Dinsdag 20/08/2019

Portret

Geen enkele Franse schrijver bruiste als Jean d'Ormesson: "Ik ben een soort culturele Schweppes"

Jean d'Ormesson werd de 'schrijver van het geluk' genoemd. Elk drama gleed van hem af, tragiek veegde hij onder de mat. Beeld BELGAIMAGE

Jean d’Ormesson was een Frans fenomeen, de wandelende incar­natie van een spitante geest en onstuitbaar optimisme. Een con­servatief die links én rechts over de bol aaide. Met zijn postume geschiedenisroman Ik leef altijd zette de mediageile gentilhom­me de dood nog een laatste hak.

‘De slechtste timing om dood te gaan? Gelijktijdig met een muziekidool. Want dan sterf je zonder dat iemand het opmerkt”, zo liet Jean d’Ormesson zich ooit ontvallen. Hij alludeerde daarmee op de bijna si­mul­tane dood van Jean Cocteau en Edith Piaf in 1963, waardoor Cocteaus palmares in de schaduw raakte. Iro­nisch genoeg overleed d’Ormesson (1925-2017) zelf exact 24 uur vóór de Franse rockster Johnny Hallyday, na een hartaanval op 5 december 2017.

Toch kwam de ijdele d’Ormesson geen spat media-aandacht te kort. De voorpagina’s van Le Monde en Le Fi­ga­ro puilden uit van zijn monkelende esprit, tv-journaals gaven zijn be­ruchtste causerieën een breed fo­rum en op zijn staatsbegrafenis verdrongen ex-presidenten Sarkozy en Hol­lan­de zich rond de tombe. De huidige Franse president Emmanuel Ma­cron liet – naar d’Ormessons wens – een eenvoudig potlood achter op zijn kist.

Gallische pedantie

“Hij was een antigif tegen de grijsheid van het bestaan. Een egoïst, gepassioneerd door de anderen. Een letterenprins die zichzelf nooit au sérieux nam”, zo speechte Macron, die bij de verkiezingen nog d’Ormessons volle steun had genoten. Sociale media raakten gesatureerd met filmpjes waarin aartsoptimist d’Ormesson zijn bon mots over het leven rondstrooide. Tot op zijn 92ste bleef hij mateloos nieuwsgierig: “Ik heb veel van het leven gehouden, maar de wereld is pas mooi omdat hij eindig is. Onsterfelijkheid is een nachtmerrie”, vertelde hij ooit aan France Inter.

(Lees verder onder de foto)

De Franse president Emmanuel Macron op de uitvaart van d'Ormesson, op 8 december 2017: ‘Hij was een antigif tegen de grijsheid van het bestaan. Een egoïst, gepassioneerd door de anderen.’ Beeld EPA

Niet voor niets werd d’Ormesson de “schrijver van het geluk” genoemd. Elk drama gleed van hem af, tragiek veegde hij onder de mat. Ook toen de fiscus hem ooit op de hielen zat voor 16 miljoen euro belastingfraude, kneep hij liever de ogen dicht.

Franser dan Jean Bruno Wladimir François de Paule Le Fèvre d'Ormes­son komen ze niet meer. Met zijn verbaal vertoon en kennis van de ge­schie­denis kon ‘Jean d’O’ (zoals hij zich graag noemde) als geen ander Frankrijks intellectuele glorietijden opwekken. Toch brak zijn oeuvre – ruim 40 boeken – buiten de Hexago­ne veel minder potten. Het postuum verschenen Ik leef altijd, nu vertaald door Johan Op de Beeck, is een zeldzame d’Ormesson-vertaling in de La­ge Landen. Het boek is doordesemd van zwierige, Galli­sche pe­dantie die wat ouderwets kan aandoen.

Als telg van hoge afkomst – zijn vader was ambassadeur, zijn moeder van oude landadel – leek Comte d’Or­messon voorbestemd voor een gezapig leventje. Maar hij ontpopte zich als een eerzuchtige duivel-doet-al, begiftigd met een onstuimige energie.

Van briljant student aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure schopte d’Ormesson het in 1992 tot voorzitter van de Internationale Raad van de filosofie en de menswetenschappen van de Unesco. Van Paris Match-journalist en klom hij in 1974 op tot hoofdredacteur van de rechtse krant Le Figaro. En van onbeduidend debutant ging het naar bestsellerauteur. Welke schrijver kon er prat op gaan dat hij bij leven een keuze uit eigen werk in de fameuze Pléiade-reeks mocht maken? Bovendien werd d’Ormesson op zijn 48ste al in de Académie française geadopteerd, om er later als ou­derdomsdeken de scepter te zwaaien.

Geboren met een zilveren lepel in de mond vertelde hij ooit dat zijn jeugd er vooral uit bestond om “drijfjachten met honden bij te wonen”. Jeans moe­der drukte hem op het hart niet te veel van zich te doen spreken. “Wie rijk is, moet niet opvallen.”

In de wind geslagen

Een raad die d’Ormesson flagrant in de wind sloeg. Gulzig zocht hij het publieke forum op. Vanaf de jaren 70 en 80 was hij met zijn staalblauwe pretoogjes een graag geziene gast in radio- en tv-programma’s. “Ik ben schrijver geworden. En nu een merk. Een soort culturele Schweppes.” Toch kende zijn schrijverscarrière een sputterende start. Zijn eerste boek pende d’Ormesson neer om “een jong meisje te behagen”. “Maar ze gaf de voorkeur aan tennisspelers en automobielkampioenen”, gaf hij genereus toe. Van L’amour est un plaisir (1956) kon uitgever Julliard maar 2.000 exemplaren slijten. Noch­tans was d’Ormesson in de markt ge­pompt als een “mannelijke Françoise Sagan”. In 1966, na veel ontgoochelingen, besloot hij zelfs de literatuur adieu te zeggen en publiceerde hij Au revoir et merci.

(Lees verder onder de foto)

'Het is gruwelijk. Een fabriek, een pakketboot, een raffinaderij. Een veelkleurig skelet, met zijn ingewanden in de lucht!' Jean d'Ormesson over het Parijse museum Centre Pompidou. Beeld © Umberto Fabbri

Pas in ’71 brak hij door met zijn roman La gloire de l’empire, bekroond met de Grand Prix de l’Aca­démie Française. Sindsdien schreef d’Or­messon geheide bestsellers, ro­mans met veel verwikkelingen en per­sonages, vaak geïnjecteerd met autobiografische elementen, of biografieën over God of Chateaubriand, zijn held. Beken­­de titels? Jean qui grogne et Jean qui rit (1984), L’His­toire du juif errant (1990) en Presque rien sur presque tout (1999). Au plaisir de Dieu (1974) werd in de jaren 70 om­­geturnd tot een succesvolle tv-serie.

Niet alleen als schrijver, maar ook als schaduwfiguur in de politiek was d’Ormesson invloedrijk. Van hem komt de krasse uitspraak: “Als je op je twintigste niet links bent, dan heb je geen hart. Als je op je veertigste niet rechts bent, dan ben je niet goed bij je verstand”, een echo van een Churchill-boutade. Toch nam de conservatief gelabelde d’Ormesson ook weleens een overzetboot naar de linkerzijde. Berucht is zijn vriendschap met Fran­çois Mitterrand, die hem als allerlaatste gast voor de machtsoverdracht aan Chirac op het Elysée ontving. Maar als hoofdredacteur van Le Figaro lag d’Ormesson vaak in de clinch met links en kreeg hij fors weerwerk als “vertegenwoordiger van de pers van de grote bourgeoisie” (zoals zanger Jean Ferrat het ooit zei).

Ook voor nieuwlichterij haalde hij soms de neus op. De bouw van het Centre Pompidou vond bij d’Ormes­son geen genade: “Het is gruwelijk. Een fabriek, een pakketboot, een raffinaderij. Een veelkleurig skelet, met zijn ingewanden in de lucht!” Ander­zijds stak d’Ormesson wél de nek uit voor Marguerite Yourcenar als eerste vrouw in de Académie Française.

Razende Roeland

Is zijn laatste postume boek Ik leef altijd de perfecte opstap voor een rondrit door zijn oeuvre? Ja en neen. Het is een hybride schepping waarin we als een razende Roeland door de wereldgeschiedenis hossen, ‘un pied de nez sarcastique’, zoals Le Figaro het omschreef. En een schop onder de kont van de dood. Ik leef altijd verwijst naar de Wandelende Jood, overigens een van zijn vorige boektitels.

De verteller rollebolt van de prehistorie naar Egypte, van Troje naar Rome, richting de schepen van Co­lumbus. Of banjert door de middeleeuwen, en stoomt naar het Frankrijk van de Revolutie. Strooiend met zijn kennis drijft d’Ormesson ons vooruit.

Is dit een brave versie van Ver­hulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol? vraag je je soms af. D’Ormesson stoeit met de geschiedenis, met de bravoure van een hoogbegaafd kind dat een vernuftig mechaniek in en uit elkaar peutert. Vaak drapeert hij een milde glimlach op de lezerslippen, met zijn maskerades en zijn personages, van Don Juan tot Sisyfus. ‘Ik ben de spiegel van uw grootsheid en uw verachtelijkheid.’ Aan het slot viert hij pompeus het leven – ook een vluchtige passage op aarde valt niet zomaar weg te wissen: ‘Zelfs de dood kan mij niet overwinnen.’

Nee, een Jean d’O legt men niet zomaar het zwijgen op. In november verschijnt alwéér een nagelaten boek:
Un hosanna sans fin, bij zijn dochter, uitgever Héloise d’Ormesson.

Jean d’Ormesson, 'Ik leef altijd', Horizon uitgevers, 284 p., 21,99 euro. Uit het Frans vertaald door Johan Op de Beeck. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden