Dinsdag 16/07/2019

Opera

Geen schreeuwerige beelden, geen dikke dames op het operafestival van Aix-en-Provence

De opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van onze landgenoot Ivo van Hove. Beeld Pascal Victor/ArtComPress

Terwijl theaterliefhebbers samentroepen in Avignon, verzamelen operafans iets verder in Aix-en-Provence. Onder hen Ivo van Hove, die voor het eerst een werk van Brecht onder handen neemt.

Geen schreeuwerige beelden, geen knipperende reclameverlichting, geen dikke dames. Voor Ivo van Hove is Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny geen show maar een statement. Voor zijn eerste regie van een stuk van Bertolt Brecht (“Maar het was vooral de muziek van Weill die mij aantrok”, zegt hij vergoelijkend) heeft hij voor alle zekerheid toch maar naar het wapen van de vervreemding gegrepen. Op de hem eigen manier: met een nagenoeg leeg podium dat onophoudelijk met allerlei kleine podia en machinerie wordt gevuld, met livevideo tegen green screens, met ruwe mannen en verlepte hoeren, onder wie één travestiet.

Relatief getrouw aan het brechtiaanse voorbeeld: de typische scènebeschrijvingen worden geprojecteerd, geacteerd wordt er vaak in groep. Toch komt het stuk traag op gang.

Maar zie: waar de klassieke Brecht-stijl doorbreekt - in massascènes van geweld en woede, in directe confrontaties met het publiek - of waar het compositorische genie van Weill de bovenhand haalt, daar krijgt Van Hoves aanpak kracht en drive. Hij heeft uiteraard met Esa-Pekka Salonen een dirigent ter beschikking die als weinig anderen de stijl van de jaren 30 beheerst en een aantal klasbakken op het toneel. Zo blijkt: je hoeft Brecht niet noodzakelijk 'interessant' te maken. Geloven in wat hij wilde, volstaat al voor een krachtige voorstelling.

Van Hove is niet de enige grote naam in de Zuid-Franse stad. Het Italiaanse theatericoon Romeo Castellucci ging er in première met zijn Mozart-Requiem. Een feest van de vergankelijkheid werd het: terwijl op de achtergrond een niet-aflatende litanie van uitsterving (uitgestorven dieren, planten, volkeren, culturen, kunstwerken, godsdiensten...) wordt geprojecteerd, zien we een ritueel waarin de dood als zin van het leven wordt gevierd. Wat vooral beklijft, is de symbiose van angst en vreugde, geweld en berusting, leven en dood: een perfecte spiegel van Mozarts muziek.

Zal dit soort van adembenemende maar ook veeleisende voorstellingen het keurmerk worden van het festival van Aix, nu Pierre Audi het na dertig jaar bij de Nederlandse Opera heeft overgenomen? Audi is er zich van bewust dat dat niet vanzelfsprekend is. De financiële positie van het festival, waarvan de subsidie slechts een derde van de kosten dekt, is precair. “Dat moet ik opnieuw onderhandelen met de subsidieverstrekkers”, zegt hij. “Het festival moet een statuut krijgen dat dichter bij een operahuis ligt.”

De tweede avond staan de diva's op het podium. En als er één grote repertoireopera is, dan wel Tosca. Regisseur Christophe Honoré heeft meteen twee Tosca's op het toneel gezet want 'zijn' Tosca is geen kwestie van macht en liefde in revolutionaire tijden maar een realityrepetitieshow, waarin de ene prima donna (Catherine Malfitano) de fakkel doorgeeft aan de andere, de jonge Afro-Amerikaanse Angel Blue. Met veel jaloezie en concurrentie, seksueel machtsmisbruik (in Scarpia herkennen we zonder moeite een soort Harvey Weinstein) en teleurstelling tot gevolg, wat in het derde bedrijf leidt tot de pathetische zelfmoord van de oude prima donna tijdens de concertante opvoering van, jawel, Tosca. In het begin geloof je nog dat zo'n concept kan lukken, maar naarmate de avond vordert stapelen de incongruenties en gezochte vondsten zich op.

Iedereen Jakob Lenz

Niks diva op de derde avond, wel een voorstelling die emblematisch is voor Audi's persoonlijke smaak: een reprise van Andrea Breths ijzingwekkende productie van Wolfgang Rihms Jakob Lenz die enkele jaren geleden al in De Munt te zien was. "Een stomp in de maag, een nagenoeg ondraaglijke afdaling in de flakkerende werelden van de schizofrenie", schreven we toen en dat is het nog altijd. Dit is het soort werken dat de vraag naar de zinvolheid of publieksgerichtheid van hedendaagse opera naar de prullenmand verwijst. Wij zijn allen Jakob Lenz.

Is dat ook het geval voor de nieuwe kameropera van het Israëlische duo Adam Maor (componist) en Yonatan Levy (librettist en regisseur)? Hun in het Hebreeuws gezongen De duizend slapenden, een coproductie met De Munt, beschrijft hoe een absurde beslissing van de Israëlische eerste minister over duizend Palestijnse politieke gevangenen (“Laat ze inslapen”, want vrijlaten of doden is geen optie) leidt tot een uitholling van de Israëlische maatschappij, waarna er weer een andere, gewelddadige oplossing moet gevonden worden. Moraal: “Er is geen ander vaderland voor de mensheid dan wat zich bevindt tussen de ene mens en de andere.” Gecounterd door: “Ik heb heel mijn leven alleen maar onzin verteld.”

De beste dramatische en muzikale momenten in het stuk zijn precies zulke absurditeiten en groteskerieën. Maar het stuk als dusdanig is wellicht minder universeel dan men zou wensen: Israëli's en Palestijnen kan het wellicht meer tot denken aanzetten dan pakweg Vlamingen en Walen.

Het festival van Aix-en-Provence duurt nog tot 22 juli. Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny is later bij Opera Vlaanderen te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden