Maandag 19/08/2019

TV

Geert Stockmans, de man van Hanne Decoutere: “Zelfs de openingsdans tijdens ons huwelijk was voor mij een hel”

Geert Stockmans, de man van Hanne Decoutere. Beeld Johan Jacobs

‘We turn dreams into reality.’ We lezen de slogan in de hal van WIcreations, het bedrijf waar Geert Stockmans elke dag weer het onmogelijke realiseert, en denken: dit kan geen toeval zijn. Zijn vrouw, Hanne Decoutere, zweeft dezer dagen als prima ballerina over het podium van het Concertgebouw in Brugge en maakt eindelijk haar levensdroom waar. Ze heeft zich daarvoor te pletter gewerkt, maar Stockmans, weten we nu, gaf haar de definitieve zet. “We zijn een typisch geval van opposites attract. Twee mensen kunnen moeilijk méér van elkaar verschillen.”

Nog nooit zagen we iemand met zoveel plezier anderen laten schitteren. Beyoncé die uit een draaiende doos van 18 meter hoog komt wervelen, The Rolling Stones die de pannen van het dak spelen tussen verpletterend hoge videoschermen: zonder Geert Stockmans en zijn medetechneuten zou het niet waar zijn. “Wie een show wil met nooit eerder vertoonde effecten, en niemand vindt om die te verwezenlijken, klopt bij ons aan”, zegt hij. En dan legt hij met een slideshow in de aanslag vol overgave uit hoe hij dat klaarspeelt, en zijn we voor we het weten een uur verder. Hij lacht als ik schrik hoe laat het al is.

“Heeft Hanne je niet gewaarschuwd? Als ze thuiskomt en naar mijn dag vraagt, zegt ze altijd: ‘Geef me wel de korte versie.’”

Je bent heel gepassioneerd met je werk bezig.

“Ik ben een echte techneut. Als hier iemand binnenkomt en het onmogelijke vraagt, dan voel ik me meteen uitgedaagd.”

Kunnen de Beyoncés en Stones van deze wereld daarvoor echt alleen maar hier terecht, in het mondaine Heist-op-den-Berg?

“Er zijn wereldwijd maar een vijftal bedrijven die doen wat wij doen. Sommige shows - die van Beyoncé, bijvoorbeeld - zijn zo ingewikkeld dat we met open vizier met onze concurrenten aan tafel moeten zitten om ze ineen te kunnen steken. Trouwens, iedere buitenlandse festival- en concertorganisator kent Werchter en de Belgische podiumbouwer Stageco. Mijn baas is een ex-werknemer van Stageco. Hij is met WIcreations begonnen omdat hij zag dat concertorganisatoren steeds harder hun best deden om zich van de anderen te onderscheiden, meer spektakel wilden, indrukwekkender shows: als het maar iets was dat nog nooit was gedaan. En als het nog nooit is gedaan, bestaan er dus ook geen oplossingen voor. Die wilde hij bieden. Ik snap dat. Dat is spannend.”

Wat is jouw rol hier?

“Ik ontvang de klanten, bekijk hun ideeën en wensen, moet dan snel oplossingen zien om hen over te halen om met ons in zee te gaan. Ik werk al sinds mijn achttiende in de entertainmentindustrie en heb dus heel veel bagage. Mijn hoofd is als een doos vol legoblokken van mogelijkheden die ik tot oplossingen kan combineren.”

Beeld Johan Jacobs

Zie je echt meteen oplossingen?

“Hélemaal zeker weet ik het natuurlijk nooit. Het technische proces verloopt normaal gesproken zo: je hebt een idee, je maakt een prototype, test dat, en dan heb je een product dat je de klant kunt aanbieden. Bij ons verloopt die cyclus omgekeerd: de klant komt met een vraag en wij verkopen hem dan een concept zonder op dat moment voor 100 procent zeker te weten of het prototype zal werken. Bovendien gelden in de showindustrie harde deadlines. Dat een nieuw koffiezetapparaat in mei uitkomt in plaats van april is geen halszaak, maar tegen het management van de Stones kun je niet zeggen: ‘Die eerste show in Glasgow gaan we niet halen.’ Maar ik hou van die stress.”

Ik snap waarom je voor Hanne bent gevallen. Ze zei al vaak dat ze een moeilijke is, en dat jij de enige bent die weet om te gaan met haar grillen. Zij is ook een uitdaging geweest.

“We zijn een typisch geval van opposites attract. Twee mensen kunnen moeilijk meer van elkaar verschillen dan wij.”

Jullie houden wel allebei van extreme uitdagingen.

“Ja, maar op een heel andere manier. Hanne is behoorlijk impulsief. Ik niet. Als zij hier aan tafel zou zitten en iemand zegt: ‘Hé, het sneeuwt en de skistations zijn open in de Ardennen’, dan zal ze midden in het gesprek opstaan: ‘Kom, we gaan skiën!’ Zo ben ik helemaal niet. Ik wil eerst een heel denkproces doorlopen: ‘Ik ski graag. Oké. De Ardennen, dat is een uur rijden. Zal ik mijn werk vandaag nog klaarkrijgen?’ Ik moet de analyse van de consequenties eerst helemaal maken. Dat leer je als techneut, hè: alle problemen die zich kunnen voordoen bij een ontwerp moet je kunnen uitsluiten. 

“Hanne zegt me weleens dat ik leuke dingen doodanalyseer. Ze heeft gelijk. Als ze de vakantieplanning aan mij zou overlaten, zouden we nooit ergens geraken. Ik zou zo lang op het internet zitten zoeken naar de beste datum om naar een bepaalde bestemming te vertrekken, dat het geen zin meer zou hebben om te gaan. Ik hou ook wel van uitdagingen, maar zover gaan als Hanne om ze te realiseren, zal ik nooit doen.”

Maar als haar vaart haar in de problemen brengt, belt Hanne meteen naar jou. Zoals in mei vorig jaar, toen ze hoorde dat haar knie moest worden geopereerd en ze wekenlang niet zou kunnen dansen.

“Klopt.”

Wat je zei, beviel haar niet. Ze brak het telefoongesprek af.

“Ja. Ze kon wel huilen op dat moment. Ze wil met dat dansproject afscheid nemen van haar passie, zodat ze er met volle tevredenheid op kan terugkijken. Maar toen ze dat verdict kreeg, heeft ze even overwogen om ermee te kappen. Ik heb toen gezegd: ‘Zo ken ik je niet. Je hebt nog nooit opgegeven.’ Dat maakte haar even kwaad, maar gaf haar ook het duwtje in de rug dat ze nodig had.”

Beeld Johan Jacobs

Ze bewondert jou enorm om je intelligentie, zei ze al vaak.

(lacht) Elke keer als ik dat in een interview lees, denk ik: mensen gaan denken dat ik een soort professor Gobelijn ben. Het ding is dat wij zeven jaar schelen. Toen ik Hanne leerde kennen, was zij 22 en ik 29. Ik werkte en had al een lange relatie achter de rug. Hanne studeerde nog en moest nog van alles meemaken. Ik ben lang haar sparringpartner geweest en ben dat, denk ik, nog steeds. Als ze op vragen stuit in haar leven, begint ze ’s avonds met mij te sparren om erachter te komen wat ze moet doen. Ik begin dan altijd met haar te kalmeren: ‘Rustig, Hanne, rustig.’ En dan zet ik de dingen voor haar op een rijtje: ‘Als je naar links gaat, gebeurt er dít, naar rechts dát, rechtdoor zoiets.’ Daar ben ik goed in: op korte tijd een brede analyse maken en alle mogelijke scenario’s schetsen. En dan vraag ik haar bij welk scenario ze zich het best zal voelen. Ik beslis nooit voor haar. Dat wil ik niet, en bovendien láát Hanne niet voor zich beslissen.”

Is het ook zo gegaan toen de VRT haar vroeg voor Hanne danst?

“Ja. Ze heeft toen eerst heel erg getwijfeld. Ik heb gezegd: ‘Hanne, je kunt twintig redenen verzinnen waarom je het niet zou moeten doen: je leeftijd, je lichaam dat het misschien niet aankan, je kinderen die je zullen missen, je carrière die mogelijk in het gedrang komt. Maar er is ook een heel belangrijke reden waarom je het wél moet doen: de deur naar je grote droom, die ooit voor je neus is dichtgegaan, staat weer open. Ga je er nu door, dan sluit je ze daarna ofwel met een mooie ervaring, ofwel met het besef: was ik twintig jaar geleden door die deur gegaan, dan was het toch óók niet geworden wat ik ervan dacht. Je neemt hoe dan ook tevreden afscheid.

“Kijk, ik ben wel mijn droom achterna mogen gaan. Ik wilde als kind al vliegtuigen bouwen. Een vriend van mijn grootvader had een sportvliegtuigje. Ik was amper drie jaar toen ik mijn luchtdoop kreeg. Als we op uitstap gingen naar het Meli Park, gingen we niet met de auto maar met het vliegtuig. Ik heb mijn hele kindertijd met Lego alleen maar vliegtuigen gebouwd. Maar ik ben er zelf achter gekomen dat daar mijn geluk niet lag. Hanne leefde tot nu constant met het idee: wat als...?”

Ze zegt nu: ‘Als ik wel had mogen dansen, dan was ik niet getrouwd en had ik geen kinderen gehad. Maar dat was ook goed geweest.’ Wat denk jij als je dat leest?

“Dat is gewoon een nuchtere vaststelling van de consequenties van een bepaalde keuze. Had ik in Delft een andere stagebegeleider gehad, dan was mijn leven misschien ook helemaal anders verlopen. Hij vroeg me: ‘Waarom ben je lucht- en ruimtevaart gaan studeren?’ ‘Omdat ik vliegtuigen wil bouwen’, zei ik. ‘En hoeveel vliegtuigen wil je bouwen?’ ‘Zo veel mogelijk.’ Toen zei hij, en dat zal ik nooit vergeten: ‘Ik zit hier nu bijna dertig jaar en ben aan mijn derde vliegtuig bezig.’ Fuck, dacht ik: dus als ik nu een vliegtuig begin te tekenen, zie ik het met wat geluk pas over twintig jaar rondvliegen. Vreselijk! Ik wil op korte termijn de resultaten van mijn acties zien, en daarna weer snel een nieuwe opdracht die mijn geest triggert. Had ik dat toen niet beseft, dan was ik die vliegtuigen misschien wel gaan maken en had ik Hanne nooit ontmoet. Want wij zijn elkaar in de rock-’n-roll tegengekomen.”

Ik dacht dat ze toen achtergronddanseres was bij K3?

“Oké, in de kinderrock-’n-roll dan. (lacht)

Hoe is dat eigenlijk gegaan?

“Ik was toen technisch coördinator van de K3-productieploeg. Bij alle shows was ik aanwezig. Hanne zat in de pool van achtergronddanseressen. Op een gegeven moment deden we vijf, zes shows op verschillende plaatsen in Nederland en gingen we dus wekenlang samen van hotel naar hotel. ’s Avonds is er dan vaak niets beters te doen dan wat in de hotelbar rondhangen, en ja, dan leer je elkaar wel kennen.”

Hoe kwam je na je studie lucht- en ruimtevaart in de kinderrock-’n-roll terecht?

“Ik werkte al in het entertainment van vóór mijn studie. Mijn klas op het Sint-Jan Berchmanscollege in Mol was nogal ondernemend. We besloten om de zesdejaarsfuif alvast in het vijfde middelbaar te geven. Daarvoor kregen we natuurlijk geen groen licht van de directie, dus waren we helemaal op onszelf aangewezen. Ik stond in voor de licht- en geluidstechniek. Het bedrijfje dat ik toen heb ingeschakeld, heeft me nadien gevraagd om buiten de schooluren bij hen te komen werken. Na mijn studie ben ik gaan werken voor het Nederlandse Ampco/Flashlight, dat hetzelfde deed op grotere schaal, en daarna bij Production Resource Group, dat licht-, geluid- en videosystemen levert aan televisie, festivals en Studio 100-shows. Wij doen nu trouwens voor Studio 100 ook alle automatisatie van de musical 40-45. De zelfrijdende tribunes en decorstukken, een wereldprimeur, hebben wij verwezenlijkt.”

Je ontmoeting met Hanne heb je min of meer aan Studio 100 te danken. Wat in haar trok je toen aan?

“Euh... Dat is wel zeventien jaar geleden, hè. (lacht) Ik kan me wel herinneren dat ik geïntrigeerd was door haar spontaniteit en haar houding van ‘niets is onmogelijk’. Dat was zo anders voor mij. Ik zei het al: ik ben een echte techneut, ik ben getraind om vooral te zien wat er kan misgaan. Ik weet ook nog dat zij op het punt stond haar laatste jaar rechten aan de Sorbonne te volgen, en dat dat tot mijn verbeelding sprak. ‘Dom is ze niet’, heb ik toen gedacht. (lacht) Er was meteen bewondering en appreciatie van beide kanten, maar het was geen liefde op het eerste gezicht en baf, meteen de eerste kus. We zijn langzaam naar elkaar toe gegroeid. Ik moest op dat moment ook net met een Amerikaanse band op wereldtournee. Praktisch stonden de sterren slecht. Toch hebben we tussen de bedrijven door een paar keer afgesproken. Ze is naar hier gekomen en ik ben een paar keer naar Parijs gegaan. We bleven elkaar opzoeken, ook al waren we er allebei niet zeker van of het ergens heenging. Maar vooral Hanne had iets van: ‘We hebben allebei toch niemand anders, dus we gaan er gewoon voor.’”

Klinkt heel romantisch.

“Maar het is toch waar? Alles is toch beter dan ter plaatse blijven trappelen? We dachten allebei gewoon: ‘We zullen wel zien.’”

Hanne Decoutere in ‘Hanne danst’. Beeld © VRT - Alain Honorez

Hou je van ambitieuze vrouwen?

“Ik heb geen probleem met ambitieuze vrouwen. Veel mannen hebben dat wel en geven de voorkeur aan lieve vrouwen die minder carrièregericht zijn en tevreden zijn met een dienende rol. Zo ben ik totaal niet.”

Jij vliegt de hele wereld rond. Hanne werkt vaak laat en heeft er nu met Hanne danst een extra job bij. Hoe krijgen jullie je huishouden met twee kinderen in godsnaam geregeld?

“Heel ons leven draait rond Google Calendar. (lacht) Zonder die app zou het een ramp zijn, vrees ik. En zonder onze geweldige onthaalmoeder en de grootmoeders ook, trouwens.”

Als Hanne binnenkomt, draaien alle hoofden om, vertelde een collega van haar.

“Ja. Hanne heeft présence. Die had ze natuurlijk ook al toen ze 22 was. Ze kan geen ruimte binnenkomen zonder dat iedereen dat heeft gezien. Wat ze ook heeft, en wat ik mateloos bewonder, is het gemak waarmee ze gesprekken aangaat met mensen die ze van haar noch pluim kent, gesprekken die zo intiem zijn dat ze na een halfuur elkaars levensloop kennen. Ik ben veel gereserveerder.”

Ben je bang geweest om haar in een van die vele sociale avonturen te verliezen?

“Angst is een slechte raadgever. We zijn nu zeventien jaar samen en ik moet er niet aan denken haar te verliezen. Maar ik heb me in die zeventien jaar nooit jaloers opgesteld. Iemand in een relatie gevangenzetten heeft geen enkele zin. Dat werkt alleen maar averechts. Ik probeer Hanne zo veel mogelijk vrij te laten en bij wat ze doet niet al te veel vragen te stellen.”

Ik vind je helemaal niet zo gereserveerd.

“Maar ik heb het nu over techniek en feiten. Zomaar wat praten voor de lol, dat is een opgave voor me. Ik moet overal het nut van inzien. Alleen feiten hebben nut. Als je hier in het bedrijf tijdens een brainstorm zegt: ‘ik geloof’, of ‘ik vind’, dan luistert er bijna niemand. Waarde hechten aan een opinie, voor een techneut is dat... Ik kan het niet eens uitleggen. Mijn brein blokkeert daarop. Ik erger me blauw aan de huidige opiniecultuur. Daar heb ik vaak discussies over met Hanne. Het belang dat gehecht wordt aan lukrake meningen vind ik gevaarlijk. Het is ook de reden waarom nepnieuws zo ruim baan heeft gekregen, dat opinies nu bijna als feiten worden gezien.

“Ik heb veel bewondering voor de meisjes die het klimaatvraagstuk weer op de agenda hebben gezet, maar zij hebben natuurlijk niet genoeg feitelijke kennis om ook daadwerkelijk oplossingen aan te kunnen dragen. Echt grote problemen moeten top-down worden opgelost. Die kun je niet overlaten aan de bevolking. De klimaatproblemen moet je volgens mij niet eens in handen geven van de politici. Als de mensen straks geconfronteerd worden met de onpopulaire maatregelen die noodzakelijk zijn, gaan ze steigeren, en dan kraken de politici, die om de twee jaar de populariteitspoll van de verkiezingen moeten winnen, natuurlijk weer meteen.

“Kijk, als morgen in Afrika een ebola-epidemie uitbreekt, worden er door de VN maatregelen getroffen zónder dat ze eerst aan regeringen vragen of ze een hele regio in quarantaine mogen plaatsen. Daar is geen tijd voor. Het klimaatprobleem heeft dezelfde urgentie. Er moet bóven de politiek worden ingegrepen, op een niveau als dat van de VN.”

Wat vindt Hanne van wat je hier nu zegt?

“Ze vindt dat ik een doemdenker ben. (lacht) Ze loopt ook meestal halverwege mijn betoog weg, omdat ze al die negativiteit niet aankan. Ik heb er geen probleem mee om diep in de ellende van de werkelijkheid te duiken, want ik geloof in het probleemoplossend vermogen van de mens.

“Nu, het klimaatprobleem ligt ons beiden even na aan het hart. Als we íéts delen, dan is het wel onze liefde voor de natuur, vooral voor de bergen. We doen geregeld tochten in de bergen samen, en nergens kun je de klimaatverandering beter met eigen ogen zien. Het liefst van al zou ik alleen maar naar de bergen gaan. Het is de enige plek waar ik mentaal tot rust kom. Je kunt je als mens moeilijker nietiger voelen dan daar. Bergbeklimmers zeggen altijd: ‘Je beklimt een berg niet, de berg laat je toe.’ Als de berg beslist een rotsblok naar beneden te gooien, tja, dan ben je er geweest. Te midden van die machtige natuur kun je niet anders dan de menselijke invloed relativeren.”

Daarom ontspan je je daar: omdat je voelt dat jij niet de leiding hebt. Alleen dan kun je je laten gaan.

“Daar kun je weleens gelijk in hebben. Het geeft me een mentale rust die volgens mij te vergelijken is met doodgaan, omdat je je dan eindelijk ontheven voelt van alle verantwoordelijkheid.”

Het orgasme wordt ook wel de kleine dood genoemd. Helpt seks je ook niet om te ontspannen?

“Goh. Je verdwijnt dan wel even in een gevoel van euforie, maar je weet dat dat een kwestie is van wat chemische stoffen die in je hoofd vrijkomen. Daar ben ik toch iets minder van onder de indruk. Al blijft het wel een heel plezante bezigheid.”

Zou je graag zo passioneel zijn als Hanne?

“Het fascineert me wel hoe Hanne altijd vooruit stormt. Ik vind dat verrijkend. Wij zijn - en ik weet dat wat ik nu ga zeggen heel sec klinkt - een goed team. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat er geen romantiek zit in onze relatie.”

Neemt Hanne echt op alle vakanties haar dansschoenen mee?

“Ja. De afspraak is dat zij overal waar we gaan danslessen mag volgen: in New York, San Francisco, Londen... Ik krijg dan van haar de tijd om in een park te gaan hardlopen.”

Kun jij dansen?

“Nee. Absoluut niet. Dat is haar grote teleurstelling, dat ze mij niet op de dansvloer krijgt. Zelfs de openingsdans tijdens ons huwelijk was voor mij een hel. Nee, gracieus bewegen, die kunst is mij volkomen vreemd.”

Het is gewoon een kwestie van je overgeven.

“Ik laat dat over aan Hanne. Ik ben zo benieuwd hoe ze het er straks afbrengt. Weet je waar ik me wel zorgen over maak? Als ze eenmaal haar hoogtepunt heeft beleefd, haar droom heeft waargemaakt en ze de deur dichttrekt: wat dan? Ik heb voor de zekerheid al wat reisjes geboekt, zodat ze toch iets heeft om naartoe te leven. Als ze na haar grote optreden thuiskomt, leg ik de papieren op tafel en zeg ik: ‘Kijk, next target!’”

Hanne danst Canvas, dinsdag 19 februari, 21.20

Beeld Johan Jacobs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden