren met iemand die dacht dat Fiona Apple voor zijn neus zat. De rest van de band begon dan ook maar handtekeningen in naam van Fiona Apple uit te delen. Iederéén tevreden. (lacht)

Het was een gok om uit Hooverphonic te stappen en je te wagen aan een solocarrière. Achteraf bekeken: was het dat waard? Wat was het moeilijkste? Wat ging beter dan verwacht? (Robin Van de WalleAalter)

“Ik vind die vraag eigenaardig. Was het alles waard? De reden waarom ik vertrokken ben, was omdat ik me simpelweg niet meer op mijn plaats voelde bij Hooverphonic. Ik wilde op een andere manier werken, mezelf ontplooien en zelf iets uitbrengen. Het ging me er nooit om te bewijzen dat ik ook zonder de groep mijn plaats in de zon verdiende. Het was meer een vraag waarop ik antwoord zocht: ontdekken of ik ook op mezelf iets waard was. Ik was van plan om op veel kleinere schaal muziek te maken, maar dat ging niet omdat er constant dat vergrootglas op me gericht werd.

“Ik klaag niet, hoor, maar ik ben op verschillende manieren vertraagd. Ook op persoonlijk vlak, ja. Maar dat hou ik liever voor mezelf, als je dat niet erg vindt.”

Heb je nog contact met Alex Callier? (Dimitri Vandenberghe, Melle)

“Niet over mijn laatste werk, net zo min dat ik met hem praat over zijn laatste Hooverphonic-album. Het contact dat we wél hebben, is niettemin altijd vriendelijk, positief en gemoedelijk. We waarderen elkaar, maar het zou een leugen zijn om te stellen dat we elkaars deur plat lopen. Dat hoeft ook niet: we hebben zoveel jaren op elkaars lip gezeten.”

Ben je ooit al in Zoutelande geweest? (Tijs Wallewaert, Brugge)

“Nog maar één keer, moet ik schroomvallig bekennen. In de winter, toen De Lage Landen-lijst van Radio 1 uitgezonden zou worden. De beelden van het liedje rijmden dus niet volledig met mijn ervaring. (glimlacht) Maar ik vond het oprecht een prachtige plek. Ik wil er zeker nog eens terug heen, maar ik vind het nu nog altijd wat moeilijk om me daar te vertonen sinds het succes. (lacht)

Met Bløf zong je in het Nederlands. Zie je ooit een Nederlandstalige carrière zitten? (Mario De Zutter, Lievegem)

“Dat heb ik slechts een paar keer gedaan. Ik durf nooit nee te zeggen op een vraag als deze, omdat ik er van overtuigd ben dat als er zich mooie teksten zouden aandienen, ik meteen overstag ga. Heel graag zelfs. Maar het is zo’n enorme aanpassing: het klankenspel is anders, waardoor je zang snel te Vlaams of te Hollands wordt. Een moeilijke afweging.

“Maar ik draag Nederlandstalige artiesten heel hoog in het vaandel. Om maar meteen bij Spinvis te beginnen. Zijn muziek heb ik op de tourbus met Hooverphonic leren kennen: ‘Voor ik vergeet’ en ‘Bagagedrager’… Die songs zijn van een buitenwereldse klasse. Speels, tijdloos en oneindig poëtisch. Erik (de Jong, alias Spinvis, GVA) slaagt er in om onze taal niet eens als het Nederlands te doen klinken, een beetje zoals Flip Kowlier. Die muziek kun je ver buiten België laten horen aan mensen, en ze zullen nog aanvoelen wat de boodschap is.

“Bløf heeft me trouwens ook oprecht verwonderd. Ik kende die groep eerlijk gezegd niet goed. Voor ik ‘Zoutelande’ opnam, heb ik me even moeten onderdompelen in hun muziek.”

Welke song van iemand anders had je liever zelf geschreven? (Alexander Pauwels, Waarschoot)

(denkt lang na) Nee, het is om zeep. Te lang nagedacht. Ik zag een paar titels verschijnen voor mijn ogen, maar nu verdringen zich tientallen songs voor elkaar. ‘Smoke Signals’ van Phoebe Bridgers komt me direct voor de geest: tekstueel is die song overdreven weemoedig, maar het is zo mooi hoe ze dat verhaal vertelt. Daar kan ik best wel jaloers op worden. Ik ben trouwens al meermaals jaloers geweest op andermans talent, zowel op het vlak van songschrijven als performance. Dan kan ik wel vlóéken omdat die zo vlot met alles lijken om te gaan. Dat is bij mij nooit het geval. Dicht bij huis bewonder ik Joost Zweegers enorm: we zijn al lang voorbij het punt van de jaloezie. (lacht) Ik ben hem vooral dankbaar omdat hij alles van zichzelf gaf, zoveel uit me heeft gehaald en me zoveel heeft bijgeleerd.”

Geike Arnaert speelt vandaag om 18u op Festival Dranouter. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden